U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hella S. Haasse - De Wegen Der Verbeelding.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1361 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1176 woorden.

Titel

De wegen der verbeelding



Schrijver

Hella S. Haasse



Uitgever

Penta Pocket, Amsterdam, 1997



Motto

Ce qui nous plait le mieux dans toute la nature, ce n’est pas ce qu’on voit, c’est ce qu’on se figure (L’imagination IV, Jacques Delille) - ‘Wat ons het meest behaagt in de hele natuur is niet wat men ziet, maar wat men zich verbeeldt’.



Samenvatting

Klaas en Maja hadden elkaar leren kennen op hun werk bij een provinciaal dagblad, waar Klaas medewerker was bij de kunstredactie en Maja verslaggeefster. Ze gingen samenwonen in een arbeiderhuisje buiten de stad en Klaas kreeg een nieuwe baan bij het tijdschrift Enigma. Toen Maja zwanger werd trouwden ze en hield Maja op met werken om zich helemaal op het huishouden te kunnen richten. Ze kregen twee zoontjes, Rutger en Koos. Tijdens zijn werk ontdekte Klaas een gedicht ‘Morgenlied voor Eva’ uit een tijdschrift uit de jaren ’20. De dichter, B. Mork, was hem totaal onbekend. Nadat hij een oproep in Enigma had geplaatst kreeg hij nog zeven andere ‘Morgenliederen voor Eva’ in handen. Via de uitgever van de gedichten en via de burgerlijke stand kwam hij erachter waar B. Mork gewoond had, namelijk op de Koninginneweg in Amsterdam. Het bleek echter dat de schrijver gestorven was en dat alleen zijn huishoudster nog op het adres woonde. Verder had hij geen nabestaanden. De vrouw, mevr. Jardinet, wilde Klaas eerst niet ontvangen, maar liet hem uiteindelijk toch binnen. Ze gaf hem een drie bundels gedichten: ‘Morgenliederen voor Eva’, ‘Beginselen van ordening’ en ‘Brieven aan Baucis’ en zei hem dat hij zich verder niet meer moest laten zien. Klaas was er nu zeker van dat hij een zeer groot dichter had ontdekt en wilde B. Mork onsterfelijk maken. Klaas wilde een essay over B. Mork schrijven en samen met zijn gedichten publiceren. Hij moest daarvoor alles over B. Mork weten, maar mevr. Jardinet wilde hem niets vertellen. Maar Klaas gaf niet op. Hij had een foto meegenomen uit het huis aan de Koninginneweg waarop mevrouw Jardinet stond naast een man in een rolstoel en waar onder geschreven stond: ‘Met Tuintje in Menton’ en in een ander handschrift: ‘Mon Phil herstellende?’. Klaas was er zeker van dat de man in de rolstoel B. Mork was en de vrouw naast hem mevr. Jardinet. Via een ex-bediende van B. Mork kwam Klaas erachter dat de man in de rolstoel Philip Jardinet was, de echtgenoot van ‘Tuintje’. Hij was gymnastiekleraar geweest en had een ongeluk gehad met de ringen waardoor hij in een rolstoel moest.

Toen Klaas probeerde mevr. Jardinet weer te spreken te krijgen ontmoette hij haar dochter, Eva Mork. Later vertelde Eva hem dat Bernard Mork haar vader niet was, maar dat die onbekend was zodat ze de naam van haar moeder had gekregen. Bernard was voor Eva als een vader geweest en ze kon zich er niets van herinneren dat hij ooit gedichten geschreven had. Klaas had niets gezegd tegen Maja over zijn onderzoek naar de dichter B. Mork. Klaas en Maja waren steeds meer langs elkaar heen gaan leven, maar door de ‘Morgenliederen voor Eva’ laaide Klaas’ hartstocht voor Maja weer op. Maar Maja had toch het idee dat het niet echt om haar ging, maar dat Klaas ergens anders aan dacht tijdens het vrijen. Maja werd opnieuw zwanger en kreeg een dochtertje, Nijn. Het ging nu slechter met Enigma. Het blad was gekocht door een zakenman, Richard Pluym, die het wilde populariseren. Klaas’ mederedacteuren namen ontslag, maar Klaas bleef, ondanks dat Maja het daar niet mee eens was. Hij had immers een vast inkomen nodig om zijn gezin te kunnen onderhouden en zijn onderzoek naar B. Mork voort te zetten. In het begin leek de nieuwe Enigma mee te vallen, totdat Richard Pluym wilde dat Klaas een Whodunit ging schrijven, waarbij de lezers zelf de oplossing moeten bedenken.



Klaas kreeg van Pluym een villa in Menton (Zuid-Frankrijk) tot zijn beschikking. Klaas, Maja en de kinderen gingen op weg in een geleende Mini, maar kregen echter een ongelukje waardoor de koplampen kapot waren. Maja en de kinderen konden meerijden met een vrachtwagenchauffeur, Joop, en Klaas bleef achter met de Mini om te proberen deze te laten maken. Tijdens de rit vertelde Joop allemaal vreemde verhalen die hij meegemaakt had, die Maja later ging opschrijven. De villa was eigendom van mevrouw Zavadowsky, een Russische vrouw die veel reisde. De villa werd beheerd door Achille Secondi en zijn invalide vrouw. De villa werd dit jaar voor het eerst verhuurd, wat op zichzelf al vreemd was omdat mevrouw Zavadowsky schatrijk was. Het hele huis stond vol met dure antieke spullen, en Maja kwam er later achter dat Secondi af en toe wat van deze spullen verkocht. Secondi hield de familie Welling voortdurend in de gaten. De kinderen mochten niet in de buurt komen van een soort oud vervallen huisje ergens achter in de tuin, en toen ze daar toch een keer kwamen joeg Secondi ze weg met een geweer. Na enkele dagen kwam ook Klaas aan bij de villa. Door een artikel over Lévi Strauss denkt Klaas dat hij nu de gedichten van B. Mork begrijpt. Hij verscheurt de Whodunit en verteld Maja over zijn ontdekking van de gedichten. Maja was opgelucht dat Klaas’ afwezigheid niet aan een andere vrouw te danken was. Op een middag kreeg mevrouw Secondi een aanval en werd per ambulance naar het zieken-huis gebracht. Toen Maja in een la naar het telefoonnummer van de huisdokter van de familie Secondi zocht, vond ze het paspoort van de ‘Tsarina’, die dus onmogelijk op reis kon zijn. Maja en Klaas besloten terug te gaan naar Nederland. Onderweg overnachtten ze in ‘Hotel des Parques’ (hotel De Schikgodinnen), waar Maja een van Joops verhalen herkende. Bij een bezoek aan een museum in Parijs zagen ze een uitgedroogde mummie liggen, riep Nijn: ‘Poes, bij fouw’. Nu werd hun alles duidelijk. Mevrouw Zavadowsky was dood. Nijn had haar uitgedroogde lijk gezien toen ze de poes ging zoeken in het vervallen huisje waar ze niet mochten komen. Secondi had het niet bekend gemaakt, omdat hij bang was dat ze dan het huis uit zouden moeten. Om aan geld te komen werd de villa verhuurd en verkochten ze kostbare spullen uit het huis. Bij de redactie van Enigma lag een brief aan Klaas van Eva Mork, waarin stond dat mevrouw Jardinet was gestorven. Er was een brief bijgesloten, die ze vlak voor haar dood had geschreven en die onmisbare informatie bevatte over B. Mork. Jardinet schreef dat zij B. Mork was. De vader van Eva was een Joodse vriend die bij hen ondergedoken had gezeten. Klaas kon het niet geloven. Alles wat hij dacht te weten bleek onwaar te zijn. Maja ging Joop opzoeken, die een ongeluk had gehad en waarschijnlijk nooit meer op de vrachtwagen zou kunnen rijden. Ze liet hem zijn verhalen zien, die ze had opgeschreven bij hun verblijf in de villa in Menton. Pluym was niet kwaad op Klaas dat hij geen Whodunit had geschreven. Hij had alweer iets nieuws bedacht: korte, vreemde verhalen. Maja gaf Klaas toen de "Verhalen van een vrachtrijder’.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen