U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : -- - Het Dwaallicht.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=13845 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 917 woorden.

Titel

Het dwaallicht



Auteur

Willem Elsschot (Alfons de Ridder)



Uitgever

Querido, Amsterdam



1e druk

1946



Gelezen druk

de 15e uit 1982



Aantal bladzijden

54



Ik heb dit boek gekozen omdat de titel mij wel aansprak.

Komt doordat het een beetje mysterieus klinkt



Titelverklaring

De titel verwijst naar het thema van het verhaal.



Tijd

Het verhaal begint op een novemberavond in 1938 en duurt zo'n vijf jaar.





Hoofdpersonen



Frans Laarmans= de meest belangrijke man in het verhaal



Ali Khan is de naam die Laarmans geeft aan de Afghaan die hem een adres vraagt. Ali is de leider van een groep van drie Afghanezen.



Samenvatting

Op een regenachtige novemberavond koopt Frans Laarmans zijn krant in een winkeltje. Als hij naar de tram loopt wordt hem de weg versperd door drie zwarten mensen. Laarmans weet dat het bemanningsleden van een Indievaarder zijn omdat er in die buurt meer van rondlopen. Laarmans wil doorlopen wat zulk volk ontwijk je gewoonlijk. maar hij stopt toch. Een van hen geeft hem een stukje karton, waarop de naam Maria van Dam en haar adres staat, Het is erg onduidelijk geschreven en Laarmans maakt er Kloosterstraat 15 van. De zwarte man vraagt in het Engels waar het is. Laarmans probeert het even gauw uit te leggen . Na zijn uitleg zeggen de drie dat zij Laarmans verhaal wel begrepen hebben en willen Laarmans een doosje sigaretten als dank aanbieden, maar die slaat de gift af.



Als hij op de tram staat voelt hij zich niet zo best, als iemand die iets op zijn geweten heeft. En als de tram langs de drie zwarten rijdt ziet hij zichzelf al in Bombay lopen op zoek naar zijn geliefde fathma in een doolhof van straten, met een stukje karton in zijn hand waar niemand op reageert. Hij realiseert zich dat hij zich er wel erg gemakkelijk vanaf heeft gemaakt en springt van de tram af om de zwarten te helpen. Op weg naar de Kloosterstraat vertelt Ali hem over Maria. Ze schijnt erg mooi te zijn en rond de twintig. De drie hadden haar een pot gember en een sjaaltje gegeven en Maria had ze alledrie uitgenodigd. Ze waren ook alledrie verliefd. Laarmans stelt voor om een bosje bloemen voor de vrouw te kopen om niet met lege handen te komen. Laarmans koopt het bosje bloemen omdat de drie geen verstand van buitenlands geld hebben. Ali wil pas verder als hij weet hoeveel het bescheiden bosje gekost heeft, en na het geld terugbetaald te hebben gaan ze verder.



Kloosterstraat 15 blijkt een bloemenwinkel te zijn waar, na het gevraagd te hebben, er blijken geen Van Dam's te wonen maar Pasmansen. Meneer Pasmans blijkt een stevige man te zijn die de vier de winkel uit kijkt. Laarmans krijgt al spijt dat hij niet naar huis was gegaan, maar Ali wijst hem op de sterren en vertelt dat zij hoop geven. en Laarmans gaat verder met de drie naar het politiebureau. Eenmaal daar aangekomen blijven de drie buiten wachten en gaat Laarmans naar binnen.



Laarmans vraagt naar het adres van Maria van Dam en krijgt er twee. Een op de Lange Ridderstraat 71 en de ander op het Zand nummer 15. Laarmans neemt aan dat Maria op het Zand woont, het huisnummer is immmers hetzelfde als op het kaartje. Het Zand nummer 15 blijkt een hotel genaamd het Carlton Hotel te zijn. De eigenaar is volgens de agent een Nederlandse heler, Kortenaar. Eenmaal aangekomen blijkt er van de schitterende naam van het hotel niets waar te zijn. Het hotel bestaat uit twee duistere verdiepingen en is nou bepaalt niet echt mooi. Maria van Dam is er niet bij volgens Ali en volgens de barman, Kortenaar, woont ze er ook niet.



De klanten vertrekken langzaam en Laarmans en de drie blijven zitten om hun verdriet weg te spoelen. Ze hebben zich erbij neergelegd Maria nooit te zullen vinden. Ali vertelt dat ze uit Afghanistan komen en van de Islam zijn. Ze hebben een gesprek over godsdienst en met name over Christus, over wie Laarmans de oosterlingen vertelt. Laarmans wordt door Ali geconfronteerd met de problemen van zijn godsdienst. Na een tijdje verlaten ze het Carlton Hotel en Laarmans brengt ze naar de kade. Op zijn weg terug wil hij nog naar de Lange Ridderstraat gaan. Als hij voor de deur staat durft hij toch niet aan te kloppen. ('Kom oude sater, het is genoeg. Laat haar in vrede genieten van haar laatste sigaretten, dromen van haar sjaaltje en van haar pot gember. En loop door, dan wordt u wellicht de geilheid niet aangerekend die bij deze nachtelijke klopjacht uw stut is geweest.)



Over de schrijver

Willem Elsschot (eigenlijk Alphonsus Josephus de Ridder; 1882-1960) Belgisch (Vlaams) schrijver. Leidde na WO I te Antwerpen een eigen reclamebureau. Elsschot neemt in de Nederlandstalige literatuur een eigen plaats in door zijn laconieke, geconcentreerde stijl, waarachter grote bewogenheid schuilgaat. Zijn eerste roman was 'Villa des roses' (1913), in 1921 gevolgd door 'Een ontgoocheling' en 'De verlossing'. In 1924 verscheen 'Lijmen', de eerste van een serie ik-romans. De in wezen fatsoenlijke ik-figuur Frans Laarmans treedt eerst in de voetsporen van de doorgewinterde zakenman Boorman, maar in het vervolg 'Het been' (1938) keert hij terug tot zijn eigen fatsoensnormen. Laarmans treedt in een aantal romans op, te weten 'Kaas' (1933), 'Tsjip' (1934), 'De leeuwentemmer' (1940), 'Het tankschip' (1940) en 'Het dwaallicht' (1946), Elsschot's laatste werk. Daarnaast verschenen nog de novelle 'Het pensioen' (1937) en de dichtbundel 'Verzen van vroeger' (1934). Bekroond met onder andere de Belgische Driejaarlijkse Staatsprijs voor het Proza (1948) en de Nederlandse Constantijn-Huygensprijs (1951).
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen