U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Rond 1690 - James Watt Ingezonden Door: Carrein Categorie:.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=554 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Geschiedenis en het aantal woorden bedraagt 1995 woorden.

Eindwerk geschiedenis: Innovaties – James Watt.








 Hoe werd de stoommachine uitgevonden?








De oude Grieken hielden zich al bezig met stoom. Sommige priesters maakten gebruik van stoom, om indruk te maken, op mensen die lichtgelovig waren.




Ook de Romeinen gebruikten vroeger al stoommachines om bijvoorbeeld badhuizen te verwarmen. Denis Papin schijnt (rond 1690) de eerste te zijn geweest die experimenteerde met een zuiger die door middel van stoomdruk in een cilinder werd bewogen. Papins machine kon eenmaal per minuut een gewicht van dertig kilo opheffen. Maar de machine was erg onhandig, want na elke zuigerslag moest het vuur worden weggenomen. Thomas Savery (geboren in 1650) gebruikte als eerste een afzonderlijke ketel voor zijn ‘vuurmachine’. Zijn machine had helemaal geen bewegende delen. Het was een verzameling tanks en ketels, onderling verbonden door een wirwar van pijpen en kranen. Als mijnpomp was Saverys machine geen succes, want hetj kon het water niet meer dan ongeveer twintig meter omhoog pompen en sommige mijnen waren wel honderd meter diep. De eerste werkelijke stoommachine, in staat om arbeid te verrichten, was de ‘atmosferische’ machine van Thomas Newcomen. (geboren in 1663) In Newcomen’s tijd bewerkten zij het water nog steeds door middel van kettingen met emmers, die door paarden in beweging gebracht. Newcomen had een helper, een zekere John Callen, die het moeilijke werk deed werk deed. Bij Newcomen was het het brein dat werkte, hij dacht over alles na. De machine van Newcomen moest gestookt worden door een man, en een jongen bediende de kranen en kleppen. Humphrey Potter verzon een heel stelsel van stokken en touwtjes, met behulp waarvan de machine zijn eigen kleppen opende en sloot. De ‘vuurmachine’ van Newcomen zou gedurende het grootste deel van de achttiende eeuw alle mijnen in Engeland droog gehouden! En belangerijker nog, hij zou de basis voor James Watt’s grote uitvinding vormen.








 Hoe kwam James Watt in contact met de stoommachine?








Op 19 januari 1736 werd James Watt geboren in het Schotland te Greenock.




James werd geboren in een niet rijk schots gezin. Zijn vader was scheepsbouwer dus de belangstelling voor alles wat met schepen te maken had, zat er al vroeg in. Vooral de hijskranen, waarmee de schepen geladen en gelost werden hadden al vroeg zijn belangstelling. James leerde al jong van zijn vader hoe hij speelgoed kon maken met een hamer, een beitel en wat hout. Hij was vooral erg goed in het bewerken van metaal.




James had een slechte gezondheid, hij had erg vaak last van migraine aanvallen, en buiten dat had hij ook nog eens last van tandpijn.




Door zijn slechte gezondheid gaf zijn moeder Agnes hem zelf thuis les. Toen de migraine aanvallen minder hevig werden ging James voor het eerst naar school, hij werd daar heel erg gepest. Op zijn dertiende ging hij naar de middelbare school van Greenock. Al snel kwamen zijn wiskundige talenten aan het licht. James wilde graag wetenschappelijke instrumenten gaan ontwerpen. Toen hij achttien was ging hij naar de universiteit in Glasgow.Daar ontmoette hij Robert Dick. Hij was een geleerde




die erg onder de indruk was van James kwaliteiten in het ontwerpen van wetenschappelijke instrumenten. Op advies van Robert Dick ging James naar Londen. Via een kennis van Robert kwam James aan het adres van John Morgan. Hij merkte onmiddellijk dat James een gave had. James ging voor hem werken. Hij maakte zijn opleiding zeer goed af. Maar in 1756 werd James ernstig ziek. Daarom keerde hij terug naar Greenock. In Greenock herstelde hij zich vrij rap. (hij leed aan reuma, migraine, oververmoeidheid) In




1755 ging James weer op weg naar Glasgow. In dat jaar maakte James goede vrienden. Zijn beste vriend was Joseph Black. James kreeg de titel “Wiskundig instrumenten maker” verbonden aan de universiteit, waardoor hij een winkel op het terrein van de universiteit kon beginnen. Om wat bij te verdienen bouwde hij ook violen, poporgels en gitaren. In 1763 kreeg James Watt een stoommachine ter reparatie, een ouderwets model, dat in het




begin van de eeuw was ontworpen door Newcomen.. Zo kwam James Watt dus in contact




met de stoommachine.








 Hoe verbeterde James Watt de stoommachine?








De universiteit had een klein model van Newcomens stoommachine die niet werkte. Watt werd gevraagd er eens naar te kijken. ‘Dat deed ik’, zei Watt later, ‘zuiver als instrumentmaker maar daarna begon ik er een serieuze studie van te maken.’ Het was een mooi modelletje, gemonteerd in een fraai afgewerkt houten raam. De vatvormige ketel had een doorsnede van ongeveer 23 cm. De zuiger had een boring van 5 cm en maakte een slag van 15 cm. Watt zei:’Door op het vuur te blazen maakte het een paar slagen’. De ketel was kennelijk te klein. Hij maakte niet genoeg stoom en Watt berekende dat driekwart van die stroom nog verloren ging ook. Watt besefte dat de cilinder niet warm genoeg gehouden kon worden als hij telkens na en zuigerslag op een straal koud water werd getrakteerd. Een zeer hete cilinder was nodig -van ten minste 100’C- wilde men er aan het begin van de slag stoom inbrengen zonder dat die voortijdig condenseerde. Hoe kon dit gecombineerd worden met voldoende koeling om aan het eind van de opwaartse slag een onderdruk te vormen? Watt deed vele experimenten met stoom. Hij probeerde kokend water onder verschillende druk. Hij mat het stoomvolume uit een hoeveelheid water bij atmosferische druk en ontdekte dat het volume 1800 maal zo groot werd. Hij ontdekte dat water, omgezet in stoom, zesmaal zijn eigen gewicht aan water aan het koken kon krijgen. Dit verbaasde hem. Watt bleef over het probleem piekeren. Zo ook op een zondag terwijl hij door Glasgow wandelde. Plotseling kwam de oplossing bij hem op. Hij vertelde later aan bevriend technicus: ‘Het was in de Green van Glasgow. Ik was op een mooie middag gaan wandelen. Ik was de Green binnengegaan door het hek aan de voet van Charlotte Street en was langs het oude washuis gelopen. Ik dacht op dat ogenblik aan de machine en plotseling kwam de gedachte in mij op dat stoom, daar hij elastisch is, een vacuüm binnen zal stromen en als er een verbinding wordt gemaakt tussen een cilinder en een luchtledig vat, zal de stoom daarin stromen en condenseren zonder dat de cilinder wordt afgekoeld. Ik zag in dat ik af moest van de gecondenseerde stoom en de waterinjectie. Twee manieren kwamen bij mij op om dit te doen. De eerst was het water af te voeren via een aflopende pijp, als dat op een diepte van tien of twaalf meter kon gebeuren en lucht die in de weg zat met een kleine hulppomp kon worden weggezogen; de tweede was een pomp te maken die groot genoeg was om water en lucht tegelijk weg te pompen… Ik was niet verder gelopen dan het Golf-House toen ik de hele inrichting kant en klaar in mijn hoofd had.’ In zijn werkplaats zette hij de volgende dag heel snel een model in elkaar. Hij gebruikte er toevallig beschikbare voorwerpen voor, vb. de vingerhoed van zijn vrouw. Watts modelletje had niet alleen een afzonderlijke condensor waaruit het water door een kleine door de machine aangedreven pomp werd afgevoerd, maar ook een aan weerszijden gesloten cilinder (in tegenstelling tot die van Newcomen welke aan een kant open was) en een zuigerstang die door een stoomdichte pakkingbus aan de bodem naar buiten kwam. Watt bevestigde een gewicht van acht kilo aan de zuigerstang en het primitieve machientje bewees, door het gewicht op te hijsen, dat het arbeid kon verrichten. De uitvinding zat nu wel in zijn geheel in James Watts hoofd, maar het zou hem heel wat tijd, zorgen, werk en geld kosten om de vele details uit te werken voor een model dat hij kon laten patenteren.Een paar weken later was de stoommachine klaar. . Dus zo heeft hij de stoommachine van Newcomen verbeterd tot een perfecte machine. Toen hij deze grote uitvinding deed was hij 29 jaar.








 Wat gebeurde er met James na de uitvinding?








Toen hij 29 was vond hij dus de perfecte stoommachine uit. De jaren daarna waren echte rampjaren voor James. Hij had vele problemen. Maar professor Black James kwam hem te hulp. Professor Black leende Black leende James wat geld om van te leven. Zelf was professor Black niet rijk, maar hij kende een bedrijfsleider en mijnen-exploiteur die wel rijk was en een nieuwe, goed werkende pomp best wel kon gebruiken. Professor John Roebuck maakte kennis met James Watt en zijn verbeterde stoommachine. Deze wetenschapper en industrieel had de rijke steenkoollagen in Kinneil vlakbij Edinburgh in huur. Black wilde dat James watt zijn verbeterde stoommachine ter beschikking stelde aan John Roebuck. In ruil daarvoor zou John Roebuck James steun geven om de stoommachine uit het proefstadium te halen. James bouwde een grotere versie van zijn stoommachine en installeerde haar in Kinneil maar veel verder kwam het niet in de volgende 9 jaar. John Roebuck heeft James Watt geholpen een octrooi te nemen op zijn methode om het verbruik van stoom en brandstof in de stoommachines te verlagen. Zolang dat octrooi geldig was mocht niemand de methode van James Watt gebruiken. Dit alles was in het jaar 1769. John Roebuck betaalde de oude schuld van James terug aan professor Black en kreeg in ruil daarvoor tweederde van de opbrengst van de machine. Ook stelde Roebuck James voor aan Matthew Boulton. En Boulton zorgde er voor dat de uitvinding van James bekend werd bij het grote publiek. Matthew Boulton wist dat als de pomp van Watt echt zo perfect werkte dan waren de mijneigenaars van hun problemen van ondergelopen mijnschachten verlost. Maar James Watt had een overeenkomst en vele schulden aan John Roebuck, dus kon James niet met Boulton gaan samenwerken. Maar toen in 1773 Roebuck failliet ging, kocht Boulton het tweederde deel in het octrooi over. De machine werd een succes, in korte tijd kon de machine van “Boulton & Watt” een mijnput die onderwater stond leeg laten pompen. In 1782 nam Watt een octrooi op zijn zon- en planeettandwiel. Ook werd de stoomkracht in de weverijen ingevoegd. James Watt drukte de kracht van zijn machines uit in horsepower, (paardenkracht) zodat zijn klanten gelijk wisten hoeveel paarden zij konden vervangen door de aanschaf van de machine. James had toen alles wat hij vroeger niet had, hij was nu rijk, beroemd en hij had respect van zijn collega’s en zijn land. Ook zijn gezondheid was goed. In de laatste 20 jaar van zin leven deed Watt alleen waar hij zin in had. Ook heeft James Watt nog andere dingen uitgevonden. Zoals de kopieerpers en de kopieermachine.Ook probeerde hij een machine uit te vinden om beeldhouwwerken te kopiëren. Maar dat laatste project heeft hij niet kunnen afmaken. Want op 23 augustus 1819 stierf de toen 83 jaar oude James Watt in Heathfield. Zo is zijn leven verlopen na zijn uitvinding.








 Hoe ging verder met de stoommachine na de dood van James Watt?








Na James Watt hebben nog heel wat mensen de stoommachine verbeterd. Nieuwere materialen, een compactere machine, nieuwe onderdelen enz. Ik zal de belangrijkste personen kort benoemen, Ik zal niet diep ingaan op de ontdekkingen van die personen, omdat dit werkstuk dan te lang en te ingewikkeld word. Hier komen de personen:




-Oliver Evans (verplaatsbaar maken van stoommachine)




-Richard Trevithick (stoommachine die een voertuig aandreef)




-Arthur Woolf (de eerste compoundmachine)




-Ernst Alban (eerste hogedrukstoommachine)




-George Henry Corliss (uitvinden van de zuigerschijf, waardoor men stoom spaarde en het brandstofverbruik aanzienlijk verminderde)




-Charles Brown (machine voor oververhitte stoom, wat stoom bespaarde)




-Wilhelm Schmidt (machine met sterk oververhitte stroom)




-Johann Strumpf (gelijkstroommachine)




-Wolfgang van Kempelen (stoomturbine)




-Gustaf Patrick de Laval (eerste die stoomkracht roterende kreeg)




-Sir Charles Algernon Parsons (axiale stoomturbine)




-Charles Gordon Curtis (actie- en reactieturbine)




-Auguste C.E. Rateau (multipele turbine)








 Bronnen.




Encarta 1998, winkler prins editie, geleend van Katrien Massage




www . google.be  search  james watt  INTERNET




www .altavista.com searchjames watt  INTERNET




www. Hotbot.com search james watt  INTERNET















Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen