U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gerard Reve - De Vierde Man.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=433 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1493 woorden.

Eerste druk: 1996



De vierde man is ook verfilmd in 1983, met in de hoofdrollen Jeroen Krabbé, en Renée Soutendijk.



Thema:


De thema’s van dit boek zijn: Sex, religie, en de angst voor de dood. De thema’s worden ondersteund door gedachtes van de schrijver. Er wordt namelijk beschreven dat een sleutel op hem gericht lijkt op een loper van een geweer. En de kistjes met brieven symboliseren een doodskist, net zoals het kleine logeerkamertje dat doet. In de loop van het verhaal wordt dit uitgelegd, en komt het helmaal uit.



Titelverklaring:


Gerard Reve is homo, maar heeft korte tijd een relatie gehad met een vrouw, waar het in het boek om gaat. In het boek ontdekt Gerard dat Christine drie aanbidders heeft gehad. Deze zijn alle drie vroegtijdig overleden. In de eerste nacht droomt hij over de dood, en vraagt zich af wie de vierde man is. Alles wijst erop dat hij dit zelf zal zijn, omdat hij nu ook de vierde aanbidder van Christine is. Deze verklaring begreep ik pas aan het eind van het boek.



Plaats:


Het vertelde verhaal speelt zich grotendeels af in het Zuid-Nederlandse havenstadje V. Waarschijnlijk is dit Vlissingen. En de woonplaats van de schrijver A. Dit is Amsterdam. Het huis van Christine wordt uitvoerig beschreven. Een groot huis met aan de rechterkant twee kleine gebouwtjes. Een sieradenwinkeltje “Spinx” en een dameskapsalon “Modern”.



Tijd:


Het verhaal speelt zich af tussen 1960 en 1970. Het neemt drie weken in beslag, maar de tweede week van het verhaal wordt overgeslagen. Het bestaat uit een één grote flashback, die zelf ook weer uit flashbacks bestaan. De gebeurtenissen staan wel in chronologische volgorde.



Personages:



In dit verhaal zijn opvallend weinig personen. De personen zijn heel oppervlakkig.



Gerard: Dit is de ikpersoon in het verhaal. Hij is homoseksueel en fantaseert altijd over seks. Hoewel hij homo is, fantaseert hij ook hoe het is om het met vrouwen te doen. Gerard is alcoholverslaafd, gierig en bezitterig. Zijn relatie met Christine is oppervlakkig, hij is alleen maar geïnteresseerd in haar lichaam en haar rijkdom. Gerard vertoont duidelijke autobiografische trekken met de auteur Gerard Reve.



Christine: In het verhaal wordt Christine niet erg uitgediept. Ze is een jonge, aantrekkelijke weduwe en populair bij de mannen. Ze heeft in de afgelopen twee jaar vier exen gehad. Ze vertelt onlogisch en werkt als kapster.



De jongen van de Kamperfoeliestraat: Een jongen waar bijna niks over bekend is. Hij heeft smalle schouders, en Gerard wordt meteen verliefd op hem, en gaat hier over fantaseren. Terwijl hij nog nooit een woord met hem heeft gesproken, en de jongen hem zelfs nog nooit heeft gezien. Er zijn maar vijf bladzijden die over hem gaan.



Laurens: Deze jongen ontmoet Gerard in de bioscoop. Eerst denkt Gerard dat hij een meisje is, omdat hij lange, blonde, golvende haren heeft. Gerard neemt hem mee naar Christine haar huis, en in het kleine logeerkamertje doen ze het met elkaar.



Hilda: Een vrouw waar Christine gister mee samenwerkte. Zij had samen met haar een kapperszaak. Het geld werd geleend van de vader van Hilda, en toen Hilda is opgestapt bleef de winst voor Christine.



Samenvatting:


De ikfiguur, Gerard, vertelt zijn vriend Ronald een verhaal over wat hem in de jaren ‘60 is overkomen.



Op een dag houdt Gerard, in het Zuid-Nederlandse havenstadje V., een lezing over zijn werk – hij is schrijver. In de zaal kruist zijn blik steeds met een mooie jonge vrouw, het lijkt alsof zij interesse in hem heeft, zowel voor zijn werk, als voor zijn persoonlijkheid. De lezing verloopt goed, en na afloop blijkt het de penningmeester te zijn. Haar naam is Christine. Zij nodigt hem uit om bij haar te overnachten. Ze is zoals gezegd een jonge, aantrekkelijke weduwe en woont in een groot huis. Hoewel Gerard homofiel is raakt hij opgewonden van haar schoonheid en haar mogelijke rijkdom. Ze gaan met elkaar naar bed en zijn beiden, ondanks Gerards onervarenheid met heteroseksuele liefde, zeer voldaan. ’s Nachts heeft Gerard in dat huis een nare droom, deze keer over een magere zwarte man, met in zijn hand een sleutel op hem gericht. Hierbij zingt hij een aftelrijmpje: ‘Tierelier… wie is nummer vier…?’.



De volgende dag ziet Gerard een foto van Herman op het bureau van Christine. Hij wordt meteen verliefd op hem. Hij weet niets over hem, want niemand heeft hem hierover verteld. Christine zal Herman het volgende weekend bezoeken en vraagt Gerard of hij op het huis wil passen. In de hoop Herman te kunnen ontmoeten, gaat Gerard in op haar verzoek. Het weekend daarna doet Gerard zijn best om zoveel mogelijk informatie over Herman aan Christine te ontlokken door te spelen dat hij helderziend is. Christine vertelt dat ze niet goed weet wat ze met Herman aan moet. Hij is jaloers. Net als Gerard zelf. Uiteindelijk stelt Gerard voor dat ze Herman mee terugneemt naar V. zodat hij met behulp van verborgen gaven een oplossing kan vinden. Tijdens zijn spel heeft Gerard twee ‘echte’ verbeeldingen over Herman. Het lijkt alsof zijn gespeelde gave, een echte gave van hem is. Hij ziet Herman voor de boeg van een schip staan en houdt hij één oog dicht. Het is verdacht.



De volgende ochtend vertrekt Christine naar Herman. Gerard probeert een stuk te schrijven voor zijn werk, maar het grote huis benauwt hem en hij besluit een wandeling te gaan maken. Bij de plaatselijke bioscoop ontmoet hij Laurens, een lieve, blonde knaap. Hij neemt Laurens mee naar het huis van Christine. Ze vrijen samen in een klein logeerkamertje, waarna Laurens weer weg gaat. Tijdens de vrijpartij, valt er een kistje naar beneden op Laurens zijn rug. Snel moffelt Gerard het weg. Hij vergelijkt de doos later met een doodskist, net als het kamertje zelf. Bij het kistje blijkt een sleutel te horen die sterk lijkt op de sleutel in zijn droom, vastgehouden in de handen van de Dood, de dood was die man met de sleutel in zijn hand. Als hij later nieuwsgierig wordt, vindt hij in het kistje papieren, brieven en foto’s van drie verschillende mannen. Helemaal onder op vindt hij drie rouwkaarten. Het blijkt dat die bij de foto’s horen, en dat het alle drie minnaars van Christine zijn geweest. Alle drie vertonen gelijkenissen met Gerard en allen zijn plotseling overleden. Gewaarschuwd door zijn dromen vlucht Gerard in paniek terug naar zijn woonplaats A.. Later belt Christine en ze vertelt dat ze Herman meegenomen heeft naar V. en dat hij in V. een zwaar auto-ongeluk heeft gehad. Met de auto van Christine is hij tegen een schip gereden, zwaar verminkt geraakt en één oog verloren. Gerard vergelijkt dit met die man voor de boeg van het schip met zijn ene oog dicht geknepen.



In het laatste hoofdstuk vraagt hij aan Ronald wat hij van zijn verhaal vindt. Ronald vindt het een verdacht verhaal, en begrijpt Gerard zijn angsten. Samen zetten ze alles nog even op een rijtje. Alles wijst erop, de droom, de foto’s, de brieven en de rouwkaarten, dat hij de vierde man had moeten zijn. Gerard is opgelucht dat hij bij Christine is weggevlucht, en dat het nog niet te laat is. Maar de angst voor de dood heeft hij vanaf nu goed te pakken.



Mening:


Ik heb echt nog nooit zo’n raar boek gelezen. Het begint met Gerard zijn verlangen naar Christine, tot opeens zijn homoseksualiteit weer naar boven komt en hij verlangt naar het mannelijk geslacht. Dit gebeurt echt van het ene op het andere moment, en zo werd het heel onvoorspelbaar. Dit zal vast wel bedoeld zijn om het spannend te maken, maar ik vond het gewoon onduidelijk worden.



Het taalgebruik van Gerard Reve vond ik soms ook een beetje raar. Er werd ouderwets taalgebruik gebruikt, zoals de woorden: Zoude i.p.v zou, mij zelve i.p.v mijzelf en altijd neen i.p.v gewoon nee. Maar af en toe moest ik wel lachen om die domme dingen die Gerard zei of dacht. Bijvoorbeeld op de eerste avond dat hij bij Christine in bed ligt fantaseert hij: “Moest ik nu de wanhopige aanbidder gaan spelen, of het onverzadigde, brute dier dat man heette ? Opgewonden was ik wel (...) en ruggemergsap had ik nog voldoende in voorraad…” Deze opmerkingen waren bijna altijd in de richting van seksualiteit. Hij had het boek beter “de vieze man” kunnen noemen.



In het begin begreep ik de titel van het boek niet, want die werd pas uitgelegd in bijna het laatste hoofdstuk. De voorkant van het boek vind ik ook niet bij de titel passen, want er staat een vrouw op, en dat wekt verkeerde illusies.



Op zich vind het wel interessant als dit echt gebeurd zou zijn. Als ik me in ga denken, dat er mannen zijn die echt zo maar verliefd worden op een jongen die ze zien lopen, of op een foto van een overleden man, vind ik dat echt wel apart.



Kortom:


Als ik geweten had, dat het boek zo langdradig en niet boeiend was, had ik het nooit uit gelezen, was ik er niet eens aan begonnen. Maar dat wist ik natuurlijk niet!





Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen