U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hella S. Haasse - Oeroeg.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1367 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2224 woorden.

Titel

Oeroeg



Auteur

Hella S. Haase



Gebeurtenissen

Het verhaal wordt verteld door de zoon van een Nederlandse administrateur die vriendschap heeft gesloten met de Indische jongen Oeroeg. Zij groeien samen op van baby tot jongeman, omdat de moeders vriendschappelijk met elkaar omgaan; de Hollandse vrouw heeft in de nabijheid geen contact met sekse- en rasgenoten. Daar komt bij dat zij en de mandoersvrouw (Sidris) tegelijk zwanger zijn. De jongenstrekken er samen op uit, spelen, ravotten, vechten. Toch zijn er in de jeugdperiode al verschillen tussen de oosterling en de westerling (het thema van dit boek) op te merken: Oeroeg uit zijn vreugde nauwelijks en hij neemt tegenover dieren een ander standpunt in. In hun fantasiespelletjes genieten ze zeer, meestal thuis bij Oeroeg. De vader van 'ik' juicht de omgang met de Indische jongen niet toe: 'De jongen hoort niet in de kampong. Hij spreekt geen fatsoenlijk woord Hollands. Hij wordt je reinste Katjang.' Een employé moet 'ik' Nederlands leren en verder onderwijzen. Oeroeg ziet het zwijgend aan. Na enige tijd moet 'ik' de lagere school bezoeken in de stad en ging iedere dag met de trein. Als er gasten zijn bij de Nederlandse administrateur, wordt er een rit gemaakt naar Telaga Hideung, het Zwarte Meer, dat in het fantasiespel van Oeroeg en 'ik' steeds een grotere rol speelt; er waren namelijk geheimzinnige verhalen waren over het meer in omloop. 'Ik' mag mee naar het meer, Oeroeg is er vanzelfsprekend niet bij, wel zijn vader, Deppoh, die de weg moet wijzen en het vlot moet bomen samen met Danoeh, de tuinman. Het wilde spel van de Nederlanders op het oude bamboevlot eindigt ongelukkig: een gedeelte ervan breekt af. Deppoh, die 'ik' tracht te redden, is vastgeraakt in de waterplanten en verdrinkt. Sidris verhuist naar een dessa hoger op de berg, maar als Oeroeg later naar de Hollands-Indische school te Soekaboemi mag, komt hij weer beneden wonen; de vader van 'ik' betaalt de schoolopleiding. Samen met 'ik' reist hij elke dag heen en weer. Oeroeg wordt al een persoonlijkheidje in de dessa. 'Ik' voelt ten aanzien van Oeroeg nog geen verschil in ras en rang. De moeder van 'ik' gaat voor onbepaalde tijd op reis (vanwege een verhouding met Bollinger, de employé en onderwijzer). Gerard Stokman, de nieuwe employé, verschijnt in het leven van Oeroeg en 'ik'. Deze avonturier neemt de jongens mee op de jacht op wilde varkens, waarbij Ali, de koelie, allerlei verhalen vertelt. Op een avond deelt de vader van 'ik' hem mee dat hij op reis gaat. 'Ik' moet in Holland verder studeren op een kostschool; een scheiding met Oeroeg lijkt onvermijdelijk, maar er komt uitstel. Op de verjaardag van 'ik' heeft de vader Oeroeg niet uitgenodigd: 'Voor het eerst in mijn leven werd ik me van volle bewust van het feit, dat Oeroeg in de ogen van de anderen een 'inlander' was.' Met Gerard bepraat 'ik' zijn probleem. Enige tijd later komt 'ik' in Soekaboemi wonen bij Lida, 'een vrouw van onbestemde leeftijd'. Oeroeg blijft hij ontmoeten in spijbeluurtjes, Lida laat Oeroeg bij haar thuis komen en spoedig daarna verhuist hij voorgoed naar het pension. Lida is het, die Oeroeg vooruit wil helpen om zich verder te ontwikkelen; hij wordt arts. De vader van 'ik' komt na ruim een jaar weer terug: Hij had een nieuwe vrouw meegebracht. Met deze, Eugenie, kan 'ik' niet goed opschieten. 'Ik' gaat in Batavia, waar Lida en Oeroeg reeds wonen, op de HBS (internaat). 'Ik' bezoekt ze geregeld. De jongens, in hun puberteitsjaren, komen ook in aanraking met meisjes, meestal zusters van Oeroegs vrienden. Bij het meisje Poppie thuis leren ze dansen. De twee praten veel, over de meisjes, de films en hun toekomst. Later komt Oeroeg, nadat Lida heeft gemerkt dat hij haar kamerbewoonsters, zij is nog steeds verhuurster, regelmatig bezoekt, ook op het internaat. In de vriendschap komt enige verwijdering, doordat Oeroeg veel omgaat met Abdullah Haroedin, een Arabische jongen die ook naar de NIAS zal gaan in Soerabaja. Oeroeg schrijft weinig tijdens z'n verblijf daar, maar de studie vlot goed. Daar, in Soerabaja, wordt Oeroeg de zelfbewuste inlander die hij moest worden: Hij bekritiseerde de gouvernementsregelingen op medisch en hygiënisch gebied. Ook Lida verhuist naar Soerabaja en schrijft aan 'ik' brieven. 'Ik' vertrekt naar Holland om in Delft voor ingenieur te gaan studeren. Van Oeroeg en Lida neemt hij afscheid; de verwijdering tussen de twee vrienden is groter geworden: 'Ik heb veel contact - met gelijkgezinden. Er is veel te doen [zegt Oeroeg].' 'Ik' begrijpt hem niet, later in de ontmoeting wordt hem alles veel duidelijker, als Oeroeg hem antwoordt: 'Ik heb jullie hulp niet nodig, ik ga niet bij het Nederlandse gouvernement.' Als 'ik', na zijn studie voltooid te hebben, terugkeert in Indië, is de nationale geest veel sterker: de politionele actie breekt uit. 'Ik' ontmoet Oeroeg bij het meer, Telaga Hideung. De inlander staat voor hem met een getrokken revolver: 'Ga weg,' zei hij in het Soedanees, 'ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets te maken.' De strijd is hard, meedogenloos en onpersoonlijk. 'Was het werkelijk Oeroeg? Ik weet het niet. Oeroeg zal ik nooit meer ontmoeten. Ik kende hem, zoals ik Telaga Hideung kende - een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.'



Personages

  • 'Ik' is in Indonesië geboren en voelt zich bij de Indonesiërs veel meer thuis dan bij zijn eigen ouders. Deze, en vooral zijn vader, verzetten er zich tegen dat hij een 'kampongjongen' wordt, maar aangezien ze zich verder heel weinig met de jongen inlaten, hebben zij op hem niet de minste invloed. Als Oeroeg in Batavia op hetzelfde internaat komt als 'ik', staan zij beiden ten opzichte van de andere jongens weldra in een geisoleerde positie. Bij het afscheidsbezoek te Soerabaja vooral leert 'ik' beseffen dat Oeroeg en Abdullah tot een andere wereld behoren. Van de nationalistische strevens begrijpt hij niets. Op het eind, bij Telaga Hideung, herkent hij Oeroeg nauwelijks. Wat 'ik' aan verschillen tussen hemzelf en Oeroeg opvalt, als zij beiden ongeveer zes jaar zijn, is hoofdzakelijk nog maar uiterlijk. Oeroeg is eerder volgroeid. 'Ik' ergert zich aan zijn rood-worden in de felle zon. Hij juicht opgewonden bij een geslaagde vangst, Oeroeg is stil, beheerst. Oeroeg hitst dieren tegen elkaar op; hij 'was niet wreed, hem ontbrak alleen het gevoel, dat een Westerling vaak een dier moet sparen en eerbiedigen uit halfbewust verwantschapsbesef'. Oeroeg kan uitstekend bijvoorbeeld een vliegtuig nabootsen, 'ik' kan dit niet door 'een soort van verlegenheid, misschien schaamte, of onmacht tot een zo volledige overgave aan het spel'. 'Ik' leest graag, Oeroeg daarentegen tekent goed. Later in Batavia legt Oeroeg zijn Mohammedaans hoofddeksel, de topi, af, kleedt zich Europees en probeert, evenals de halfbloeden, zoveel mogelijk te verwesteren, wat voor een deel neer komt op nabootsing van sport- en filmhelden. Wanneer Oeroeg echter op het Europees internaat komt, waar 'ik' al eerder verbleef, gaat hij beseffen dat het verschil met de Europese jongens niet te overbruggen is. Er ontstaat een verwijdering tussen 'ik' en Oeroeg en de laatste zoekt meer contact met Abdullah. Als Oeroeg te Soerabaja voor arts gaat studeren, ontwaakt in hem het nationaal zelfbewustzijn. Hij studeert ijverig. Zijn onverschilligheid verdwijnt. Hij is vol kritiek op het Nederlandse gouvernement. Hij draagt zijn topi weer. Hij is nu een 'ernstige jonge Inlander, volwassener dan ik het was, en vervuld van een nieuw en ditmaal volkomen harmonisch zelfbewustzijn'. Hij 'bleek in het nieuwe milieu van progressieve studenten en jonge agitatoren tot een redenaar uitgegroeid te zijn'. Hij wil zijn land moderniseren, verwerpt de wajangpoppen, gamelan, bijgeloof, de Boroboedoer en wil 'fabrieken..., oorlogsschepen en moderne klinieken en scholen, en zeggenschap over onze eigen zaken'. Dan komt de oorlog. En bij hun laatste ontmoeting kan Oeroeg in zijn vroegere vriend niets anders meer zien dan de blanke, de vijand. Met zijn 'ouders' heeft 'ik' bijna geen contact. Op zijn vaders vragen kan hij niet onbevangen antwoorden, omdat hij weet dat 'onenigheid tussen mijn ouders er meestal het gevolg van was'. Zijn vader kan helemaal niet met kinderen omgaan en gaat geheel op in zijn werk.



  • Lida is in het begin de flinke, praktische, echt-Hollandse huisvrouw. Haar eenzaamheid en haar verlangen om iemand te bemoederen zijn er de oorzaak van zij zich hecht aan Oeroeg en alles doet voor zijn opvoeding. Zij gaat mee naar Soerabaja en 'verindischt' geheel.
  • Gerard Stokman is temidden van de andere employés een zonderling. Hij houdt van Indonesië en van de eenzaamheid. Hij oefent een geweldige aantrekkingskracht uit op de jongens, omdat hij zelf nog een 'jongen' is gebleven in zijn natuurliefde en zijn zucht naar avontuur. Hij is het met 'ik' eens, dat Oeroeg niet anders is dan de Europese jongens: 'Minder of meer zijn door de kleur van je gezicht of door wat je vader is - dat is nonsens.'



    Thematiek

    Het thema van 'Oeroeg' is: 'hoe twee vrienden van verschillend ras langzamerhand uit elkaar groeien'. 'Ik' wil zich nu achteraf rekenschap afleggen van zijn verhouding tot Oeroeg: 'Misschien prikkelt mij zijn onherroepelijk, onbegrijpelijk anders-zijn, dat geheim van geest en bloed, dat voor kind en knaap nog geen problemen opwierp, maar dat nu des kwellender schijnt.' Zie ook 'Personages'. Behalve het thema van het rassenverschil is er ook nog een ander gegeven in deze novelle belangrijk: 'de groei naar volwassenheid'. Bij de tocht naar Telaga Hideung begrijpt 'ik' niets van uitbundige plezier van de volwassenen; zijn gedachten zijn geheel bij de wonderlijke verhalen die over het Zwarte Meer ronde doen. Het hele conflict tussen zijn ouders gaat min of meer aan hem voorbij, Oeroeg daarentegen begrijpt er meer van. De liefhebberijen van de jongens bestaan oorspronkelijk uit bijvoorbeeld het verzamelen van postzegels en sigarenbandjes. Later, in Batavia, gelden hun gesprekken vooral over de school, hun kennissen, sport, bioscoop en meisjes. Als zij later nog eens in Kebon Djatih komen, genieten zij niet meer van het landschap en zwemmen in de rivier, omdat zij nu de wereld zien 'met ogen, die niet meer in staat bleken de reële wereld als een wereld van wonderen te zien... Wij waren geen kinderen meer'.



    Hella S. Haasse biografie en werk

    Op 2 februari 1918 wordt Hella (Hélène) S. (Serafia) Haasse in Batavia geboren. Zij is dochter van de concertpianiste Katharina Diehm Winzenhöhler en Willem Hendrik Haasse, die in Nederlandsch-Indië de belastingontduiking bestreed. In 1920 vertrekt het gezin Haasse voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Op 4 oktober 1921 wordt Willem Hendrik Johannes geboren.



    In 1922 keert de familie terug naar Indië, naar Soerabaja. Hier gaat Hella S. Haasse naar de kleuterschool en als zij zes jaar is naar een katholieke lagere school waar zij les krijgt van de nonnen. In 1924 wordt haar moeder ziek en moet opgenomen worden in een sanatorium in Davos. Zij neemt de kinderen mee naar Europa. Hella woont bij haar moeders moeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 is de moeder hersteld van haar ziekte en zij steken weer over naar Nederlandsch-Indië. Na een jaar Bandoeng en een kort verblijf in Buitenzorg, verhuist het gezin naar Batavia, waar Hella naar het lyceum gaat. Daar wordt haar liefde voor de Nederlandse literatuur nog groter.



    Na het eindexamen in 1938 vertrekt ze naar Nederland om aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam Scandinavische Talen en Letteren te gaan studeren. De bedoeling is dat het gezin in 1940 in Nederland herenigd zal worden, maar door het uitbreken van de oorlog verloopt alles anders. De ouders worden tijdens de Japanse bezetting van Nederlandsch-Indië geïnterneerd en pas in 1946 zien zij in Nederland hun dochter, inmiddels getrouwd, terug.



    In 1941 beëindigt zij haar studie Scandinavische Talen en Letteren en doet toelatingsexamen voor de Toneelschool in Amsterdam. In 1943 doet ze eindexamen aan de Toneelschool en speelt in een aantal voorstellingen. Na haar huwelijk met mr. Jan van Lelyveld in 1944 beëindigt Hella S. Haasse haar professionele toneelactiviteiten. Wel blijft ze teksten schrijven voor het zomercabaret van het Centraal Toneelgezelschap. Ze schrijft ook voor Wim Sonnevelds cabaret en na de oorlog voor dat van Cor Ruys. Op 11 november 1944 wordt het eerste kind van Jan van Lelyveld en Hella Haasse geboren. Het meisje, Chrisje, zal in april 1947 overlijden.



    Oeroeg verschijnt anoniem ter gelegenheid van de Boekenweek van 1948. Lezers mogen raden wie de auteur is. In het najaar van 1993 wordt de verfilming van Oeroeg uitgebracht, onder regie van Hans Hylkema. Na de verschijning van Oeroeg volgt een lange lijst literaire produkties.



    Op 15 december 1947 wordt Ellen Justine geboren, op 8 maart 1951 wordt dochter Marina geboren. In augustus 1981 verhuist Haasse met haar man naar het Franse plaatsje Saint-Witz, vlak bij Parijs. In december ontvangt ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. Op 26 juni wordt op het Muiderslot aan Hella Haasse de P.C. Hooftprijs (proza) 1983 uitgereikt.Toegekend voor haar gehele oeuvre. Op 25 maart 1988 wordt ze aan de Rijksuniversiteit Utrecht gehuldigd met een Eredoctoraat in de Letteren. Ze werkt mee aan Beatrix, Koningin, een groot televisieportret voor de NOS, dat op 29 april wordt uitgezonden. In augustus 1990 keren Haasse en haar echtgenoot terug naar Nederland. In mei 1991 wordt haar het erelidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde toegekend. In april 1992 ontvangt zij uit handen van koningin Beatrix de Eremedaille in Goud voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje. In maart 1994 verschijnt het Boekenweekgeschenk Transit.
  • Andere boeken van deze auteur:


    Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen