U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend/anoniem - Karel Ende Elegast.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/5416040/ en is laatst upgedate op 04/08/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1541 woorden.


Samenvatting


In dit verhaal is Karel de Grote in Ingelheim aan de Rijn om op een hofdag recht te spreken. In de nacht voor de hofdag verschijnt hem in een droom tot driemaal toe een engel die hem beveelt uit stelen te gaan. Karel gehoorzaamt tenslotte en verlaat zijn kasteel.


Buiten in het bos ontmoet hij een zwarte ridder. Omdat geen van beiden zijn naam bekend wil maken, komt het tot een gevecht.


De zwarte ridder blijkt Elegast te zijn die om een kleinigheid van Karels hof verbannen was en nu uit nood roofridder geworden is. Karel noemt zichzelf Adelbrecht en hij stelt Elegast voor samen uit stelen te gaan, zoals de engel hem geboden had. Het voorstel van Karel om in het paleis van Karel de Grote (zijn eigen paleis dus) te gaan inbreken wijst Elegast verontwaardigd van de hand. Zijn ridderwoord van trouw aan de koning doet hij gestand.


Zij besluiten naar Karels leenman en zwager Eggeric te gaan. Elegast komt met behulp van slaapformules en toverkruid ongehinderd Eggerics kasteel binnen en luistert daar een gesprek af tussen Eggeric en zijn vrouw. Eggeric verttelt haar dat hij van plan is de volgende dag een aanslag op koning Karel te plegen. Wanneer Elegast dit aan Karel vertelt, die buiten de poort op de terugkomst van Elegast wachtte, begrijpt hij waarom God hem uit stelen heeft gestuurd. De volgende dag, op de hofdag, laat Karel zijn zwager Eggeric gevangen nemen op beschuldiging van hoogverraad. Eggeric ontkent en beschuldigt Elegast van leugens. Een godsoordeel in de vorm van een tweegevecht moet de waarheid aan het licht brengen. Eggeric verliest het gevecht en bewijst hiermee zijn ontrouw en verraad. Elegast wordt in ere hersteld en trouwt met de vrouw van Eggeric.




























































Verwerkingsopdracht


Het ridderepos Karel ende Elegast is van een onbekende schrijver, maar algemeen wordt aangenomen dat dit een Vlaming was. Het is ook niet helemaal duidelijk wanneer het verhaal geschreven is. Sommigen verkiezen vanwege het voorhoofse karakter en de taalconstructies van het verhaal voor het einde van de twaalfde eeuw, anderen kiezen op grond van de duidelijk aanwezige christelijke elementen voor halverwege de dertiende eeuw. Het verhaal is aan ons overgeleverd in een zestal 14e- en 15e-eeuwse handschriftfragmenten en een zestal 15e- en 16e-eeuwse gedrukte uitgaven.


Karel ende Elegast is onze enige volledig overgeleverde voorhoofse ridderroman. Het verhaal is voorhoofs, omdat elementen als bruut geweld, krijgshaftigheid en trouw aan de leenheer in dit type verhaal de hoofdtoon voeren. De vrouw is in deze periode nog steeds minderwaardig en wordt ook zo behandeld, in tegenstelling tot in de latere hoofse cultuur, waar zij juist een belangrijke plaats verwerft en de ridders zich op allerlei manieren inspannen om bij haar in de gunst te vallen. Omdat in dit verhaal de Frankische ridderwereld, en dan vooral Karel de Grote en de zijnen, centraal staat, worden deze verhalen ook wel Frankische of Karelromans genoemd.


Bij het lezen van het verhaal moet wel bedacht worden dat het verhaal pas ongeveer 400 jaar na de dood van Karel (hij stierf in 814)is opgetekend. Hiervoor werden de verhalen mondeling overgeleverd. Het is dus logisch dat het verhaal geen historisch betrouwbaar beeld geeft van Karels tijd. Allerlei elementen zijn in die tussen tijd in het verhaal ingeslopen. In de beschrijvingen van handelingen, levensgewoonten, omgangsvormen, kleding en bewapening projecteert de schrijver zijn eigen tijd op die van Karel. Daarom is ook de christelijke levenssfeer steeds belangrijker geworden. Het verhaal geeft dus meer een beeld van de 12e cq. 13e eeuw, dan van de tijd waarin Karel de Grote zelf leefde.


Het centrale motief in het verhaal is de trouw aan de leenheer als belangrijkste ridderdeugd. Dit was gebaseerd op het principe van de feodaliteit, van waaruit de hele middeleeuwse wereld georganiseerd was. De machtige heren in die tijd sloten verdragen met hun vazallen. De heer bood de vazal bescherming en de vazal bood de heer als tegenprestatie zijn diensten aan. Omdat de heer niet al zijn vazallen kon onderhouden gaf hij hun een stuk land in leen (feodum). Zo ontstond het leenstelsel. Deze feodale verhoudingen gaven aanleiding tot voortdurende strijd tussen leenmannen (vazallen) onderling en tussen leenmannen en hun heer als zij zich onrechtvaardig behandeld voelden.


In het verhaal komen ook een aantal christelijke elementen aan de orde.


Het christendom speelde een belangrijke rol in deze tijd. Karel de Grote had hier zelf voor gezorgd. Hij bestuurde een zeer groot rijk en had daarom iets gemeenschappelijks nodig om dit rijk bij elkaar te houden. Daarom maakte hij het christendom tot de verplichte staatsgodsdienst. In het verhaal komen de christelijke elementen aan het begin al dadelijk naar voren. Het begint met de verschijning van een engel midden in de nacht. Deze zegt Karel tot drie keer toe (drie is een heilig getal, het getal van de drie-eenheid) Gods bevel te gehoorzamen en uit stelen te gaan. Dit vreemde bevel schept eerst verbazing, maar later blijkt dat God vanuit Zijn oneindige goedheid Karel heeft willen redden van een aanslag op zijn leven. Nadat de engel verdwenen is verlaat Karel zijn kasteel. Door een wonder van God zijn alle sloten en deuren open en kan Karel onopgemerkt en geluidloos het kasteel verlaten. Zelfs de wachters zijn in een diepe slaap verzonken! Vervolgens klimt Karel op zijn paard en bidt tot God of hij hulp mag krijgen. Als hij even later de zwarte ridder (Elegast) ziet wordt hij bang en bidt andermaal tot God. Na het gevecht zweren Elegast en Karel bij God dat het een lieve lust is. Karel dankt God voor de hulp die hij heeft gekregen en dus de verhoring van zijn gebed. Aan het eind van het verhaal moet God uiteindelijk uitsluitsel geven over wie er de waarheid spreekt: Eggeric of Elegast. Het Godsoordeel (een tweekamp, waarin God aan de rechtvaardige de kracht geeft om de onrechtvaardige te verslaan) wijst natuurlijk Eggeric als de schuldige aan en die wordt dan ook opgehangen.


Het verhaal wordt besloten met de wens dat God al onze problemen moge oplossen.


Behalve de genoemde christelijke elementen, komen er ook een aantal heidense elementen in het verhaal voor, die door de Middeleeuwers klakkeloos geaccepteerd werden. Zo vond men het heel normaal dat iemand toverkrachten werden toegedicht. Bijvoorbeeld in het geval van Elegast. Deze gebruikte een bepaald kruid en kon hierdoor met de dieren spreken. Ook sprak hij een toverspreuk waardoor Eggeric en zijn vrouw in slaap vielen.


De tweekamp tussen Eggeric en Elegast is een ander voorbeeld van heidense invloed. Die tweekamp was namelijk een oud Germaans gebruik om recht te spreken, maar werd nu in een christelijk jasje gestoken.


In het verhaal spelen de figuren een belangrijke rol. Karel was natuurlijk de grote held. Zijn schuilnaam Adelbrecht werd door de middeleeuwers uitgelegd als “door adel schitterend”.Hij was een Godvrezend man en volgde Diens besluiten op. Vervolgens was hij ook nog eens een goede vechter en een streng maar rechtvaardige heerser. Elegast speelt een soort Robin Hood rol. Zijn naam betekende iets als “edele ridder of vreemdeling”. Hij is weliswaar in ongenade gevallen, maar blijft trouw aan zijn koning. Verder is hij slim, sterk en gelovig. Ook bezit hij toverkrachten. Eggeric is het tegenovergestelde van Karel en Elegast. Hij is de verrader, die ontrouw is aan de koning en hem zelfs wil doden. Hij is een Godslasteraar. Zijn naam betekende “heerser met het zwaard”.




Hoewel het verhaal ons misschien weinig zegt was het voor de middeleeuwers van veel grotere betekenis. Men haalde er richtlijnen uit voor het leven en er kwamen allerlei herkenbare gebeurtenissen in voor. Bijvoorbeeld de twee persoonlijke duels. Deze verliepen precies zoals deze behoorden te verlopen. Het zal voor de lezer van toen waarschijnlijk van tevoren al hebben vastgestaan dat Karel het tweegevecht met Elegast zou moeten winnen. Hij was immers de grote koning der Franken. Maar ook Elegast was een goed vechter en hij zou later van Eggeric moeten winnen. Wie van de twee moest dit gevecht dus winnen? De dichter lost dit heel slim op door het zwaard van Elegast te laten breken. Zo’n tweekamp was een van de meest geliefde motieven in de middeleeuwse geschriften. Ook andere elementen die in die tijd een belangrijke rol speelden komen in het verhaal voor. Bijvoorbeeld de raadsvergadering, een voorbereiding op het wapengeweld. Ook de hofdag is zo’n element. De hofdag was essentieel in het leenstelsel van die tijd. Een ander punt is de ondergeschiktheid van de vrouw. Eggeric slaat zijn vrouw een bloedneus en ze wordt door hem onhoffelijk behandeld. Maar niet alleen door hem. Ook Elegast en Karel maken zich hier schuldig aan. Karel maakt zijn zuster notabene tot weduwe van een gehangene en huwt haar direct weer uit aan Elegast. Genoemde zaken waren voor de mensen in die tijd doodnormaal. Ook de gebeden die Elegast omhoog zendt zijn vrij stereotiep voor de lezers. Het was voor hen vanzelfsprekend dat Elegast voor hij het tweegevecht met Eggeric aanging tot God bad en om vergeving vroeg. De lezers waren dus bekend met deze gebeden. Ook het afsluitende gebed is voor hen een doodnormale zaak, terwijl het voor ons uit de lucht lijkt te komen vallen.




Het belangrijkste motief van het verhaal is trouw aan de heerser en trouw aan God. Wie zich hieraan houdt wordt beloond en beschermd. Maar wie niet trouw is aan zijn heerser en God noch gebod kent wordt uiteindelijk gestraft.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen