U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Arnon Grunberg - Blauwe Maandagen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1341 en is laatst upgedate op 10/04/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1264 woorden.

Titel

Blauwe maandagen



Titelverklaring

De titel 'Blauwe Maandagen', komt van hetzelfde gezegde. Bijv:, Ik heb een blauwe maandag op dansles gezeten'. Ik heb heel kort op dansles gezeten.

Het betekent dus vluchtig, kort.

Alles wat de hoofdpersoon meemaakt is kort en vluchtig. Zijn baantjes, zijn schoolcarrière, zijn relaties.



Samenvatting

De hoofdpersoon is Joods en Duitser van geboorte. Ondanks dat hij weinig actieve banden heeft met het Jodendom komen er terloops een serie van Joodse feestdagen en bijbehorende gebruiken naar voren, waartegen hij zich echter wel tegen keert. In de familie had het echter wel grote betekenis, vooral omdat tijdens de feestdagen de hele familie langs komt en samen is.



De hoofdpersoon heeft een goede band met zijn vader. Hij spreekt teder over hem, met een knipoog, ondanks diens gebreken/ziekte. Aan zijn moeder heeft de hoofdpersoon echter niet zo'n nauwe band. Hij vindt haar zeurdig, schreeuwerig, en ze gooit in driftbuien vaak het servies kapot. De hoofdpersoon ontloopt zijn moeder. Maar blijkbaar mist hij wel een soort moeder gevoel, want tijdens zijn vele hoerenbezoekjes ligt hij het liefst met zijn hoofd een beetje te dromen op een vrouwenschoot.(zie omslag)



In het boek worden ook kort beschreven welke baantjes hij heeft gehad in zijn jeugd. Zo is hij bijvoorbeeld bezorger geweest van een apotheker, kranten verkoper van het Parool op het CS, en later wordt hij zelf hoer.



Waar ook veel tijd aan wordt besteed is zijn drankzucht, en vele café bezoekjes. Hij beschrijft haast harmonieus de sterke dranken die hij drinkt, of de wijnen die hij neemt.



Het Vossius is de school waar de hoofdpersoon op heeft gezeten. Hij heeft er veel problemen, en wordt er ook uiteindelijk vanaf gestuurd. Zo trekt hij de gordijnen van het plafond, zonder zelf echt te weten waarom hij dat doet. Over de leraren is hij helemaal niet te spreken. Van die zeuren.



Rosie is het meisje waarmee de hoofdpersoon eigenlijk zijn enige echte langere relatie mee heeft gehad. Hij beschrijft hun samenzijn, dat ze samen naar de bios gaan, het ijs eten, en het over straat lopen, 's avonds laat.



Tijd

De tijd dat het verhaal zich afspeelt is denk ik zo rond de jaren '75 tot uitgave van het boek. Zo vertelt de hoofdpersoon dat er in de knaken bioscoop de film 'Flodder in Amerika' nog draait. Zo is terug te zoeken dat deze film uit 1992 komt. 'Het was de winter van 1978 of van 1977. Toen de film was afgelopen,….'(blz. 116). 'Of u dit een goed nummer vind, Walk like an Egyptian?'. Dit nummer is van de Bangles, en komt uit 1987. En zo zijn er nog een paar aanwijzingen.



Ruimte

De plaats waar het verhaal zich afspeelt is Amsterdam. Dit valt af te leiden uit de verschillende plaatsen die de hoofdpersoon noemt. 'Eerst liep ik door het Vondelpark. Dat ging nog wel. Ik kwam uit aan het begin van de Brederostraat, en ik moest aan het einde zijn.'(blz.131). Ook wordt het Vossius college genoemd, een school die echt bestaat. De hoofdpersoon leeft ook in Amsterdam.



Personen

De hoofdpersoon van dit boek is de ik-figuur. Hij heeft een leeftijd van rond de 25 jaar. Hij is puisterig, heeft een brilletje, dikke neus en heeft lang krullen, dik haar(eigenlijk als Grunberg zelf). Hij is vroegtijdig gestopt met school en is daarna gaan werken. Hij heeft verschillende baantjes, maar dit zijn allemaal blauwe maandagen. Later probeert hij iets in de uitgevers branche maar dit komt niet van de grond. Later verdient hij zijn geld door zelf hoer te zijn.

Hij had een vriendin, Rosie. Als dit uit is heeft hij verder geen vaste relaties meer. Hij bezoekt veelvuldig de hoeren, met wie hij seks heeft. Hij is heel achterdochtig naar hun bedoeling. Als hij een mooi lied hoort en hij zegt dit tegen de hoer, zegt zij dat ze het ook een mooi lied vindt. Volgens hem vind zij alles mooi of lelijk, wat de klant ook mooi of lelijk vind. Met zijn vader heeft hij een nauwe band. Als kind ging hij met hem mee naar zijn werk in het buitenland, of hij ging met hem mee naar de bioscoop.



Perspectief

Het boek wordt verteld door de verteller als ik-figuur. Hierdoor kan hij zijn belevingen heel persoonlijk aan jouw vertellen, alsof hij een gesprek met jouw aangaat en verteld wat hij allemaal heeft beleefd. 'Ik stond voor de riksbioscoop en ik wist dat ik zeker nog een kwartier moest wachten'(blz 187).



Werkelijkheid

Er komt naar mijn mening geen maatschappelijk probleem in voor. Misschien het onthutsende beeld van een jong mens als de hoofdpersoon, die zo'n duf leven leidt. Geen opleiding, aan de drank, geen gezonde relatie, hoeren bezoek(waar veel van zijn geld heen gaat), liegen om geld tegen zijn moeder, en later zelf hoer.



Chronologie

Het boek is grofweg toch chronologisch verteld, ondank dat het eigenlijk allerlei losse verhalen zijn uit het leven van de hoofdpersoon, die tot een verhaal zijn verweven. Maar het begint wel van voor af aan(school), Rosie, naar zijn baantjes, dan zijn vader en later diens overlijden, naar zijn hoeren bezoek en het zelf hoer worden.



Tijdsbehandeling

In het boek vind tijdsverdichting plaats. Dit is logisch. Zo wordt een bezoek aan de hoeren terug gebracht tot slechts 1½ blz. terwijl hij daar toch een uur is.



Het verhaal speelt(zie plaats en tijd), tussen ± 1975 en 1994, dus grofweg twintig jaar. Het leven van de hoofdpersoon, die ook rond deze leeftijd is(iets ouder).



Thema

Kortstondigheid. Het hele leven van de hoofdpersoon is als aan een geregen gebeurtenissen. Alles in zijn leven is kortstondig. Zij verblijf op het Vossius, zijn relatie met zijn vader(de hoofdpersoon is nog vrij jong als deze overlijdt), zijn relatie met Rosie is ook kort. De baantjes die hij heeft zijn kortstondig. Hij stopt er mee als hij het niet meer leuk vindt, of hij wordt ontslagen. Zijn latere relaties bestaan uit kortstondige hoerenbezoekjes, met telkens een andere.



Genre

Het genre van dit boek is een roman. In dit boek komen de gedachten van de hoofdpersoon goed naar voren. Hoe hij zich voelt. Hij ziet drank als een soort verlosser en zoekt in hoeren de vrouwen die hij nooit zal krijgen. Ook verketterd hij zijn eigen achtergrond, het Jodendom, door alles wat hiermee te maken heeft, af te kraken. Over zijn ziek wordende vader spreekt hij met liefde, en geeft hij hiermee iets bloot, dat hij dus wel iets van liefde kan voelen.



Mening

De achterflap van dit boek wekt grote verwachtingen. Het boek zou onthutsend, schitterend, hartverwarmend zijn. Een droomdebuut, een zeldzaamheid in de Nederlandse Literatuur. Dat viel me wel vies tegen, na al die opgewekte verwachtingen. Ik vond het wel een leuk boek om te lezen. Hoe een jonge zo mooi over drank schrijft. Of het hoeren bezoek. Dit vind ik leuk om te lezen, zijn onzekerheid de eerste keer, en hoe hij telkens tegen ze aankijkt, na elk bezoek, en achter elk gezicht van een prostituee een verhaal ziet, volgens zijn inzichten. Een minpunt van het boek vind ik dat er echt helemaal geen hoogtepunt in zit. Kijk een boek hoeft echt niet perse spannend, schokkend of humoristisch zijn, maar het moet wel naar iets toe bouwen. Het is hier echt iets vlak, waar weinig echt spannends, schokkends, humoristisch in gebeurd. Het is een door kabbelend verhaal. Het einde vind ik wel goed, dat hij de kost zelf als hoer gaat verdienen. Komt hij aan geld, en heeft hij toch seks tegelijk. Ik vond het een modaal boek.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen