U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jef Geeraerts - Jagen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1308 en is laatst upgedate op 27/01/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2003 woorden.

Titel

Jagen



Auteur

Jef Geeraerts



Motto

De mens kan de Natuur niet weer binnengaan, tenzij hij tijdelijk in ere herstelt, wat hij nog van het dier in zich heeft. Dit kan hij dan weer alleen bereiken door zich in de relatie tot een ander dier te brengen, het wilde dier. De relatie daarmee is het jagen, een nabootsing van het dier.



Dit motto geeft heel duidelijk de gedachte van het boek, het jagen op dieren weer. De techniek van het jagen komt hier in ook naar voren, het gedragen als een dier, het denken als een dier, het opsporen van het dier net zoals de wilde dieren hun prooi ook opsporen.



Opbouw

Het boek is opgebouwd uit eigenlijk twee delen, het eerste deel speelt in augustus 1960, in het belgische Kongo en het tweede in april 1980. Het verhaal heeft een goede opbouw naar climaxen, de schrijver bouwt de spanning goed op. Soms worden de climax, de actie weer gegeven door korte zinnen met komma's ertussen. Dit geeft een goed beeld van de actie, je kunt het je voorstellen als een film, waarin de actie zich ook maar in een fragment, een korte periode afspeelt.



Samenvatting

Het verhaal begint in Kongo. De eigenlijke hoofdpersoon wordt betiteld als 'de blanke'(hij blijkt toen 30 jaar oud geweest te zijn), in het tweede deel als 'de Belg', wat weergeeft dat hij een vreemde is op de plaats waar hij is. Pas in het tweede deel vergeet de schrijver het even en noemt hem Jeff (met dubbel 'f' dus!). Het verhaal begint in 1960 vlak na de onafhankelijkheid van Kongo (30 juni 1960). De 'buitenlanders' worden verplicht hun vuurwapens in te leveren. De blanke besluit om nog een keer te gaan jagen op de agressieve bosbuffel oftewel de Nzale. Opmerkelijk is dat de blanke altijd blootvoets loopt. Hij heeft een vrouw die Yenga genoemd wordt, waar hij veel van houdt. De blanke had nog nooit op bosbuffel gejaagd. Hij gaat met een groepje Kongolese mannen op jacht. Hij moet steeds denken aan Sopio een gids waar hij vroeger mee gejaagd had. Sopio was een goede jager, die voldoet aan het motto van dit boek, de blanke had achting voor deze man. Sopio gedroeg zich ook als een soort roofdier, hij was zelfs in staat de dieren te ruiken. De blanke komt erachter dat hij steeds minder gewild is in Kongo, hij krijgt zelfs ruzie met een van de mannen. Mbinzu was z'n jachtkameraad. Op een gegeven moment vinden ze het spoor van een bosbuffel waar ze achteraan gaan. De bosbuffel was 4 jaar oud,sterk,moedig,snel en boosaardig,had grote horens op z'n kop. Mbinzu wordt verwond door een van die horens maar ze hebben hem wel te pakken kunnen krijgen. Op dat moment beseft hij dat z'n heldhaftige besluit om op bosbuffels te gaan jagen, niets anders was dan de heimwee naar de savanne, naar een periode die voorgoed tot het verleden behoort. Hij vindt zichzelf geen volwaardige jager, hij denkt:" Ik ben totaal ongeschikt om alleen in de wildernis te leven"(blz 59). De blanke slaat z'n geweer (.375 Remington) kapot en vertrekt met z'n vrouw Yenga uit Kongo.



Het tweede deel speelt zich af in Alaska, bij het Uganikmeer, dat in de bergen ligt van het onbewoonde binnenland van Kodiak Island, op negen mijl ten NW van de hoofdplaats Kodiak. Het was 1980 en de blanke belg was toen 50 jaar. 'De blanke', die nu 'de Belg' genoemd wordt, wordt samen met z'n gids afgezet bij een huisje bij het desbetreffende meer, door een vliegtuigje. Het huisje werd jaren geleden bewoond door Alf Madsen, die water later bleek vermoord was. Alf Madsen was een zilver vos jager en hij hield van beren, hij was zelfs in het bezit van een tamme beer. De blanke verbleef nu met z'n gids met houthakkers handen, Dick Rohrer in het hutje. Zij waren gekomen om een beer te schieten. Op blz. 105 komt door middel van een gesprek naar voren waarom hij naar Alaska was gekomen. Hij verteld:" ..voordat ik eruit werd gedonderd- een laatste keer op jacht geweest. Op de bosbuffel. Dit jaar ben ik vijftig geworden en bij die gelegenheid wilde ik een soort afscheid nemen. Een alle laatste keer op jacht gaan. In de wildernis. Op de grizzlybeer, het grootste nog bestaande roofdier...Ik denk dat ik genoeg gejaagd heb in m'n leven." Hier blijkt ook uit dat hij ook drang heeft naar het volbrengen van een uitdaging. Hij heeft ook het gevoel dat hij moet presteren, zich bewijzen voor z'n vrouw. Hij heeft haar (ik neem aan dat dat nog steeds Yenga is) beloofd om terug te komen met een berevel. Hij moet ook steeds aan haar denken. Zowel in deel 2 (1980) als in deel 1 (1960) heeft de blanke nachtmerries. Deze dromen komen erop neer dat hij vast gehouden wordt door een grote hand(2) of steen(1) waardoor hij geen kant op kan en haast ook geen lucht meer krijgt. Hij vertelt het aan Dick. Later verteld Dick dat hij een soortgelijke ervaring met een duitser, één van z'n vorige cliënten ,had. Hij vertelde dat de belg in het zelfde bed had gelegen, als waar de duitser in gelegen had......maar ook waar Alf Madsen in gelegen had toen hij vermoord werd. Dick stelt de hypothese op, dat de geest van Alf Madsen hier nog steeds is en dat hij wil voorkomen dat de mensen die er komen een beer zullen schieten. Maar ze gaan gewoon door en besteden er verder geen aandacht meer aan. Na een paar dagen zoeken vinden ze een beer, gaan erachter aan. Toen bleek dat de belg nog steeds zuiver kon schieten, ze namen de huid mee terug.



Tijd

Het verhaal is niet chronologisch, de schrijver maakt gebruik van flashbacks. Er staan ook hiaten in, grote en kleine. De grootste ligt tussen het eerste deel en het tweede, deze was ongeveer 20 jaar. De handelingen van ieder deel duren niet zo lang, het speelt zich af in een paar dagen.



Ruimte

De schrijver besteedt vrij veel aandacht aan de ruimte, aan de natuur. Dit is belangrijk, een jager moet als het ware één zijn met de natuur en leven als een dier. Er bestaat een contrast tussen het eerste en het tweede deel. Het eerste speelt zich af in Kongo, waar het bloedje heet is, en het tweede speelt zich af in Alaska waar het in dat deel van het jaar vrij koud is. De schrijver beschrijft het klimaat en waarom het zo koud is. Je merkt dat de uitdaging zo sterk is, dat het niet uitmaakt waar of wanneer er gejaagd wordt. Je weet namelijk dat hij erg van de savanne houdt, en je zou denken dat als hij zo graag weer wil jagen dat hij weer naar de savanne terug zou keren maar hij gaat dit keer naar Alaska! Er staan ook parallelwerkingen in, bijv. als hij een nachtmerrie heeft in het tweede deel legt de schrijver de nadruk op het koude slechte en ijzige weer buiten. Twee dingen die niet zo aangenaam zijn.



Personen

De blanke belg, het is een open figuur, hij ondergaat een soort karakter verandering, je merkt in het tweede deel dat hij nu ook op bepaalde andere delen van de natuur gaat letten, en dat het eigenlijk iets heel moois is. Hij vergeet als het ware eventjes dat hij op zoek is naar een beer om die te doden. Dit zag je helemaal niet in het eerste deel. Hij heeft veel voor z'n geliefde over, en is bang dat hij niet voldoet aan haar verwachtingen van hem.

-Yenga, een vrouw die meer een type is, ze speelt op zichzelf geen belangrijke rol alleen in de gedachten van de blanke. De blanke verzint wel eens een andere naam voor haar, je weet ook niet of ze nog dezelfde naam heeft als in het eerste deel, of dat ze überhaupt nog wel z'n vrouw is.

-Dick Rohrer is een open figuur, je leert z'n gedachten kennen, het is een goede man,en jager en hij doet de blanke soms ook aan Sopio denken.

-De overige figuren zoals: Mbinzu, Alf Madsen, e.a. zijn typen niet zo belangrijk wat voor personen ze waren.



Perspectief

Het verhaal heeft een opmerkelijk perspectief. Het is objectief, wat op zich niet zo bijzonder is, maar ook bekijk je soms het verhaal door de ogen van een dier (bosbuffel en beer). Je merkt niet dat de dieren een bepaald karakter hebben, maar een instinct en de schrijver beschrijft het als een drang die het dier zelf ook niet helemaal begrijpt. Het heeft een alwetende verteller, wat je een goed algeheel beeld geeft van het verhaal. Op bepaalde momenten, vaak in het begin van fragmenten wordt de belg en Dick heel anders bekeken als in de rest van het verhaal, als door de ogen van een observator. De belg en dick zijn dan ook niet meer belg en Dick maar nu twee mannen (abstract).



Motieven

-Jagen, dit is het belangrijkste in het boek, de gevoelens en de technieken die daar bij komen kijken. En vooral de liefde ervoor.

-Liefde, hetzij voor het jagen zelf of de liefde tussen de blanke en z'n vriendin/vrouw.

-Geweld, er gebruik gemaakt van geweld, in z'n nachtmerries, op het moment dat hij niet meer gewenst is in Kongo, als hij een dier dood.

-Dood, het eindigt voor het dier dat gejaagd wordt meestal in de dood, in dit verhaal merk je dat de jager zelf ook ouder wordt en niet dezelfde prestaties meer kan verrichten. -Ouder worden, de jager wordt ouder (zie hierboven).

-Ergens niet thuis horen, door de hoofdpersoon te betitelen als 'de belg' of 'de blanke' breng je tot uitdrukking hoe de persoon bekeken wordt door de omgeving op de plaats waar hij is. Door hem niet bij z'n naam te noemen, breng je tot uitdrukking dat hij er eigenlijk niet thuis hoort.

-Uitdaging, door dit motief gaat de jager op steeds groter en gevaarlijker wild gaat jagen.

-Discriminatie, de blanke word niet meer als gewenst beschouwd op het moment dat Kongo onafhankelijk verklaard wordt.



Thema

Hoe een jager de drang bezit om terug te keren naar de natuur op welke plaats dan ook om te gaan jagen.



Stijl

De schrijver heeft een bepaalde manier (stijl) van schrijven, die niet saai is, hij werkt goed naar climaxen toe (het schieten van een dier). Op het moment van de climax schakelt hij over op een andere stijl met allemaal korte zinnen met komma's ertussen. Je zou er een film van kunnen maken



Genre

proza,biografie van een jager op de twee misschien wel belangrijkste momenten van z'n leven.



Mening

De titel geeft al het idee van spanning, de gevaren waarin een jager op groot wild zich kan bevinden. Deze verwachting is wel uitgekomen.



Het boek is op een mooie manier geschreven een menselijk en dierlijk tweeluik. Door 'gebruik te maken' van de ogen van het dier, al is het maar in korte fragmenten, geeft het de lezer een goed beeld van de spanning van mens en dier. Dit was heel mooi in dit boek.



Je leert ook bepaalde jachttechnieken kennen zoals het inwrijven met stront van het dier waar je achteraan zit. Altijd zorgen dat je nooit de wind in de rug hebt enz.



Het boek beschrijft even dat er geesten bestaan van mensen en dat die geesten mensen kwaad kunnen berokkenen. Het boek geeft hier eigenlijk geen antwoord op, het geeft het als mogelijkheid, als oorzaak voor bepaalde verschijnselen. Ikzelf geloof hier niet in.



verschillende argumenten



Er wordt eigenlijk ook nog even gesproken over rassen discriminatie. In dit geval niet van blanke mensen jegens zwarte maar andersom. We weten dat blanke mensen een kei kunnen zijn op het gebied van discriminatie, maar we vergeten dat donkere mensen die gevoelens ook kunnen hebben als zij in een bepaald land in de meerderheid zijn.



Het boek komt wel overeen met de werkelijkheid, het zou echt gebeurd kunnen zijn.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen