U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : -- - Gedichten.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=13707 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3847 woorden.

CHANGEMENT DE DÉCOR



a Zodra de dag als een dreigbrief

b in mijn kamer wordt geschoven,

c worden de rode zegels van de droom

d door snelle messen zonlicht gebroken.



e Huizen slaan traag hun bittere ogen op

f en sterren vallen doodsbleek uit hun banen.



g Terwijl de zwijgende schildwachten,

h nachtdroom en dagdroom, haastig

i elkaar hun plaatsen afstaan,

j legt het vuurpeloton van de twaalf

i nieuwe uren bedaard op mij aan.



Ellen Warmond















































Changement de décor



Parafrase

De ikfiguur wordt wakker door het zonlicht in zijn/ haar kamer.

Iedereen en alles komt weer tot leven. Er komt een nieuwe dag aan.

Er is weer een afwisseling van nacht naar dag, er komen 12 uren met daglicht aan.



Strofebouw

De eerste strofe is een kwatrijn, de tweede strofe een distichon en de derde strofe een kwintet.



Rijm/rijmschema

In de eerste strofe zit klinkerrijm: geschoven, gebroken.

Ook zit er alliteratie in deze strofe: dag, dreigbrief snelle, zonlicht.

De tweede strofe heeft geen eindrijmschema.

De derde strofe is gebroken rijm.



Modern/traditioneel

Het is een modern gedicht. Er is geen vaste strofebouw, geen gelijke lengte van versregels, bijna geen aanwezigheid van rijm en er zijn veel enjambementen.



Beeldspraak en stijlmiddelen

Vergelijking: de dag als een dreigbrief

zwijgende schildwachten als nachtdroom en dagdroom

Metafoor: de rode zegels van de droom

door snelle messen zonlicht

het vuurpeloton van de twaalf nieuwe uren

Personificatie: huizen slaan hun ogen op

sterren vallen doodsbleek

Synesthesie: bittere ogen



Interpretatie

De ikfiguur leidt aan levensmoeheid, hij/ zij is depressief en ziet op tegen elke nieuwe dag.

































(DE)GENERATIE



a De sluipmoord draagt de naam dementie

b het ongewenst bezoek heet Bechterew

a je morst weer melk een blik vraagt om clementie

b en van mijn komst heb je het minst besef



c mistflarden taal ze vluchten uit je mond

d eerst zeg je zoon daarna ben ik mijnheer

c rusteloos reist het oog de kamer rond

d stoot op de foto zo zijn we er niet meer



e Drie maanden rust ze nu in vreê en as.

e Ze werd eenzaam verstrooid zoals ze was.

f Maar ik ga die ik liefheb haten



f om wat ze mij heeft nagelaten:

g een zwakke geest die eindelijk ontaardde,

g doch sterk genoeg die onrust in mij baarde.



Paul Maeterlinck



















































(DE)GENERATIE



Parafrase

Een zoon is in het begin van het gedicht bij zijn demente moeder op bezoek. Zijn moeder is nu drie maanden dood en gecremeerd.



Strofebouw

Het gedicht is een Petrarca sonnet. De eerste strofe is dus een kwatrijn, de tweede ook, de derde is een terzine en de vierde ook.

De volta van het gedicht kan zitten na regel 8, want daarna leeft zijn moeder niet meer, maar de volta zou ook na regel 10 kunnen zitten, want na regel 10 houdt hij niet meer van zijn moeder en daarvoor wel.



Rijm/ rijmschema

De eerste strofe heeft gekruist rijm. Dat wijst op een tegenstelling: De ziekte is niet gewenst, maar de zoon wel.

Er zit ook alliteratie in deze strofe: draagt dementie morst melk

De tweede strofe heeft ook gekruist rijm.

Ook in deze strofe zit alliteratie: rusteloos reist rond.

De derde strofe heeft op zichzelf geen eindrijmschema, maar als je strofe drie en vier samenvoegt, is er gepaard rijm.



Modern/ traditioneel

Het is een traditioneel gedicht, er is een vaste strofebouw en de versregels zijn even lang. Ook is er veel gebruik gemaakt van rijm en zijn er geen enjambementen.



Beeldspraak en stijlmiddelen

Personificatie: sluipmoord draagt

mistflarden taal vluchten

rusteloos reist het oog en stoot

Metonymia: een zwakke geest



Interpretatie

Een zoon is bij zijn demente moeder op bezoek. Zijn moeder gedraagt zich weer als kind. Ze heeft heldere en vage momenten, ze praat wel maar weet niet dat er woorden uit haar mond komen. Ze herkent ook haar eigen kind niet. Nu is zijn moeder drie maanden dood en gecremeerd. Hij is boos op haar en gaat haar haten, omdat hij bang is dat hij ook dement wordt.



















BEZOEKUUR / LE TEMPS PERDU



a De kamer is vol schuivende geluiden

b Mijnheer de Bruin lobbyt luid om hulp.

a Zuster Sonja rolt zijn rolstoel op het zuiden

b en rukt zijn handen van zijn goor geworden gulp.



c Mevrouw de Winter bibbert met de koffie:

d ze heeft haar Parkinson weer op bezoek

c en kleinzoon Theo wil geen kleverige koffie.

d Een bronzen plak verstoort haar grijs gewassen broek.



e En achteraan, daar vegeteert mijn moeder:

f ze staart afwezig door een goudgerande bril.

e Gemurmel over duimend drop en jeukend poeder.

f Ze weet niet meer wat ik niet horen wil.



g Plots speelt verloren tijd en doodsangst me weer parten.

g Ik kus haar wang, hoewel lang, niet meer van harte



Paul Materlinck



























































Bezoekuur / Le temps perdu



Parafrase

Een zoon gaat bij zijn demente moeder op bezoek en zit de andere mensen te bekijken.



Strofebouw

Dit is een Shakespeare sonnet. De eerste, tweede en derde strofe zijn dus een kwatrijn en de vierde strofe is een distichon.

De volta ligt na regel 12, want daarvoor zit hij alles op zijn gemak te bekijken en daarna wil hij snel weg.



Rijm/rijmschema

De eerste strofe heeft gekruist rijm. Het is een soort tegenstelling tussen meneer de bruin en de rest van de mensen. De tweede strofe heeft ook gekruist rijm. de tegenstelling hier is koffie – Parkinson. In de derde strofe is de tegenstelling zijn moeder – afwezigheid van een moeder, omdat ze niks meer weet.

Er zitten alliteraties in het gedicht: schuivende geluiden lobbyt luid

zuster Sonja goor geworden gulp kleverige koffie

grijs gewassen duimend drop



Modern/traditioneel

Het gedicht is traditioneel. Er is een strofebouw volgens een sonnet, er is aanwezigheid van rijm, de versregels zijn ongeveer allemaal even lang en er wordt gebruik gemaakt van interpunctie.



Beeldspraak/stijlmiddelen

Personificatie: Parkinson komt op bezoek

Metafoor: bronzen plak – geknoeide koffie

Symboliek: mevrouw de Winter – winter betekent eenzaamheid, mevrouw de Winter voelt zich alleen



Interpretatie

Een zoon is bij zijn vegeterende moeder op bezoek en beschrijft de andere mensen die daar zijn. Meneer de Bruin mag ergens anders naar kijken en mevrouw de Winter knoeit met haar koffie omdat ze Parkinson heeft. Haar kleinzoon wil geen koffie van haar aannemen.

De ikfiguur vindt het heel erg dat zijn moeder vegeteert. Ze praat heel verward en zegt dingen die hij helemaal niet horen wil.

Plotseling bedenkt hij zich weer dat hij deze ziekte ook kan krijgen en wordt erg bang. Hij geeft zijn moeder een zoen op haar wang, maar niet meer van harte.



















De idioot in het bad



a Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,

b haast dravend en vaak hakend in de mat,

a lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,

b gaat elke week de idioot naar ’t bad.



c De damp, die van het warme water slaat

d maakt hem geruster: witte stoom…

c En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,

d bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.



e De zuster laat hem in het water glijden,

f hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,

f hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst

e en om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.



g Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,

h zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,

g zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden

h komen als berkenstammen door het groen opdoemen.



i Hij is in dit groen water nog als ongeboren,

j hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,

i hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren

j en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.



k En elke keer, dat hij uit ’t bad gehaald wordt,

l en stevig met een handdoek drooggewreven

k en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord

l stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.



i En elke week wordt hij opnieuw geboren

l en wreed gescheiden van het veilig water-leven,

i en elke week is hem het lot beschoren

l opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.



M. Vasalis

























De idioot in het bad



Parafrase

Elke week gaat de idioot in bad. In het bad voelt hij zich veilig en elke keer als hij eruit moet wordt hij even verdrietig. Hij merkt dan dat hij anders is dan anderen.



Strofebouw

Alle strofen zijn een kwatrijn.



Rijm/rijmschema

Behalve in de derde strofe is er in alle strofen gekruist rijm.

In de eerste strofe zit een tegenstelling: zuster – idioot

In de derde strofe is er omarmend rijm. Hij voelt zich weer een baby in het water en dat voelt heel veilig.

In de zesde strofe zit een tegenstelling, vandaar gekruist rijm: droom – realiteit

In de laatst strofe is ook weer een tegenstelling:

in bad gaan (fijn) – uit bad gaan en ontdekken dat hij een idioot is

Er zit ook alliteratie in het gedicht:

warme water bleke bloemen bleke benen



Modern/traditioneel

Het is een traditioneel gedicht. De versregels zijn ongeveer even lang, er wordt gebruik gemaakt van interpunctie en rijm en er zijn bijna geen enjambementen.



Beeldspraak/stijlmiddelen

Vergelijking: dunne voeten als bleke bloemen

zijn lange bleke benen als berkenstammen

Metafoor: oud vertrouwde droom – babygevoel

is leeg en mooi geworden – hij ondergaat een metamorfose

het groen – het groene water

sommige vruchten nimmer rijpen – sommige mensen worden geestelijk niet zoals het hoort

wijsheid van het lichaam – hij heeft wel dezelfde lichamelijke kenmerken als een normaal mens

Symboliek: witte stoom – zuiver water, het is schoon en onschuldig

groen (water) – hij beschouwt het water als vruchtwater, daar voelt hij zich veilig. Groen staat voor veiligheid.

stijve, harde kleren – harde werkelijkheid



Interpretatie

De idioot mag elke week in bad. De zuster helpt hem, want hij blijft haken door zijn slechte motoriek. Als hij de warmte voelt die van het water komt, voelt hij zich veilig. Hij gaat in het water in een babyhouding liggen, met zijn armen over zijn borst. Omdat hij nooit buiten komt, heeft hij een heel wit lijf. Als hij in het water ligt, vergeet hij al zijn zorgen. Hij voelt zich nog als ongeboren en weet nog niet dat sommige mensen nooit geestelijk verder komen. Hij hoeft nog niks te begrijpen. En als hij uit het bad gehaald wordt, lijkt het alsof hij weer opnieuw geboren wordt. Hij begint te huilen, net als pasgeboren baby’s. Dan wordt hij drooggewreven en weer aangekleed en langzaam wordt hem weer duidelijk dat hij anders is en dat hij altijd een bange idioot zal blijven.

Komaf



a Vertoeven in familie voor een keer.

b We zitten om de tafel bij elkaar.

b Hetzelfde woordgebruik en handgebaar

a komen nog altijd op hetzelfde neer.



a Ik mag wel oppassen of ik ben alweer

b geworteld en voortdurend in gevaar

b dupe te worden van de evenaar

a die alles afweegt op een vast weleer.



c Ik wil niet meer. Het is te veel verzuurd.

d De wereld schoof zich tussen toen en nu.

e Zo luchtig mogelijk ga ik vertrekken.



e Om niet voortijdig argwaan op te wekken

d zeg ik in ’t dode idioom aju

c en fiets hermetisch door de strenge buurt.



Gerrit Achterberg



























































Komaf



Parafrase

De ikfiguur gaat bij zijn familie op bezoek. Zijn familie is streng gelovig. Hij is niet meer gelovig en gaat ook zo snel als het kan weer weg.



Strofebouw

Dit is een Shakespeare sonnet. Daarom zijn de eerste en de tweede strofe een kwatrijn en de derde en de vierde strofe een terzine.

De volta ligt na regel acht. Tot regel acht doet hij nog een poging om zich net als zijn familie te gedragen. Na regel acht wil hij niet meer. Hij maakt een schild om zich heen om zichzelf ertegen te beschermen.



Rijm/rijmschema

In de eerste strofe en de tweede strofe zit omarmend rijm. Hij is bij zijn familie en familie betekent meestal beschermd, al is dat hier niet zo. De laatste twee strofes hebben zelf geen eindrijmschema, maar als je ze aan elkaar plakt is er ook omarmend rijm.



Modern/traditioneel

Dit is een traditioneel gedicht. De versregels zijn allemaal ongeveer even lang, er wordt gebruik gemaakt van interpunctie, er is een vaste strofebouw en er zijn weinig enjambementen.



Beeldspraak/stijlmiddelen

Metafoor: dupe te worden van de evenaar die alles afweegt op een vast weleer – dan wordt steeds afgewogen door zijn familie of hij zich wel aan de tien geboden en de bijbel houdt.

Personificatie: de wereld schoof

’t dode idioom

Metonymia: en fiets hermetisch – hij heeft zich afgesloten voor het strenge geloof



Interpretatie

De ikfiguur gaat één keer in het jaar bij zijn familie op bezoek. Alles wat hij vroeger gewend was is er nog steeds. Maar hij is bang dat hij zich weer thuis gaat voelen en dan wordt bij alles wat hij doet afgewogen of dat wel goed is volgens de bijbel. En dat wil hij niet meer. Hij heeft andere opvattingen over dingen dan zijn familie. Hij wil zo luchtig mogelijk vertrekken, want hij wil niet laten weten dat hij niet meer gelooft. Om geen argwaan op te wekken groet hij heel netjes zoals het hoort volgens zijn familie en fietst snel door de buurt waar alle mensen streng geloven. Hij wil niet meer bij het geloof horen en sluit zich ervoor af.

















Een ander leven



a Ik droomde vannacht sinds lang van mollige Puck

b die al zo’n eeuwige tijd dood is en begraven

c en onze dochter, (te jong) nu ook; ze kwam vagen

a geheimzinnig helder, toch los en menselijk,



d of ik goed voor Liset had gezorgd al die jaren.

e Was het mij die zes en dertig zomers gelukt

c diep te begrijpen waar de moeilijkheden lagen?

e Had ik me niet – schrijvend en reizend – te vaak gedrukt?



f Boos riep ik: je hebt me vies in de steek gelaten

g in dat rotjaar toen ik nog maar een jongen was.

h Het was jou kind ook. Ik miste je. Ik ben verraden.



i Je hebt nu, zei ze lachend, een andere slager,

g melkboer, moed, bomen, vrouw, nageslacht, plicht en gras,

h begrijp je dat? Ik huilde schuldig, maar ontladen.



Max Dendermonde



























































Een ander leven



Parafrase

De ikfiguur droomde sinds lange tijd van zijn dode vrouw. Zijn vrouw komt vragen of hij wel goed voor hun dochter Liset heeft gezorgd. Liset is nu ook dood. De ikfiguur gaat twijfelen en wordt boos op zijn vrouw. Zijn vrouw vertelt hem wat hij u heeft en hij huilt dan schuldig, maar ontladen.



Strofebouw

Dit is een Shakespeare sonnet. De eerste en de tweede strofe zijn dus een kwatrijn en de derde en de vierde strofe zijn een terzine.

De volta van het gedicht ligt na regel elf. Daarvoor gaat het over zijn oude leven, zijn leven met Puck en na regel elf gaat het over zijn nieuwe leven.



Rijm/rijmschema

Klinkerrijm: begraven – vragen jaren – lagen

gelaten – verraden slager - ontladen

In de eerste twee strofen zit gebroken rijm. Dat komt omdat de ikfiguur daar een beetje verward is. De derde en de vierde strofe hebben geen eindrijm.



Modern/traditioneel

Het is een traditioneel gedicht. Er is een vaste strofebouw, de versregels zijn allemaal ongeveer even lang, er komt veel rijm in het gedicht voor en er wordt gebruik gemaakt van interpunctie.



Beeldspraak/stijlmiddelen

Metafoor: geheimzinnig helder toch los en menselijk – net of ze leefde, hij kon zich haar goed herinneren.

zesendertig zomers - zesendertig jaren

schrijvend en reizend – altijd aan het werk en weg van huis

te vaak gedrukt – was hij niet te vaak zijn dochter ontlopen

vies in de steek gelaten – zomaar ineens

Stijlmiddel: zo’n eeuwige tijd dood



Interpretatie

Een man droomt sinds lange tijd weer eens van zijn vrouw, die al een tijdje dood is en begraven. In zijn droom is zijn vrouw heel menselijk, het lijkt net of ze weer leeft. Zijn vrouw vraagt of hij wel goed voor hun dochter heeft gezorgd, die nu ook dood is. De man gaat twijfelen of hij niet te vaak weg was geweest in de zesendertig jaar dat zijn dochter leefde.

Hij wordt boos op zijn vrouw en roept dat ze hem zomaar in de steek heeft gelaten toen hij nog niet oud was. Hij voelt zich verraden omdat hij altijd alleen voor zijn dochter moest zorgen.

Zijn vrouw begint te lachen omdat ze hem niet serieus neemt en noemt alle dingen op die hij anders heeft dan voordat zijn vrouw dood ging. Dan begrijpt hij haar en huilt schuldig, maar opgelucht.









De wolken



a Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag

b Languit met moeder in de warme hei,

b De wolken schoven ons voorbij

a En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.



c En ik riep: Scandinavië, en eenden,

d Daar gaat een dame, schapen en een herder –

d De wond’ren werden woord en dreven verder,

c Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.



e Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,

f Ofschoon de hemel vol van wolken hing.

f Ik greep niet naar de vlucht van ’t vreemde ding

e Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.



g - Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide

h En wijst me wat hij in de wolken ziet,

h Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet

g De verre wolken waarom mijn moeder schreide



Martinus Nijhoff























































De wolken



Parafrase

Een jongen ligt met zijn moeder in de hei en zijn moeder vraagt wat hij in de wolken ziet. Hij verzint van alles, en zijn moeder huilt met een glimlach.

Daarna was er een tijd waarin de jongen niet naar boven keek, ook al waren er heel veel wolken.

Nu ligt hij met zijn eigen zoon in de heide en vraagt hij aan zijn zoon wat die in de wolken ziet en ziet waarom zijn moeder huilde.



Strofebouw

Alle strofen zijn een kwatrijn.



Rijm/rijmschema

Alle strofen hebben omarmend rijm. In de eerste strofe voelt het jongetje zich beschermd bij zijn moeder in de warme hei ( warm klinkt heel beschermend) In de tweede strofe merk je dat zijn moeder heel veel van hem houdt. In de vierde strofe ligt hij zelf beschermd met zijn kind in de hei.

Er zit ook alliteratie in het gedicht:

kleine kleren met moeder wond’ren werden woord



Modern/traditioneel

Het is een traditioneel gedicht. De versregels zijn bijna allemaal even lang, er is aanwezigheid van rijm, het gedicht heeft een vaste strofebouw en wordt gebruik gemaakt van interpunctie.



Beeldspraak/stijlmiddelen

Metafoor: de wond’ren werden woord – de wolken kregen een naam en dreven verder

ik greep niet naar de vlucht van ’t vreemde ding dat met zijn schaduw langs mijn leven streek – ook al had hij problemen, hij wilde niet dood.

verre wolken – zorgen die nog komen



Interpretatie

Een man denkt terug aan vroeger, hoe hij met zijn moeder in de hei lag en naar de wolken keek. Hij begon dan te fantaseren wat het kon zijn, zei dat hardop en de wolken dreven weer verder. Zijn moeder huilde met een glimlach, maar hij begreep het niet.

Er kwamen problemen in de puberteit. Hij had het erg zwaar, maar gaf niet toe.

Nu ligt hij zelf met zijn zoon in de hei en zijn zoon wijst ook wat hij in de wolken ziet. Nu huilt hij zelf omdat hij eindelijk begrijpt waarom zijn moeder huilde: de zorgen die nog kwamen.















Sonnet



a Ze wil me overwegend niet geloven

b als ik oprecht zeg dat ik haar bemin,

b Ze schenkt me, spottend lachend, nog ‘ns in

a of schampert: ‘Zit je niet zo uit te sloven!’



b De mooie pathetiek van ons begin

a borrelt bij mij nog af en toe naar boven,

a maar wordt door haar met liefde weggewoven;

b het hoeft niet meer, we zijn nou een gezin.



c Het hoeft niet meer, want tussen haar en mij

d werd het gewone, bijna ondermaatse

e het dagelijkse tot een soort symbool.



c Wat hield ik van haar toen ze onlangs zei:

d ‘Ik moet vandaag een nieuw spiraaltje laten plaatsen.

e Haal jij vandaag de kinderen uit school?’



Ivo de Wijs



























































Sonnet



Parafrase

Als de ikfiguur tegen zijn vrouw zegt dat hij van haar houdt, zegt ze dat het niet meer hoeft, want ze zijn nu toch een gezin. Het dagelijkse werd tot een soort symbool. Maar hij houdt nog veel van haar als ze zegt dat ze een nieuw spiraaltje nodig heeft.



Strofebouw

Dit is een Petrarca sonnet, dus de eerste en de tweede strofe zijn een kwatrijn en de derde en de vierde strofe zijn een terzine.

De volta zit na regel 11, want daarvoor vindt hij het niet zo leuk dat zijn vrouw niet meer wil horen dat hij van haar houdt en dat dat vanzelfsprekend is, daarna houdt hij weer heel veel van haar.



Rijm/rijmschema

De eerste en de tweede strofe zijn omarmend rijm. De ikfiguur wil zijn vrouw omarmen, omdat hij zoveel van haar houdt, maar zij vindt dat niet nodig.

De derde en de vierde strofe hebben apart geen rijmschema, maar als je ze bij elkaar voegt, is er gepaard rijm.



Modern/traditioneel

Dit is een traditioneel gedicht, want de versregels zijn bijna allemaal even lang. Er wordt gebruik gemaakt van interpunctie, er zit veel rijm in het gedicht en er wordt een gering aantal enjambementen gebruikt.



Beeldspraak/stijlmiddelen

Er zit helemaal geen beeldspraak in dit gedicht. Ook zitten er geen stijlmiddelen in.



Interpretatie

Een man wil zijn vrouw graag laten weten dat hij nog steeds van haar houdt. Maar elke keer als hij het zegt begint zijn vrouw te lachen of zegt dat hij zich niet zo uit moet sloven.

Af en toe krijgt hij de neiging zijn vrouw helemaal op te hemelen zoals in het begin, maar zijn vrouw wuift dat met liefde weg: het hoeft niet meer ze zijn nu een gezin.

Het hoeft niet meer, want alles wat zij samen doen is een soort symbool geworden. Ze zijn blij met alle kleine dingen van elkaar. het hoeft niet meer zo overdreven als vroeger.

Maar de man wordt weer heel verliefd als zijn vrouw zegt dat ze een nieuw spiraaltje moet laten plaatsen en vraagt of hij de kinderen uit school wil halen.























Verliefd



a Zo gaat het, zo ging het en zo zal het altijd gaan.

b Afspraken in cafés op de sluitingsdag.

a Aan de verkeerde zijde van bruggen staan.

c Tussen duim en wijsvinger, als brandende as,

d het fout begrepen telefoonnummer.

e Parken te nat, hotels te vol, Parijs te ver.

f Liefde als een veelvoud van vergissingen.



g Onbeholpen woorden als zo-even op zak en

h zoveel zin om, los van de wetten

i van goede smaak en intellect, te schrijven

j dat van de stad waar je elkaar voor het eerst zag,

k een plattegrond bestaat, waarop een kus

l die het nauwelijks was, geregistreerd werd.



Eddy van Vliet





















































Verliefd



Parafrase

Altijd als je met iemand hebt afgesproken, gaat er iets fout. Je wil naar een café dat dicht is, je staat aan de verkeerde kant van een brug, je hebt het telefoonnummer niet goed begrepen, de parken zijn nat, de hotels zijn vol en Parijs is te ver.

Als je elkaar dan eindelijk hebt gevonden weet je niet meer wat je moet zeggen.



Strofebouw

De eerste strofe is een septet en de tweede strofe is een sextet.



Rijm/rijmschema

In dit gedicht zit klinkerrijm en bijna geen gewoon rijm.

Klinkerrijm: dag – as - zag vergissingen – en



Modern/traditioneel

Het is een modern gedicht. Er is geen vaste strofebouw, er is wel aanwezigheid van klinkerrijm maar niet van gewoon rijm en er zijn best veel enjambementen.



Beeldspraak/stijlmiddelen

Vergelijking: het fout begrepen telefoonnummer als brandende as

liefde als een veelvoud van vergissingen

onbeholpen woorden als zo-even

Synesthesie: onbeholpen woorden

Metonymia: onbeholpen woorden op zak – je weet niet wat je moet zeggen



Interpretatie

De persoon in het gedicht is erg verdrietig, want elke keer als hij met iemand afspreekt, gaat er iets fout. Hij heeft afgesproken in een café dat gesloten is, hij staat aan de verkeerde kant van de brug te wachten of hij heeft het telefoonnummer verkeerd begrepen. De parken zijn te nat om af te spreken want het regent, de hotels zijn veel te druk om samen te zijn en Parijs is veel te ver om zomaar met iemand af te spreken. In de liefde worden heel veel vergissingen gemaakt.

En als hij haar dan eindelijk ontdekt heeft, weet hij niet wat hij moet zeggen. En ook al hoort het niet, hij zou wel ergens op willen schrijven dat er een plattegrond bestaat waarop staat waar hij zijn afspraakje voor het eerst een kus, ook al was die het nauwelijks, gegeven heeft.













OCHTEND



a De zon glijdt warm de kamer binnen

b vogels willen -net gedoucht-

c en in vol gemoed

d de ochtendglorie bezingen

e M’n huid priemt wakker

f ’t gevoel wordt even zon

g en neuriet licht en dapper

f met alles mee, dat net begon

Ann Tronquo







































































Ochtend



Parafrase

Er breekt weer een nieuwe dag aan. de vogels willen zingen.

De ikfiguur wordt wakker van de zon en gaat ook neuriën.



Strofebouw

De eerste en de tweede strofe zijn allebei een kwatrijn.



Rijm/rijmschema

Er zit geen gewoon rijm in dit gedicht, maar wel klinkerrijm:

binnen – bezingen

gedoucht – gemoed

wakker – dapper



Modern/traditioneel

Het is een modern gedicht. Er zit geen gewoon rijm in het gedicht, er wordt geen interpunctie gebruikt en de versregels zijn niet allemaal ongeveer even lang.



Beeldspraak/stijlmiddelen

Metafoor: m’n huid – de persoon

Personificatie: m’n huid priemt

’t gevoel neuriet



Interpretatie

Er breekt een nieuwe dag aan. Langzaam glijdt de zon de kamer binnen. De vogels buiten, die net zichzelf hebben schoongemaakt, beginnen te fluiten.

De zon maakt iemand wakker. Ze is even blij en begint zachtjes te neuriën met de vogels mee, naar de nieuwe dag die weer begint.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen