U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Renate Dorrestein - Een Hart Van Steen.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21616/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2122 woorden.

1] Primaire gegevens



Auteur: Renate Dorrestein

Titel en eventuele ondertitel: Een hart van steen

Jaar waarin het boek voor het eerst verschenen is: 1998

Gelezen druk van het boek, met jaar van uitgave: 14e druk, 2002

Aantal bladzijden: 256

Eventuele motto’s:

Noem mij, noem mij, spreek mij aan,

O, noem mij bij mij diepste naam

Neeltje Maria Min

‘Mijn moeder is mijn naam vergeten’

Eventuele opdracht: -

Genre: roman/drama met jeugdervaringen

Indeling van het boek:

Deel 1:

Studietijd Frits, najaar 1956 of 1957

Sybilles eerste dagje op het strand, augustus 1959

Ma’s doopplechtigheid, 4 september 1972

Deel 2:

Kester, Ellen en Bas, Thanksgiving, 28 november 1972

Ida [door Kesters telelens!], winter 1972 – 1973

Michiel en zijn Lego-kasteel, 31 maart 1973

Epiloog

Namen van de belangrijkste personen met karakter beschrijving:

Het boek is voor een gedeelte in de ik-vorm geschreven, de ik-persoon is Ellen van Bemmel. Het gezin van Bemmel bestaat uit: vader Frits, moeder Margje, Sybille (Billie), Kester (Kes), Ellen, Michiel (Carlos) en Ida (die Ellen later Sophie noemt). In het boek wordt over het leven van Ellen verteld van toen ze 12 jaar was op 37-jarige leeftijd. Ze was op jongere leeftijd slim, ze deed het gymnasium. Ze was een erg dun meisje. Ze was ook altijd zeer behulpzaam, toen zij en haar broertje als enige nog leefden zorgden ze ook goed voor hem, en ze was erg gehecht aan haar familie, haar oudere zus Sybille was haar grote voorbeeld. Ze hield ervan om op zichzelf te zijn. Op de voorkant van het boek staat een foto van een kindje en een vrouw, ik denk dat dat Ellen en haar moeder voor moeten stellen. Op 37-jarige leeftijd heeft ze sluiks haar en ze heeft medicijnen gestudeerd, ze werkt op het gerechtelijk laboratorium. Verder wordt er over haar in het boek niets verteld.

Vertelwijze van het boek: Het boek is helemaal in de ik-persoon verteld, dus de personale verteller. Er zijn wel stukjes, waar het even niet uit de ogen van Ellen van Bemmel wordt verteld, maar meestal toch wel.

Aantal uren gelezen en uitleesdatum: Ik heb er zo’n 10 à 11 uur aan gelezen, en heb hem uitgelezen op 5 november.



2] Verantwoording van keuze

Ik heb in de bibliotheek gezocht naar een boek, ik wilde een boek dat me echt aansprak lezen. Renate Dorrestein had ik wel van gehoord dat ze mooie boeken schreef. Toen ik de achterkant las, leek het me wel een mooi boek. Daarom ben ik deze maar gaan lezen



3] Verwachtingen vooraf

Ik verwachtte een mooi, realistisch verhaal. Ik dacht dat het wel een lang verhaal zou zijn, omdat het ook 255 bladzijden heeft. Maar toch ben ik het gaan lezen.



4] eerste reactie achteraf

Heeft dit werk mij aan het denken gezet ?

Ja zeker weten, ik vind het echt een super mooi en vooral aangrijpend verhaal. Het is heel realistisch, het zou zo in het echt kunnen gebeuren.



Heb ik iets aan dit werk gehad ?

Ja, het heeft me wel duidelijk gemaakt hoe moeilijk gezinnen het soms kunnen hebben. En hoe mooi mensen daar mee om kunnen gaan, helaas ook op een slechte manier.



Spreekt dit boek mij aan ?

Ja, heel erg zelfs. De manier waarop het verhaal is verteld [door middel van flashbacks] is het een heel mooi verhaal geworden. Ondanks die flashbacks is het toch heel goed te volgen. Echt heel mooi boek.



5] Samenvatting

Hoofdpersoon is de 37-jarige patholoog-anatoom Ellen van Bemmel. Ze heeft een tijdje onbetaald verlof genomen en het voormalig ouderlijk huis gekocht, een villa in een buitenwijk van Haarlem. Ze neemt haar intrek in het souterrain, later in de portiersloge.

Ellen is zwanger van een wildvreemde man. Na haar scheiding van Thijs Kamerling, meer dan een jaar geleden, is ze bewust alleenstaand. Ze besluit de tuin op te knappen en krijgt hulp van Bas Veerman, de vroegere conciërge van haar vader die nu bij de Intratuin werkt. Vanwege een dreigende miskraam moet ze op een gegeven moment een aantal maanden bedrust houden. Gedurende die tijd krijgt ze hulp van Lucia, die met haar drie dochtertjes ( Samantha, Vanessa en Rochelle) tijdelijk bij haar in huis in komt wonen, op advies van arts Jan Bramaan.

Aan de hand van foto’s kijkt de verbitterde en getraumatiseerde Ellen terug op haar leven en dat van haar familieleden, waarin zich vijfentwintig jaar geleden een verschrikkelijk drama heeft afgespeeld. Haar ouders, Frits van Bemmel en Margje de Groot, vermoordden toen drie van hun vijf kinderen en sloegen vervolgens de hand aan zichzelf. Door een gelukkig toeval zijn Ellen en haar jongste broertje Michiel (ook wel Carlos genoemd) aan dat gruwelijke lot ontsnapt.

Ellen wordt gekweld door de vraag waarom zij is blijven leven en hoe haar ouders tot hun daad gekomen zijn. Bladerend in het fotoalbum reconstrueert ze het verleden en de toedracht rond de moord.



Toen Ellen zo’n twaalf jaar oud was vormden de Van Bemmels nog een gelukkig gezin, met vier kinderen: de vijftienjarige Sybille (Billie), de iets jongere Kester (Kes), Ellen en de driejarige kleuter Carlos ( Michiel). Er was een vijfde kind op komst, tot groot ongenoegen van de kinderen.

Ellens ouders leidden een knipselbureau aan huis, dat gespecialiseerd was in Amerika en vooral werkte met studenten, die voor hen de artikelen uitknipten.

Op Ellens twaalfde verjaardag sloeg het noodlot toe. Carlos kreeg een ketel koken water over zich heen en verbrandde zijn keel, borst en linkerarm. Toen hij eindelijk uit het ziekenhuis kwam, was hij in Ellens ogen een volkomen ander kind geworden. Het vijfde kind werd Ida genoemd, een naam die door Ellen bedacht was en haar afkeer van het kind uitdrukte. Ida was een spuug- en huilbaby, die iedereen de stuipen op het lijf joeg met haar gekrijs. Ze bleek een maagvernauwing te hebben. Toen ze in het ziekenhuis opgenomen werd, begon de moeder zich vreemd te gedragen. Ze verdacht haar familieleden ervan dat ze haar baby wilden stelen en maakte en hevige scène.

Toen Ida terugkeerde uit het ziekenhuis, begon Margje zich zorgen te maken over de vorm van haar hoofdje en vlak voordat Ida gedoopt zou worden, vluchtte ze met haar de kerk uit. De eens zo hechte relatie tussen Frits en Margje begon te verslechteren, evenals die tussen hen en de kinderen. Margje verscheen niet meer op kantoor; de hele dag was ze bezig met Ida, in wie volgens haar de duivel schuilde. Ze nam zich voor die uit te drijven, éigenhandig, om haar dochtertje weer sterk en gezond te maken’(p 146).

Verder besloot ze om nooit meer seks te hebben met Frits. Dat bracht hem zo tot razernij dat hij haar op een nacht verkrachtte. De volgende morgen ontdekte hij op de onderbuik van Ida talrijke dieppaarse bloeduitstortingen, die hem aan leukemie deden denken.



Margje mishandelde de baby op allerlei manieren, maar niemand ( behalve Ellen) had iets in de gaten. Ze liet de kinderen bidden, eerst tot god, later tot zichzelf, om te vragen het kwaad uit hun kleine zusje te drijven.

Ida (later Sophie genoemd) moest een beenmergpunctie ondergaan en de artsen hadden geen verklaring voor de botbreuken, inwendige kneuzingen, vurige huiduitslag en diarree. Frits maakte zich slechts wat zorgen over zijn vrouw, omdat ze niet in haar gewone doen was.

Rond Pasen deed Margje plotseling weer normaal en begon de baby te blaken van gezondheid. Het vroegere gelukkige gezinsleven leek teruggekeerd te zijn. Maat toen het weer na een paar dagen omsloeg, werd Margje treurig en maakte ze opmerkingen als: ‘Het is zover’ en ‘We zullen ervoor zorgen dat jullie niet leiden’( p 203-204). Samen met Ellen maakte ze voor iedereen een schoteltje met ‘vitaminepillen’ klaar ( slaaptabletten en valium die ze had opgespaard). Die avond, 6 April 1973, was ellen tijdens het toetje opgestaan om haar hond Orson uit te laten. Toen ze na ruim en uur terugkwam, trof ze in de keuken de levenloze Bille en Kester aan, met dichtgebonden plastic zakken over hun hoofd. Haar ouders bevonden zich op de bank in de serre; Ida lag in een vuilniszak op de aanrecht. Ze hoorde Michiel onder de tafel in zijn plastic zak hoesten en sleepte hem naar de kelder, Bas vond hen daar de volgende morgen en alarmeerde de politie.



Na de moordpartij kwamen Ellen en Michiel in internaat De Eenhoorn terecht; hond Orson werd naar een asiel gebracht. De aanpak van Sjaak en Marti, hun begeleiders, had weinig effect en werkte vaak averechts op de getraumatiseerde kinderen. Michiel wer al snel geadopteerd door de heer en mevrouw Kamphuis uit Beverwijk, tot woede en verbijstering van Ellen, die zijn vertrek nog had proberen te belemmeren door er op kerstavond met hem vandoor te gaan. Hun barre tocht eindigde toen bij de sympathieke rector van Ellens school, maar die kon Michiel niet in huis nemen.

Steeds vaker begonnen Billie en Kester door Ellens hoofd te spoken en haar van alles te verwijten. Na een verplicht bezoek aan het kerkhof raakte Ellen ervan overtuigd dat ook zij onder de hartvormige grafsteen had moeten liggen. Ze nam zich voor haar ouders te laten zien dat zij haar leven waard was.

Slechts één keer ging ze bij Michiel en zijn adoptieouders op bezoek, toen hij vijf werd. Na bijna een jaar bleken ze van elkaar vervreemd te zijn. Tijdens een feest in de Eenhoorn kreeg Ellen van Sjaak en Marti een cadeau, het oude fotoboek, waarvan ze behoorlijk overstuur raakte.



Ellen bleef tot haar achttiende in het internaat en ging toen op kamers wonen. Ze riep de hulp in van verschillende psychiaters ( onder ander Marco) om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken, maar zonder veel succes. Ze had voortdurend migraine, schuimde ’s nachts de cafés af en stortte zich “als een vod in ieder paar armen’ dat ze tegenkwam (p. 171).

Halverwege haar studie medicijnen hoorde ze tijdens een college gynaecologie voor het eerst iets over de postnatale depressie en de kraamvrouwenpsychose, de ergste vorm daarvan. Toen ging haar een licht op: als haar moeders toestand na de geboorte van Ida tijdig was herkend en haar simpelweg de juiste medicijnen ( progesteron) had voorgeschreven, had er nooit een tragedie hoeven plaatsvinden! Dit inzicht werkte als een bevrijding: niemand had iets fout gedaan. Maar, waarom had haar vader geen vinger uitgestoken?

Na het laatste bezoek aan Marco ontmoette ze Thijs en besloot ze patholoog-anatoom te worden, de kant van de doden te kiezen. Ze trouwde met Thijs, maar zette na dertien jaar een punt achter het huwelijk.



Met de bitse Lucia, die door haar man mishandelt wordt, kan Ellen slecht overweg. Omdat niemand mag weten dat Lucia bij haar in huis is, is ze ook tot isolement gedoemd. Pas na vier weken volledige bedrust mag ze weer rechtop zitten.

Na een aantal maanden is Ellen weer op de been en vertrekt Lucia met haar kinderen. Hoe hatelijk de twee vrouwen ook steeds teen elkaar zijn geweest, bij het afscheid hebben ze het toch even moeilijk.

Bas laat Ellen kort daarna een memo van haar vader zien, gedateerd 6 April 1973, waaruit blijkt dat hij Bas had gevraagd een vakantiereis voor twee personen te boeken naar Florida. Volgens hem moet er daarom sprake zijn van een onbekende moordenaar, maar Ellen gelooft daar niets van: haar ouders hielden alleen van elkaar, de kinderen waren slechts een ‘bijproduct’(p. 213); hun gezamenlijk dood was hun ultieme romantische ideaal.



In de kelder is amper iets veranderd sinds de nacht dat Ellen zich daar samen met Michiel in doodsangst verstopte. Nu ze de ware toedracht rond het familiedrama begrijpt, schaamt ze zich voor haar woede en haat jegens haar ouders. Ze begrijpt nu ook waarom zij in leven bleef: haar moeder was haar gewoon vergeten, had haar domweg over het hoofd gezien.



Half oktober verkoopt Ellen de villa aan iemand van een reclamebureau. Na een telefoontje van de makelaar dat de zaak rond is, nodigt ze Bas uit om te komen eten. Ze laat hem beslissen welke naam de baby zal krijgen



7] Reflectieopdracht



a. De situatie die me het meest bij gebleven is het moment waarop Carlos eigenlijk naar een nieuw pleeggezin gaat en Ellen wil dat verkomen en slaat dan op de vlucht met haar broertje. Dat begint ongeveer op pagina 107 tot en met pagina 112. Zij geeft zoveel om haar broertje dat ze alles doet om te voorkomen dat haar broertje alleen naar een pleeggezin moet.

b. -

c. Ik ben niet zo heel vroeg begonnen met lezen, maar ik heb hem heel snel uitgelezen omdat ik het zo’n mooi boek vond. Had ik dus geluk mee.

d. Dit boek valt zeker aan te raden aan kinderen van mijn leeftijd, het is zo’n mooi boek. Alhoewel je moet wel van zo’n realistisch verhaal houden en zo’n dramatisch verhaal.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen