U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Sera Anstadt - Al Mijn Vrienden Zijn Gek.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/5421990/ en is laatst upgedate op 04/08/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2626 woorden.


INHOUD:


Het boek gaat over een ernstig zieke jongen genaamd Raf. Hij lijdt aan schizofrenie. De moeder van Raf heeft het boek geschreven over haar belevenissen met haar schizofrene zoon.


Zij beschrijft hoe het leven van een slimme jongen van 15 jaar wordt overgenomen door de ziekte waaraan hij lijdt. Het begint met rondzwerven door de stad, terwijl hij luistert naar de stemmen van zijn waanfiguren. Die stemmen gaan hem opdrachten geven die hij moet uitvoeren waardoor hij niet meer in zijn omgeving past. Ook thuis wordt het moeilijk. In het begin kwam hij dagen niet uit zijn kamer en leefde ‘s nachts. Rafs moeder houdt het niet meer uit en probeert hulp te vinden via allerlei instanties. Raf zwerft van de ene inrichting naar de andere, maar iedere keer loopt hij weer weg. Totdat hij wordt opgenomen in een inrichting waar medicijnen gebruikt worden. Hij voelt zich daar het prettigst en besluit daar te blijven.




KARAKTER BESCHRIJVING:


Raf is op het eerste gezicht een gewone jongen, toen hij nog jong was tenminste. Er is één karaktereigenschap die zijn ziekte duidelijk weergeeft en die eigenschap is dat hij heel verschillend kan zijn en heel veel verschillende kanten heeft. Hij kan door een (emotionele) gebeurtenis helemaal omslaan en een heel ander iemand worden.




Vroeger als kind was Raf een gewone jongen, toch merk je al verschijnselen van schizofrenie toen hij nog heel jong was. Hij had bijvoorbeeld een tijd dat hij niets anders deed dan vissen. Hij kon uren gaan zitten staren naar zijn dobber aan de waterkant. Uiteindelijk ging dat dan weer over en kreeg hij een andere interesse.




Hij was altijd al een hele emotionele jongen geweest, al wilde hij dat niet laten merken. Toen zijn ouders gingen scheiden was dan ook heel moeilijk voor hem, als kind. Dat was voor hem een heel ingrijpende gebeurtenis. Dat hij zo emotioneel vatbaar is, is beter te merken als hij wat ouder is en zijn ziekte zich meer heeft ontwikkeld. Er hoeft maar iets te gebeuren waar hij verdrietig van wordt en hij slaat helemaal om en blijft bijvoorbeeld weken in zijn bed liggen.




Raf is altijd heel lief tegen zijn moeder geweest. Hij ontzag haar als er iets niet goed ging. Als jonge jongen merk je dat aan zijn gedrag tegenover zijn moeder als die net is gescheiden van zijn vader. Op latere leeftijd, als zijn ziekte begint ‘toe te slaan’, lijkt het misschien alsof hij zich niets meer aantrekt van zijn moeder. Hij praat nog zelden met haar en loopt haar voorbij zonder iets te zeggen. Toch zag Rafs moeder altijd in zijn ogen nog iets terug van de ‘oude’ Raf, die altijd zo goed voor haar was geweest. Ook als Raf een helder moment had, vroeg hij haar hoe het met haar was en toonde hij interesse voor haar. Raf reisde ook veel. Hij bleef soms weken, maanden weg, maar kwam altijd terug naar zijn huis, waar zijn moeder er voor hem was. Als Raf weer eens in een inrichting zat en het niet goed ging met hem, leek het alsof hij dat afreageerde op zijn moeder, waardoor het leek of hij zijn moeder zelf niet eens wilde zien. In een nog later stadium van zijn ziekte werd duidelijk hoeveel zijn moeder voor hem betekende. Hij vertelde over een visioen dat hij had gehad over haar. Hij had sexueel contact met haar en kreeg daardoor twee kinderen waarvan een zijn vriendin was. Hij noemde ze Dilifie en Hoeloefoe. (vroeger hadden zijn moeder en hij en zijn zusje een geheimtaal waarin elke lettergreep verlengd werd met loefoe, lafa, lofo,lefe, lifie, vandaar de rare namen) Hoeloefoe betekende Heleen ( zijn vroegere vriendin die ook schizofreen was) en Dilifie Delphi. Doordat Raf een klassieke opleiding gehad, heeft wist hij dat Delphi “moederschoot” betekende. Delphi was de Griekse orakel plaats, waar de god Apollo vereerd werd. Hij had dat hotel gekozen om die twee dochters die hij had te ontmoeten. Apollo was ook de god van de muziek en dichtkunst, waar hij ook veel interesse in had. Meer vertelde Raf niet over Apollo, wel dat hij veel ontzag voor zijn moeder had. Zijn moeder had hem in de droom gewaarschuwd en daardoor voelde hij dat zijn moeder hem begreep. Toen Raf zijn moeder voor de tweede keer had gekust in zijn droom veranderde zij in een zandpilaar. Dit stond in verbinding met het bijbelse verhaal van Lot, die zelf werd verleid door zijn dochters om zijn geslacht niet verloren te laten gaan. Raf en zijn dochters worden meteen gestraft doordat een walvis genaamd Jona hen op eet. Dit staat weer in verbinding met Jona uit de bijbel, die wordt gestraft doordat ie zich heeft verzet tegen de bevelen van God. Hier kun je Rafs schuldgevoel uit opmaken over zijn erotische gevoelens tegenover zijn moeder.


Tegenover zijn dochters is hij ook heel zachtmoedig. Hij wil ze niet alleen laten daar in dat Apollo-hotel en gaat naar ze toe. Hij draagt ook altijd twee poppetjes bij zich die zijn dochters voorstellen.




Raf heeft ook een vriendinnetje gehad dat aan dezelfde ziekte leed als hij. Hij was altijd lief voor haar. Ze gingen zelfs samen wonen in een eigen huis. Toen zijn vriendin zelf een inzinking kreeg, zorgde hij in het begin voor haar en wilde niet dat ze op genomen werd in een inrichting, maar het ging steeds slechter met haar, waardoor Raf zelf ongelukkig werd en ook een inzinking kreeg. Ze moesten beiden opgenomen worden en werden gescheiden van elkaar. Dit heeft Raf veel verdriet gedaan.




Al kon Raf dan heel lief zijn, hij kon ook heel agressief zijn. Hij werd om allerlei redenen agressief. Het kon zijn door de medicijnen, maar ook door zijn hallucinaties. Hij zag dan iets wat hij bijvoorbeeld niet wilde zien en reageerde dan agressief. Ook kon het zijn dat hij agressieve opdrachten kreeg van stemmen die hij hoorde in zijn hoofd. Dit kon zo erg worden, dat hij er niets meer tegen kon doen. Al zou hij zijn moeder nooit iets aan doen, deed hij dat wel in een laat stadium van zijn ziekte. “Er zat iets onheilspellends in zijn blik. Hij gaf me de indruk dat hij met open ogen droomde. Hij zette zijn hand vlak op tafel, stond op en gaf me plotseling een zo’n krachtige duw dat ik tegen het aanrecht aanviel. Ik was er niet op verdacht en gaf een gil. Dit moedigde hem waarschijnlijk aan.” (blz.127) Door deze agressieve manier van doen wist Rafs moeder dat ze zich niet meer veilig zou voelen in het bijzijn van haar zoon.


Tegenover mensen die bij hem in huis sliepen kon hij juist niet agressief zijn. Wanneer er weer eens mensen in zijn huis sliepen die hij daar eigenlijk niet wilde hebben moest Rafs moeder ze altijd weg jagen.




Raf is altijd bang geweest voor zijn eigen gedachten. Behalve in het begin, toen vond hij het fijn. Maar naarmate hij ouder werd, werd hij bang voor zijn hallucinaties omdat ze eng waren. Hij zag bijvoorbeeld allerlei rode en oranje vlammen voor zich. Hij probeerde ze te ontvluchten door proberen aan iets anders te denken, maar dat ging niet. Rafs slaapkamer was volgeschreven met allerlei kreten en woorden, die als hij “zichzelf niet was” schreef. Het begon met het kaalplukken van zijn matras, toen met het bekladden van de muren. Hij sliep later ook vaak in zijn kinderslaapkamer, omdat hij bang was voor de visioenen in zijn eigen kamer. Op het laatst was hij zelfs bang alleen te zijn. Hij was dan vaak ‘s avonds en ‘s nachts weg. Een reden waarom hij elke keer weer terug ging naar een inrichting was dan ook omdat daar meer mensen waren, hij was daar niet alleen.




Raf was een makkelijk te beïnvloeden jongen. Vaak maakten mensen gebruik van hem. Hij geloofde in de mens wat hem ook gebeurde. Sinds Raf naar een jeugdsoos ging kwamen er altijd al veel mensen bij hem logeren. Als zijn moeder dan vroeg waarom zei hij omdat ze geen huis hadden of omdat ze het gewoon gevraagd hadden. Op die manier is er een paar keer gebruik van hem gemaakt. Toen de mensen uit de jeugdsoos hoorde dat Raf in een eigen huis woonde, kwamen er weer veel mensen bij hem slapen. Hij had niet veel waardevols in zijn huis behalve dan zijn gloednieuwe versterker. Op een avond bleef er een jongen slapen en toen Raf zich ‘s ochtends ging douchen was de jongen al weg met zijn versterker, maar hij bleef geloven in de mensheid.


Dat hij makkelijk te beïnvloeden was merk je ook aan zijn vereenzelvingen. Hij dacht dan dat hij iemand anders was, zoals toen hij zich begon te interesseren in Karl May in nog een vroeg stadium. Ook hij vereenzelvigde zich hij de Christus-figuur. Vandaar het onvoorwaardelijk geloof in de mensheid. Muziek is altijd al een groot deel van Rafs leven geweest en Bob Dylan is daar waarschijnlijk de oorzaak van. Raf luisterde vooral ‘s nachts naar zijn muziek en zong heel hard mee.




Raf had behalve dat hij veel verschillende kanten had nog een andere belangrijke karaktertrek. Hij was heel erg in zichzelf gekeerd. (apatisch) in het begin lag hij weken alleen op zijn kamer in het donker. Hij leefde in zijn eigen fantasiewereld en praatte veel tegen en in zichzelf. In de winter kon hij ook uren voor de kachel liggen te slapen. Of als hij weer in een inrichting zat in een en dezelfde houding zitten die hij uren vol kon houden. Vaak was hij zo met zichzelf bezig dat hij niet meer reageerde op andere dingen. Hij keek dan bijvoorbeeld met een wazige blik en een glimlach op zijn gezicht. Hij hield zich niet bezig met andere mensen en niks interesserde hem. Iedere keer als hij weer een inzinking had keerde hij terug naar die wereld waarin hij dan verder leefde. Vreemd is dat hij zegt liever in een inrichting te zitten omdat hij dan onder de mensen is en niet zo alleen is. Terwijl hij bijna altijd in zijn eigen veilige wereld leeft waarin hij met niemand iets te maken hoeft te hebben. Dit is weer een teken van zijn schizofrenie.




Door de medicijnen en zijn makkelijk te beinvloeden persoonlijkheid is hij van tijd tot tijd heel achterdochtig en paranoide. Doordat Raf een verhaal heeft gehoord over een jongen die eten heeft gegeten dat vergiftigd was, eet hij vaak buitenhuis. Als hij dan thuis eet proeft hij zijn eten vaak heel zorgvuldig of sluipt hij achter zijn moeder aan de keuken in om te kijken hoe ze het eten kookt.




Als Raf zijn heldere momenten heeft is hij vaak wanhopig over zijn situatie waarin hij leeft, omdat hij weet dat hij niet meer alles kan doen wat hij vroeger gepland heeft. Ook is hij snel ontmoedigd. Bijvoorbeeld toen zijn moeder heb vertelde over de medicijnen die ze hem in zijn eten had gedaan: ‘Raf, nu je naar Israël wilt, moet ik je iets vertellen, zei ik nerveus. Je hebt gemerkt dat het de laatste tijd goed met je gaat, maar….’


‘wat’, vroeg Raf.


‘Ik doe al een jaar medicijndruppels in je eten.’


Hij keek me aan zonder iets te zeggen en kreeg een kleur. Zijn ogen vulden zich langzaam met tranen, die langs zijn gezicht druppelden, steeds maar door. Het bleef een tijd stil. Toen zei hij:


‘Ik dacht dat ik het zelf gedaan had.’


Hij stond op en ging naar zijn kamer. Pas na twee dagen nam hij weer voedsel uit de koelkast. Nu begon de ellende weer opnieuw. Dat het nu weer terug bij af was merk je onder andere aan zijn reactie en aan de bijna onverstaanbare gesprekken die hij met zichzelf voerde, waarin hij dingen zij zoals…treurig…lukt…niet…nee..warme zon,waar? Hij huilde er soms langdurig bij. (blz. 75). Toch toen hij werd opgenomen in de inrichting waarin hij nu nog zit is hij weer vrij helder. Daar komt naar voren dat hij een behulpzame en sociale jongen is en een doorzetter doordat hij de leiding van de patienten-kantine kreeg en dat nog steeds volhoudt.




Foto/ afbeelding.


De voorkant van het boek weerspiegelt voor mij Raf . Om te beginnen door het uiterlijk van de jongen op de voorkant. Maar ook door de ogen die uit de afbeelding lijken te “springen”. De moeder vertelt veel over hoe ze dingen ziet in de ogen van Raf. Ze kan aan zijn ogen zien hoe hij is. Voor haar gevoel ziet ze alles in zijn ogen. Als ik naar de afbeelding kijk, vallen de ogen mij het meest op. Ze kijken je niet recht aan, maar kijken angstig en hulpeloos naar boven. Verder zie je verschillende stukken die toch doorzichtig zijn maar ook een deel van Raf zijn. Die stukken zie ik als de verschillende persoonlijkheden van Raf. Ze bedekken Raf voor een groot deel van zijn hoofd en van dus ook zijn hersenen. De stukken samen vormen Rafs persoonlijkheid al zijn ze gesplitst van elkaar.


De hand die deels over zijn gezicht en door zijn haren gaat is de greep die de ziekte op Raf heeft. Hij is ook doorzichtig, maar hij is er wel en houdt hem wel degelijk is zijn bezit. De hand houdt zich bezig met Rafs hoofd en zijn gedachten, net als zijn ziekte. Rechts van Rafs hoofd zie je een soort strepen die de snelheid van de hand weergeven. De hand grijpt naar Rafs hoofd, zoals de ziekte dat eigenlijk ook doet.


Klein en net buiten Rafs hoofd zie je “anti-psychiatrie” staan dat wel aanwezig is als een stem, maar die niet altijd helemaal doordringt. De kleuren die gebruikt zijn, zijn koele, donkere kleuren die staan voor het alleen zijn van Raf en hoe hij zich onveilig en koud voelt. Ook staan ze voor zijn leven die geen kleur meer bevat en dat hij alleen is in een groot zwart gat.




Brief




Lieve mevrouw Anstadt.




Hoe gaat het nu met u? Bent u al wat tot rust gekomen? U kent mij trouwens niet, maar ik ben een meisje van 15 jaar dat uw boek gelezen heeft en ik wilde u vertellen dat het heel veel indruk op me heeft gemaakt. Ik wil u bedanken voor het schrijven van dit boek, omdat u me geholpen heeft op een gangbare manier iets meer van schizofrenie te weten te komen. Ik heb er wel eens iets meer over gehoord, maar altijd van een psychiater of een of andere deskundige, nooit op een persoonlijke en zo’n diepgaande. Verder vind ik het heel dapper van u dit boek te schrijven, omdat het niet niks is uw manier van leven met een schizofrene zoon te vertellen. Al ben ik zelf geen moeder, ik kan me wel voorstellen hoe moeilijk u het had toen u Raf naar een inrichting moest sturen. Ook vind ik dat u een zeer sterke vrouw bent, omdat u heel uw leven eigenlijk aan de kant hebt gezet voor Raf, terwijl hij u daar misschien niet altijd even dankbaar voor was. U heeft mij laten zien hoe het voor de moeder van een schizofreen is. Ik vind dat u zijn karakter zo goed mogelijk heeft weergegeven, want dat is natuurlijk moeilijk omdat niemand een idee heeft wat er in Rafs hoofd omgaat.


Tot slot vind ik dat u een voorbeeld bent voor iedere moeder en ik hoop dat ik later ook zo’n goede moeder word.




Met vriendelijke groeten,


Silke.




Bibliografische gegevens


Het boek is geschreven door Sera Anstadt en heet al mijn vrienden zijn gek. het boek is uitgegeven door BZZTôH ’s-Gravenhage, 1998


Eerste druk was in 1983. Nu veertiende druk in april 1998.


Het boek heeft 151 pagina’s.


Het ontwerp omslag: Tokkio Synd


Omslagillustraties: Marc van Meurs


Druk- en bindwerk: Kon. Wöhrmann b.v., Zutphen


Boeknummer Veldhovendse bibliotheek: 606.86




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen