U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Pieter Corneliszoon Hooft - Warenar.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/6409124/ en is laatst upgedate op 27/05/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1407 woorden.


Druk

4e druk



Uitgever,
plaats, jaar


Thieme, Zutphen, 1969



Aantal
pagina's


104 pagina's en 1486 versregels



Indeling

(Inleiding), voor-reden en vijf bedrijven die onderverdeeld zijn in
verschillende tonelen.



Samenvatting

Voordat het echte blijspel begint is er een voorrede. Hierin spelen twee
allegorische figuren, Miltheid en Gierigheidt. In het huis van Warenar regeert
Gierigheidt al vanaf dat het bewoond werd door de grootvader van Warenar.
Miltheid wil hier een einde aan maken. De grootvader verborg in de haard een
pot met goudstukken die op een dag door Warenar wordt gevonden. De vloek van de
gierigheid is erfelijk en komt terug in het derde geslacht. De dochter van
Warenar, Klaertje, is zwanger en kan alleen trouwen als Gierigheidt verdwijnt.
Deze doet dat ook en dan vertelt Miltheid dat het blijspel Pottery zal heten.



Eerste bedrijf:

De wantrouwende Warenar werkt zijn oude, trouwe dienstmeid Reym de deur uit,
uit angst dat zij de pot met goud ontdekt. De enige reden waarom ze nog blijft
is dat Klaertje zwanger is en op het punt staat te bevallen. Ze wordt spoedig
weer door Warenar teruggehaald omdat hij even weg moet en het huis niet
onbeheerd achterlaat. De buurvrouw van Warenar Geertruid probeert haar broer
over te halen om te trouwen. De voorstellen van Geertruid vindt Rijkert maar
niets. Als hij zelf op het idee komt van het buurmeisje Klaertje vindt
Geertruid het weliswaar niets maar hij is bereid om Klaertje een aanzoek te
doen bij haar vader. Na een tijdje praten, vraagt hij om de hand van zijn
dochter. Warenar stemt toe, maar deze kijkt eerst nog even of de pot met goud
er nog staat. Hij wil wel dat Rijkert afziet van zijn recht op de bruidsschat.
Deze vindt dat niet zo erg en ze regelen dat er die avond een maaltijd wordt
gehouden ter gelegenheid van het komende huwelijk, op kosten van Rijkert. Reym
moet van Warenar het huis in orde maken. Ze maakt zich wel zorgen over
Klaertje.



Tweede bedrijf:

Lekker, de knecht van Rijkert, wordt er door hem op uitgestuurd om de
hofmeester Casper en de kok Teeuwes opdracht te geven tot een bruiloftsmaal.
Ondanks dat ze het druk hebben, stemmen ze toe. Ze vinden het vreemd dat
Rijkert opdraait voor de kosten. Warenar gaat naar de vismarkt en vleeshal maar
vindt alles te duur. Als hij thuiskomt hoort hij de kok en hofmeester over een
pot praten. Hij begrijpt het verkeert en werkt ze de deur uit.



Derde bedrijf:

Warenar komt er al snel achter dat hij fout zat en ze ten onrechte heeft
verdacht. Hij doet alsof hij zich bedreigd voelde door het lange mes van de
kok. Hij denkt dat ze zijn ingehuurd door Rijkert. Als deze langskomt, prijst
hij de zuinigheid van vrouwen en veroordeelt hun pronken en verkwisten. Maar
Warenar houdt argwaan en die wordt groter als Rijkert over de bruiloftskleding
en de wijn begint. Rijkert wil natuurlijk de pot met goud stelen, dus Warenar
gaat de pot begraven op het kerkhof van de misdadigers.



Vierde bedrijf:

Lekker vertelt in alleenspraak dat hij Ritsert, de zoon van Geertruid, op de
hoogte heeft gebracht van het huwelijk van zijn oom met Klaertje. Deze is erg
geschrokken, omdat hij na een feestje Klaertje heeft zwanger gemaakt. Lekker
loopt langs het kerkhof en ziet Warenar rondlopen. Deze denkt echter dat Lekker
de pot al heeft gevonden. Hij slaat hem, schelt hem uit, en fouilleert hem.
Warenar vind nog geld ook. Maar Lekker beweert dat hij het heeft verdiend bij
zijn oom Rijkert. Lekker ontdekt door de argwaan van Warenar wat deze voor hem
probeert te verbergen. Hij volgt Warenar en ziet waar de schat wordt begraven.
Geertruid roept haar zoon ter verantwoording wat betreft Klaertje. Ritsert
bekent alles en vertelt dat hij met haar wil trouwen. Zijn moeder is het er
niet geheel mee eens maar keurt het niet af. Nu moeten ze nog de zaak met oom
Rijkert regelen. Lekker heeft inmiddels de pot opgegraven. Als Warenar ontdekt
dat hij bestolen is gaat hij luid jammeren. Ritsert ontmoet hem en denkt dat
het jammeren om zijn dochter is. Hij bekent dat hij de schuldige is, maar
Warenar denkt dat hij de diefstal opbiecht. Nadat het misverstand uit de wereld
geholpen is vraagt Ritsert om de hand van Klaertje. Oom Rijkert wil van het
huwelijk afzien. Warenar gelooft Ritsert niet en controleert of zijn dochter
zwanger is. Ritsert besluit te helpen zoeken naar de gestolen pot en loopt een
blokje rond.



Vijfde bedrijf:

Ritsert loopt Lekker tegen het lijf, die probeert de pot met goud onder zijn
mantel te verbergen. Dit lukt niet en Ritsert zegt dat het geld van Warenar is.
Hij vertelt hem over het komend huwelijk en neemt hem mee naar Warenar. Reym
gaat snel Geertruid halen om te helpen bij de bevalling. De bevalling is wat
sneller gekomen omdat Klaertje geschrokken is van het plan om haar met Rijkert
te laten trouwen.

Onderweg prijst Reym de goede eigenschappen van Klaertje. Lekker en Ritsert arriveren
bij Warenar en Lekker geeft de pot met goud terug. Warenar is heel blij, maar
heeft zijn lesje geleerd. Als huwelijkscadeau geeft hij de pot aan Ritsert.
Geertruid en Reym komen met de geboren zoon. Van de situatie gebruik makend,
vraagt Lekker vijfhonderd gulden aan Warenar om het kastekort aan te vullen.
Hij krijgt het geld. En hij besluit het stuk met het verzoek om applaus.



Thema

Het thema van het blijspel is gierigheid van Warenar en dat heeft alles te
maken met de pot goud. Door het hele verhaal wordt duidelijk wat de gevolgen
hiervan zijn. De gierigheid maakt op het laatst wel plaats voor vrijgevigheid.



Titelverklaring

De volledige titel is: Ware-nar, Dat is, Aulularia van Plautus, Naa's Landts
gelegentheidt verduitscht. Ware-nar slaat terug op de hoofdpersoon Warenar,
zijn naam is een speaking name: echte-gek. Het boek is een navolging en voor
een gedeelte een vertaling, van Aulularia wat pot betekent. Dit stuk is door
Plautus geschreven. En het laatste deel betekent naar de gelegenheid van het
land vertaalt (Nederland).



Personages

De hoofdpersoon van het verhaal is Warenar. Hij is een jaar of zeventig en erg
gespannen. Zijn gierigheid gooit zijn hele leven overhoop. Hij wantrouwt
iedereen en hij is voortdurend bang door zijn geld te verliezen. Hij is zo
geconcentreerd op zijn geld, dat hij niet door heeft dat zijn dochten
hoogzwanger is. Als de pot met goud toch gestolen wordt, is hij genezen van
zijn gierigheid, maar toch is hij blij dat hij het kwijt is. Warenar is de
enige round-character in het verhaal. Hij is in het begin gierig en later
vrijgevig. Andere figuren (flat-characters) zijn: Reym (de dienstmeid),
Geertruid (buurvrouw van Warenar), Rijkert (broer van Geertruid, buurman van
Warenar), Ritsert (zoon van Geertruid), Lekker (knecht van Rijkert), Teeuwes
(de kok) en Casper (de hofmeester). Tot slot de twee allegorische figuren
Miltheid en Gierigheidt. Zij wisselen elkaar af.



Plaats en tijd

Het verhaal speelt zich af in het huis van Warenar en daarom heen. Het huis
staat in Amsterdam. Alles speelt zich af in één dag in de tijd van de
schrijver. De enige flash-back zit in de voorrede, dat de grootvader van
Warenar de pot heeft verborgen. Het verhaal loopt continu en is chronologisch
vertelt.



Vertelperspectief

De allegorische figuren richten zich tot het publiek. De andere personages
presenteren zichzelf op het toneel.



Vorm

Het blijspel is geschreven in vrije rederijkersverzen. Het eindrijm is gepaard.
De taal is hoofdzakelijk Amsterdams dialect. Hooft heeft hiervoor de hulp
ingeroepen van S. Coster. Deze kende het Amsterdams dialect zeer goed en was
behulpzaam op het gebied van taal.



Beoordeling

Ik vond het een leuk boek. Er gebeurde veel en was grappig. Het stuk is een
blijspel dus dat is de bedoeling wel, toch zat er een serieus moraal in.
Sommige scènes waren wat grof omdat er veel werd gescholden. Dit gebeurde dan
zo dat het wel leuk was. Het verhaal liep goed op elkaar over, alleen werd er
snel gewisseld van dialogen. Dit was soms wat moeilijk te volgen. Er werden
niet meer zinnen gebruikt als nodig. Moeilijk was wel het oude platte
Amsterdams, omdat veel klinkers anders waren. Dit koste veel tijd om te
snappen, net zoals de vele aantekeningen die wel van pas kwamen. Het verhaal
was wel geloofwaardig. De personages waren ook levensecht en het thema was ook
herkenbaar. Door de moraal blijft het je wel goed bij.



Informatie

Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) geboren te Amsterdam bezocht de Latijnse
school op jonge leeftijd werd hij al lid van de rederijkerskamer De Eglantier.
Hij had een stoïcijns-epicuristische levensinstelling: hij streefde naar
onbewogenheid en verfijnd geestelijk genot. Hij hechtte veel waarde aan zuiver
taalgebruik en historische objectiviteit. Hij was een echte renaissancist:
hoofs, geleerd, rationeel, met gevoel voor smaak, harmonie en orde. Belangrijke
werken: Achilles en Polyxena, Theseus en Ariadne, Granida, Emblemeta amatoria,
Geeraerdt van Velsen, Warenar, Baeto, Hendrik de Grote en Nederlansche
Historien. Hij schreef treurspelen, gedichten, dramatische stukken, blijspelen
en was geschiedschrijver.

Warenar is een realistisch karakterblijspel, een imitatio en ook een aemulatio.
Een blijspel laat de fouten en gebreken van de mens zien, er zit ook een moraal
in. De kern van het blijspel zijn serieus.



Geraadpleegde
literatuur


Prisma Uittrekselboek, Nederlandse literatuur ca. 1200-1880, eerste druk 1994,
Prisma Informatief. Brandpunten, Leidraad bij de studie van Nederlandse
letterkunde voor het voortgezet onderwijs, zesde druk 1983, Meulenhoff
Educatief.






Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen