U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hella S. Haasse - Oeroeg.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1365 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3494 woorden.

Titelbeschrijving





Oeroeg



Hella S. Haasse,



1948



Plaats (waar) en tijd (wanneer)

Het verhaal speelt zich af in Indië, waar de ouders van de ik-figuur een onderneming beheren in Kebon Djati, diep in het bergland van Preanger. Wanneer het verhaal zich afspeeltl valt niet duidelijk te zeggen, maar waarschijnlijk in de jaren 40, omdat de ouders van de ik-figuur op een gegeven moment terugkeren naar Nederland, iets wat veel Nederlanders na 1945 deden, toen Indonesië voor onafhankelijk streefde.



De ik-figuur is gaan studeren in Delft, dus waarschijnlijk is hij dan zo rond de 20/25. Dan valt op te maken dat uitgaande dat de ik-figuur na de oorlog nog een keer terugkeert naar Indië, dus zeg maar 1947, de tijd loopt van zeg maar 1920 tot 1947, dus ongeveer 25/27 jaar.



Samenvatting

Het verhaal gaat over de vriendschap tussen de ik-figuur en Oeroeg. De ik-figuur is een zoon van een Nederlandse planters familie die een onderneming beheerden in Kebon Djati diep in het bergland van de Preanger. Oeroeg is een echte inlandse jongen, zoon van Sidris en Deppoh die als mandoer werkte bij de onderneming. De jongens zijn ongeveer even oud en omdat de ik-figuur enig kind blijft trekt hij dagelijks veel met Oeroeg op. Het verhaal is een lange terugblik op dit samenzijn. Bij alles waar de ik-figuur aan moet denken in zijn jeugd komt automatisch het beeld van Oeroeg boven. Ze waren onafscheidelijk. De ik-figuur is kind aan huis bij Oeroeg's familie. De ik-figuur heeft weinig contacten met zijn ouders. Zijn moeder is ziekelijk en zijn vader is vaak weg. Het is zijn vader een doorn in het oog dat de ik-figuur zo slecht Nederlands spreekt. Er komt een medewerker van de onderneming, meneer Bollinger, om hem beter Nederlands te leren. Oeroeg wordt hier van buitengesloten, maar hij mag wel staan te luisteren. Oeroeg blijkt hier al erg leergierig. Tijdens een bezoek van gasten uit Batavia wordt er besloten om 's avonds een bezoek te brengen naar Telaga Hideung, het Zwarte Meer, een meer waar over geheimzinnige verhalen de ronde doen. De ik-figuur mag mee en ook Deppoh is ‚‚n van de begeleiders. Men gebruikt een oud vlot om over het meer te varen. De groep is echter veel te wild, waardoor er een stuk van het vlot afbreekt. De ik-figuur valt eraf en in een poging om hem te redden verdrinkt Deppoh, die verstrikt raakt in de vele waterplanten. Door dat Oeroeg's vader bij deze gebeurtenis overleden is, mag ook Oeroeg mee naar de lagere school in Soekaboemi, waar de jongens elke ochtend met de trein naar toe gaan, een trein met een echte stoomlok en met wagons zonder glas. In het begin van de middag komen ze dan weer terug. De herinneringen van de ik-figuur gaan in op de vele kleuren groen, geuren en het geklater van het water van de bergbeekjes. Omdat Oeroeg's moeder in een dienstwoning woonde, moet zij verhuizen, wat een behoorlijke achteruitgang betekent. De familie accepteert dit als normaal. Oeroeg's school bezoek maakt dat andere inlanders opmerkingen tegen hem gaan maken. Na de scheiding van de ouders van de ik-figuur komt hij bij Lida in Soekaboemi wonen, die voor hem zorgt. Als deze hoort van Oeroeg en wat die voor hem betekent mag die ook bij haar komen. Lida is ongehuwd en beheert een pension. Oeroeg's vorderingen vallen haar op en zij vindt dat hij verder moet leren. Als de ik-figuur naar de HBS in Batavia gaat komt hij daar in een internaat. Lida verkoopt haar pension en begint een nieuw in Batavia. Zij betaalt de kosten voor de MULO van Oeroeg. Zij hoopt dat hij later arts zal worden. In Batavia groeien de jongens een beetje uit elkaar. Oeroeg krijgt een paar andere vrienden erbij, waardoor het op school minder met hem gaat. Op voorspraak van Lida mag hij ook op het internaat komen, waardoor er meer controle op hem is. Op het internaat zitten voornamelijk kinderen van Europese ouders en een enkele zoon van een inlandse regent. Oeroeg past hier niet tussen. Op de MULO heeft hij minder problemen: daar zitten vooral halfbloeden. Alleen de ik-figuur gaat op voet van gelijkheid met Oeroeg om. Na de MULO gaat Oeroeg inderdaad voor arts leren in Soerabaja, aanvankelijk met een beurs, maar later weer op kosten van Lida. In Soerabaja krijgt Oeroeg politieke interesses, waardoor hij zich keert tegen de Europese overheersing en het dom houden van de man in de dessa. Als de ik-figuur hem daar een keer opzoekt krijgt hij alle argumenten over zich heen. Zelf heeft hij daar nog nooit over nagedacht. Oeroeg, die nooit erg aardig voor Lida was geweest en altijd alle zorgen van haar voor hem maar voor gewoon had aangenomen, blijkt nu trots te zijn op haar: ze werkt in een inlands ziekenhuis als verpleegster en leert Javaans. De ik-figuur gaat voor zijn ingenieursopleiding naar Delft, waar hij tijdens de tweede wereldoorlog studeert. Na zijn studie neemt hij een baan in zijn geboorteland en gaat terug. Dit gaat samen met het begin van de politionele acties, omdat er opstanden waren uitgebroken. Tijdens een bezoek aan zijn geboortestreek komen alle herinneringen weer boven. Ook gaat hij weer naar dat geheimzinnige meer Telaga Hideung. Opeens staat er een inlandse strijder voor hem, waarin hij Oeroeg meent te herkennen. Het enige wat deze tot hem zegt is Ga weg, je hebt hier niets te zoeken'. Oeroeg verdwijnt en de ik-figuur blijft met lege handen achter. Hij komt tot de conclusie dat Oeroeg net is als het meer: Ik kende hem als een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.'



Figuren

De hoofdpersoon is de ik. Maar er zijn maar weinig kenmerken van hem bekend. Hij is de zoon van een administrateur op onderneming Kebon Djati.



Maar het lijkt me veel interessanter en verstandiger, dieper in de gaan op de personage van Oeroeg. Het hele boek draait om hem. Hij wordt beschreven door de ik-figuur.



'Oeroeg was mijn vriend. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering ...'


(blz. 5 r.1-4)



Oeroeg was dus een grote vriend van de ik-figuur. Ze zijn beide op de onderneming geboren Ze waren onafscheidelijk.



Oeroeg was de oudste zoon van de mandoer.



Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener, met zijn gespierd mager lichaam. De lijn die van zijn schouderbladen neerliep tot naar zijn smalle, opzij wat afgeplatte heupen, had al dezelfde nonchalante soepelheid die waar te nemen viel bij de opgeschoten knapen en jonge mannen, werkend op fabrieksterrein en sawa's. Met zijn lenige tenen kromgetrokken, balanceerde hij ineengedoken op stenen en boomtakken, zekerder van zijn houding dan ik, en sneller reagerend bij verlies van evenwicht.


(blz.10 r.17-blz.11 r.2)



Dit stuk geeft goed aan hoe Oeroeg eruit ziet.



Hij accepteert het leven zoals het hem wordt aangeboden. Door zijn opleiding komt hij tussen de klassen van de Europeanen en de gewone dessa werker (theeplukker) te staan. In Soerabaja merkt hij dat ook de Javaan invloed moet kunnen uitoefenen. Alle vriendschap ten opzichte van anderen wordt hieraan ondergeschikt: hij is minder vriendelijk tegenover de ik-figuur en wordt meer trots op Lida.



Thema's

Het thema van het boek is vriendschap

Er is een vriendschap tussen Oeroeg en de ik-figuur. Als van kind af aan zijn ze bevriend.



Ik geef bij deze uitwerking van het thema wat citaten uit het boek, omdat dit goed kan, omdat er in het boek duidelijk stukken zitten die dit heel helder laten blijken..



'Twee jaren na mijn geboorte had mijn moeder een miskraam en daarna bleek zij onvruchtbaar. Misschien bleef daarom Oeroeg zo uitsluitend mijn speelmakker, hoewel Sidris het ene kind na het andere kreeg.'


(Blz. 8)



'Je komt veel te kort, op deze manier.' Ik zette me schrap bij de wastafel. 'Ik wil niet naar Holland,' stootte ik uit. De verhalen van Gerard flitsten mij door het hoofd: regen en kou, bedompte kamers, saaie stadsstraten. 'Ik wil hier blijven,' herhaalde ik, 'en Oeroeg...' Mijn vader onderbrak me met een ongeduldige beweging. 'Oeroeg, Oeroeg,' zei hij, 'altijd Oeroeg. Je zult ééns zonder Oeroeg moeten. Die vriendschap duurt me al lang genoeg. Ga je nooit om met jongens uit je klas?'


(Blz. 56)



De vader van de ik-figuur wil niet dat de ik-figuur een vriendschap heeft met Oeroeg. Dit is, volgens de vader, slecht voor zijn opvoeding.



De moeder van de ik-figuur ziet de vriendschap meer als een verlichting:



'Mijn moeder liet dit alles rustig op zijn beloop - pas veel later begreep ik dat de vriendschap tussen Oeroeg en mij voor haar een verlichting betekende.'


(Blz. 37)



De vriendschap is dus voor de moeder en waarschijnlijk ook de vader een verlichting geweest, maar zij keurden het niet goed.



Als de ik-figuur en Oeroeg naar Batavia gaan, groeien ze uit elkaar:



'In die tijd scheen ik minder contact met Oeroeg te hebben dan vroeger. Van de puberteitsproblemen waarmee ik worstelde, was bij hem niets te merken. Ik voelde mij, bij hem vergeleken, groen en onnozel.'




(Blz. 84)

Verder krijgt de ik-figuur geen nieuwe vrienden in het internaat waar hij zit.



'Dat in deze dorre atmosfeer weinig positiefs tot bloei kon komen, spreekt vanzelf. De opgekropte gemoederen wisten zich van tijd tot tijd te luchten in vlagen van baldadigheid en geforceerde vuilbekkerij. Van werkelijke vriendschap onder de jongens was over het algemeen geen sprake. Er vormden zich, gedurende iedere cursus, min of meer blijvende combinaties, maar dat was alles. Ik voelde me, een paar uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, niet tot mijn huisgenoten aangetrokken. Ik had mijn aandeel in de streken en in het heimelijke gesmoes, maar verder liet de hele boel me koud.
'

(Blz. 79)

Dan komt ook Oeroeg naar het internaat:





'Hij was brutaal en ongezeglijk, overtrad de bepalingen betreffende de uitgaansuren, en sloot zich af, ook voor mij. Geleidelijk drong het tot me door dat deze houding niet alleen uit vrijheidsdrang en verzet ontsprong, maar voor een groot gedeelte te herleiden was tot Oeroegs verlangen om indruk op de andere jongens, omdat hij wist dat zij alleen door dergelijke bewijzen van branie te winnen waren.'


(Blz.94)



'Waarschijnlijk was het ook in deze tijd dat de verwijdering tussen Oeroeg en mij begon te onstaan.'


(Blz. 96)



Oeroeg heeft namelijk Abdullah Haroedin, een jongen van Arabische afkomst, ontmoet.





'Zijn gevoel voor humor was nauw verwant aan dat van Oeroeg - zij deelden een gedachtenwereld waar ik mij, naarmate ik ouder werd, verder van scheen te verwijderen.'


(Blz. 97)



'Maar voor ik naar Holland vertrok, ging ik wel naar Soerabaja, om afscheid te nemen van Oeroeg en Lida.'


(Blz. 106)



Oeroeg heeft het alleen over gelijkgezinden en over 'er is nog veel te doen'. De ik-figuur snapt het niet.--



'In de aangrenzende kamer hoorde ik Oeroeg en Abdullah gedempt praten. De scheiding tussen hun wereld en de mijne was volkomen.'


(Blz. 113)



'Hij hief zijn wapen. 'Ik ben niet alleen,' zei ik, ........



'Ga weg', zei hij in het Soendanees,'ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets te maken.' ........



'Luister...' begon ik, maar hij onderbrak mij, met drift in zijn stem: 'Ga weg. Je hebt hier niets te maken.' ........



'Ga weg,' herhaalde hij, ten overvloede.'


(blz. 120)



Van vriendschap is in het geheel geen sprake meer. Hij is afgelopen..

Vriendschap geeft de ik-figuur zelfvertrouwen. Hij heeft Oeroeg nodig. Het is een levensbehoefte voor de ik-figuur.







Bijzonderheden

Wat ik wel bijzonder vind is dat het boek een goed beeld geeft tussen de verhoudingen tussen de Nederlanders en de Indiërs. Je kunt goed aan de vader van de ik-figuur merken dat de Nederlanders zich superieur achten tegenover de plaatselijke bevolking.



Titelverklaring

De titel is nogal makkelijk te verklaren, het is de naam van de ik-figuur's beste vriend, namelijk Oeroeg, waar het gehele verhaal om draait.



Motto + voorwoord

Het boek heeft geen motto/opdracht



Vertelwijze

Het verhaal heeft het perspectief van de verteller als ik-figuur.



Dit valt op te maken uit bijvoorbeeld deze voorbeelden:





'OEROEG WAS MIJN VRIEND. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering gelijk aan een van die toverplaatjes die we vroeger plachten te kopen, drie voor een dubbeltje: geelachtig glanzende stukjes met lijm bestreken papier, waarover men een potlood krassen moest, totdat de verborgen voorstelling aan het daglicht kwam. Zó komt ook Oeroeg tot me terug, wanneer ik me verdiep in het verleden.'


(blz. 5)



'Ik heb niets anders willen doen dan een verslag neerschrijven van onze gezamenlijk doorgebrachte jeugd. Ik heb het beeld van die jaren willen vastleggen, die nu zo spoorloos voorbij zijn als waren zij niet meer geweest dan rook in de wind.'


(blz. 122)



Chronologie

Het boek is chronologisch. Er komen wel wat flashbacks in voor, maar in het algeheel kan worden gesteld dat het verhaal dus chronologisch is.



Tijdsbehandeling

Naar aanleiding van wat ik bij plaats en tijd heb ingevuld: namelijk dat het verhaal zich waarschijnlijk tussen 1920 en 1947 afspeelt, valt ervan uit te gaan dat er ongeveer 27 jaar verstrijkt in het boek.



Werkelijkheid

De Nederlandse aanwezigheid in de Oost werd gedurende de gehele 19e eeuw bepaald door mannen. Mannen, die meestal leidinggevende rollen speelden. In de regel kwamen zij als vrijgezel naar Indië, zowel de militair als de burger. Zijn eerste lessen als sinkeh (nieuwkomer) begonnen al bij het verlaten van de boot. Hij werd als eenling direct ondergedompeld in 'het Indische koloniale leven'. Aanpassing was daarbij vaak een overlevingsstrategie om zich staande te houden onder de zo totaal andere levensomstandigheden, niet alleen klimatologisch, maar juist ook sociaal-cultureel.



Hoe afgelegener het oord, hoe groter de noodzaak was voor een sinkeh om opgevangen te worden. Het comfort was immers minder en de eenzaamheid groter. Hoger geplaatsten in de steden hadden een heel stel 'hulptroepen', zoals de koki voor het eten, de djongos voor de bediening in huis, de jagar als nachtwaker, de kebon als tuinknecht en de koesir (koetsier). Deze Inlanders waren het, die het leven van de totok leefbaar maakten. Een totok is een volbloed Europeaan, die in Indië is geboren of al langere tijd in Indië vertoefde.



Behalve de primaire verzorging van de dagelijkse behoeften werd de sinkeh opgevangen in de soos of de club of tijdens de vele partijtjes. Daar is een zowat dagelijks terugkerend ritueel van ontmoetingen tussen alles wat zich Europees mocht noemen. Waar het vooral op aan kwam was het zich conformeren aan bestaande waarden en normen, tenminste als men hogerop wilde komen in een rangen- en standenmaatschappij zoals Nederlands-Indië was. Je moest je er gewoon vertonen. Zij die niet meededen aan deze rituelen, 'niet met de stroopkwast konden lopen', stond onverwachte overplaatsing te wachten.

De wet en de praktijk.



De 'rechtsbedeeling' in Indië was veel ingewikkelder dan in Nederland, mede doordat rekening gehouden moest worden met de verschillen in rechtsbehoefte die er bij de tientallen verscheidene Inheemse bevolkingsgroepen bestond. Men vond eenheid van rechtspraak (zoals dat gold in Nederland) niet gewenst.



Volgens de Nederlandse wetgeving waren in Indië maar twee categorieën bevolkingsgroepen die juridische status hadden: Inlands en Europees. Deze wettelijke indeling viel maar zeer ten dele samen met de gehanteerde verdeling naar 'rassen', want mensen van gemengde afkomst werden in één van beide categorieën ingedeeld. Allesbepalend hierbij was de wettelijke erkenning door de Europese vader: kreeg men die erkenning, dan werd men dus juridisch ingedeeld bij de Europeanen, kreeg men die erkenning niet, dan bleef men Inlands. In de praktijk kwam het dan vaak voor dat het kind met zijn moeder 'in de kampong verdween', een staande uitdrukking die ook in officiële stukken veel gebruikt werd. Erkenning of wettiging van een kind, door een Europeaan buiten huwelijk verwekt bij een niet-Europese vrouw, kwam voor een kind dus neer op een overgang van de ene naar de andere bevolkingsklasse! Het recht dat op de moeder van toepassing was gold na erkenning niet meer voor het kind, op wie nu de voor Europeanen geschreven verordeningen en voorschriften golden. Zijn of haar moeder, de niet-gewettigde vrouw, was en bleef dus per definitie Inlands. Voor wettiging lag de zaak nog genuanceerder.



De juridische status van Europeaan sloot echter discriminatie geenszins uit. De regel bijvoorbeeld, dat men voor het bekleden van hogere functies in Nederland geboren moest zijn, of op z'n minst daar een opleiding moest hebben genoten, verwijst onmiskenbaar naar discriminatie en racisme. Termen als: volbloed Europeaan, totok, mesties, Indo-Europeaan, Indo, Indisch en (vanaf 1940) Indische Nederlander, werden gebruikt om het maatschappelijk verschil aan te geven en zijn tegelijk een verwijzing naar al dan niet gemengde afkomst, of zoals het regelmatig werd en wordt genoemd 'van gemengde bloede'.



Een huwelijk tussen een Europeaan en een Inlandse vrouw was overigens bij de wet wel toegestaan. Maar de hindernissen in de vorm van allerlei bepalingen brachten deze mogelijkheid terug tot praktisch nul. Zo bestond er voor de Nederlandse man een trouwverbod gedurende de eerste zes jaren van zijn arbeidscontract (hij mocht ook niet met een Nederlandse vrouw trouwen), er waren financiële drempels en administratieve verplichtingen (zoals het aanvragen van toestemming om te mogen trouwen). In de praktijk kwam het er op neer, dat het niet-gewettigd samenleven steeds meer de regel werd.



De Europese samenleving in het Indië van de gehele 19e eeuw was dus vooral een mannenaangelegenheid. Deze situatie was (behalve bovengenoemde oorzaken) mede een uitvloeisel van het verbod voor Nederlandse vrouwen om naar Indië te mogen vertrekken, ingesteld nog door de VOC. Meer dan de helft van de Europese mannen In Indië leefde ongehuwd samen met hun nyai. De uit deze relaties geboren kinderen werden Indo's, Indo-Europeanen of Indische mensen genoemd. Maatschappelijk gezien (dus niet wettelijk-juridisch) vormde deze Indische groep een tussenlaag tussen de autochtone bevolking (de Inlanders) en de sociale top van Europeanen. De Indo-Europese bevolkingsgroep stond door de omgang met de Inheemse bevolking sterk onder invloed van de Inlandse cultuur en was daar ook geruime tijd aan verwant. Na het Britse zelfbestuur (1811-1816) echter ontstond een druk op de Indische groep om zich qua cultuur en omgangsvormen zo Europees mogelijk te gedragen. Indische vrouwen moesten bij voorkeur geen sarong en kabaja meer dragen, een monogaam Europees huwelijk had de voorkeur boven Inheemse verbintenissen. Daarbij kwam dat vanaf het begin van de 20e eeuw Europese vrouwen steeds meer toegelaten werden in de koloniën, hetgeen een verdere 'Europeanisering' van de Indische cultuur bevorderde. Ook het opheffen van het trouwverbod na 1920 zal deze tendens hebben versterkt. Zo ontstond vanaf het begin van deze eeuw in Nederlands-Indië een tamelijk ongelijksoortige bevolkingscategorie, weliswaar met een duidelijk Europese oriëntatie. Deze heterogeniteit werd vergroot, doordat rond 1920 een derde juridische categorie in het leven werd geroepen: 'Vreemde Oosterlingen', waarin mensen terecht kwamen van andere Aziatische landen, indien ze naar Indië migreerden, en voor wie andere wetten en voorschriften golden dan voor de Inlanders en de Europeanen.



De schattingen van het aantal Indo-Europeanen lopen sterk uiteen. Hier speelt natuurlijk de kwestie van definiëring: wie kan nu beschouwd worden als Indo-Europeaan. Het begrip Indo-Europeaan of Indo blijkt in de literatuur niet echt eenduidig gehanteerd te worden. Zelfs op Internet zijn hierover stevige discussies ontbrand. Het meest gebruikelijk is toch om onder deze groep te verstaan: gemengdbloedigen met blanke voorouders, die naar de wet tot de categorie Europeanen gerekend worden. Men neemt aan dat omstreeks 1940 in Nederlands-Indië ongeveer 200.000 Indo-Europeanen woonden, die dus naar de wet Europeaan waren en dus de Nederlandse nationaliteit bezaten.



In sociaal opzicht kende de categorie van Indo-Europeanen nog verschillende geledingen. Enerzijds was er een groep die erin geslaagd was zich een min of meer Europese levensstijl aan te meten, bijvoorbeeld het groeiend aantal ambtenaren in het (hogere) middenkader. Anderzijds kende men nog de zogenaamde 'kleine boengs' (kleine broers), die ondergeschikte, slecht betaalde baantjes hadden en 'aan de rand van de kampong' leefden.



Gebaseerd op bron: http://home.worldonline.nl/~hupkens/kolonia2.htm.



Genre

We hebben ook hier weer te maken met een psychologische roman. Dit omdat we heel goed meemaken hoe de vriendschap tussen de ik-figuur en Oeroeg in elkaar steekt. Het is goed te merken dat vooral Oeroeg erg veranderd qua karakter. Namelijk dat hij eerst vrij onderdanig is in het begin, maar later, als hij studeert zich steeds meer keert tegen het Nederlandse regime in Indië en het Nederlands denkgoed. Dit laat hij ook merken tegenover de ik-figuur. Langzaam aan verwaterd de vriendschap, en komt er een einde aan als een vrijheidsstrijder de ik-figuur de doorgang weigert, en de ik-figuur in hem Oeroeg herkend. Oeroeg is compleet veranderd. Deze verandering en het verwateren van de vriendschap tussen Oeroeg en de ik-figuur doen mij besluiten dat het hier gaat om een psychologische roman.



Gemotiveerd waardeoordeel

Ik vond Oeroeg een mooi boek om te lezen. Ik vind het knap van Hella Haasse dat zij in staat is geweest een boek te schrijven in 1948 dat nog steeds weet te boeien, en dat nog steeds veel gelezen wordt. Dat zegt denk ik wel iets over het boek. Het einde vind ik erg mooi aan dit boek. Het geeft een goed beeld dat de vriendschap compleet ten einde is gekomen, terwijl zij in het begin niet zonder elkaar kunnen. Het boek geeft dan ook een goed beeld hoe de situatie in die tijd was in Indië. Veel mensen hebben denk vriendschappen kapot zien lopen door de oorlog tussen Nederland en Indië. Vooral dat het boek zo'n goed beeld geeft van de situatie in die tijd vind ik het een mooi boek. Dit is het tweede boek(na Indische Duinen van A. van Dis)dat ik over Indië lees. Te samen geeft het boek een goed beeld van de situatie voor de onafhankelijkheidsstrijd en na de terugkeer in Nederland.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen