U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J.r.r. Tolkien - De Hobbit.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21603/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 943 woorden.

Boekbespreking: De Hobbit:



auteur: J.R.R. Tolkien,

vertaald: door Max Schuchart,

uigeverij: Het Spectrum B.V.,

oorspronkelijke tittle: The Hobbit

225 bladzijden



Dit boek verhaald de reis van Bilbo Balings. Bilbo is een hobbit. Hobbits zijn een onopvallend, maar heel oud volk. Een hobbit heeft een scherp gehoor en zicht. Hoewel ze tot diklijvigheid neigen kunnen ze zich zeer stil voortbewegen. Ze zijn in staat om heel stilletjes te verdwijnen. Ze leven bij voorkeur in een goed geordende landstreek en ze hebben nooit begrip gehad voor werktuigen met een ingewikkelde structuur.





Meneer Balings is een welgestelde hobbit die onder De Heuvel woont. Op een ochtend staat hij rustig z'n pijpje te roken als er plots een kleine, oude man met een staf, een hoge blauwe punthoed en een zilveren sjaal hem goedemorgen wenst. Het is Gandalf, een zwervende tovenaar en een goede vriend van Bilbo's voorvaderen.

Gandalf doet uiterst geheimzinnig over een avontuur waar hij Bilbo bij wil betrekken. Meneer Balings bedankt de tovenaar vriendelijk omdat hij niet zo van avonturen houdt maar nodigt hem uit voor de thee. De volgende ochtend is de hobbit Gandalf al bijna vergeten als er vlak voor theetijd hard op de deur wordt gebonsd. Bilbo haast zich naar de deur en als hij deze opent merkt hij dat het de tovenaar niet is. Het is een dwerg met een blauwe baard die zich voorstelt als: "Dwalin, uw dienaar". De hobbit is stom verbaasd en hij trekt nog grotere ogen als hij merkt dat er binnen de kortste keren dertien van deze mannetjes rond zijn salontafel zitten. Even later is Gandalf er ook. Bilbo vraagt enige verduidelijking bij deze onverwachte komst. Deze krijgt hij van Thorin, de leider van het gezelschap. Meneer Balings wordt op aanraden van Gandalf door de dwergen meegevraagd als veertiende man op een lange reis. Het doel van die reis is de schat, die de draak Smaug bewaakt, te stelen. Dit fortuin was eens van de dwergen tot ze op zekere dag werden verdreven. De draak, die nu de bezitter is van deze rijkdom, woont ver in het oosten voorbij het Demsterwold. Na veel geprotesteer van de kant van meneer Balings wordt hij toch overhaald om de reis te ondernemen. De volgende morgen vertrekken dertien dwergen, één hobbit en een tovenaar op weg naar het verre oosten. Eerst trekken ze met hun pony's door hobbitlanden maar later komen ze in gebieden waar een vreemde taal word gesproken. Ze ontsnappen ternauwernood aan drie hongerige trollen en dit was ook het geval bij de wrede aardmannen. Het ging zo : nadat zij al vele heuvels en bergen hadden beklommen kwamen ze terecht in noodweer. Ze zochten beschutting en die vonden ze in een lage boog in de bergwand. Wat ze echter niet wisten, was dat dit het voorportaal van de ondergrondse gewelven van de Aardmannen was. 's Nachts werden ze in hun slaap gegrepen en ver onder de grond gevoerd. Maar dankzij Gandalf werden ze van hun boeien verlost en konden ze een uitgang gaan zoeken. De Aardmannen merkten dit al gauw. Ze stuurden hun snelste en stilste lopers er op uit om alle gangen te controleren. De nietsvermoedende dwergen werden in het donker aangevallen maar opnieuw konden ze ontsnappen. Toen ze weer boven de grond waren zagen ze dat ze de hobbit niet meer bij zich hadden. Hij was alleen in het donker achtergebleven. Jammerlijk genoeg stuitte hij op Gollem, de bewaker van het meer dat onder de grond lag. Met een gelukje kreeg Bilbo de onzichtbaarheidsring van Gollem te pakken. Als je deze ring over je vinger schuift wordt je geheel onzichtbaar. Zo ontsnapte hij aan Gollem en de aardmannen en kon hij zich weer bij de rest van de groep voegen. Ze trokken verder en kwamen zo aan het huis van Beorn. Het was een gespierde kerel en een vriend van Gandalf. Hij kon van gedaante verwisselen zo kon hij bijvoorbeeld in een beer veranderen. Van hem kregen ze nieuwe voorraden om verder te trekken. Na enkele dagen bereikten ze het Demsterwold. Hier moesten ze afscheid nemen van de tovenaar die dringend naar het noorden moest. In het Demsterwold werden ze gevangen genomen door de elfenkoning, maar dankzij een briljant idee van Bilbo konden ze ontsnappen. Via de rivier die ze afvaarden kwamen ze terecht in Esgaroth, een stad die aan de Meermensen toebehoorde en aan de voet van de berg lag waar Smaug leefde. Na een confrontatie met de draak leek het bijna onmogelijk om hem te doden en de schat te stelen, maar dit gebeurde toch. Meneer Balings had tot twee keer toe iets gestolen van de schat. Als je al zo'n vijfhonderd jaar op een schat ligt merk je het wel wanneer er iets verdwijnt. De draak werd woest en vernielde Esgaroth. Maar Bard, een dappere Meerman, schoot een pijl in de linkerbuikholte van de draak en haalde hem zo neer. De Meermensen eisten een veertiende deel op van de schat. Dit kregen ze niet meteen omdat de schat eerst nog in handen van de Aardmannen dreigde te vallen. De Aardmannen die hadden vernomen dat Smaug dood was, verzamelden zich en met duizenden trokken ze naar het oosten, belust op wraak op de dwergen. Het kwam tot een ware veldslag waar zowel de Meermensen als de Boselfen bij betrokken waren. Uiteindelijk wonnen de dwergen het met behulp van de Meermensen en Boselfen, die ze nu als vrienden beschouwden. Ze stonden het deel dat de mensen van het meer en de Boselfen toekwam af. Ook Bilbo, die snakte naar zijn hobbithol, kreeg zijn deel van de schat. Hij reisde samen met Gandalf, die terug was gekomen uit het noorden, weer naar huis.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen