U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Vannaf 1889 Tot 1973 - Picasso Ingezonden Door: Charlotte Categorie:.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=536 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1744 woorden.

Portret van de kunstenaar




Picasso is in het Spaanse stadje Malaga, op 25 oktober 1881, geboren.


Een kunstenaar wordt in de geschiedenis maar zelden een unieke verschijning. Bij Picasso is dat het geval. Al zijn heel zijn leven was Picasso een synoniem voor ‘moderne kunst’. Tegenwoordig is Picasso allang een mythe geworden, een legende in het tijdperk van de


massamedia. Picasso maakte in zijn lange carrière ( vannaf 1889 tot 1973 ) werken in de stijl van achtereenvolgens het realisme, classicisme, kubisme, surrealisme en het abstracte. Hij was altijd zijn tijd ver vooruit en voortdurend op zoek naar vernieuwing.


Zijn vermoeibare scheppingsdrang leidde tot een productie van 35000 kunstwerken. Picasso maakte schilderijen, tekeningen lithografieën, keramiek, objecten, collages, beelden, foto’s. In zijn kunstwerken keren vaste thema’s terug: dood, liefde, vrouwen, erotiek, dieren.


Zelfportret ’Yo Picasso’


Parijs, 1901


73,5 x 60,5 cm


Het is tegenwoordig ook niet meer bijzonder dat een apart museum wordt gewijd aan een belangrijke kunstenaar, voor Picasso werden er meteen drie geopend: in Antibes, Barcelona en Parijs.


Picasso was vooral ook een populair man. Zo schreef een Londense krant naar aanleiding van zijn eerste tentoonstelling in Engeland na de Tweede Wereldoorlog, die door de National Gallery werd georganiseerd: “Picasso is een groot schilder, een geniaal dichter en zijn scheppingen komen uit de diepste dimensies van de droom.” Een andere krant, daarentegen, schreef: “deze schilderijen komen uit de werkplaats van de duivel, die hoofden met varkensneuzen zijn het werk van een schizofreen.Het moest worden verboden om zoiets in Engeland te laten zien.”


Velen die Pablo in Parijs leerden kennen, vonden hem niet alleen een fantastische kunstenaar, ze vonden het ook een sympathiek figuur.














Opvoeding tot een genie




Een van de vroegst bewaart gebleven tekeningen van Picasso stamt uit 1890.Het werkje is ongetwijfeld nog erg onvast. De proporties zijn niet juist weergegeven, de ledematen hebben niet de juiste verhouding ten opzichte van elkaar, het linker bovenbeen is veel dikker en de naar rechtsonder gerichte uitgestrekte arm is anatomisch verkeerd afgebeeld. De lijnvoering is onzeker en verraad de onervarenheid van de tekenaar.


Maar toch is het een opmerkelijke tekening voor een negenjarige. Dat werk is weliswaar een kindertekening, maar geen kinderlijke tekening. Het is niet verwonderlijk dat zijn vader immers zelf schilder en tekenaar was, het talent van zijn zoon vroeg herkende en het systematisch bevorderde. Op elfjarige leeftijd gaat Pablo al naar de kunstschool in La Coruña en in 1895 word de veertienjarige Picasso toegelaten tot de kunstacademie van Barcelona. Al een jaar later kon een groot schilderij van de jonge kunstenaar, De eerste communie, worden getoond op een openbare tentoonstelling.


















De blauwe periode


1901-1904




Het begrip ‘blauwe periode’ voor de nieuwe kunst van Picasso legt de nadruk op veelal trieste schilderijen in monochrome kleurstellingen in blauwe tinten. Picasso ontwikkelde de principes van de blauwe periode weliswaar in Parijs, maar tot hij daar in 1904 definitief naartoe verhuisde, bleef Barcelona de belangrijkste plaats voor zijn werk.





Het paar


Le couple


Parijs,1904


55 x 38 cm


Zijn werk in Catalonië werd alleen onderbroken door een kort verblijf in Parijs, waar hij commercieel mislukte. De zo duidelijk niet alleen zwaarmoedige, maar ook ondoorgrondelijke en mismoedige schilderijen vonden geen liefde bij het publiek en Picasso’s financiële situatie was na de breuk met Mañach uitgesproken slecht geworden.













De roze periode.(1904-1906)






In deze periode,verbeelde Picasso in zachte blauwe en roze tinten thema’s uit het variété en de circuswereld. Na meer dan drie jaar afbeelden van armen, eenzamen en miserabelen, legde Picasso thematisch en formeel nieuwe accenten. Daarvoor is de studie van een jonge Vrouw met kraai exemplarisch. Compositie en uitwerking zijn geheel opgebouwd uit tegenstellingen. Zwierige omtrekken, het contrast tussen zwarte, rode en blauwe kleurvlakken, grote naast kleine en open naast gesloten vormen, benadrukking van het centrum naast verlegging van het zwaartepunt naar de zijkant, licht naar donker in contraire opeenvolging, doorschijning van het witte papier, de spanning tussen het volle diepzwart van de kraai en het kalkwitte gezicht van het meisje geven een zeer suggestief effect.









Kenners en vrienden van Picasso zagen, net als wij nu, dat dit homogene motieven waren en ze noemden ze naar de belangrijkste exponenten de ‘harlekijn-periode’.De op het eerste zicht zo vrolijke wereld van circus en cabaret, van straatkunstenaars en rondtrekkend volk is even melancholiek


Als de bedelaars, hoeren en oude mensen uit de blauwe periode.






Het analytische Kubisme (1907 – 1912)




Zichtbare en onzichtbare onderdelen van voorwerpen zijn in vlakken en andere meetkundige vormen verdeeld en weergegeven. Grijs, geel en groen zijn de meest voorkomende kleuren.













Picasso maakte zich die nieuwe vorm eigen door de klassieke, sinds de Renaissance belangrijkste Europese kunsttaal te onderzoeken, haar regels op te lossen en haar mechanismen opnieuw te gebruiken.












In het schilderij Les demoiselles d’ Avignon was het doel nog een gesloten vorm, nu is het een open figuratie. Het object blijft alleen maar rudimentair behouden omdat Picasso wil demonstreren dat de verzelfstandiging van het voorwerploze stelsel van lijnen en kleuren gelijk staat aan een eenvoudige nabootsing en esthetisch dus net zo overtuigend is. Daarmee is de traditionele onderverdeling in voorgrond, midden en achtergrond en de afgrenzing van motief en omgeving, die in Demoiselles nog bestond, overwonnen. Deze twee uitersten, waar drie jaar tussen ligt, worden verbonden door een overgangsfase. Die begint in 1908 en is te beschouwen als de fase van het ontstaan van het Kubisme.















Het synthetische Kubisme(1912-1915)




In 1907 paste Picasso met zijn werk aan Les demoiselles d’Avignon wel bij de tijdgeest, maar met zijn artistieke radicaliteit stond hij helemaal alleen. Van 1908-1911 ontwikkelde hij samen met Braque het Kubisme en raakte aan de grenzen van de abstractie.


Viool en Klarinet


Parijs, 1913


55 x 33 cm




Tegen het einde van 1912 exposeerden jonge kunstenaars die zich ‘Kubisten’ noemden. Daarbij stonden Braque en Picasso echter niet op de voorgrond, ze waren er helemaal niet bij. De belangrijkste kunstenaars van de kubisten waren Albert Gleizes, Jean Metzinger, Henri Le Fauconnier, Robert Delaunay, Roger de la Fresnaye en Fernand Léger.







Het classicisme(1916-1924)




In deze periode keert Picasso terug figuratieve schilderijen in klassieke stijl. Deze werken behoren tot de meest verwarrende uit zijn gehele oeuvre. Het publiek, de kritiek en zijn collega’s hadden de Spanjaard net leren kennen als grondlegger van het kubisme en daarmee van de moderne kunst als de schilder die het radicaalst en het meest consequent de traditionele wetten van het kunstwerk buiten werking had gesteld en nieuwe regels had opgesteld. De afbeelding van de materiële wereld beschouwde men als overwonnen.







De aanzet tot een nieuw begin vormt voor Picasso door een nieuw medium: de fotografie. Aan dat aspect is in de beschouwing van zijn werk tot nu toe weinig aandacht besteed en dat terwijl Picasso al sinds het Kubisme een hartstochtelijk was. Hij heeft zelf veel foto’s van zijn atelier, vrienden en collega’s gemaakt. De fotografie diende hem eerst alleen als documentatiemiddel, wat de vele opnamen van eigen werk in verschillende fasen van hun ontstaan bewijzen. Later schilderde of tekende hij rechtstreeks van foto’s af.






Met een hele muur beslaande doek Guernica maakte Picasso waarschijnlijk het bekendste schilderij van de twintigste eeuw. Het heeft betrekking op een concrete historische gebeurtenis.


Het bombardement op het Baskische stadje Guernica door Duitse vliegtuigen was de aanleiding tot dit kunstwerk. Het schilderij toont de verschrikkingen van de Spaanse burgeroorlog. Het exposeerde voor het eerst in het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling in Parijs. Op dit moment hangt het meesterwerk in het Museo Nacional in Madrid.













































Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen