U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Elsschot - Villa Des Roses.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=414 en is laatst upgedate op 07/03/2005.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1679 woorden.

Uitgeverij: Athenaeum-Polak & Van Gennep



Plaats van uitgave: Amsterdam



Jaar van uitgave: 2001



1ste druk: september 1913



ISBN: 90 253 1140 7




- Thematiek :





De verhouding tussen Louise en Richard overkoepelt alle kleine anekdotes waaruit het verhaal bestaat. Verliefdheid, verleiding en verlatenheid spelen hierin een belangrijke rol. Ze vormen de motieven van het verhaal.



De anders zo plichtsbewuste Louise raakt hals over kop verliefd op Richard. Dit gebeurt nadat die haar –net zoals alle andere mannen uit de villa- verleid had. Richards gevoelens zijn echter niet oprecht. Hij is enkel uit op erotische voldoening en is dus eigenlijk niet van plan om haar eeuwig trouw te blijven. Dit maakt dat Louise na korte tijd alleen en bedrogen achterblijft.



Bedrog kan beschouwd worden als het overkoepelende thema van het boek. Elsschot gebruikt dit thema ook steeds in de randanekdotes van het verhaal. Iedereen in de villa wordt op één of andere manier bedrogen. De auteur maakt hierdoor telkens weer duidelijk dat oprechte en naïeve mensen ten onder gaan in een wereld vol van bedrog en berekening.





Voorbeelden uit het verhaal:



- De door liefde verblinde Louise wordt door Grunewald bedrogen.



- Madame Brulot probeert op alle mogelijke manieren geld aan haar cliënten te verdienen (bv. De champagneflessen).



- Madame Gendron bedriegt haar medebewoners door geregeld te stelen.



- Meneer Martin laat zijn Poolse vriendin en haar moeder achter met een berg schulden.



- De poederdoos van madame Gendon wordt gevuld met meel.



- . . .







Ook de lezer zelf wordt bedrogen. De titel ‘Villa Des Roses’ laat automatisch vermoeden dat het om een prachtvilla zal gaan met eromheen een heerlijk geurende rozentuin. Dit is echter helemaal niet het geval. Het gaat om een villa omgeven door een tuin waar enkel nog lang gras groeit en waar de kippen voor het onderhoud zorgen.



De villa ligt aan de rand van Parijs. Ze wordt bedreigd door de uitbreiding van de stad. De verstedelijking zal stilaan haar charme doen verdwijnen en zelfs haar ondergang betekenen.



Bovendien staat de villa aan de vooravond van WOI. Ze weerspiegelt als het ware het Europa van toen dat aan de rand van de afgrond stond. Het zijn vooral de personages die de villa bewonen die de diversiteit van Europa aangeven. Elsschot weet hen precies te karakteriseren. Zo bestaat het gezelschap uit een excentrieke Noor, giechelige Hongaarse hoertjes, praatgrage Fransen, een fel zuipende en machtsbeluste Duitser, een gierige en rare Nederlander,…







- Vertelperspectief:



De auteur gebruikt het hele verhaal door een alwetende (auctoriële) hij- verteller. Dit maakt dat je als lezer boven het verhaal staat en veel overzicht over de situatie krijgt.





Fragment uit het boek:



“ Mejuffer de Kerros was bedroefd omdat er niets ‘à la Kerros’ op voorkwam, noch ‘à la Bretonne’, hoewel zij met de vruchten of het dessert reeds tevreden zou geweest zjin. Aan alles kon zij zo merken dat men op haar niet gesteld was.



Mijnheer Brulot had een geklede jas aan die hem vrij goed stond en madame Brulot had haar decoraties opgespeld. Ook de twee Poolsen maakten indruk, Marie met een rode en haar moeder met een blauwe blouse die zij nu maar zouden afdragen. Maar vooral Aasgaard zag er keurig uit. Hij was geheel in ’t zwart, met een vest dat zeer laag uitgesneden was en in zijn das zat een speld met een grote fonkelsteen. Boven zijn hoge boord zag men zijn aangezicht dat blonk van genoegen…”







- Structuur:



Het verhaal verloopt geheel chronologisch en overbrugt een periode van ongeveer twee jaar (vertelde tijd). De verteltijd bestaat uit 159 pagina’s.



Meestal verhouden de vertelde tijd en de verteltijd zich recht evenredig. Dit zorgt ervoor dat het verhaal zeer realistisch wordt weergegeven. De feiten worden namelijk niet wijd uitgesponnen, maar men gaat ook nergens vluchtig over. Het verhaal wordt weergegeven zoals het zich echt voordeed.



Wel wordt er hier en daar een periode waarin er niets interessants gebeurt overgeslagen.







Voorbeeld uit het boek:



“ Maar toen zij na zes maand nog steeds zonder nieuws van Richard was, moest zij in ’t eind wel gaan geloven wat Aline haar reeds honderdmaal gezegd had.”



Via zeer subtiele vooruitwijzingen weet de auteur de lezer geregeld interessante kennis te verschaffen. Zonder letterlijk iets te zeggen geeft hij de lezer nu en dan de pap in de mond.





Voorbeelden uit het verhaal:



- Uit het gesprek dat Aasgaard met Richard voert, kan je reeds afleiden dat Richard z’n affaire met Louise als een tijdelijk vermaak beschouwt.



- Louise komt na haar nachtje uit met Richard op straat opvallend heel wat zwangere vrouwen tegen. (je kan als lezer al raden dat ze zwanger is.)



- Het woord ‘abortus’ komt nergens in het boek voor en toch kan je het zo afleiden uit het volgende fragment:



“Hoe ongaarne Louise hem ook verteld zou hebben wat er nu eigenlijk aan scheelde, toch vond zij het jammer dat alles in zijn ogen door zou gaan voor een doodgewoon geval van influenza en dat hij niet eens vermoeden zou hoe zij met koorts en felle buikpijn voor haar liefde lag te boeten.”







- Stijlrichting:



In de roman “Villa Des Roses” vinden we heel wat elementen van het naturalisme terug. Qua inhoud leunt het verhaal zeer sterk aan bij deze stijlstroming. Elsschot heeft voor de sociale werkelijkheid van anno 1913 veel oog. “Villa Des Roses” geeft een goed beeld van hoe de samenleving er op dat ogenblik uitzag. De vele nationaliteiten die in het pension vertegenwoordigd zijn, geven de diversiteit van het Europa van voor WOI aan. Moreel is het volkomen failliet aan het gaan. De onderlinge verhoudingen lopen steeds minder vlot.



Het verhaal loopt zelfs slecht af. Iedereen gaat aan het eind z’n eigen weg op in plaats van de handen in elkaar te slaan.



De ondergang van het pension is te wijten aan de verstedelijking. Elsschot laat het niet na om geregeld z’n kritiek te uiten. Dit doet hij door op de mislukkingen te wijzen en een minachtende en spottende houding ten opzichte van het stadsleven aan te nemen.





Voorbeeld uit het boek:



“Tiens, Louise. En hoe gaat het in Parijs? Zei de vrouw spottend, zoals boeren doen wanneer ze van de stad spreken.”



Zowat alles in het verhaal kent een fataal einde en dat is zeer typerend voor het naturalisme.



De auteur beschouwt de mens als een resultaat van een aantal invloeden waaraan hij onderworpen is en waardoor hij volledig bepaald wordt.



Zo is de verhouding tussen Louise en Richard een onmogelijke zaak aangezien zij uit een lagere sociale klasse komt.



Ook wordt de vrouw als een naïef en onwetend wezen voorgesteld. (Louise doet bijvoorbeeld beroep op een waarzegger.)



Vormelijk is dit verhaal in een zeer ordelijke stijl geschreven. Het verhaal is netjes opgedeeld in twee delen. In het eerste deel worden de personages één voor één voorgesteld en het tweede deel bestaat uit het eigenlijke verhaal.



De auteur maakt gebruik van een koel en sober taaltje. Zonder veel poespas of emotie geeft hij de zaken op een zo realistisch mogelijke manier weer. Ook het gebruik van spreektaal (veelal Franse uitspraken) draagt hiertoe bij.




Voorbeelden uit het boek:



“In de loop der week die nu volgde, vond Grünewald nog gelegenheid om de meisjes een paar maal te vergezellen en op zekere avond, toen hij met Louise op weg naar huis door een verlaten straat kwam, bleven beiden staan. Toen zei Grünewald ‘Louise’, sloeg de armen om haar heen en gaf haar een zoen. Louise weerde hem af, sloot toen de ogen en stotterde ‘mon Dieu’.



Beiden sleten nu gelukkige dagen. Zij noemde hem nu niet langer Grünewald maar Richard, en ’s avonds gingen zij op verlaten banken elkander zitten omhelzen.”



“ ‘Zoiets had ik nooit van dat meisje gedacht,’ zei madame Brulot tot haar man.



‘ Méfiez-vous de ces petites saintes,’ antwoordde de oude notaris.”





- Biografische schets:



Willem Elsschot werd geboren als Alfons De Ridder te Antwerpen op 7 mei 1882. (Hij koos zijn pseudoniem naar de woeste streek tussen Herselt en Veerle die bekend stond onder de naam “Elsschot”.)



Hij studeerde te Antwerpen aan het Atheneum, maar voltooide zijn middelbare studies niet. Reeds in die tijd stelde hij al belang in de literatuur en de Vlaamse Beweging. Hij maakte toen onder andere al deel uit van de jongerengroep rond het anarchistische blad “Alvoorder”.



Onder druk van zijn broer ging hij in 1901 opnieuw studeren aan de Antwerpse Handelshogeschool. Hij behaalde drie jaar later z’n diploma in de handels- en consulaire wetenschappen en werkte hierna op kantoren in Parijs, Rotterdam en Brussel. Hierna pas vestigde hij zich met z’n gezin in Antwerpen.



Tijdens de periode dat hij in Parijs werkt, verblijft hij in een pension. De belevenissen die hij daar opdoet, vormen een inspiratiebron voor z’n latere debuutroman. Deze roman (Villa Des Roses) verschijnt in 1913. Daarna volgen nog “Een ontgoocheling” en “De verlossing”.



In zijn latere werken zoals “Kaas”, “Lijmen”, “De leeuwentemmer”, “Het dwaallicht”,… profileert hij een ik-figuur, een soort alter ego, waarvan hij de lotgevallen met een niet aflatend cynisme beschrijft.



Elsschot overleed te Antwerpen in 1960 en liet een oeuvre na dat als een monument beschouwd wordt in de Nederlandstalige literatuur.




Beschrijf de gebeurtenis die je het meeste raakte en zeg waarom:



De gebeurtenis die me het meeste raakte, was tevens de meest pijnlijke gebeurtenis.



Richard kwam de kamer van Louise binnen en zag dat ze te bed lag. Hij wist goed genoeg dat ze niet aan een griepje leed, maar dat ze erg afzag van de pijnlijke abortus die ze had ondergaan. Aan het citroenwater naast het bed en de in papier gewikkelde foetus op de grond, wist hij eigenlijk al genoeg. Voor Louise was dit zonder twijfel een heel zwaar moment waarop een beetje steun geen overbodige luxe was. Maar het enige wat hij te zeggen had, was dat het pakje zo gauw mogelijk weg moest.



Het ergste van allemaal was, dat Louise naïef als ze is, niet door had dat zijn gevoelens voor haar niet oprecht waren en dat ,nu hij iemand van zijn stand gevonden had, zo gauw mogelijk komaf met haar wilde maken. Voor hem bestond ze op dat ogenblik al lang niet meer.



Op een ogenblik als het deze zou je wel kunnen gaan huilen. Je vraagt je af waarom eerlijke mensen (meestal vrouwen) het steeds weer moeten bekopen. De personificatie en het medeleven dat je voelt, zijn op dat moment het grootst.





Bronnen:



- ELSSCHOT, W., Villa Des Roses., Amsterdam, Athenaeum Polak& Van Gennep, 2001, 159blz.



- www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7890



- http://users.pandora.be/louis.jacobs/Elsschot.htm
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen