U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend - Elckerlijc.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=198 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1367 woorden.

Bibliografie
Tekstbezorger : H. Adema
Uitgegeven door Taal & Teken, Leeuwarden in 1987
Oorspronkelijk: Onbekend
Periode: Middeleeuwen


Samenvatting
Op een dag kijkt God vanuit de hemel naar beneden en ziet dat Elckerlijc als een beest leeft. God is hier erg boos over en eist van Elckerlijc dat hij rekenschap af komt leggen. Om dit aan Elckerlijc te verkondigen stuurt God Doot, zijn bode. Deze gaat naar Elckerlijc en vertelt het aan hem. Elckerlijc is er compleet niet op voorbereid en vraagt om uitstel. Als dit niet lukt probeert hij Doot om te kopen. Dit lukt ook niet, maar Elckerlijc mag wel een persoon meenemen die hem voor God verdedigt.

Elckerlijc gaat eerst naar Gheselscap, omdat ze altijd al goede vrienden zijn geweest. Hier verwacht Elckerlijc veel van ( de passage is dan ook lang: 96 verzen ). Eerst belooft Gheselscap hem onvoorwaardelijke steun, maar als blijkt dat Elckerlijc naar God moet en niet terug zal keren weigert hij. Hij keert Elckerlijc de rug toe en wenst hem veel succes. Elckerlijc beseft dat vrienden er alleen zijn als er plezier te maken valt en niet als er problemen zijn.

Daarom besluit Elckerlijc naar Maghe en Neve, zijn familieleden te gaan. Deze wilden wat meer bedenktijd, en Elckerlijc trekt daaruit de conclusie dat ook hun beloftes niet waard zijn en gaat naar Tgoet. Ook deze weigert en zegt dat hijzelf door God op deze wereld geplaatst is om te testen of mensen in weelde nog steeds aan de armeren denken door hun bezit met hen te delen. Elckerlijc deed dat niet en beseft nu dat juist door Tgoet zijn papieren niet in orde zijn.

Als laatste wanhoopspoging gaat Elckerlijc naar Duecht. Duecht is wel bereid om mee te gaan, maar is te ziek om te bewegen. Dit was de allerlaatste mogelijkheid ( ook niet toevallig de kortste passage: 34 verzen ). Daarom moet Elckerlijc met Kennise naar Biechte, zodat hij zijn zonden kan zuiveren. Na de biecht en de boetedoening is Duecht weer gezond. Voordat ze naar God gaan zegt Duecht dat hij nog vier belangrijke personen mee moet nemen, nl. Vroetscap, Cracht, Scoonheyt en Vijf Sinnen. Ze beloven mee te gaan, maar nadat Elckerlijc bij een priester de H. Communie en het H. Oliesel ontvangen en nadat naar het graf zijn gegaan bedenken achtereenvolgens Scoonheyt, Cracht, Vroetscap en Vijf Sinnen zich. Alleen Duechte en Kennisse blijven bij hem wanneer hij sterft. Elckerlijc gaat met Duechte naar de hemel, opgewacht door een engel, en Kennisse blijft op aarde achter.



GENRE

Elckerlijc is een moraliteit uit de rederijkerstijd. Dat is een toneelspel met een verborgen theocentrisch ( christelijk ) karakter, waar het hele stuk op gebaseerd is. Een rederijkers-kenmerk is terug te vinden in de een referein ( vers 541-568 ), 3 keer 9 regels, allen eindigend op de stokregel: "Want ik begeer uw genade". Er zitten twee rondelen ( vers 827-834 en vers 835-844 ) in het stuk, d.w.z 8-regelige strofen waarvan de 1e, 4e en 7e regel op elkaar rijmen, evenals de regels 2 en 8. In het stuk zijn ook verschillende rijmvormen. In plaats van overal zuiver gepaard rijm zijn er ook niet zuivere rijmen ( bijvoorbeeld in de verzen 59-60 ), vier verzen met hetzelfde rijm ( verzen 592-595 en 863-866 ) en ontbreken soms zelfs de korresponderende regel met dezelfde rijmklank ( bijvoorbeeld verzen 62,226,312,320,323,451,591 en 634 ). Een andere aanduiding dat het stuk na 1450 geschreven moet zijn is het taalgebruik. Er komen veel achtervoegsels in gebruik, b.v. op -sel, op -ereen adjectieven op -ich. Dit kwam niet voor in de eerdere Middeleeuwse werken. Verder is het stuk een allegorie, d.w.z de acteurs beelden geen personen, maar begrippen uit.

Van de specifieke rooms-katholieke kenmerken zijn de volgende aan te wijzen:
1. voor Elckerlijc de laatste tocht aanvaardt, ontvangt hij de laatste heilige
sacrementen van Biecht, Communie en Oliesel.
2. De schrijver heeft het over de zeven hoofdzonden ( vers 13 ) en de zeven deugden
( vers 16 )
3. Elckerlijc verricht goede werken tot heil van zijn ziel: de helft van zijn goederen
geeft hij bij het testament aan de armen ( vers 668 ).
4. Hij roept de Heilige Maagd aan ( o.a. in het tweede rondeel )
5. Hij verdedigt uitvoerig het priesterschap ( verzen 675-740 )



OPBOUW EN PERSPECTIEF

Het toneelstuk bestaat uit 885 verzen, de verzen zijn te verdelen in een proloog ( bedoelingen van God; vers 1-63 ), een inleiding (gesprek tussen Doot en Elckerlijc; vers 64-160 ), het middenstuk ( Elckerlijc zoekt vrienden; vers 161- 846 ), het slot ( hemelvaart van Elckerlijc; vers 847- 860 ) en het epiloog ( het moraal; vers 861-885 ). De tekst bestaat alleen uit gesprekken tussen verschillende personages ( kenmerk van een toneelstuk ). Omdat het een toneelstuk is, is het vertelperspectief personaal; we kijken mee door de ogen van Elckerlijc. Het toneelstuk is chronologisch opgebouwd, heeft een gesloten eind, de sfeer is somber ( lange tijd lijkt het erop dat Elckerlijc niemand meekrijgt ) en het speelt zich af op de aardse wereld.



PERSONAGES

Er is sprake van één hoofdpersoon en enkele bijpersonen. De hoofdpersoon is Elckerlijc, die gedaagd wordt om voor God rekenschap af te leggen. Hij krijgt een dag de kans om de balans in zijn daden in orde te krijgen.

De bijpersonen bestaan uit alle mensen die Elckerlijc vraagt om mee te gaan. Deze weigeren allen uit zelfbehoud, behalve Duechte.



THEMATIEK

Het theocentrische karakter is terug te vinden in het moraal: Elk mens ( Elcker-lijc ) moet op een dag rekenschap afleggen voor God.

De balans tussen de goede en slechte daden is terug te vinden in de deugd ( Duechte ). Deze is ook de enig die een mens na de dood kan helpen, in tegenstelling tot aardse relaties zoals vrienden ( Gheselscap ), familie ( Maghe en Neve ), en het bezit ( Tgoet ) en inerlijke en uiterlijke eigenschappen als wijsheid ( Vroetscap ), kracht ( Cracht ), schoonheid ( Scoonheid ) en het waarnemingsvermogen ( Vijf Sinnen ). Als de deugd slecht is, kan alleen de biecht ( Biechte ) na inkeer ( Kennisse ) de mens helpen. Dit alles is nog eens samengevat in de naeprologhe ( op het moment van de dood worden "Gheselscap, vrienden ende goet" ontrouw, zijn "Schoonheyt, cracht, vroetscap ende vijf sinnen" vergankelijk, maar blijft de "Duechte" trouw ).

Er zijn drie motieven in deze moraliteit terug te vinden, namelijk:
1. Ieder mens moet eens sterven; hij kan niets van zijn aardse bezittingen meenemen.
2. Hij moet tegenover God rekening en verantwoording afleggen over zijn daden.
3. Gods barmhartigheid voor de zondige, maar berouwvolle mens is eindeloos.

Vooral het tweede motief is terug te vinden in het moraal, terwijl het derde motief ook in verschillende andere stukken is terug te vinden ( vgl. Mariken van Nieumeghen ).



TITEL

De titel van het boek slaat terug op de naam van de hoofdpersoon. De oorspronkelijke titel luidt: De spyeghel der salicheyt van Elckerlijc. Deze laat zich als volgt verklaren: In het toneelstuk moet de mens zich kunnen spiegelen ( spyeghel ) aan de fouten van iedereen ( Elckerlijc ). zelfs deze is uiteindelijk in de hemel gekomen, dus iedereen die spijt heeft kan ook in de hemel komen en de "salicheyt" verwerven. De ondertitel (Hoe dat Elckerlijc mensche wert ghedaecht Gode rekeninghe te doen ) is de zin waarop het toneelstuk gebaseerd is. Hierin zit al het moraal van het verhaal, nl. dat elk mens ooit bij God rekenschap voor zijn daden af moet leggen ( Zie ook "Thema" ).



EIGEN MENING

Hoewel Elckerlijc een allegorie is, is het goed te lezen en makkelijk te volgen. De personages gedragen zich als echte personen ( vergelijk "So en sal ick tot in die doot! Comer af , datter af comen mach!" in verzen 648-649 met "Ick schelt u al quijt. Adieu! Vaert wel! Ick schoer mijn scout ( belofte )" in verzen 764-765 ). Dit verhoogt het realiteitsgehalte van het verhaal. Verder was het ook erg spannend of Elckerlijc iemand mee zou krijgen, en soms was er zelfs sprake van een verrassende wending. De tekst is goed chronologisch opgebouwd en was goed te lezen, hoewel het Middelnederlands is. Om al deze redenen vindt ik Elckerlijc een van de betere Middeleeuwse boeken en zou ik het iedereen die graag Middeleeuwse boeken leest aanraden.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen