U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : -- - Doping In De Topsport.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=13093 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1776 woorden.

DOPING IN DE TOPSPORT



1. WAT IS DOPING?



Doping is een verzamelnaam voor stoffen die ervoor zorgen dat het lichaam anders en meestal beter functioneert dan het eigenlijk hoort te doen. Doping zorgt er bijvoorbeeld voor dat de spieren sterker worden of dat het uithoudingsvermogen beter wordt.



De verschillende dopingsoorten die op de dopinglijst staan, zijn te verdelen in de volgende groepen:

-analeptica; zij stimuleren de hersenen. Een voorbeeld hiervan is caffeïne.

-analgetica; zij werken verslavend en zijn roesverwekkend. Een voorbeeld hiervan is morfine.

-wekaminen; zij onderdrukken de behoefte om te slapen. Een voorbeeld hiervan is amfetamine.

-anabole steroïden; zij zorgen er voor dat er (spier) eiwitten aangemaakt worden. Een voorbeeld hiervan is durabolin.

-corticosteroïden; zij remmen ontstekingsreacties.



Vooral wekaminen, anabole steroïden en corticosteroïden worden veel gebruikt door topsporters. Ook worden er soorten gebruikt die niet op de dopinglijst staan. Een voorbeeld hiervan is bloeddoping. Op wedstrijddagen worden bij de sporters extra rode bloedcellen toegediend, om zo de prestaties te bevorderen. Tot nu toe heeft deze bloeddoping echter geen duidelijke effecten.



Niet alleen sporters gebruiken trouwens doping, ook mensen met een beroep waarin zware prestaties moeten worden geleverd gedurende een lange tijd, zoals vrachtwagenchauffeurs en artsen, worden soms betrapt op het gebruik van doping.



2. DE GEVOLGEN VAN DOPING



Sporters hopen natuurlijk dat, als gevolg van dopinggebruik, hun prestaties beter worden. Ze hopen sneller en sterker te zijn dan hun tegenstanders. Maar het prestatieverhogende effect van doping wordt sterk overschat. Van veel dopingsoorten wordt je helemaal niet beter dan de beste, al denken veel sporters dat wel.



Natuurlijk wordt gestraft voor het gebruik van doping. Het effect mag dan in veel gevallen niet groot zijn, je prestaties zijn niet eerlijk verkregen. Het is niet “fair” tegenover de andere sporters, die wel op eigen krachten hebben gespeeld.



In de Nederlandse ‘Opiumwet’staan de verboden dopingsoorten. Als blijkt dat een sporter een van deze soorten heeft gebruikt wordt hij gestraft. Ook andere landen hebben een wet om dopinggebruikers te straffen, in de Belgische ‘wet van 2 april 1965’ staat precies wat als dopingpraktijk wordt beschouwd, namelijk: “Het gebruik van substanties of het aanwenden van middelen met het oog op het kunstmatig opvoeren van het rendement van de atleet die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportcompetitie, wanneer hierdoor schade kan veroorzaakt worden aan zijn fysieke of psychische gaafheid”.



Ook dieren kan doping worden toegediend. Paarden of honden bijvoorbeeld die gebruikt worden bij renwedstrijden. Het is logisch dat het dier niet gestraft kan worden, zijn baas kan echter wel een straf verwachten als men erachter komt dat hij het dier doping heeft toegediend. De baas wordt in zo’n geval gestraft volgens dezelfde regels als die gelden voor de sporters.



Buiten het gevolg dat je gestraft wordt als men erachter komt dat je doping hebt gebruikt, is het natuurlijk ook schadelijk voor je gezondheid. Men weet echter niet precies hoe schadelijk, dus het kan heel erg gevaarlijk zijn om doping te gebruiken. In grote hoeveel heden kan doping wellicht dodelijk zijn.



Uit onderzoek is gebleken dat na het gebruik van doping vaak bijwerkingen optreden. De huid kan geel kleuren, de prostaat opzwellen, spieren verkrampen, de enkels en onderbenen zwellen en nog veel meer van dit soort dingen. Sporters nemen deze bijwerkingen vaak voorlief, maar ze weten meestal niet dat deze relatief kleine bijwerkingen ernstige gevolgen kunnen hebben. Ze kunnen namelijk leiden tot levertumoren, bloedingen in het maag- en darmkanaal en nierziektes. Ook kunnen ze de spieren, pezen en gewrichtsbanden beschadigen.



3. DOPINGCONTROLES



Na vrijwel iedere grote sportwedstrijd worden de deelnemers gecontroleerd op dopinggebruik. Tijdens zo’n controle moet een sporter meestal urine afgeven. De urine, ongeveer 40 milliliter, wordt in een buisje gedaan en naar een laboratorium gebracht. Hier worden stoffen die niet interessant zijn zoals ontstekingsremmers, eruit gehaald en via een computer wordt onderzocht of er sporen van doping in het bloed zitten.



Ook in het bloed kunnen sporen gevonden worden van doping. Het gebeurt daarom ook dat er bloed wordt afgenomen van sporters en dat het bloed onderzocht wordt.



4. DOPING IN DE WIELERSPORT



Tour de France 1998: de directie laat enkele invallen doen in de hotelkamers van ploegleiders, -artsen en renners. De Nederlandse ploegleider van TVM, Cees Priem, wordt opgepakt. De complete Festina ploeg wordt uit de tour gezet en vele ploegen stappen vrijwillig uit de tour.



Al deze ophef wordt gemaakt, omdat de directie van de Tour de France denkt dat er doping wordt gebruikt. In de ploegleiderswagen van TVM zou het verboden middel EPO gevonden zijn. Op de hotelkamers van de verschillende ploegen wordt ook gezocht naar dit verboden middel.



De renners zijn kapot van de invallen. Ze begrijpen niet waarom het met zoveel heisa moet. ’s Avonds laat worden er invallen gedaan bij de ploegen, de renners worden uit hun slaap gehouden en dat bevorderd de prestaties natuurlijk niet. Uit protest rijden de renners de gehele 17de etappe stapvoets, bij de finish worden de TVM renners naar voren gehaald, als grootste slachtoffers van de ‘dopingoorlog’gaan zij als eerste over de streep, gevolgd door hun collega-wielrenners. Van hun gezichten valt woede, onbegrip, maar vooral moeheid af te lezen. Ze zijn het zat, het belangrijkste wielerevenement van het jaar is naar de maan.



De stakingsetappe heeft een klein beetje succes, de hotelkamers van de renners worden op een rustigere manier gecontroleerd. Als de controles door waren gegaan op de agressieve wijze waarop eerder werd gecontroleerd, waren de renners er allemaal mee gestopt. Nu rijden alleen de ploegen Festina, TVM, ONCE, Banesto, Riso Scotti, Kelme en Vitalicio Seguros de tour niet uit. Ook bij andere wielerwedstrijden komen dopingschandalen aan het licht. Marco Pantani wordt uit de wielerronde van Italië gezet, omdat hij doping zou hebben gebruikt.



Een aantal, vaak oud-, renners bekend dat zij ooit doping hebben gebruikt. In het begin reageren mensen geschokt op deze uitingen, maar als ze er goed over nadenken beseffen ze wel dat het eigenlijk niet te doen is om meer dan 20 dagen iedere dag zo’n 200 km. te fietsen. Dat kan bijna niet zonder doping. Toch zeggen echt toppers in het wielrennen geen doping te gebruiken, winnaar van de Tour de France 1999 en 2000 Lance Armstrong bijvoorbeeld ontkent doping te gebruiken. Ook andere goede wielrenners als Jan Ullrich en Michael Boogerd zeggen nooit doping te hebben gebruikt.



Sinds deze gebeurtenissen wordt bij wielerwedstrijden nog strenger gecontroleerd op doping. Na iedere race worden de nummer 1 van het klassement, de nummer 1 van de etappe en enkele willekeurig gekozen renners gecontroleerd op doping. Als deze testen positief uitvallen, wordt de renner gediskwalificeerd. Ook kan de directie van een grote wedstrijd een ploeg of een renner uitsluiten van deelname, omdat uit tests bij andere wedstrijden is gebleken dat hij doping heeft gebruikt.



De internationale wielerunie (UCI) heeft grenzen gesteld aan bepaalde waarden van rode bloedlichaampjes. Als de waarden hoger zijn dan de norm (deze is 0,5), is dat volgens hen een teken dat iemand EPO heeft gebruikt. Uit onderzoek is echter gebleken dat deze waarde te



laag is, bij iemand die geen EPO heeft gebruikt kan de waarde namelijk hoger zijn dan 0,5. Het kan dus zo zijn dat er mensen zijn gediskwalificeerd die helemaal geen doping hadden gebruikt.



Wielrenners lijken zich weinig van de hele EPO-geschiedenis aan te trekken, nog steeds worden er renners gediskwalificeerd vanwege het gebruik van doping.



5. DOPING IN DE TURNSPORT



De artistieke turnsport was als een van de weinige sporten nog vrij van dopingschandalen tijdens de olympische spelen. WAS, want tijdens de olympische spelen van Sydney werden bij het 16-jarige Roemeense meisje Andreea Raducan sporen gevonden van Pseudo-efedrine. Volgens de dopinglijst van het IOC verboden, volgens de lijst van de internationale turnfederatie (FIG) niet.



De arts van het Roemeense team zou Raducan het middel gegeven hebben om een verkoudheid te onderdrukken. Dit had hij beter niet kunnen doen, want door zijn actie werd Raducan gediskwalificeerd en moest zij dus haar gouden medaille die ze had veroverd tijdens de all-round finale inleveren. Zij mag het goud dat ze met het Roemeense team won wel houden en ook het zilver dat zij won met haar paardsprong wordt haar niet afgenomen. De testen die na deze wedstrijden gehouden werden, waren namelijk negatief uitgevallen.



De teamgenootjes van Andreea waren het niet eens met de beslissing van het IOC. De gouden medaille, die na de diskwalificatie van Raducan naar haar landgenote Amanar ging, kreeg Raducan terug. Van Simona Amanar welteverstaan, want het IOC blijft bij haar besluit, ondanks het feit dat pseudo-efedrine niet op de dopinglijst van de FIG staat.



Als blijkt dat een Roemeense sporter doping heeft gebruikt, mag hij van de sportbond in zijn land nooit meer meedoen aan wedstrijden. Bij Andreea Raducan is dit niet het geval, zij wordt in haar land vereerd en de regering heeft haar uitgeroepen tot ambassadrice van Roemenië. Dit zegt genoeg over de beslissing van het IOC, die is vreemd, heel vreemd. Het kan niet zo zijn dat een middel volgens het IOC wel doping is en volgens een andere sportbond niet. Men had voor de olympische spelen de dopinglijsten moeten vergelijken, niet achteraf. Bovendien bevat efedrine een middel waardoor er meer rode bloedlichaampjes aangemaakt worden en waardoor dus het hart sneller gaat kloppen. Dit is misschien erg effectief voor een wielrenner, maar een turnster heeft er niets aan. Op een smalle evenwichtsbalk moet je juist kalm blijven.



Tijdens het WK in Gent in november dit jaar zal Andreea Raducan aan de hele wereld moeten laten zien dat zij wel degelijk heel goed kan turnen, ook zonder pseudo-efedrine. Als zij in

Gent de nieuwe wereldkampioen wordt, zullen ook de mensen die het turnen niet volgen, geloven dat zij echt geen olympisch kampioen is geworden doordat ze pseudo-efedrine gebruikte. De mensen die het turnen volgen, weten namelijk al dat Raducan een van de beste turnsters is op dit moment en dat zij niet gewonnen heeft door dopinggebruik, maar doordat ze het meest constant en het beste turnde en door het falen van de concurrentie.



6. DOPINGGEBRUIK BIJ ANDERE SPORTEN



Natuurlijk wordt niet alleen doping gebruikt in de turnsport en de wielersport, ook bij andere takken van sport gebruiken de deelnemers van grote wedstrijden doping. In de atletiek bijvoorbeeld hoor je vaak dopingschandalen en ook bokser worden regelmatig betrapt op het gebruik van doping. Een tijdje geleden zijn ook een aantal voetballers gecontroleerd op dopinggebruik, bij 2 van hen werd inderdaad geconstateerd dat zij verboden middelen hadden gebruikt.



Waarschijnlijk wordt in alle sporten wel doping gebruikt, maar helaas is men nog niet in staat om alle soorten doping op te sporen. Bonden als het IOC zullen ervoor moeten zorgen dat er goede controles komen op dopinggebruik en dat de dopinglijsten bij alle sportbonden hetzelfde zijn.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen