U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hella S. Haasse - Oeroeg.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1364 en is laatst upgedate op 03/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 833 woorden.

Titel

Oeroeg



Auteur

Hella S. Haasse



Thema

Het thema van deze boek is hoe moeilijk het is om als zoon van een Nederlandse administrateur in Indië vriendschap te sluiten met een inlander. Dit boek is in 1948 voor de eerste maal uitgebracht maar daar is niets van te merken als je het leest (behalve het verouderd taalgebruik) ’négligé’. Het is een verhaal van alle tijden omdat het nu - vroeger waarschijnlijk ook - zo is dat mensen van bepaalde culturen elkaar haten of niet kunnen uitstaan vanwege hun geloof, opvoeding, afkomst, meningen van vrienden en dergelijke meer. Ik voel me door deze probleemstelling aangesproken omdat het een probleem is dat nu nog altijd voor moeilijkheden zorgt en dat waarschijnlijk altijd zal blijven bestaan. Dit boek gaat over een Nederlandse jongen en zijn Indonesische vriend, Oeroeg. Tijdens hun jeugd komen ze goed overeen, maar dan verliezen ze elkaar uit het oog ‘Oeroeg was mijn vriend’. Ze komen elkaar nog één keer tegen, tijdens de burgeroorlog tussen de Indonesiërs en de Nederlanders. Eerst wil Oeroeg hem doorschieten, maar dan herkennen ze elkaar en laat Oeroeg hem gaan. ‘Hij keek mij aan, met een felle, en toch blinde blik, en beduidde mij, dat ik mijn handen moest heffen voor de dreiging van zijn revolver. “Oeroeg”, zei ik, halfluid. ... “Ga weg”, zei hij in het Soendannees, “ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets mee te maken”’



Spanning

Er is in dit boek zeer weinig spanning daar het gaat over de vriendschap tussen twee mensen. Er zijn echter toch een paar spannende passages bv.: ‘Zonder naspeurbare oorzaak vormden zich telkens kringen op de oppervlakte - het maanlicht blonk in de uitvloeiende rimpelingen. Bewoog daar iets in de diepte? Ik schreeuwde van angst, toen vlak naast het vlot iets wits opdook, wat meneer Bollinger bleek te zijn.’ en ‘Ik keek naar die zonderlinge, scherp afgetekende plekken, en eenmaal meende ik in de diepte een roodachtige reflex te zien, als van bijna zwart bloed. Een boomblad, dat neerdwarrelde, deed me opspringen, met bonzend hart.’ In deze spannende gedeelten wordt de spanning opgewekt door de beschrijving van de ruimte, meer bepaald de natuur (vallende bladeren, meer dat zwart lijkt, ...). De schrijver van dit boek maakt zowel gebruik van retarderingen (de lange, overdreven beschrijvingen van de ruimte; als ‘ik’ en Oeroeg tegen elkaar staan, duurt het drie bladzijden voordat Oeroeg hem laat gaan) als van vooruitwijzingen (op het einde van de tweede spannende passage: ‘Iets scheen me te willen verlokken tot omkijken, maar ik dwong mezelf er niet aan toe te geven.’ Dit gebeurde op dezelfde plaats waar hij later Oeroeg zou terugzien.). Het boek heeft niet echt een climax, waar de spanning op zijn toppunt is.



Ruimte

Het verhaal speelt zich vooral af in een positieve ruimte ‘De lucht was vol van het gezoem van insecten, woudduiven roekoeden in hun aan bamboestaken opgehesen kooien achter de bediendenkamers. Een hond blaft, kippen stoven kakelend weg over het erf, en bij de put klonk het plassen van water. De wind die van de bergen kwam, was koel, en voerde een vage rooklucht mee van de verderop gelegen dessa’s’ ‘De vederachtige en wollige boomkronen glansden lichtblauw in de maneschijn. Het meer leek op de glanzende bodem van een vaas, die de vorm van een afgeknotte kegel had. Waterplanten dreven op de oppervlakte, vooral langs de oevers. Het loof en de lianen van sommige bomen hingen neer tot in het water. Het duizendstemmige gonzen van insecten en de kreten van nachtdieren in het oerwoud schenen een onderdeel te zijn van de indrukwekkende stilte.’. Er is altijd overeenkomst tussen de ruimte en de gebeurtenissen vb.: Oeroeg en ‘ik’ doen iets fijn (zwemmen) en dan wordt de natuur ook positief beschreven (bloemen in alle kleuren, ‘daalden af in het frisse , glasheldere water’, ...); hij moet op internaat in een school, iets dat hij niet fijn vindt en hij beschrijft de kamers alsof het gevangeniscellen zijn; hij is bedroeft en beschrijft alles zeer dysfemistisch; ...



Perspectief

Deze boek is geschreven in de ik vorm ‘ik..., mijn..., de mijne..., ...’. De verteller is één van de personages nl. de ik persoon, waarvan de naam niet vernoemd wordt (waarschijnlijk is dit de schrijfster). Dit heeft als effect dat je je als lezer kan inleven in de situatie van het hoofdpersonage en dat maakt het boek spannender.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen