U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hella S. Haasse - Heren Van De Thee.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1354 en is laatst upgedate op 02/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1930 woorden.

Titelbeschrijving

De Heren van de thee, Hella S. Haasse

Amsterdam 1992, uitgeverij Querido.



Titelverklaring

De Heren van de thee slaat op Rudolf en z'n collega's, die allen theeplantages bezitten, en dus "Heren van de thee" zijn.



Korte inhoud

In het begin van het boek zit Rudolf nog in Nederland, maar gaat al snel naar Indië, om daar een theeplantage te runnen. Daar maakt hij vooral emotioneel veel mee. Uiteindelijk sterft hij er ook.



Gegevens auteur

Op 2 februari 1918 wordt Hella (Hélène) S. (Serafia) Haasse in Batavia geboren. Zij is dochter van de concertpianiste Katharina Diehm Winzenhöhler en Willem Hendrik Haasse, die in Nederlandsch-Indië de belastingontduiking bestreed. In 1920 vertrekt het gezin Haasse voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Op 4 oktober 1921 wordt Willem Hendrik Johannes geboren.

In 1922 keert de familie terug naar Indië, naar Soerabaja. Hier gaat Hella S. Haasse naar de kleuterschool en als zij zes jaar is naar een katholieke lagere school waar zij les krijgt van de nonnen. In 1924 wordt haar moeder ziek en moet opgenomen worden in een sanatorium in Davos. Zij neemt de kinderen mee naar Europa. Hella woont bij haar moeders moeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 is de moeder hersteld van haar ziekte en zij steken weer over naar Nederlandsch-Indië. Na een jaar Bandoeng en een kort verblijf in Buitenzorg, verhuist het gezin naar Batavia, waar Hella naar het lyceum gaat. Daar wordt haar liefde voor de Nederlandse literatuur gestimuleerd. Het zijn vooral de Nederlandse dichters die tot de verbeelding spraken: Slauerhoff, Roland Holst. Na het eindexamen in 1938 vertrekt ze naar Nederland om aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam Scandinavische Talen en Letteren te gaan studeren. De bedoeling is dat het gezin in 1940 in Nederland herenigd zal worden, maar door het uitbreken van de oorlog verloopt alles anders. De ouders worden tijdens de Japanse bezetting van Nederlandsch-Indië geïnterneerd en pas in 1946 zien zij in Nederland hun dochter, inmiddels getrouwd, terug.

In 1941 beëindigt zij haar studie Scandinavische Talen en Letteren en doet toelatingsexamen voor de Toneelschool in Amsterdam. In 1943 doet ze eindexamen aan de Toneelschool en speelt in een aantal voorstellingen. Na haar huwelijk met mr. Jan van Lelyveld in 1944 beëindigt Hella S. Haasse haar professionele toneelactiviteiten. Wel blijft ze teksten schrijven voor het zomercabaret van het Centraal Toneel-gezelschap. Ze schrijft ook voor Wim Sonnevelds cabaret en na de oorlog voor dat van Cor Ruys. Op 11 november 1944 wordt het eerste kind van Jan van Lelyveld en Hella Haasse geboren. Het meisje, Chrisje, zal in april 1947 overlijden.

Oeroeg verschijnt anoniem ter gelegenheid van de Boekenweek van 1948. Lezers mogen raden wie de auteur is. In het najaar van 1993 wordt de verfilming van Oeroeg uitgebracht, onder regie van Hans Hylkema. Na de verschijning van Oeroeg volgt een lange lijst literaire produkties.

Op 15 december 1947 wordt Ellen Justine geboren, op 8 maart 1951 wordt dochter Marina geboren. In augustus 1981 verhuist Haasse met haar man naar het Franse plaatsje Saint-Witz, vlak bij Parijs. In december ontvangt ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. Op 26 juni wordt op het Muiderslot aan Hella Haasse de P.C. Hooftprijs (proza) 1983 uitgereikt. toegekend voor haar gehele oeuvre. Op 25 maart 1988 wordt ze aan de Rijksuniversiteit Utrecht gehuldigd met een Eredocotoraat in de Letteren. Ze werkt mee aan Beatrix, Koningin, een groot televisieportret voor de NOS, dat op 29 april wordt uitgezonden. In augustus 1990 keren Haasse en haar echtgenoot terug naar Nederland. In mei 1991 wordt haar het erelidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde toegekend. In april 1992 ontvangt zij uit handen van koningin Beatrix de Eremedaille in Goud voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje. In maart 1994 verschijnt het Boekenweekgeschenk Transit.



Personages

In het verhaal spelen een flink aantal personen, maar over de meeste lees je niet veel bijzonders, behalve dan over hun gedragingen tegenover anderen. Eigenlijk is Rudolf de belangrijkste. Rudolf is een aardige en rustige man. Hij geeft duidelijk om de mensen die voor hem werken en houdt een kritische kijk op z'n collega's. Als hij met zijn vrouw Jenny trouwt, houdt hij erg veel van haar, en zijn verdriet is dan ook groot als zij sterft. Hij doet zijn best om zijn leefomgeving zeker voor hemzelf zo prettig mogelijk te maken.



Verhaal-begin

Het verhaal begint in Nederland, als Rudolf zich aan het klaarmaken is voor zijn reis naar Indië.



Tijd

Het tijdsverloop is niet chronologisch, want er worden wel sprongen gemaakt. Rudolf begint het boek als jonge man en eindigt als oude man, aan het eind van zijn leven. Er wordt vooral een sprong gemaakt naar het moment dat hij oud is. De tijd is wel continu. Er wordt wel over een bepaalde tijd geschreven, nl. eind 18e eeuw.



Verhaal-einde

Het boek eindigt als Rudolf oud is geworden, en hij een plek kiest om te sterven en begraven te worden.



Opbouw/climax

Rudolf begint als jonge man en leeft verder tot hij oud is en binnenkort zal sterven. Dat is dan ook de climax. Er gebeurd niet zo heel veel, en de opbouw is dan ook te beschrijven als een vrij rechte lijn.



Vertelsituatie

De vertelsituatie is personeel, meestal "hang" je rond Rudolf en lees je zijn gedachten en acties.



Thema

Het thema is volgens mij de emotionele ontwikkeling die Rudolf op Java doormaakt.



Motieven

De motieven zijn zijn huwelijk met Jenny, het verdriet als zij sterft, en zijn zorg voor z'n werkvolk.



Ruimte

In het begin speelt het verhaal in Nederland, maar de rest van het boek speelt op Java, een van de Indonesische eilanden. Dat vormt veruit het grootste deel.



Eigen mening

Gebeurtenissen

Wat actie betreft gebeurt er niet zo veel, maar vooral op het gebied van Rudolfs emotionele ontwikkelingen wel. Ik vind de emotionele ontwikkelingen van Rudolf best wel duidelijk, en ook interessant om te lezen. Verder gebeurd er niet zo heel veel, maar dat maakt mij eigenlijk niet zo veel uit.



Personen

Over Rudolf kom je best wel wat te weten, maar over de andere personen wat minder, behalve misschien over Jenny. Een deel van het verhaal beslaat haar dagboek, waarin je de gedachtes en emoties van Jenny voorgeschotelt krijgt. Dit deel is echter vrij beperkt. Over de andere personen krijg je alleen die informatie die Rudolf geeft, d.w.z, zoals hij ze ervaart.



Onderwerp/thema

Ik vind het onderwerp en thema best interessant, het is leuk om te lezen hoe iemand zich door alle problemen heenhelpt, terwijl hij een plantage runt en verder leeft. Dit alles wordt best duidelijk weergegeven, en dat maakt het een interessant boek.



Taalgebruik

Het taalgebruik vind ik mooi, en niet echt moeilijk. Veel moeilijke woorden komen er niet in voor.



Persoonlijke reactie





Waar gaat het verhaal over?

Het verhaal draait om Rudolf Eduard Kerkhoven, in het begin nog een student. Hij reist naar Java, Indonesië, om daar een theeplantage te beginnen. Het verhaal is waar gebeurd, en gebaseerd op brieven van de families.



Dit boek heb ik gekozen op aanraden van een van m'n vrienden, die het al gelezen had.



De personen

In het verhaal spelen een flink aantal personen, maar over de meesten lees je niet veel bijzonders, behalve dan over hun gedragingen tegenover anderen. Eigenlijk is Rudolf de belangrijkste. Ik vind Rudolf best een aardige man, hij komt in ieder geval over als een vrij sympathiek persoon, die veel wil bereiken. Ik had het idee dat hij wel om z'n werknemers gaf, in tegenstelling tot zijn collega's, die soms over de werkers sprak alsof het een stel robots waren. Ik vind dat hij het op z'n plantages ten opzichte van z'n werknemers goed aanpakte, ik zou het ook zo gedaan te hebben; het in ieder geval proberen. Ik vond hem alleen een beetje blind in zijn liefde voor Jenny, zijn vrouw, hij had niet door dat ze eigenlijk helemaal niet zo gelukkig was als hij dacht dat zij was, maar dat ligt denk ik ook wel wat aan Jenny zelf.



De tijd

Het verhaal speelt rond eind 1800, toen veel mensen naar Java en de andere Indonesische eilanden reisden, om daar een plantage te beginnen, of ander werk te zoeken. Het verhaal eindigt een na 1900, als net de eerste auto's over het eiland beginnen te rijden. Er heersen hier en daar oorlogen tussen de lokale stamhoofden, maar daar lees je verder niet zoveel over.



Ik denk dat die tijd wel belangrijk is voor het verhaal, om dat in die tijd veel theeplantages begonnen werden en ook veel kolonisten per schip Indonesië binnen stroomden. Verder weet ik eigenlijk niet zo veel over die tijd, omdat ik me er niet zo in interesseerde.



De plaats

Het verhaal speelt in het begin van het boek in Nederland, maar de rest, wat het grootste deel vormt, speelt zich af op Java, een van de Indonesische eilanden.



Java vormt door haar klimaat, inwoners en gewoonten een belangrijk deel van het verhaal. Rudolf moet Soedaans leren om met de mensen te kunnen praten. Hij spreekt ook Maleisisch met de Chinese opzichters. Dat lukt hem volgens mij wel redelijk, hoewel hij het soms best nog wel moeilijk heeft als hij snel "bevelen" moet geven. Hij is wordt dan ook best wel eens uitgelachen, omdat hij de mensen verkeerd aanspreekt/noemt, wat denk ik wel terecht is, dan moet hij maar intensiever de taal leren. Hij moet soms om zijn gedrag denken om geen verkeerd beeld bij zijn werklui en de andere autochtonen op het eiland te wekken. De omgeving bestaat vooral uit oerwoud, waar veel panters en andere wilde dieren huizen, waar hij en anderen wel eens op jagen.



Het vertelstandpunt

Het verhaal wordt verteld volgens de personele vertelsituatie, meestal "hang" je rond Rudolf, je leest zijn gedachtes en gevoelens. Een klein deel van het boek is ook gewijd aan een dagboek van Jenny.



Deze manier van vertellen vind ik best wel aangenaam, omdat de hele tijd "ik, ik, ik" ook wel eens kan gaan vervelen. Je leert de meeste personen wel redelijk kennen, en Rudolf natuurlijk het best. Verder krijg je op de meeste dingen een duidelijke kijk, wat natuurlijk positief is voor het verhaal. Alleen vind ik dat hier en daar wel een betere beschrijving van de omgeving gegeven had mogen worden, want dat maakt het nog makkelijker om je in het verhaal in te leven, om er als onzichtbare geest toeschouwer te "spelen".



Wat wil het verhaal de lezer zeggen?

Ik heb niet het idee dat er een specifiek moraal of ander boodschap achter dit verhaal zit, ik denk veel eerder dat het verhaal gewoon bedoeld is om de lezer wat meer inzicht te geven in de situatie op Java.



Het verhaal geeft best wel een duidelijke visie op het gebeuren op Java, en op het reilen en zeilen van zo'n theeplantage. Het is natuurlijk veel beleefd in de buurt van Rudolf, maar dat maakt denk ik niet zoveel uit. Verder heeft ook het gedeelte van het boek waarin geciteerd wordt uit het dagboek van Jenny wel een goede functie, het verschaft veel meer duidelijkheid over het verhaal.



Zou je nog eens een verhaal lezen

Ik denk best dat ik nog wel eens een verhaal van Hella Haasse zal lezen. Of het dan weer over dezelfde periode, plaats of mensen zal gaan weet ik niet. Maar als een boek weer over dezelfde periode zou gaan, lees ik het waarschijnlijk wel uit. Ik vond het nl. best een interessant boek om te lezen, maar echt op boekenjacht gaan naar een boek met hetzelfde onderwerp, nee…
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen