U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gerard Reve - De Avonden.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20232/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3079 woorden.

Gerard Reve, De Avonden







Boekbeschrijving









Auteur: Gerard Kornelis van het Reve



Titel: De Avonden



Druk: 37e druk



Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam



Eerste Druk: 1947



Aantal pag.: 224



Indeling: Verdeeld in 10 hoofdstukken, genummerd met Romeinse cijfers. Elk hoofdstuk één

dag.



Ondertitel: Winterverhaal









Samenvatting:









Frits van Egters, een 23-jarige kantoorbediende, woont nog bij zijn ouders thuis. Het

is Zondag, een verloren dag volgens Frits. Als hij wakker wordt, weet hij al niet wat hij

moet doen. Die middag komt zijn oudere broer Joop op bezoek. Hij is getrouwd met Ina. Hij

komt zeggen dat hij en Ina die avond niet komen eten omdat Ina ziek is. 's Avonds na het

eten gaat Frits naar Jaap Elderer. Hij blijkt niet thuis te zijn. Frits besluit door te

lopen naar Louis. Die woont in een huis met een schildersatelier erbij. Ze praten wat

terwijl Louis doorwerkt. Als Louis naar bed gaat, gaat Frits naar huis. Thuis kruipt hij

ook maar in bed. -Die nacht droomt hij dat hij op blote voeten door een bos loopt. Hij

loopt een ruimte binnen waar vreemde mensen zitten en schrikt wakker.









De volgende dag gaan Frits' vader en moeder 's avonds naar Haarlem. Frits gaat met Joop

en Ina naar een reünie van het Berendsgymnasium, dat 20 jaar bestaat. Hij heeft er geen

zin in, om al zijn oude klasgenoten te ontmoeten. Hij praat wat met anderen over van alles

wat ze meegemaakt hadden en kijkt naar een voorstelling die opgevoerd werd. Hij loopt snel

naar huis. Thuisgekomen vraagt hij zich af waarom hij al de schoolspullen nog in een kast

heeft staan. Hij wil ze weggooien, maar bedenkt zich. -Die nacht droomt hij dat een zwaan

naar hem toekomt. De zwaan groeide net zo groot als hij was. Op het moment dat de zwaan

hem bijna raakt, wordt hij wakker en kan zich niets meer herinneren.









Tijdens zijn middagpauze gaat Frits de stad in en bezoekt enkele winkels. Uiteindelijk

koopt hij een zilverkleurig bekertje en bordje voor het zoontje van zijn vriend Jaap. Hij

koopt er drie chocoladerepen bij, waarvan hij er een aan een collega geeft. 's avonds gaat

hij naar Jaap en zijn vrouw Joosje toe. Jaap is er op dat moment niet. Joosjes tante en

haar moeder zijn op visite. Frits begint zich te vervelen. Als Jaap thuiskomt, begint

Frits eerst te zeuren over haaruitval. Later beginnen ze lol te maken over invaliden en

een man en zijn vrouw, die halfdronken binnen zijn gekomen. Als Frits slaapt, wordt hij

plotseling wakker van een gil. Zijn moeder heeft een zenuwaanval. -Als hij weer slaapt,

droomt hij dat hij door een tuinman geroepen wordt. Hij wordt bang en wil wegrennen, maar

blijft met zijn voet ergens aan hangen. Hij werd achtervolgd door een gevaar, dat hem

volgde, totdat hij wakker werd.









Eerste kerstdag: Frits' ouders gaan bij iemand op visite dus Frits is alleen thuis. Hij

krijg bezoek van Lande. Ze praten en Lande verdenkt Maurits Duivenis ervan tweehonderd

gulden van hem te hebben gestolen. Als Lande weg is, watert Frits van verveling in de

kachel en verbrand een pissebed. 's Avonds gaat hij met Louis Spanjaard naar de bioscoop.

Na de film bleef Louis bij Frits thuis eten. Na het eten ging Louis naar huis en ging

Frits bij Walter en zijn familie op bezoek. Walters bovenbuurvrouw ligt op sterven en

Walter wil haar appartement kopen, omdat het groter is.









Kort nadat Frits thuiskwam ging hij naar bed en droomde hij dat hij in een warenhuis

was en zeer ernstig naar het toilet moest. Hij kan er echter geen vinden of wordt niet

toegelaten, dus doet hij zijn behoefte tussen in een aantal vazen. Het wordt echter

ontdekt en hij moet vluchten voor het personeel.









Tweede kerstdag. Frits' ouders gaan weg. Frits luistert naar de radio. Hij is gelukkig,

zegt hij zelf. Hij gaat de stad in. Daar ontmoet hij Maurits Duivenis. Ze gaan samen naar

een café. Maurits bekent dat hij tweehonderd gulden heeft gestolen van Lande. Ook vertelt

hij dat hij een jas van iemand heeft meegenomen. Later op de dag gaat Frits bij Viktor op

bezoek. Ze praten over mensen die een geestelijke afwijking hebben. -Als Frits de volgende

ochtend naar het toilet gaat en weer terug in bed stapt, droomt hij dat hij weer bij

Herman en Lydia in de woonkamer zit. Hij ziet er een jongen die telkens uit het raam

spring en zich op het laatste moment ophijst aan het kozijn.









Vrijdagmiddag: Frits heeft geen zin meer om te werken en pakt al vijf minuten voor vijf

zijn tas in. Na het werk fietst hij langs de bioscoop en koopt twee kaarten voor de film

van die avond. Hij gaat naar Viktor en vraagt of hij mee wil naar de bioscoop. Viktor

heeft echter geen tijd. Die avond gaat hij alleen naar de bioscoop. Daar komt hij Maurits

tegen. Hij wil Frits' tweede kaartje kopen en samen gaan ze naar de film. Na de film gaan

ze naar Maurits huis en praten nog wat na -Als Frits 's avonds in bed ligt, droomt hij dat

zijn bed begint te bewegen. Plotseling zat hij in een auto. Hij kwam bij een zwaar

busongeval terecht, waar alleen gewonden waren, zelf de mensen die onder de bus lagen

waren gewond.









Frits komt Zaterdagmiddag thuis en vindt een briefje van zijn moeder. Vader is weg en

zijn moeder is naar Annetje. Frits snuffelt wat in laden. Hij weet dat hij 's avonds laat

thuis zal komen, dus gaat hij op bed liggen rusten. Als hij net klaar is met eten, komt

zijn vader thuis. Als zijn vader gegeten heeft, gaat Frits naar Jaap en Joosje, om samen

met hen en Viktor naar een dancing te gaan. Er wordt over allerlei zaken gepraat. Frits en

Jaap drinken teveel. Frits was stomdronken. Zijn ouders schrokken zich toen hij zo

thuiskwam. Hij braakte vier maal en viel daarna achterover in bed.









Zondagmorgen wordt Frits met een kater waker. Hij gaat op advies van zijn moeder een

stuk lopen en gaat bij Adelaar op bezoek. Adelaar is de vader van Ina. Zijn moeder zei dat

Ina en Joop daar waren, maar ze had geen gelijk. Toen Frits thuis was, kwamen Joop en Ina

op bezoek. Ze kwamen direct van de bioscoop. Frits begint direct over Joops haar te

zeuren. 's Avonds gaat Frits bij Bep Spanjaard op visite. Hij was er lang niet meer

geweest. Frits verteld haar gruwelverhalen om haar bang te maken. Frits krijgt van haar

een speelgoedkonijntje, dat hij toevallig op een kast zag staan. Het wordt zijn

troeteldiertje. -'s Nachts droomt hij dat hij in een kano zit. Er zat een lek in de kano.









Toen Frits na het werk zijn fiets wilde pakken, bleek de voorband lek te zijn, dus

moest hij naar huis lopen. Na het avondeten gaat hij naar Bep Spanjaard, om daarna naar de

nachtfilm, De Groene Weiden, te gaan. Hij belde aan bij Bep Spanjaard. Jaap Elderer deed

open. Naast hem stond een voor Frits onbekende man. De man heette Eduard Hoogkamp. Joosje

en Bep zijn ook aanwezig. Ze praatten eerst over ziekten en begrafenissen en alles wat

erbij hoort. Daarna gaan ze samen naar de bioscoop. Tijdens de film kreeg Frits tranen in

zijn ogen. De film maakte en diepe indruk op hem, hij voelde zich goed. Na de film wilde

hij dan ook niemand spreken en ging direct, alleen, naar huis. Thuis ging hij direct naar

zijn slaapkamer en pakt het konijntje en een marmeren konijntje uit een kast. Hij vraagt

zich af waarom hij nooit gestraft is. -Hij droomt dat twee mannen een pakket bezorgen. Een

man zegt dat het pakket het huis niet uit mag. Frits dacht dat het een dode was en wilde

het op de grond leggen, maar kon zijn rug niet buigen. Hij werd wakker. Om niet weer in de

droom te belanden, doet hij alles om wakker te blijven.









Oudejaarsdag. Om twee uur verlaat Frits het kantoor. Op weg naar huis komt hij Maurits

tegen. Maurits vertelt Frits alles over de diefstallen die hij de laatste tijd gepleegd

heeft, hoe en waar hij die gepleegd heeft. Frits viert oudejaarsavond thuis met zijn

ouders. Hij gaat op bed liggen en valt in slaap. Hij droomt dat hij met een iemand met een

vossenkop een fabrieksruimte inloopt. Hoe verder ze binnen zijn, hoe verder het plafond

naar beneden komt en hoe verder de muren bij elkaar komen. Hij werd wakker toen zijn

moeder eten aan het koken was. Hij moet van zijn moeder kolen gaan halen op zolder. Hij is

erg bang dat er iemand op de zolder is, maar toch gaat hij kolen halen. Hij maakt ruzie

met zijn moeder over hoe zij de kachel aanmaakt. Na het eten gaat hij nog even naar Louis

Spanjaards. Als hij weer thuiskomt heeft hij opmerkingen op de manier waarop zijn moeder

appelbollen bakt. Zijn moeder zegt dat ze een fles wijn gekocht heeft. Frits kijkt en het

blijkt geen zijn te zijn. Ze heeft een fles bessenappelsap gekocht. Frits krijgt hiervan

tranen in zijn ogen. Hij gaat naar zijn kamer en zoekt vriendschap bij zijn stoffen

konijn. Om twaalf uur schudden ze elkaar de hand. Hierna ging Frits naar buiten. Hij wilde

bij zijn vrienden op bezoek, maar niemand was thuis. Op zijn weg terug naar huis bidt hij

tot God: "Eeuwige, enige, almachtige, onze God, Vestig Uw blik op mijn ouders. Zie

hen in hun nood. ....." Hij noemt allerlei 'gebreken' van zijn ouders op. Als hij

thuiskomt, poetst hij direct zijn tanden en is toch blij dat hij leeft. Daarna gaat hij

naar bed en valt in een diepe slaap.









Amsterdam, Zondag 18 mei 1947









Titelverklaring









De avonden zijn de avonden van de jongeren in de jaren na de oorlog. Hoe de jongeren

hun vrije tijd doorbrachten.









Thema









De hoofdpersoon, de 25-jarige Frits van Egters, voelt een spanning tussen hem en zijn

ouders, hij heeft veel aan te merken op zijn ouders. Hij windt zich op over veel dingen

die zijn vader of moeder doen. Hij is daarom ook veel bij zijn vrienden, met wie hij vaak

in het café zit. Hij hecht veel waarde aan kleine dingen, zoals een speelgoedkonijntje

dat hij kreeg. Bij het konijntje zoekt hij troost. Ook heeft hij tot vervelens van anderen

toe belangstelling voor lichamelijk verval zoals haaruitval. Alle hoofdstukken, met

uitzondering van 7 en 10 eindigen op een droom.









Analyse









Personages: Round Characters: (Er is slechts één figuur waar we meerdere dingen

weten)









Frits van Egters, de hoofdpersoon van het boek. Hij is 25 jaar en werkt in een kantoor

nadat hij zijn gymnasium-opleiding niet heeft afgemaakt. Hij woont nog bij zijn ouders

thuis. Met zijn ouders praat hij niet veel, hij vindt ze ongemanierd en soms

onderontwikkeld. Zijn vader hoort niet meer goed. Met zijn moeder praat hij nog het meest,

maar ook op haar heeft hij veel aan te merken. Als hij niet aan het werk is, is hij vaak

bij vrienden of in het café. Hij heeft veel belangstelling voor het lichamelijk verval,

vooral voor haaruitval, waar hij gesprekken over voert en bijna iedereen op aanspreekt.

Frits is nogal bang, hoewel hij graag gruwelijke of grove verhalen verteld. Ook praat hij

met Maurits over hoe Maurits iemand zou willen vermoorden.









Flat Characters: de Vader van Frits. Hij is een zwijgzame man die niet meer goed hoort.

Hij houdt helemaal niet van radio. Telkens als iemand de radio aanzet, zet hij hem weer

uit of zet hem zachter. Frits heeft zeer weinig contact met hem. Hij ergert zich wel aan

zijn gedrag, zoals slurpen tijdens het soep eten of iets pakken met een gebruikte lepel.



de Moeder van Frits. Met haar heeft hij meer contact, zij het niet veel. Als Frits' vader

weg is, gaat ze soms alleen naar Haarlem of bij iemand op visite. Ook op haar ergert Frits

zich regelmatig.



Bijvoorbeeld als zijn moeder in plaats van wijn vruchtensap heeft gekocht of als zij

volgens Frits de kachel verkeerd aanmaakt.



de Broer van Frits, Joop van Egters, en zijn vrouw Ina. Zij hebben een kind. Frits gaat

soms bij hen op visite. Joop toont nauwelijks interesse in Frits.









Frits' vrienden: Jaap, getrouwd met Joosje. Ze hebben een kind. Ook Jaap toont

nauwelijks belangstelling voor Frits. Frits gaat wel op bezoek bij de verjaardag van hun

zoon.









Maurits Duivenis. Hij is een dief. Zo heeft hij een jas en tweehonderd gulden gestolen.

Hij praat met Frits over hoe hij iemand zou willen vermoorden. Ook zegt hij tegen Frits

welke misdaden die hij heeft gepleegd.









Louis Spanjaards. Frits kijkt tegen hem aan als iemand die alles durft. Frits droomt er

van om Louis te zijn. Louis is het tegenovergestelde van Frits. Hij gedraagt zich

onverschillig en roekeloos. Zo liep hij eens over de rand van een balkon.









Viktor. Viktor is de tegenpool van Maurits. Met hem heeft Frits misschien wel het beste

contact. Victor begrijpt Frits' situatie het meest van al zijn vrienden. Hij geeft hem ook

het boekje "De kleine zenuwlijder". Volgens hem heeft Frits er wat aan. Ook laat

hij Frits merken dat hij soms doordraaft. Hij gedraagt zich als een hulpbron voor Frits.









Bep Spanjaards, de zus van Louis. Zij krijgt de meeste aandacht van Frits. Van haar

krijgt Frits een stoffen speelgoedkonijntje, dat door Frits als troeteldier wordt

gebruikt.









Perspectief: Het verhaal is geschreven in het personale perspectief. Het wordt verteld

door een alwetende, niet aan het verhaal deelnemende verteller.









Tijd: Het boek neemt tien dagen in beslag. Elk hoofdstuk behandelt één dag. De dagen

zijn de tien dagen voor oudejaarsdag. Het tiende hoofdstuk is oudejaarsdag. Alle

hoofdstukken, behalve hoofdstukken 7 en 10 eindigen op een droom.









Ruimte: Het verhaal speelt zich af in één dorp of stad, waar Frits van Egters, zijn

familie en zijn vrienden wonen. Het speelt zich verder af bij Frits thuis, bij vrienden

van Frits en in cafés.









Beoordeling









De avonden, een boek die je moet hebben gelezen. Een boek die een onderdeel van je

literaire kennis moet vormen. Sommige mensen zijn er helemaal lyrisch over.









Nou, ik heb het boek gelezen. De schrijfstijl van Reve is aangenaam. Zijn stijl is goed

leesbaar. Hij schrijft regelmatig met een humoristische ondertoon. Dat is namelijk wat dit

boek zo leuk maakt, want echt veel gebeurt er niet in dit verhaal. Er worden slechts een

aantal dagen uit het leven van de hoofdpersoon beschreven. Maar volgens mij is dat nou

juist de bedoeling van Reve. Hij wil de situatie/sfeer beschrijven van de periode na de

tweede wereldoorlog. Er gebeurt niks, want er is niks. Het leven is saai, het lijkt wel

zinloos. De enige afleiding die de hoofdpersoon heeft is het praten met zijn vrienden, wat

meestal s’ avonds gebeurt. Reve doet dit uitermate goed.









Ik hou persoonlijk niet zo van dit soort boeken. En dan heb ik het over boeken waarin

nauwelijks iets spectaculairs gebeurt. Van mij mag er wel wat meer actie in zitten. Maar

aangezien Reve hier dus de periode na de tweede wereld oorlog beschrijft is het dus

moeilijk om daar actie in te verwerken. Het leven is vutloos, zo komt het op mij over. Als

dit Reve’s intentie is, de periode beschrijven waarin eigenlijk niks in gebeurt, dan

vind ik dat hij dat goed heeft gedaan.









Informatie over de schrijver









Algemeen









Gerard Reve werd geboren in 1923 te Amsterdam. Zijn volledige naam is Gerard Kornelis

Franciscus van het Reve. Hij ging vier jaar lang naar het gymnasium en volgde daarna een

patroons- opleiding aan de Grafische school. Van 1945-1947 werkte hij voor 'Het Parool'

als redacteur-verslaggever. Hij had diverse baantjes. Opzien baarde hij, doordat hij

openlijke homofiele relaties aanging, o.a. met 'Wimie' = W.J. Schuhmacher, 'Teigertje' =

W.B. van Albada en 'Woelrat' = H. van Maanen. Ook werd hij aangeklaagd wegens vermeende

godslastering (1966/1968). In 1966 werd hij Rooms-Katholiek.









Over zijn werk









Voor zijn werk kreeg Van het Reve diverse prijzen, o.a. de P.C. Hooftprijs in 1969. Hij

verkortte zijn naam in 1973 tot Gerard Reve. Ook heeft hij nog onder een heel aantal

pseudoniemen geschreven, waaronder Simon van het Reve, R.J. Gorre Mooses en Darger

Taveherner. In het oeuvre van Reve zijn vier periodes te onderscheiden:











1946-1956: realistisch-symbolisch proza



Bijvoorbeeld: 'Werther Nieland' (1949) 'De ondergang van de familie Boslowits' (1950)



1957-1962: overgangsperiode



In deze periode beoefende Reve allerlei genres.



Bijvoorbeeld: 'Tien vrolijke verhalen' (1961) 'Commissaris Fennedy' (1962)



1963-1970: romantisch-ironisch werk



Dit werk werd geschreven vanuit een dualistische visie, dat wil zeggen: de mens handelt

als subject en beziet zichzelf als object.



Bijvoorbeeld: 'Op weg naar het einde' (1963) 'Nader tot U' (1966)



1971-heden: disharmonisch romantisch werk en persoonlijke mystiek



Hierbij gaat het om versmelting van seks en religie.



Bijvoorbeeld: 'De taal der liefde' (1972) 'Lieve jongens' (1973) 'Een circusjongen' (1975)

'Oud en eenzaam' (1978) 'Moeder en zoon' (1980) 'De vierde man' (1981) 'Bezorgde ouders'

(1988)









Verder schreef Reve diverse bundels 'Brieven' onder andere aan Wimie, Josine M., Simon

C. en Ludo P.









De Avonden









Veruit het bekendste werk van Reve is de roman 'De avonden' die geschreven werd in

1947, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het is een psychologische roman of egoroman met

autobiografische trekken. Het boek is ook verfilmd. De hoofdpersoon van deze roman is

Frits van Egters, hij is een antiheld. Hij al 23 jaar en leidt een sleurleven, hij werkt

op kantoor, hij eet, hij bezoekt zijn vrienden en slaapt. Hij is nogal pesterig van aard,

een zwarte humorist en hij is zwaarmoedig. Zijn bestaan wordt gevuld met scherpe

zelfanalyses en ontluisterende observaties van zijn omgeving, o.a. zijn ouders. Frits

voelt zich verlaten, kan zijn gevoelens niet uiten en is bang voor de dood en verval. Hij

ervaart de werkelijkheid (van vlak na de oorlog) als een zinloze reeks details en zoekt

naar samenhang en zin. Hij is zich zeer scherp bewust van de tijd. Hij droomt veel en is

een neurotische persoonlijkheid. Ondanks de vele bezoeken aan en van zijn vrienden blijft

hij eenzaam. In deze roman zijn verschillende thema's verwerkt:











isolement



zoeken naar de zin van het bestaan



vrees voor en verzet tegen het verval van het leven









Verdere belangrijke elementen zijn:











gebreken, verval, aftakeling (kaalheid, lichaamsgebreken, doofheid, beenziekte enz.)



doodsobsessie en angst (angstdromen)



verveling, zinloosheid en doelloosheid van het bestaan



generatiekloof (Frits ergert zich voortdurend aan zijn ouders)



eenzaamheid, gebrek aan communicatie, Narcissus-motief



verdrongen seksualiteit



Oedipus-motief



zogenaamde 'sympathetische Natur' (vergelijk sfeer, stemming en weersgesteldheid)



herhaling (van handelingen, observaties, dromen, kaalheid, spiegel enz.)



de tijd (de klok speelt een belangrijke rol)



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen