U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Terlouw - Oosterschelde Windkracht 10.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=206 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3551 woorden.

Bibliografie
Eerste druk: 1976; ik heb de eenendertigste druk uit 1996 gelezen

Genre: Het is een novelle, want het is niet echt dik, en er zijn ook niet zo heel veel hoofdpersonen, en weinig hoogtepunten. En verder: historisch-, liefdes- en informatief verhaal.


Samenvatting
SAMENVATTING VAN DE INHOUD·

Deel 1 Vloed
Het gezin Strijen is een doodnormaal gezin in het streng christelijke Zeeland van 1952. Anne, de oudste dochter van vader en moeder, is een eigenwijs en opstandig meisje, ze ligt dan ook vaak overhoop met haar vader. Dan gaat ze varen met har jol op de Grevelingen.

Vandaag is zo'n dag. Maar als Anne midden pp de Grevelingen is, ziet een soort kistje in het water. Als ze het wil pakken, slaat ze om, vanwege de harde wind. Ze gaat nar de wal en kleed zich uit, om haar kleren te laten drogen. Op dat moment komt agent Giel Nolen langs. Hij maakt een nepproces-verbaal op over de naaktloperij, om indruk te maken. Als Anne's kleren droog zijn, kleedt ze zich weer aan, en gaat naar huis, waar het gezin en haar vriend Henk wachten. Pas de volgende dag herinnert ze zich het kistje, en Henk - die erg technisch is; hij studeert voor civiel ingenieur - krijgt het slot open. Het kistje bevat allerlei geschriften van ene B. G. Brooshoofd, die een deskundige op het gebied van dijken, dammen en overstromingen blijkt te zijn. Volgens hem breken de dijken bij een storm uit noord-noordwestelijke richting, en loopt Nederland onder water. Ook beschuldigt hij een dijkgraaf ervan geld, bestemd voor versterking van dijken, in eigen zak te steken. Anne en Henk gaan eens op zoek naar deze Brooshoofd. In Zierikzee vinden ze zijn woning, maar die is leeg. Het schijnt dat Brooshoofd nogal vaak voor onbepaalde tijd afwezig is, en niemand weet dan waar hij is.

In de zomer merkt Anne dat ze zwanger is. Vader Strijen is woedend over deze schande, en zorgt ervoor dat Henk en Anne voor de kerkraad moeten verschijnen. Ze beloven dat ze er zondig over zullen zijn. De huwelijksdatum van Anne en Henk wordt vastgesteld op 15 september. Ze trouwen, en zijn gelukkig.

Maar in november gebeurt er iets naars: het lijk van Brooshoofd wordt in een sloot gevonden, gewikkeld in zeildoek met stenen om het te verzwaren, en er wordt ook een mes gevonden in de sloot. Rechercheur Stafmaat ui Rotterdam wordt op de zaak gezet, maar besluit deze opzij te schuiven wegens gebrek aan bewijzen. Giel Nolen ziet dit als zijn kans: hij zal de moord oplossen! Als hij van de buurvrouw van Brooshoofd te horen krijgt dat er een tijdje terug een meisje, kloppend met de beschrijving van het meisje dat hij betrapte op naaktloperij, en een jongen naar Brooshoofd gevraagd hebben, krijgt hij een ingeving. Het zou best eens kunnen dat Brooshoofd, die al eerder heeft gezeten voor ontucht, het meisje wilde helpen los te komen van de wal, maar haar verkrachtte, en dat ze hem vermoordde en haar oude zeildoek wikkelde… Anne blijkt nog zwanger te zijn ook! Dit legt hij voor aan Stafmaat, en die vindt het geloofwaardig klinken. Maar na twee dagen moeten ze stoppen met het verhoren van Anne wegens gebrek aan bewijs. Ondertussen heeft Nolen de roddel in Battenoord verspreid, dat Anne Brooshoofd vermoord zou hebben. Er volgt een vervelende tijd voor het gezin Strijen. Vader Strijen kan de roddel niet verdragen als ouderling van de kerk, en treedt af als ouderling.

Er verlopen vele maanden. Elke week komt Henk vanuit Delft naar Battenoord om de familie op te zoeken. Maar op 31 januari 1953 hoort Henk op de radio dat er zware noordnoordwesten storm wordt verwacht. Brooshoofd! Als hij gelijk zou hebben, zal Zeeland overstromen! Henk gaat met Piet, Anne broertje van veertien, een kijkje nemen in de haven. Ze zien dat de situatie kritiek is. Na enige tijd krijgen Henk en Piet de opdracht iedereen te waarschuwen en evacueren. De familie Strijen gaat naar de zolder. Na een half uurtje breken de dijken door, en de polder loopt vol. Als eerste wordt een groot deel van de boerderij van Strijen weggespoeld, en opoe wordt meegesleurd is haar bedje. Ook Piet verdrinkt, terwijl hij op de dijk een baby in veiligheid probeert te brengen. Henk weet zich op het dak van en schuur te verschansen. Hennie, het zusje van Anne, is bij en vriendinnetje logeren. Ze kan zichzelf in veiligheid brengen, maar vele anderen komen om die nacht. Henk's schuurtje begeeft het, en Henk wordt meegevoerd op het dak door het water. Na twee dagen begint het water te zakken, en is de hulp op gang gekomen. Henk wordt gered. Anne krijgt weeën, dus het kind komt eraan. Ondertussen krijgt Henk te horen dat Anne geen verdachte meer is in de zaak Brooshoofd: ene Everhart Kempen, een dijkgraaf, heeft bekend Brooshoofd te hebben vermoord, nadat die vertelde wat hij wist over zijn corruptie. Als Henk terugkomt van zijn wandeling, krijgt Henk te horen dat hij en Anne een zoon hebben.

Deel 2 Eb
Anne en Henk hebben twee zoons: Piet van twintig en Valeer van zeventien. Valeer zit bij actiegroep NogTIJd, die tegen afsluiting zijn van de Oosterschelde met een grote dam. Anders gat er een groot deel van de natuur verloren, en is er geen getijdenverschil meer. Dat is een ramp voor de mosselvissers. NogTIJd wil dijkverhoging, om zo veiligheid te bieden aan de Zeelanders. Ze vergaderen eens per maand in café Dijkzicht. Een lastige tegenstander is de heer Lievenbach, een ingenieur die veel te zeggen heeft bij Rijkswaterstaat, en die fel voor afsluiting van de Oosterschelde is. Er wordt een plan gemaakt om hem 'uit de weg te ruimen'.

Op een zekere dag ontploft er een bom in een gebouwtje van Rijkswaterstaat. NogTIJd is de enige verdachte: iedereen weet dat zij hopeloos overhoop liggen met Rijkswaterstaat, vanwege hun meningsverschil over de Oosterschelde. Valeer denkt echter dat Lievenbach er zelf achter zit, om NogTIJd te dwarsbomen.

Ook binnen de familie Boesschoten zijn de meningen verdeeld: Piet en Valeer zijn voor een open Oosterschelde, terwijl opa Strijen en Henk (wekt bij Rijkswaterstaat) voor een gesloten Oosterschelde zijn. Dat geeft spanningen. Besloten wordt om de neutrale Anne te laten beslissen wie er gelijk heeft. Eerst mag Henk zijn argumenten vertellen waarom de Oosterschelde dicht moet. Hij roept getuigen op van de watersnoodramp, en verteld over hun verdronken oom Piet. Twee weken later vertellen Valeer en Piet waarom volgens hun de Oosterschelde open moet blijven: anders gaat het milieu eraan. Anne heeft nog niet tot een oordeel kunnen komen: ze wacht op de uitspraak van de Commissie Klaasesz, die belast is met onderzoek naar de mogelijkheden over de Oosterschelde.

Het plan van NogTIJd wordt uitgevoerd. Lievenbach wordt uitgenodigd voor een interview, om zogenaamd te vertellen voor de TV waarom de Oosterschelde dicht moet. Maar de 'regisseur' en de 'cameraman' en de 'assistente' zijn de leden van NogTIJd. Dit weet Lievenbach niet. Een tijdje later krijgt hij te horen wanneer de uitzending is. Maar het interview ziet er op TV heel anders uit! NogTIJd heeft de video zo bewerkt en vervormd, dat half Nederland tot zijn verbazing hoort dat Lievenbach voor een open Oosterschelde is! Jos, de voorzitter van de actiegroep, gaat na de uitzending naar de verbaasde Lievenbach, en verteld hem dat hij nog zo'n band zal latyen zien, als Lievenbach niet openlijk bekendmaakt dat hij van mening is veranderd wat betreft de Oosterschelde'. Lievenbach doet dat, en vraagt overplaatsing aan bij Rijkswaterstaat. NogTIJd heeft deze slag gewonnen.

In 1974 doet de Commissie Klaasesz uitspraak: ze vinden het de beste oplossing dat de Oosterschelde wordt afgesloten door middel van een stormstuwcaissondam, een blokkendam met daar tussen schotten die men bij hoog water en storm kan laten zakken, wardoor de Oosterschelde afgesloten is. Zo is er dus nog wel getijdenverschil, en blijft de natuur gespaard. Uit onderzoek blijkt dat dit ook technisch mogelijk is. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat legt het plan voor aan de Tweede kamer. Het plan wordt aangenomen met 75 tegen 67 stemmen - de stormstuwcaissondam heeft het gered!



OPBOUW

Deel 1 begint zowel ab ovo als in medias res: er is sprake van een korte inleiding, die bestaat uit een handeling van Henk. Er zijn vele problemen waar Anne en Henk voor komen te staan, zoals Anne's zwangerschap, de zaak Brooshoofd. Het hoofdprobleem is echter de overstroming in 1953, en de directe gevolgen. Dit is dan ook de belangrijkste gebeurtenis en het hoogtepunt in deel 1; alles draait hierom in het hele verhaal. Anne lost dit op door te schuilen op zolder van de boerderij van Strijen, en hard te zijn na Piet en opoe's dood. Deel 1 eindigt met de geboorte van Piet, en de redding van Henk uit het koude water.

Deel 2 begint in medias res: Valeer loopt op de dijk, er is geen voorgeschiedenis. Het probleem waar Anne voor komt te staan is een zijde kiezen wat betreft het wel of niet afsluiten van de Oosterschelde, een zijde te kiezen aan de kant van Henk of Valeer en Piet. Ze lost dit op door de Commissie Klaasesz te laten beslissen over het wel of niet afsluiten. De belangrijkste gebeurtenis in het verhaal is het besluit van de regering om in de Oosterschelde een stormstuwcaissondam te laten aanleggen. Het hoogtepunt ligt ook hier: er wordt een oplossing gegeven over de vraag of de Oosterschelde wel of niet wordt afgesloten, en daar gaat deel 2 over. Het boek eindigt ook met deze beslissing van de regering, het is een gesloten eind.



VERTELSITUATIE

Het verhaal is geschreven in de personale verteltrant; we beleven het door de ogen van de schrijver.



TIJD

Wanneer speelt het verhaal zich af?

- deel 1 in 1952 en januari en februari van 1953.
- deel 2 in 1973 en 1974

Tegenwoordige of verleden tijd?

Het verhaal is in de verleden tijd geschreven, waardoor het lijkt alsof het allemaal echt gebeurd is, en iemand het achteraf vertelt (een deel ervan is ook echt gebeurd).

Chronologisch of niet-chronologisch?

Het verhaal is niet-chronologisch; het bevat flashbacks, zowel in het verleden als in de toekomst. Het doel hiervan is om de lezer weer bij te brengen hoe het ook alweer was, dus om duidelijkheid te scheppen, en om spanning op te wekken bij de lezer.

Continu of niet-continu?

Er zijn vele sprongen in de tijd, bijvoorbeeld tussen deel 1 en deel 2, dus het verhaal in niet-continu.

Hoe lang is de vertelde tijd?

De vertelde tijd in deel 1 is ongeveer acht maanden en een week. De vertelde tijd in deel 2 is ongeveer een jaar en vier maanden.



RUIMTE

Het verhaal speelt zich in deel 1 af in en rondom Battenoord, de woonplaats van de familie Strijen, op Goeree-Overflakkee, in Zeeland. In huis van de familie Strijen en op straat. Ook op de Grevelingen, en in het hoofdbureau van politie in Rotterdam. Deel 2 speelt zich af in Zierikzee. In het huis van de familie Boesschoten, en op straat. Ook in Yrseke en op de Oosterschelde.

De meeste ruimtes spelen geen bijzondere of belangrijke rol; ze roepen geen bepaalde emoties op bij de personages, waardoor ze op een bepaalde manier handelen. Wel is de Oosterschelde in deel 2 belangrijk: moet die wel of niet dicht, daar draait deel 2 om.



PERSONAGES

Hoofdpersonages uit 'Vloed'

- Anne Strijen: twintig jaar, vriendin en later vrouw van
Henk, zus van Piet, Hennie, dochter van vader en moeder Strijen. Slank figuur, een meter zestig, zacht bruin haar, apart gezicht, brede mond, donkere bruine ogen die stralen als edelstenen. Eigenwijs meisje, dat zich niets aantrekt van andere mensen en daardoor vaak ruzie heeft met haar vader, en dan gaat de varen op deGrevelingen. Een karakter; ze verandert in de loop van het verhaal

Bijpersonages uit 'Vloed'

- Henk: vriend en later man van Anne, studeert in Delft en komt in het weekend naar Battenoord, denkt overal goed over na, is technisch en behulpzaam. Krijgt samen met Anne een zoon. Type: wordt niet uitvoerig beschreven
- vader Strijen: heeft vaak ruzie met zijn koppige dochter, is erg christelijk (en daarom in het begin van het boek ouderling). Vader van Anne, Piet, Hennie, vrouw van moeder Strijen, schoonzoon van zijn schoonmoeder/opoe. Heeft met zijn vrouw en boerderij. Type; komt weinig aan bod.
- moeder Strijen: stil en rustig, verstandig persoon, bemoeit zich met haar eigen zaken, heeft veel zorg aan haar moeder/opoe en haar drie kinderen Anne, Piet en Hennie. Heeft samen met haar man een boerderij. Type; komt weinig aan bod.
- Hennie Strijen: zusje van Anne en Piet, dochter van vader en moeder Strijen, zestien jaar. Type; wordt amper beschreven.
- Piet Strijen: broertje van Anne en Hennie, zoon van vader en moeder Strijen, veertien jaar, verdrinkt tijdens watersnoodramp. Type; wordt niet uitvoerig beschreven, komt weinig aan bod.
- opoe: moeder van moeder Strijen, stil en op de achtergrond, verdrinkt tijdens watersnoodramp. Type; komt zeer weinig aan bod.

Hoofdpersonages uit 'Eb'

- Anne Boesschoten-Strijen: vrouw van Henk, moeder van Valeer en Piet. Zelfde Anne uit deel 1, maar dan twintig jaar ouder. Een meter zeventig, verder uiterlijk hetzelfde als in deel 1. Denkt meer na over de dingen dan in deel 1. Zus van Hennie en overleden Piet, dochter van vader en de zes jaar gelden overleden moeder Strijen. Werkt s' ochtends bij een boekbinderij en 's middags in het huishouden. Houdt nog steeds van de Oosterschelde. Karakter; ondergaat verandering.
- Valeer Boesschoten: zoon van Anne en Henk, broertje van Piet, zeventien jaar. Zit bij actiegroep NogTIJd, die voor een open Oosterschelde is.. Werkt bij een mosselvisser in Zierikzee, Van Lier. Denkt over de dingen na. Houdt veel van Anne en gaat veel met haar om. Is een kei in het sussen van ruzies. Type; ondergaat geen karakterverandering in het verhaal.

Bijpersonen in 'Eb'

- Piet Boesschoten: zoon van Anne en Henk, broer van Valeer, twintig jaar. Is ook voor een open Oosterschelde. Studeert in Delft voor ingenieur. Type; ondergaat geen karakterverandering.
- Henk Boesschoten: man van Anne, vader van Valeer en Piet, zelfde als in deel 1, maar dan twintig jaar ouder. Werkt als ingenieur bij Rijkswaterstaat en is met de Oosterschelde bezig, dus voor afsluiting van de Oosterschelde, wat thuis nog wel eens spanningen geeft. Type; wordt niet uitvoerig beschreven.
- vader Strijen: vader van Anne, schoonvader van Henk, zijn vrouw is zes jaar gelden overleden. Heeft vijf kleinkinderen, waaronder Valeer en Piet. Is voor afsluiting van de Oosterschelde. Type; komt zeer weinig aan bod.



THEMATIEK

Het thema van deel 1:

de watersnoodramp in 1953 en alle directe gevolgen.

De motieven van deel 1:

- liefde: de liefde tussen Henk en Anne, en tussen Anne en het water, en tussen Strijen en Anne komt telkens weer terug.
- angst: angst voor het water zie je duidelijk terug tijdens de overstroming, dit ondersteunt het thema sterk.
- bezorgdheid: Strijen is bezorgd over Anne en haar koppige gedrag, Henk is bezorgd over Anne is de zaak Brooshoofd, en heel Zeeland is bezorgd over familie tijdens de watersnoodramp. Dit aspect keert dus telkens terug.
- meningsverschil tussen Strijen en Anne over het gedrag van Anne; Strijen vindt haar te vrij en te brutaal, Anne gelooft in individuele vrijheid. Hierdoor ontstaan telkens weer conflicten.

Het thema van deel 2:

het wel of niet afsluiten van de Oosterschelde.

De motieven van deel 2:

- meningsverschil: er is een meningsverschil tussen twee groepen over het afsluiten van de Oosterschelde: een groep, waaronder Valeer en Piet, wil de Oosterschelde open houden; een andere grope, waaronde Henk en opa Strijen en Rijkswaterstaat, wil de Oosterschelde dicht. Dit heeft gevolgen waar het hele verhaal op is gebaseerd.
- liefde: de liefde binnen het gezin Boesschoten komt keer op keer duidelijk naar voren, ondanks de meningsverschillen.
- vastberadenheid: beide partijen zijn wat de afsluiting van de Oosterschelde betreft koppig en vastberaden over hun mening. In het geval van Lievenbach leidt deze vastberadenheid tot haat tussen Lievenbach en NogTIJd. Vastberadenheid heeft grote gevolgen in het verhaal.
- verzet: de actiegroep NogTIJd en andere tegenstanders van de afsluiting van de Oosterschelde verzetten zich hevig tegen de afsluiting. Taai houden ze stand, enz e winnen langzaam terrein door hun acties.



TITEL

Het boek heet 'Oosterschelde windkracht 10' omdat het over de watersnoodramp van 1953 gaat, en de nasleep ervan: moet de Oosterschelde wel of niet dicht? Oosterschelde slaat op het water de Oosterschelde in Zeeland, die zorgde voor overstromingen. Windkracht 10 slaat op de storm die die fatale nacht woei.

Deel 1 heet 'Vloed', omdat het daar over de overstroming gaat in 1953, de vloed, het water. Deel 2 heet 'Eb', omdat het daarin over de gevolgen en nasleep van die ramp gaat: het water is weg, de overstroming is al lang voorbij, maar de Oosterschelde staat nog in het middelpunt: wel of niet afgesloten?



TAAL/STIJL

Het taalgebruik is niet echt moeilijk, het leest gemakkelijk. Daardoor blijft her verhaal boeiend. Het verhaal bevat niet zo veel dialoog.



LITERATUURGESCHIEDENIS

Jan Terlouw werd op 15 november geboren in Kamperveen (een klein dorpje in Overijssel). Hij studeerde eerst wiskunde, maar later ging hij natuurkunde studeren aan de Universiteit van Utrecht. Hij werkte daarna als natuurkundige in de V.S. en Zweden. In 1966 ging hij in Nederland de politiek in. Hij zat in de Tweede Kamer, was minister van Economische Zaken en was later ook fractievoorzitter van D'66. In 1982 stopte hij voorlopig met de politiek en ging in Parijs de zakenwereld in. Een paar jaar geleden was hij nog Commissaris van de Koningin in Gelderland. Hij heeft tot en paar weken terug ook nog in het bestuur van de Gelredome gezeten, het Vitesse-stadion. Nu is hij gepensioneerd.

Hier volgt een lijst van een groot aantal van de door Jan Terlouw geschreven boeken:

Jaar Naam boek Prijs
1970 Oom Willibrord
1970 Pjotr
1971 Koning van Katoren Gouden Griffel
1972 Oorlogswinter Gouden Griffel
1973 Briefgeheim
1974 De heks van IJsselstein
1976 Oosterschelde windkracht tien
1983 De Kloof
1986 Gevangenis met een open deur
1989 De kunstrijder



EIGEN MENING

De passages die het meest indruk hebben gemaakt:
De passages die het meest indruk hebben gemakt op mij, zijn de passages waarin de ellende wordt beschreven die de mensen tijdens en vlak na de ramp ondergaan. Je voelt als het ware de angst en het verdriet en de machteloosheid van de Zeeuwse bevolking na de overstroming en het verlies van familie. Ook de stukken waarin Henk en Valeer en Piet kibbelen over de afsluiting van de Oosterschelde hebben indruk gemaakt. Ik vraag me steeds af of ze het niet gewoon eens kunnen uitpraten, en leef me in in de situatie waarin twee parijen ieder met hun eigen argumenten tegenover elkaar staan.

Mijn mening en beoordeling over het boek:
Ik vind het een goed boek. Jan Terlouw vertelt boeiend over een verschrikkelijke gebeurtenis, namelijk de overstroming in 1953. Het is echt gebeurd, en daardoor boeit het ook en is het geloofwaardig. Ik ben tijdens het lezen veel nieuws te weten gekomen, ondanks dat het een bekend feit uit de (Nederlandse) geschiedenis is. Het is dus leerzaam. Het is ook spannend geschreven, waardoor je het gemakkelijk uitleest, maar dat komt ook door het vrij makkelijke taalgebruik, en het feit dat het boek niet zo ingewikkeld is. Het heeft en heldere bouw. Jammer alleen dat de verhaallijn een beetje voorspelbaar is; je weet dat er een overstroming komt, je voelt dat NogTIJd hun zin krijgt. Het zet me aan het denken: hoe moeten de overlevenden zich na de ramp gevoeld hebben..? Hoe belangrijk is voor de betrokken partijen het gelijk krijgen wat betreft het wel of niet afsluiten van de Oosterschelde? Voor het lezen had ik hier geen mening over, en had ik er ook nooit aan gedacht, maar na het lezen vond ik dat de Oosterschelde open moet blijven. Het verhaal heeft een vrij duidelijke bedoeling: de lezer partij laten kiezen tussen de twee partijen, die strijden om het open laten of afsluiten van de Oosterschelde. Dat heeft Jan Terlouw dus knap gedaan, want ik heb nu en mening over deze zaak. Het verhaal van Brooshoofd erdoorheen vind ik leuk verzonnen, ook al heeft het niets met het thema in deel 1 te maken.

Deze voor- en tegenargumenten tegen elkaar afgewogen, vind ik dat het boek een 8,5 verdient.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen