U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Sera Anstadt - Al Mijn Vrienden Zijn Gek.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/9402126/ en is laatst upgedate op 29/03/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2246 woorden.


1. Boekbeschrijving


a. Titel: Al mijn vrienden zijn gek.

Auteur: Sera Anstadt.

Ondertitel: De dagen van een schizofrene jongen

Plaats van uitgave: Den Haag

Jaar van uitgave: 1998

Gebruikte druk: 14e druk

b. Eerste druk: november 1983

c. Motto: n.v.t.

Opdracht: n.v.t.

d. Illustraties.

Er komen geen illustraties in het boek voor, de illustratie op de kaft is van Marc van Meurs. Op de voorkant is een jongen afgebeeld die tevoorschijn komt onder ‘gescheurd’ papier. De functie hiervan is denk ik dat hiermee bedoeld wordt dat mensen met schizofrenie meerdere persoonlijkheden hebben.

e. Geleding.

Het boek heeft 151 bladzijden en is onderverdeeld in 14 hoofdstukken, die zowel genummerd als getiteld zijn.

2. Samenvatting


Het verhaal gaat over een moeder en haar zoon Raf. Al vroeg merkte de moeder van Raf dat hij zich opvallend gedroeg. Hij gaat door verschillende fasen, zo heeft hij bijvoorbeeld een tijd lang de dwang gehad uren zijn haar te kammen en als iemand aan zijn haar zat kreeg hij woedeaanvallen. Toen Raf drie jaar oud was gingen zijn ouders scheiden, Raf bleef met zijn zus, Sabine, bij zijn moeder wonen. Zijn vader, Hans, verhuisde naar Den Haag.

Toen Raf een jaar of vijftien was begon zijn gedrag erger te worden. Hij begon veel te spijbelen en bleef dagen lang in bed liggen zonder eruit te komen voor het eten. Hier kwam een lange tijd geen eind aan en in de vierde klas bleef hij zitten. De directeur raadde Raf’s moeder aan om hem in verbinding te stellen met het Medisch Opvoedkundig Bureau. Raf kreeg een maatschappelijk werkster toegewezen, waar hij elke veertien dagen een gesprek mee had. Zijn moeder werd helemaal niet betrokken in dit proces, wanneer ze een gesprek met de maatschappelijk werkster van Raf had werd haar een schuldgevoel aangepraat en werd ze buitengesloten. Raf ging achteruit en na een tijd wilde hij ook geen gesprekken meer voeren, de maatschappelijk werkster had geen zin om bij Raf thuis te komen en verwees hem door naar de G.G.D. . Raf had dit telefoongesprek met de G.G.D. waarschijnlijk opgevangen, want toen er een psychiater voor de deur stond om met Raf te praten, was Raf netjes aangekleed en deed hij zich volkomen normaal voor. De psychiater wilde Raf niet helpen, want volgens hem was er niets mis met Raf. Frits een goede vriend van Raf probeerde contact te zoeken met Raf, waar hij in slaagde. Na een tijdje besloten ze met zijn tweeën op vakantie te gaan. Toen Raf terug kwam, zag hij eruit alsof hij maanden door de straten geslenterd had. Hij was helemaal in de war en het contact tussen hem en zijn moeder werd stroever. Zijn moeder belde haar broer, die Raf in contact bracht met een bevriend maatschappelijk werkster, die hem vervolgens in een jeugdinternaat plaatste. Raf leek te herstellen maar na een tijd viel hij terug en ging hij naar een psychiatrische inrichting.

In Paviljoen Drie ging het ook niet beter met Raf en hij wilde bij zijn vader gaan wonen, dit werd niet toegestaan en in plaats daarvan werd hij overgeplaatst naar een kliniek in Den Haag met veel vrijheid.

Raf zijn toestand verslechterde en zijn psychiater kon hier geen verklaring voor geven. Toen zijn moeder een gesprek met haar huisarts over Raf had, vertelde hij haar dat Raf aan schizofrenie leed. Hij vertelde dat er sprake was van een gespleten persoonlijkheid en dat er over de oorzaak nog weinig bekend was en dus ook over de eventuele genezing.

Na een jaar ging Raf in de weekends weer naar huis, en wilde hij na een tijdje niet meer weg. Er werd besloten dat hij het thuis maar weer eens moest proberen. Raf ging al snel achteruit en wilde ook zijn medicijnen niet meer nemen. Hierdoor werd de situatie ondraaglijk. Hij bleef dagen in bed en voerde hevige gesprekken met zichzelf. Zijn moeder voelde zich machteloos, ze kon geen nieuwe medicijnen krijgen – was dit wel het geval geweest dan zou Raf ze toch niet innemen.

Toen kwam zijn moeder met Dr. Aken in contact, een psychiater die elke week een gesprek met Raf voerde. Dit ging een lange tijd redelijk. Naar aanleiding van een documentaire op tv nam Raf contact op met Buiten Oord, waar hij even later werd opgenomen. Na een tijd in een goede stemming geweest te zijn deed ook deze behandeling Raf geen goed, de behandeling was gebaseerd op de theorieën van Liang, wat er op neer kwam dat de patiënten zelf verantwoordelijk waren en praktisch aan hun lot werden overgelaten. Ook kreeg hij geen medicijnen toegediend, waardoor Raf helemaal in zichzelf keerde. Na een verblijf van twee en half jaar werd hij eruit gezet omdat hij te oud werd voor deze inrichting.

Raf ging weer thuis wonen wat zijn moeder beangstigde. Ze belde Dr. Aken op, die voor een maatschappelijk werkster zorgde. Ook zij kon Raf er niet toe bewegen zijn medicijnen in te nemen, en stelde zijn moeder voor druppels in zijn eten te doen. Het bleek dat hij maar weinig nodig had, want het ging al snel weer goed met hem. Hij gedroeg zich normaal en er kwamen weer vrienden over de vloer. Hij besloot op vakantie te gaan met een vriend van hem, Eddy. Nu moest zijn moeder hem wel vertellen van de druppels en de ellende begon opnieuw. Er verliep een jaar waarin Raf niet herstelde.

Raf was op eigen initiatief naar het Crisiscentrum van het Wilhelminagasthuis gegaan en wilde daar niet meer weg, er werd besloten dat ze zouden wachten tot hij rustig was, en dan proberen of hij zich wilde laten opnemen in de Berg Kliniek. Omdat het daar verplicht was medicijnen te nemen ging het een lange tijd goed met Raf. Maar ook daar kwam een eind aan. Hij ging weer thuis wonen en op een dag nam hij een vriendin mee, Heleen. Ze kwam vaak langs en ze brachten veel tijd met elkaar door. Ook Raf’s moeder kon het goed met haar vinden. Raf en Heleen gingen zelfs met elkaar op vakantie. Met Raf ging het nu goed, maar met Heleen ging het steeds minder. Ze werd opgenomen en het bleek dat ze al eerder in zo’n toestand had verkeerd.

Hierdoor kreeg Raf ook weer een terugval. Raf vluchtte en ging een tijdje naar het buitenland, waar hij onterecht opgepakt werd en vervolgens na een dag onschuldig in de gevangenis te hebben gezeten naar huis mocht. Het ging een lange tijd slecht met Raf, en hij werd autistisch. Er werd een woning voor hem geregeld, omdat men dacht dat als hij gedwongen werd om voor zichzelf te zorgen het wel wat beter met hem zou gaan. Dit was niet het geval, het werd alleen maar erger en Raf ging weer naar huis. Zijn moeder kon dit niet meer aan, en na een lange tijd kwam ze in contact met de Bertus Kliniek. Raf werd dezelfde dag nog opgenomen, en sindsdien speelt Raf’s leven zich daar af.

3. Vertelsituatie


Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm, door de moeder van Raf. Sera, de schrijfster, is ook de moeder en vertelt over haarzelf en haar zoon. De verteller heeft dus een duidelijke rol in het verhaal.



“Die avond voerde hij een intens gesprek met zichzelf. Soms kon ik deze soort gesprekken doorbreken als ik zijn aandacht opeiste, maar als hij zo diep geconcentreerd in zichzelf sprak als nu, lukte dat niet.

Hij wuifde me weg en hield zijn hand bij zijn oor om beter naar zichzelf te kunnen luisteren.

‘Dat moet je niet doen,’ hoorde ik hem zeggen. ‘Je ziet er zo lief uit en je bent nog zo jong. Je maakt me treurig.’

Hij sprak heel teder met iemand en ik wilde er meer van weten.

‘Wie maakt je treurig?’ vroeg ik. Zijn gesprek ging naar mij over.”

4. Tijd


a. Chronologisch of niet?

Het verhaal is wel en niet chronologisch verteld. Het hele verhaal is een flashback en dus geschreven in de verleden tijd. Ten eerste wordt aan het begin van het boek kort verteld hoe de situatie aan het eind van het verhaal is. Vervolgens wordt, met grote sprongen, zijn prille jeugd beschreven. Als de hoofdpersoon een jaar of tien is begint het eigenlijke verhaal. Gedurende het hele verhaal wordt teruggesprongen naar het verleden, door middel van flashbacks – terwijl het hele verhaal al een flashback is. Ondanks het feit dat dit erg verwarrend lijkt, is dit helemaal niet het geval in het boek. Het is net alsof het chronologisch verteld wordt, wat het in grote lijnen ook is.

b. In welke tijd speelt het zich af?

Er zijn geen duidelijke aanwijzingen die naar een bepaalde tijd verwijzen. Het speelt zich, volgens mij, in deze tijd af. Misschien in het begin van de jaren ’60, afgeleid van het jaar van uitgave en omdat het verhaal op waarheid gebaseerd is.

5. Ruimte


a. Waar speelt het zich af?

Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Amsterdam, waar Raf door het verhaal heen regelmatig terugkeerde om bij zijn moeder te wonen. Een ander groot deel van het verhaal speelt zich af in de verscheidene inrichtingen waar Raf terechtkomt, deze zijn door heel Nederland heen.

b. Belangenruimte.

Amsterdam functioneert niet echt als een belangenruimte, het verhaal had zich in iedere stad kunnen ontwikkelen. De psychiatrische inrichtingen functioneren uiteraard wel als een belangenruimte. Maar omdat dit een realistische factor en bestemming in het verhaal is, kun je moeilijk zeggen dat het een ‘ruimte’ is. Het is namelijk niet een ruimte of plaats die je zou kunnen vervangen.

6. Personen


 Raf is een schizofrene jongen die de kenmerken van die ziekte weergeeft en de verschijnselen die daarbij horen ervaart. Zoals verschillende persoonlijkheden, en voortdurend gesprekken met zichzelf voert. Ook lijdt hij aan autisme. Zijn uiterlijk wordt alleen van zijn vijftiende jaar beschreven, hij is lang, met zwart krullend haar, grote donkere ogen met brede schouders.

 De moeder van Raf wordt qua uiterlijk niet beschreven. Verder heeft ze het moeilijk met haar zoon en gedraagt zich ook naar de wisselende stemmingen van haar zoon. Ze heeft heel erg veel doorzettingsvermogen, ze is moedig en erg hulpverlenend.

7. Thematiek


a. Motieven:

  • Schizofrenie;

  • Het leven;

  • Familie;

  • De herhaaldelijke teleurstellingen en de steeds weer tevergeefs terugkerende hoop;


b. Thema.

Een moeder en haar schizofrene zoon, worstelen door het leven met de moeilijkheden die de ziekte met zich meebrengt.

8. Stijl


a. Zinsbouw.

De zinnen zijn erg afwisselend, de ene keer lang en vervolgens weer kort. De zinnen zijn niet bijzonder moeilijk, er komen weinig moeilijke woorden in voor en het leest lekker weg. Er zit veel emotie en gevoel in de zinnen, logisch, omdat hier het verhaal ook om draait. Ook zijn er veel dialogen, tussen de veel verschillende persoonlijkheden van Raf en zijn moeder. Opvallend is wel dat er veel vragen in voor komen, die de moeder van Raf zichzelf stelt en voor een groot deel onbeantwoord blijven.



“Na een langdurige huilbui werd ik wat rustiger. Maar ik kon de herinnering aan wat er gebeurd was niet kwijtraken.

‘Wat was dat toch voor een ziekte waardoor een mens zo kon veranderen?’ vroeg ik me af. ‘Hoe kon zo’n vriendelijke, rustige en intelligente jongen, die Raf altijd was geweest, zich tot zo’n emotieloos, bijna wreed wezen ontwikkelen dat hij voor mij een vreemde was geworden?’ ”



b. Woordkeus.

De woordkeus is niet echt modern, en komen af en toe ouderwetse uitdrukkingen en woorden in de tekst voor. Wel zijn ze erg makkelijk. Het enige wat af en toe moeilijk te begrijpen is zijn de ‘medische termen’, maar doordat de hoofdpersoon deze ook niet helemaal begrijpt en niet precies weet wat het inhoudt, worden deze uitgelegd.



“…in de regel…”, “grootheidswanen”, “autisme”.

9. Eigen mening


a. Wat vond je het allerbeste, -leukste, -indrukwekkendste?

Ik vond het boek bijzonder indrukwekkend en goed geschreven. De reden waarom het zo goed geschreven is waarschijnlijk omdat het eigen ervaringen zijn, die op papier gezet zijn. Omdat het zo goed geschreven was en ook omdat er zoveel emotie in het boek zit, vond ik het ontzettend boeiend. Ook kreeg ik op een gegeven moment medelijden met de moeder van Raf – omdat ze het zo zwaar heeft, en telkens in de steek gelaten wordt – maar tegelijkertijd ook heel veel bewondering – omdat ze zoveel doorzettingsvermogen heeft – ga je zo meeleven met haar en blijft het heel boeiend en maakte het veel indruk op me.

b. Wat vond je minder goed of miste je?

Er waren niet zozeer dingen die ik miste of minder goed vond, maar wat ik wel erg jammer vond is dat het boek toch vrijwel een open einde heeft. Omdat je op een gegeven moment zo in het verhaal zit, en zo geboeid bent, wil je toch weten hoe het er nu voor staat. Ook doordat die moeder steeds tevergeefs hoop heeft, ga je dat als lezer ook creëren en blijf je toch tot aan het eind hopen dat het goed af loopt.

c. Hoe is al met al je oordeel over het hele boek?

Zoals blijkt uit de vorige antwoorden, vond ik het bijzonder indrukwekkend en boeiend. Ik heb het boek twee keer gelezen en ik merkte toen ik het voor de tweede keer las, dat ik nog meer onder de indruk was van het verhaal. Op een gegeven moment creëer je dus medelijden met die moeder (althans ikzelf) en krijg je zo de pest in al die mensen die haar niet willen helpen en dus tegenwerken, dat je zoveel bewondering voor die moeder krijgt voor haar doorzettingsvermogen.

Ik weet eigenlijk verder niet hoe ik het uit moet leggen, maar het is wel duidelijk dat het een hele diepe indruk op mij heeft achtergelaten. Ik zou het nog wel tien keer willen lezen, en voor iemand die over het algemeen een gruwelijke hekel heeft aan lezen, wil dat heel wat zeggen…




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen