U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anna Enquist - Het Geheim.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1266 en is laatst upgedate op 16/02/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 10725 woorden.

1. Auteur

Anna Enquist (Enquist, naar haar man) is de naam waaronder Christa Broer haar werken publiceert. Ze werd geboren op 19 juli 1945. Nadat ze haar gymnasium be‘indigde in '63 begon ze haar opleiding klinische psychologie. In '69 startte de muzikale Enquist ook lessen piano aan het Haags conservatorium. In '76 werd ze schoolpsychologe, maar pas in '87 vond ze haar ware roeping als psychoanalytica aan het "Nederlands Psychoanalytisch Instituut".

In '88 debuteerde ze in het tijdschrift "Maatstaf" met po‘tische werken. In '91 kwam dan haar eerste gedichtenbundel uit: "Soldatenliederen", . Haar romandebuut kwam in '94 met het boek "Het meesterstuk".

Anna Enquist is getrouwd en heeft 2 kinderen.

Op het literatuurfestival in Lissabon stierf Herman de Coninck in haar armen, ten gevolge van een hartaanval.



In haar werken brengt ze vooral het "menselijk tekort" naar voren. Ook ondervinden deze veel invloed door haar leven, thema's die dan ook vaak naar voren komen zijn; het moederschap, klassieke muziek. Haar werk als psychotherapeute drukt ook een stempel op haar verhalen en gedichten. Een ander belangrijk thema (uit haar leven) is het rouwproces dat een moeder moet ondergaan na het verlies van een (ongeboren) kind, dit komt zowel in "Het meesterstuk" (hoofdstuk Genadige Vorst) als in "Het Geheim" voor. Ze gaat ook verder in op het spanningsveld tussen gevoel en verstand:



Alles wat je voelt moet je vertalen in techniek. Als je speelt moet dat tweetalig zijn. Wie alleen in de technische taal kan spelen is misschien virtuoos, maar saai. Wie alleen de gevoelstaal spreekt is expressief, maar onbeheerst. Het geheim is de tweetaligheid. Als je dat met je eigen geheim combineert kan geen luisteraar de radio uitzetten straks." (Het Geheim)



Ook vinden we in haar gedichten elementen terug waar alles in het dagelijkse leven om draait; pijn om een verlies, spijt dat men volwassen geworden is, woede en wraak en de agressie tegenover het lot.

In haar gedichten worden de grote emoties bij naam genoemd en met forse beeldspraak omhangen.



2. Inhoud

Het verhaal bestaat uit een aaneenrijging van flash-backs die onderbroken worden door de zoektocht van Bouw naar Wanda. Maar om een duidelijk beeld van het verhaal weer te geven heb ik besloten om deze korte inhoud in chronologische volgorde neer te schrijven.



Het verhaal begint wanneer Wanda geboren wordt. Ze is de dochter van Emma, een zangeres, en Egbert. Al gauw blijkt Wanda erg muziekaal te zijn en een grote voorliefde voor de piano te koesteren. (Dit is iets dat haar moeder erg op prijs stelt, maar haar vader eerder afkeurt.)

Eerst volgt Wanda les bij haar moeder maar ze is snel aan een echte leraar toe en ze besluiten haar bij meneer De Leon, Emma's pianobegeleider les te laten volgen. Al vanaf het begin voelt ze zich in zekere zin verbonden met deze man maar ze kan dit gevoel echter nog niet plaatsen. Tot hiertoe rijken de gelukkige jaren van haar jeugd. Deze komen echter tot een bruusk einde wanneer de oorlog uitbreekt en ook haar broer Frank geboren wordt. Deze is zwaar gehandicapt en de ontberingen van de oorlog hebben zeker geen positieve invloed op zijn situatie. Hij moet de hele tijd geheim gehouden worden uit angst voor de Duitsers, wat als gevolg heeft dat Wanda als klein meisje nergens met haar problemen terecht kan. Zo worden de piano en haar lessen bij meneer De Leon haar enige toevlucht. Maar wanneer deze, omwille van zijn Joodse afkomst gedeporteerd wordt, stort Wanda haar hele leventje in elkaar. Ze wordt diep verbitterd, een gevoel dat haar haar hele leven zal achtervolgen.

In haar laatste jaar gymnasium besluit Wanda haar school vaarwel te zeggen en deze in te ruilen voor een muziekconservatorium. (Dit echter zonder de toestemming van haar ouders.) Ook deze periode is een zeer bewogen tijd in haar leven. Het is de tijd dat haar vader sterft maar dat ze tevens ook beroemd wordt als pianiste Žn ze haar man leert kennen.

Na haar conservatorium wordt ze beroepspianiste en trekt de wereld rondt. Deze reizen drukken echter zwaar op het jonge huwelijk en na een miskraam besluit Wanda niet meer naar haar man terug te keren. Hierna doet Wanda nog vele optredens maar komt op een psychologisch dieptepunt op het moment dat haar moeder overlijdt en Wanda haar geheim prijsgeeft: Wanda is eigenlijk de dochter van meneer De Leon. Na deze ontstellende onthulling gaat het Wanda ook fysisch bergaf en al gauw moet ze stoppen met pianospelen omwille van de reumatiek. Het verhaal eindigt op het moment dat Wanda terug een leven tracht op te bouwen in een Frans dorpje. Dit is ook het moment dat haar ex-man besloten heeft haar op te zoeken en zich met het verleden te verzoenen. Of er al dan niet een ontmoeting tussen deze twee mensen plaatsvindt wordt aan de fantasie van de lezer overgelaten. (Het is dus een open einde.)



3. Thema en motieven

Het centrale thema

Het centrale thema van het boek is "geheimen". Dit thema is, soms haast onopmerkbaar, door het boek verweven. Zo worden we zowel met de kleine als met de grote geheimen uit Wanda's leven geconfronteerd.



Voorbeeld. van een klein geheim:



Toen Wanda's ouders op een dag weg waren, kwam de vriend van Stina, haar kindermeisje. Stina vraagt Wanda om dit geheim te houden.



V——r papa thuiskomt eet Wanda met Stina in de keuken. Stina legt haar vinger op haar lippen: "Mondje dicht hŽ? Koos is ons geheim, dat moet je aan niemand vertellen." Wanda doet ook haar vingers voor haar mond en knikt. Ze wiegt heen en weer en zingt het lied dat ze in de tuin heeft gehoord.



Maar er zijn ook belangrijke geheimen:



Zo moet Wanda het bestaan van haar gehandicapte broertje geheim houden omdat het oorlog is en de Duitsers gehandicapten naar concentratiekampen voerden.



"Je mag nooit aan iemand vertellen hoe het met je broertje is. En ik wil niet dat je kinderen van school mee naar huis neemt, begrepen?" Egbert staat in zijn volle lengte bij de eettafel en kijkt op Wanda neer. "Maar Eg," zegt Emma, "Frank is drie jaar! Een kind van drie mag toch gewoon thuis zijn, of hij nu ziek is of niet, daar heeft toch niemand iets mee te maken?" "Juist! Niemand heeft ermee te maken en dat moet zo blijven. Iedereen kan een verrader zijn. Ik wil niet hebben dat je met hem naar buiten gaat en ik wil niet hebben dat er vreemde mensen hier binnenkomen en hem zien. Hij blijft hier, en hier moet hij volstrekt veilig zijn. Ik reken erop dat jullie daaraan meewerken. Nu is het laatste woord hierover gesproken."



Verder zijn er een aantal geheimen in verband met de piano. Zo vindt ze als klein meisje de piano een geheimzinnig rijk vol geheimen.



Voor de vleugel staat een breden kruk, waar Wanda op klimt zodat zij bij de toetsen kan. Over het toetsenbord ligt een soort dekentje, dat ze wegtrekt. Dan komt het geheimzinnige rijk van wit en zwart bloot: eilandjes van steeds twee en drie verhoogde zwarte in een zee van mat-ivoren witte toetsen. Wanda zit op haar knie‘n en zoekt het liedje dat ze vanmiddag hoorde, de wiegende gang van een zware en twee lichte tonen waarboven de melodie ging dansen, ze vindt wat ze zoekt, speelt links de zware en rechts de lichte tonen en denkt het liedje erbij.



En langzaam eigent ze zich deze geheimen toe en maakt ze tot haar bezit, tot haar eigen geheimen.



"Zoals jij de boel bij elkaar houdt door al die vierentwintig tempo's op elkaar af te stemmen, daar zal elke muzikant met oren aan z'n hoofd jaloers op zijn. Ik ook. Het is een gave die je nooit moet laten bederven. Het geheim van Wanda Wiericke. Bewaar het goed." Wanda begrijpt waar hij het over heeft en knikt hem met een glimlach toe. Biermans praat verder. "Nu zal ik je het geheim van Biermans vertellen. Als ik zo naar je zit te luisteren denk ik: Chopin sleurt haar mee. Misschien zit ze wel aan haar gestorven vader te denken. Straks loopt de boel haar uit de hand. Ze voelt te vŽŽl! Daar is niets op tegen, dat is goed. M‡‡r!! Onder dat gevoel moet een tweede laag zijn, een vangnet zonder gaten dat er altijd is. Dat vangnet zit je te haken als je studeert. Je weet bij elk akkoord, bij elke frase: nu ga ik dit doen, nu gooi ik m'n armgewricht erin, nu alleen vingers, toespelen naar de volgende maar, inhouden zodat het accent er straks voldoende in hakt, pols ontspannen etc. Alles wat je voelt moet je vertalen in techniek. Als je speelt moet dat tweetalig zijn. Wie alleen in de technische taal kan spelen is misschien virtuoos, maar saai. Wie alleen de gevoelstaal spreekt is expressief, maar onbeheerst. Het geheim is de tweetaligheid. Als je dat met je eigen geheim combineert kan geen luisteraar de radio uitzetten straks."



Er is ook een groot geheim waar steeds weer allusie op gemaakt wordt, is dat Wanda eigenlijk de dochter van meneer De Leon is. (De pianobegeleider van Emma en leraar van Wanda.) Emma en meneer De Leon hadden dus een geheime relatie. Zo valt het in het begin op dat Emma bij Wanda's geboorte: "Mijn kind, "zegt (niet ons kind) en ze zonder Egbert de naam lijkt gekozen te hebben. Ook staat Egbert vrij afstandelijk ten opzichte van het kind.

Tevens wordt er ook opvallend vermelding gemaakt van het geboorteformulier waar Egbert als wettelijke vader opgeschreven staat.



Heel zachtjes hoort het kind een vertrouwd geluid: te-doenk, te-doenk. Het gezichtje ontspant en de ogen gaan open, diepe grijsblauwe poel en, denkt Emma. Dit is mijn kind, mijn dochter, mijn dochter. Egbert keek naar de formulieren op het bureau. Hij las ondersteboven: Vader: Egbert Wiericke, raadsheer te Leiden. Moeder: Emma Wiericke, geboren Orlebeke, zonder beroep. Tijdstip van geboorte: 18 april 1933, 9.15 uur. "U kunt nu naar uw vrouw gaan hoor, ze is gewassen," zei de verpleegster. Hij draaide zich om, verward, verblind door het fellen licht. In het hoge bed zat Emma met een zwarte vlek tegen haar linkerborst.



Er is ook een speciale band tussen Wanda en meneer De Leon. Het is een band die dieper gaat dan een gewone leerkracht-leerling relatie. Zo wordt Wanda op een nacht huilend wakker omdat ze het gevoel had dat meneer De Leon droevig was. Maar hun juiste houding ten opzichte van elkaar is moeilijk te defini‘ren. Het blijft wazig tot op Emma haar onthulling.
  • In de nacht wordt Wanda wakker. Er is geen maan, er hangen wolken met een grijzig licht eronder. De straat is stil en leeg. Ze staat voor het raam en begint te huilen. Het stopt niet. Ze heeft niet genoeg adem en hijgt de lucht naar binnen tussen de snikken door. Emma komt zacht de kamer in, als een spook in haar witten nachthemd. Ze brengt Wanda naar het bed. "Wat is er toch?" vraagt ze. De tranen blijven stromen; heel lang duurt het voor Wanda tot rust komt.
  • Wanda speelt de wals die zij geoefend heeft. Meneer De Leon zit aan de andere vleugel en speelt met haar mee. Hij draagt haar muziek zodat die nog mooier wordt dan ze vanzelf al is. Als ze klaar zijn draait hij zich om en kijkt Emma lang aan. Wanda vindt dat hij er bedroefd uitziet. Ze zegt niets.
  • Mama gaat achter de piano zitten met Wanda op schoot. Met haar voet geeft ze steeds een vleug pedaal op de zware toon. De klank bloeit op, blijft even doortrillen als de toets alweer opgekomen is en mengt zich met de licht tonen erboven. Nu zingt ze voluit: "GlŸcklich ist...wer vergisst...was doch nicht zu Šndern ist." Mama's handen spelen nu ook en maken de samenklank voller. Wanda heeft warme wangen gekregen en zingt met mama mee.
Ook is er steeds de agressieve houding van Egbert als Emma een bepaald lied zingt: "GlŸklich ist wer vergisst was doch nicht zu Šndern ist". Dit is te verklaren aan de hand van de tekst: Emma vindt dat Egbert moet leren omgaan met het feit dat Wanda niet zijn echte dochter is. Hij moet dat leren vergeten.

Egbert heeft ook een zeer vreemde houding ten opzichte van meneer De Leon. Zo wil hij hem geen hulp bieden om te vluchten.



"Levensgevaar!" zegt Emma. "Je weet toch wat er met jouw collega's gebeurd is? Razzia's. Ze stormen de huizen binnen en zoeken overal. Je wŽŽt het toch?" "Hij heeft een adres. Daar was hij vanmiddag. Er is niets gebeurd. Je weet niet eens of die soldaten binnen zijn geweest." "Onzin. Dat vind ik nou laf, zoals jij de dingen op z'n beloop laat. We hebben een groot huis, Stina's kamer staat leeg. Een piano. EŽn persoon meer aan tafel maakt toch niet uit." "Frank. We lopen in de gaten omdat we Frank hebben. Om hŽm wil ik niets riskeren." "Je liegt, Egbert, je liegt! Er is gevaar en we moeten helpen, zo eenvoudig is het!" Stilte. Geschraap van stoelpoten over de vloer. "Emma. Je kan me alles vragen, ik wil alles doen. Maar dit niet. Ik smeek het je: vraag me dit niet." De buitendeur slaat dicht en Emma's hakken roffelen over de straatstenen.



Ook lijkt Egbert zijn zoon Frank veel meer te aanvaarden dan Wanda.



Op het moment dat Emma op sterven ligt komt de ontknoping doordat er tevens een parallelsituatie met een al eerder voorgekomen passage uit het boek gecre‘erd wordt. Namelijk op het moment dat Emma alles geregeld had om meneer De Leon te helpen vluchten en ze geconfronteerd wordt met Emma.



* "Hoe was het? Vertel eens, Emma?" "Goed. Alles is goed. Ik ben ŽŽn keer aangehouden, op de terugweg. Het was zo ver. Ik ben op." Emma veegt de haarslierten uit haar gezicht en legt haar armen tussen de afgedroogde borden en schone schalen op tafel. Wanda staat in de deur. Ze had moeten opruimen. Vergeten. Zal ze alsnog de stapel borden in de kast zetten? Ze doet een stap de keuken in, ziet haar moeders gezicht en verstijft. Met borende, wilde ogen kijkt Emma naar haar dochter. Haar mond is vreemd vertrokken. Ze zuigt gierend lucht naar binnen, alsof ze wil gaan huilen, alsof ze in een afgrond valt. Dan verslapt ze plotseling en glijden haar handen van de tafel af. De stalen vleesschaal klettert op de plavuizen. Metaal tegen steen. De klank blijft even in de keuken hangen. Emma gaat rechtop zitten en kijkt Egbert aan. "Het is allemaal geregeld. Ida vond het goed. Ze hebben daar nog iemand." "Wat heb je verteld?" "Ik heb verteld wat nodig was." Egbert zwijgt. * "Papa kon niet tegen mij." Wanda hoort zichzelf praten. Ze heeft haar rug gerecht en kijkt haar moeder intens aan. "Hoe kom je daar nou bij," zegt Emma. "Wat een onzin. Hij was gewoon een moeilijk man." Ze moet hoesten, ze hijgt naar adem en houdt een zakdoek voor haar mond. "Het is geen onzin. Hij wilde nooit dat ik er was." "Ga weg. Ik ben ziek. Geef die bak, ik moet braken! Je praat maar wat." "Nee!" Wanda schreeuwt. "Toen hij doodging wou hij me niet eens zien! Z'n eigen dochter!!" Ineens gaan Emma's felgele ogen wijdopen. Ze kijkt Wanda strak aan, met open mond. "Z'n dochter! Ha!" Het bekken glijdt uit haar handen en klettert op de vloer. Staal op steen. De keuken. Egbert geknield op de grond, een theedoek in zijn handen. Emma snikkend met haar armen op takel, met haar ogen Wanda's blik vasthoudend, zo intens dat Wanda verstijfde. Het geluid van staal op steen. De deur gaat open. Een verpleegster schiet naar binnen en begint Emma overeind te hijsen. "Wat bedoel je?" hijgt Wanda. "U moet ophouden," zegt de zuster, "laat haar nu met rust!" Wanda pakt het gezicht van haar moeder tussen beide handen en dwingt haar te luisteren. "Wat wil je me zeggen? Zeg het. Nu!" Emma's ogen draaien weg. Er is alleen nog geel te zien. Haar hoofd wordt zwaar in Wanda's greep. Het lichaam glijd onderuit.



Hierdoor vallen plots alle puzzelstukjes in elkaar en komt Wanda tot de ontdekking dat meneer De Leon eigenlijk haar echte vader is.



Hierbinnen beweegt niets. Als ze stil blijft zitten krijgt ze beelden van vroeger te zien: Egbert naast Frankie op de grond, geduldig de bal heen en weer rollend, hem steeds zorgzaam afremmend voor hij het bange kind raakt. Zijzelf aan Emma's hand, opgewonden huppelend over straat, op weg naar de eerste echte pianoles. De kamer van meneer De Leon met de twee vleugels. De binnenplaats met de houten deur waarachter marcherende voetstappen klinken. Deze nacht slaapt Wanda helemaal niet. Zij zit rechtop op de bank of ijsbeert in de klamme regenjas door de kamer. Haar lippen bewegen. Ze prevelt woorden. Vader, vader, probeert ze, ik heb een vader. Het blije gevoel verbleekt en raakt zoek onder tal van vragen. Waarom heeft Emma nooit iets verteld, niet toen Egbert stierf, niet toen het oorlog werd, niet toen Frank werd geboren? Waarom is ze niet bij Egbert weggegaan, als je van een ander gaat houden kan je toch scheiden? Of hield ze al van Max v——r ze trouwde? Hebben opa en oma gezegd: die pianoartiest, die jodenjongen, daar moet je niet mee omgaan? Heeft Emma zich laten dwingen tot een huwelijk met een nette jurist? Wist Egbert ervan? Ze hebben met elkaar gevree‘n tijdens de repetities, Emma werd zwanger, naast de vleugel is ze verwekt. Of niet? Had ze dan een mooier leven gehad? Anders? Stampvoetend loopt ze door de kamer. Ze wil het allemaal weten, ze zal niet weggaan voor ze alles weet. Een koffer met muziek heeft ze gekregen, vingerzettingen heeft hij haar nagelaten. Jarenlang elke week bij hem geweest! Hij legde zijn hand op haar hoofd en sprak over Bach. Of bedroog ze nu zichzelf?



Wij vonden de titel dus zeer goed gekozen omdat hij duidelijk over het hoofdthema van het boek handelt.



Andere motieven

Een zeer belangrijk motief in het verhaal is de muziek. Dit is de enige manier waarin Wanda zich kan uitdrukken en tot bloei kan komen. En het was ook haar muziek waarmee Wanda haar broer Frank kon raken.



Een ander motief in het boek is ook de dood. Deze duikt altijd opnieuw op in Wanda haar leven. Zo sterft meneer De Leon door in een concentratiekamp. Ook Wanda haar vader (Egbert), haar ongeboren kind en ten slotte ook Emma, haar moeder sterven.



Een derde motief is "solist". Wanda is namelijk zowel een solist op het podium als in haar leven. Het lijkt alsof ze niemand nodig heeft maar dit komt ook doordat Wanda het heel moeilijk heeft om haar uit te drukken of contacten te leggen.



p. 58

De solist, denkt Wanda, dat ben ik. Ze zegt nooit iets, op school noemen ze haar de stille. Ze zit wel in de klas, maar ze hoort er niet bij. Ze woont wel bij mama en papa, maar ze is anders. Ze heeft wel een broer maar ze wou dat hij er niet was. Ze is een solist.




4. Personages

We leren de personages kennen vanuit Wanda's gezichtspunt, met als gevolg dat we een tamelijk subjectief beeld over hen krijgen. Ze zijn niet scherp getekend, omdat Wanda niet goed met mensen om kan gaan. Ze begreep hen niet.



p. 124

Joyce is gelukkig, ze doet de muziek erbij, maar haar echte leven is elders. Bij iemand anders. Wanda kan niet samen met iemand anders zijn. Ze zou niet weten hoe dat moet. Ze begrijpt de anderen niet.



Het hoofdpersonage is Wanda Wiericke. Het boek gaat voornamelijk over haar leven en haar passie voor muziek. Wanda is een zwijgzame vrouw, die nogal op zichzelf gekeerd is. Ze is niet enkel soliste in de muziekwereld, maar ook in haar eigen leven.



p. 58

De solist, denkt Wanda, dat ben ik. Ze zegt nooit iets, op school noemen ze haar de stille. Ze zit wel in de klas, maar ze hoort er niet bij. Ze woont wel bij mama en papa, maar ze is anders. Ze heeft wel een broer maar ze wou dat hij er niet was. Ze is een solist.



p. 175

Misschien is het niet eens zo erg dat mensen iets van je willen, van je verwachten. Dat ze je brievenbus en je huis en je hoofd binnendringen met hun eisen en hun meningen. Het is pas erg als je je er iets van aantrekt, als je denkt dat je ze tegemoet moet komen, moet antwoorden en je moet aanpassen aan hun verwachtingen.



Wanda heeft ook moeite om zich uit te drukken, ze kan niet met woorden om.



p. 99

Ze is zo vol, vol van iets wat er in woorden uit zou moeten komen, niet in onbegrijpbare taal van muziek. Woorden, maar welke? Ze heeft er altijd een vermoeide minachting voor gehad. Nu zou ze maar wat graag volluit willen praten.



Ze kan zichzelf niet zijn bij anderen, alleen wanneer ze piano speelt, voelt ze zichzelf en kan ze haar gevoelens uiten.



p. 178

"Wat moet ik doen?" "Als je van hem houdt, moet je terug," zegt Emma. Ze kijkt naar haar gevouwen handen, die elkaar vastklemmen op de tafel. "Een man waar je zo gek op bent, en hij op jouw, die moet je nooit laten schieten," Emma zucht en is even stil. Wanda zegt niets. "Je bent nu misschien nog in de war, omdat je je kindje verloren hebt," probeert Emma weer. "Maar je moet toch met hem praten, hoe dan ook. Je kan hier wel blijven logeren, tot je weer jezelf bent, maar daarna moet je wat doen." Tot ik mezelf ben, denkt Wanda. Ze is nog nooit zichzelf geweest. Ja, als ze speelt, dan wel. Wat is dat jezelf zijn? Ze wrijft over haar gezicht. Alles is afgesneden: de buik, het leven met Bouw, het beeld van haarzelf als een vrouw in een huis. Toch voelt het niet als verlies. Meer als noodzakelijke opruiming. Was het maar ochtend, dan kon ze gaan spelen. Over vier weken vertrekt ze met de Beethovenvariaties naar Duitsland. Het jeukt in haar vingers.



Al van kindsaf aan merk je dat ze heel veel talent heeft voor muziek.



p.28-29

Ze klimt op de pianokruk en knipt het lampje aan. Op de lessenaar staat haar eigen muziek: etudes van Duvernoy en BurgmŸller, voordrachtstukjes van Grieg en het notenboekje van Anna Magdalena Bach. Voor de pedalen staat een smal bankje, waar Wanda haar voeten op zet. O, waren haar benen alvast maar lang genoeg.



...

"Ze heeft zo'n onfeilbaar gevoel voor tijd, dat is niet te geloven. En ze is nog geen zes jaar.

...

"Ik zou het wel willen. Maar ik ben bang dat ik haar bederf. Ze is zo'n talent, Eg, dat weet je maar half!"



Die muziek beheerst ook haar hele leven. Ze laat er alles vallen om toch maar muziek te kunnen spelen.



p. 150-151

"Dan begin ik daarna aan het programma voor Amerika. Tijd genoeg. Je hebt het precies goed gepland." Bouws gezicht verstrakt. Hij laat het boek in zijn schoot vallen en kijkt haar aan. "Wil je echt die tournee gaan maken? TwŽŽ maanden, dat is wel erg lang." "Het moet," zegt Wanda. "Als ze je zoiets vragen moet je het gewoon doen." "Als het daar goed gaat wordt het alleen maar erger, dan moet je het volgende jaar wŽŽr." Wanda knikt. Het staat buiten hen. Ze moet spelen, ze moet overal spelen, ze moet laten horen hoe het klinkt, wat ze in haar hoofd heeft. Het is het enige wat ze kan, het enige wat ze zeker weet. Het moet.



p. 157-158

In de kamer zit Bouw bij de tafel in een stapel papieren te kijken. Hij kijkt op als ze binnenkomt. Wanda leunt tegen de deurpost. "Wat is dit," vraagt Bouw. Hij wijst op een papier. Hij blijft aan de tafel zitten. "Je had die tournee toch afgezegd? Dat hebben we toch al lang geleden afgesproken?" Het reisschema. Hij heeft de papieren van het orkest gevonden. Wanda slaat haar armen om haar middel. "Hoe stel je je dat eigenlijk voor?" Bouw vraagt het op een toon die antwoorden onmogelijk maakt. "Zou je dit soort dingen niet eerst met mij overleggen? Weet Van Beek hiervan?" Hij tilt het reisschema op tussen wijsvinger en duim. Dan laat hij het uit zijn greep los en dwarrelen de papieren op de grond. "Ik wist het niet," zegt Wanda. Ze schraapt haar keel; het is of de woorden er niet uit willen komen. "Hier staat het anders heel duidelijk op. Hoezo je wist het niet? Je bent al weken je programma aan het voorbereiden. Je wist het best! Je zou het hele circus afbellen, al maanden geleden!" "Ik vergat het." "Godver. Wanda. Dat k‡n toch niet. Je wŽŽt toch wat je doet. Twee maanden in een bus door Amerika scheuren. Spanning. Te kort slapen. Beroerd eten. Vijf, zes maanden zwanger. Denk toch eens na!!" Bouws gezicht is rood aangelopen. Zijn lippen trillen. Hij blijft maar zitten. Tussen Wanda en hem strekt de grote tafel zich uit, het lamplicht glimt als water op het glanzende hout. "Maar ik wil spelen. Ik heb het afgesproken. Ik moet het doen."

Ze is een vrouw met behoefte aan vrijheid, maar last heeft met een te grote verantwoordelijkheid. Zo ziet ze bijvoorbeeld het einde van haar relatie met Bouw als een opluchting, want daardoor moest ze met hem geen rekening meer houden, ze heeft haar vrijheid terug en kan weer zoveel piano spelen als ze wil.



p.173

Dat het wondere leven met hem voorbij was, voelde als een opluchting. Hoe dat mogelijk was wist ze niet



p. 178-179

Ze wrijft over haar gezicht. Alles is afgesneden: de buik, het leven met Bouw, het beeld van haarzelf als een vrouw in een huis. Toch voelt het niet als verlies. Meer als noodzakelijke opruiming. Was het maar ochtend, dan kon ze gaan spelen. Over vier weken vertrekt ze met de Beethovenvariaties naar Duitsland. Het jeukt in haar vingers.

Omdat ze die verantwoordelijkheid niet kan dragen kan ze geen gezin stichten met Bouw. Misschien verlangt ze er wel naar om iemand te lief te hebben, maar ze kan het niet volhouden.



p.125

Ze zou haar armen over een volle buik moeten leggen, een warme Belgenhand in haar rug moeten voelen, de heup van Lucas in haar zij.



Wanda is eenzaam, maar komt enkel dan tot rust.



p.180

Verliefd wordt ze tijdens de tournee, voor een etmaal, een week, en altijd op de zwijgzaamste muzikanten. Na afloop is het alleen zijn een troost en een grote opluchting. Lucas is in Amerika beroemd geworden. Hij staat voor een groot symfonieorkest en geeft Wanda een serie concerten waar de passie van afspat. Net als vroeger zetten ze het erotisch discours dat op het podium begon voort in de hotelkamer. Ze vrijen kinderlijk, met speelplezier en in de zekerheid dat ze straks weer ieder huns weegs zullen gaan.



Ze laat zich meeslepen door de muziek, door die vele emoties en belandt daardoor meestal met haar medemuzikant in bed.



p.142-143

Met de Zwitser oefent zij een Beethovenprogramma. Ze begrijpen elkaar zonder veel te hoeven zeggen. Hij spreekt slecht Engels en Wanda nauwelijks Duits. Geen verbinding is zo hecht als die tussen cello en piano, omdat het hart van de toonhoogte bij beidde instrumenten in hetzelfde gebied ligt. Ze moeten voor elkaar terugtreden, anders wordt de een door de ander verdrongen; als ze zich verenigen is de klank zo intens dat hij in het lichaam van de spelers doortrilt.

...

Van het spelen worden ze warm en van de prachtige melodielijnen, die zo intiem door elkaar heen lopen, opgewonden en overmoedig. Met cello en strijkstok in de linkerhand buigt hij zich over het klavier om in de pianopartij te kijken. Zijn rechterhand raakt Wanda's schouder. Warmte straalt van zijn lichaam naar haar gezicht.

...

Wanda denkt aan de repetities met de Zwitser en vindt het ook beter om de dingen gescheiden te houden.

...

Ze weet het weer: zo moet het zijn, bij deze man hoort ze thuis. Hoe kan ze het dan met Thomas gedaan hebben?

...

Hoe is ze in het smalle jongensbed terechtgekomen, en waarom? Niet aan denken, het is niet gebeurd als zij er niet aan denkt. Het komt door het spelen. Elke spier, alles van je lichaam voel je, de hele dag ben je je bewust van armen, billen, buik. En hij ook. Niet meer aan denken. Het is niets.



Ze verwaarloost zichzelf, om toch maar piano te kunnen spelen. Maar nadat ze de diagnose "reuma" heeft gekregen legt ze erbij zich neer en beschouwt dat wat haar hele leven heeft beheerst als een beest.



p.22

Laten die kerels weggaan. Het leek nu wel of ze pianiste was, of ze niet kon wachten om achter dat ding te gaan zitten, zolang zij hier waren. Maar zo was het niet. Ze wist niet meer hoe het was om te gaan zitten met een klank in je hoofd, met een plan voor het besturen van armen en vingers. Misschien wist ze het nog wel, maar voelde ze het niet meer.

...

Gek was ze geweest, gek dat ze zoveel geld had uitgegeven voor dat ding, dat apparaat, dat monster.



p.24 de zwarte indringer

p.198

"Rust, pijnstillers en iets om de ontsteking tegen te gaan. Daar beginnen we mee. Ik vrees dat u uw tournee zult moeten afzeggen. U eindigt in een rolstoel als we niet ingrijpen in het proces. U heeft het jarenlang verwaarloosd" Wanda leunt achterover in de stoel. Rust. Ze luistert. De dokter vertelt over stress, koorts, vochtigheid en kou. Over heilzame en heilloze klimaatomstandigheden, over thermaalbaden en goudinjecties. Ik houd ermee op, denkt Wanda. Ze heeft haar hele leven gespeeld, het is genoeg geweest. Ze laat die piano hier achter, ze gaat op een berg wonen in de zon. Genoeg.



Ze mist het spelen niet, want ze kan eindelijk haar emoties te baas.



146-147

Waarom zou ze vanochtend niet achter de piano gaan zitten om te kijken hoe dat voelt, dacht ze. Of kon dat niet meer nu ze de hele dag aan het denken was? Vroeger dacht ze nooit, in elk geval niet met woorden, zoals de anderen. Ze had klanken in haar hoofd. Door steeds in tonen te denken moest ze het bouwwerk van fuga's, sonates, nocturnes en etudes in stand houden. Dat was haar huis en daar zorgde ze voor. Haar muziekgedachten stonden haaks op het weefsel van woorden dat de anderen maakten. Alleen op de piano sprak ze zich uit. Haar enige hoop om iemand te bereiken lag in die klanken. Vroeger.



Wanda maakt dus duidelijk een grote evolutie mee en is daardoor een round character.



Een tweede belangrijk personage is Bouw(dewijn) Kraggenburg. Het boek is ook voor een deel vanuit zijn gezichtspunt geschreven. Wanda en Bouw hebben elkaar leren kennen in "Reehof", de instelling waar Wanda's broer Frank zat. Het eerste wat Bouw van haar hoorde was haar muziek.



p.134-135

Hij hoorde de piano al toen hij het gangpad opliep. Hij opende de deur met zijn dienstsleutel en veegde zijn voeten. In de keukengang stonden broeder Theofiel en zijn hulpje Guus met der armen over elkaar de zaal in te kijken. Bouw kneep z'n ogen toe en zag meer mensen in de schemering staan. Hij kwam voorzichtig naderbij en volgde de blik van de verpleegsters die langs de muur stonden. Frank Wiericke lag onder de piano. Hij lachte en hij sloeg zichzelf niet. Hij bonsde niet met zijn hoofd tegen de grond. Hij lag tevreden te luisteren. Toen het stil werd zei hij iets. Bouw kreeg een dikke keel en moest knipperen met zijn ogen. Pas daarna keek hij naar de vrouw achter de vleugel. Haar jas hing als een sleep van de pianokruk af. Ze legde haar bleke handen tegen het klavier en boog zich vanuit haar middel opzij om Frank aan te kijken. Toen speelde ze weer, een langzaam en droevig stuk. Tussen al die stille mensen, in die krankzinnige omgeving, zat de vrouw en speelde voor haar broer in het donker.



Ze krijgen een relatie en trouwen, maar het kon niet blijven duren. Wanda was steeds met haar muziek bezig en beschouwde dit belangrijker dan hun relatie. Bouw die heel veel van haar hield, wou meer tijd samen met haar doorbrengen, maar dit was onmogelijk voor haar.

p.143

"Ik ben dertig," zegt Bouw. "Ik gun je alles, maar dit is niet goed. Kan je na Kerstmis niet weer terugkomen?"

p.158

"Niet weggaan," zegt Bouw. "Ik heb me er zo op verheugd dat je thuis zou zijn. Met je dikke buik. Dat we alles voor het kind in orde maken. Samen. Je moet nu niet gaan. Bel ze morgen op. Dat ze een ander nemen. Op medische indicatie kan je je contract verbreken. Wanda?" Wanda maakte zich los van de deur



Het miskraam heeft uiteindelijk de doorslag gegeven voor hun scheiding.

Bouw is een zeer goede man. Hij was zeer bezorgd om Wanda en gaf haar veel liefde.



p.167

Hij streelt haar bezwete gezicht en gaat naast haar op het bed zitten. "Heb je daar last van?" vraagt hij. Wanda blijft zwijgen en hij slaat de dekens terug om een dubbelgevouwen handdoek onder haar heupen te leggen.

...

Bouw masseert haar rug, hij duwt met zijn grote platte handen tegen de pijnlijke plek vlak boven haar billen terwijl hij almaar fluistert dat het goed is, dat het overgaat, nog even, nog even.

...

Bouw is tegen Wanda aan gaan liggen; hij steunt haar opgetrokken benen en blaast in haar bezwete nek.





Wanda verdiende hem ook niet, vonden we, ze was veel te egoistisch en had alleen oog voor zichzelf.



p.168

Bouw zit op een stoel bij het raam. Hij heeft zijn handen voor zijn gezicht geslagen. Zijn brede schouders stokken. Wanda grijpt haar kleren en gaat de kamer uit.

p.169

"We proberen het opnieuw. Als je hersteld bent." Bouws adem is heet tegen haar oor. Waar heeft hij het over? Hersteld. Opnieuw. Gif. "We hebben nog een heel leven, het komt goed!" Ik heb niets, denkt Wanda. Wat kletst hij? Het gaat niet over mij.



Dertig jaar later, wil hij de vrouw terugzien, waar hij nooit vat heeft op gekregen. Hij is ondertussen opnieuw getrouwd en heeft kinderen.



p.165

..., zelfs met zijn eigen kinderen niet. Toch kon hij met Johanna beter praten, toch was hij een aardige en betrokken vader geweest, toch was hij in zijn gezin op een kalme manier gelukkig.





Ook Bouw is een round character.



Max De Leon speelde/speelt ook een heel belangrijke rol in Wanda's leven. Hij gaf Wanda pianoles en heeft grotendeels haar passie voor muziek doen openbloeien. Zij hadden een zeer speciale band en begrepen elkaar.



p.25

Even kijkt hij op en vangt Wanda's blik. Meneer De Leon! Ze glimlachen naar elkaar. p.43 "in de muziek is er geen oorlog, de muziek staat overal boven," zegt meneer De Leon. "Je vader zal echt niet bedoelen dat jij geen Bach meer mag spelen. Wat hij zei, over het wetboek van binnen, dat is een wijs woord. Jouw wetboek zegt vast niet dat deze preludes nu ineens verkeerd zijn, wel? Jij speelt ze nog net zo graag als vorige maand. Dat voel je zo van binnen en daarom kan je rustig blijven spelen." Meneer De Leon legt zijn hand op Wanda's wang en aait haar. Hij legt haar alles uit wat ze wil weten en vertelt over Duitsland, over de armoe en over Hitler...



Hij was een Jood en net zoals de meeste Joden in de oorlog werd ook hij opgepakt. Wanda ziet hem voor het laatst wanneer hij door de Duitsers meegenomen werd.



p.66

De deur naar de binnenplaats van meneer De Leon staat wijd open. Er komt een soldaat uit die meneer De Leon aan zijn arm meetrekt, de stoet in. Erachter loopt nog een soldaat. De mensen langs de kant zijn doodstil. Wanda kruipt onder de versperring door en staat op de weg. Zij voelt de haren in haar nek overeind staan. Een vrouw trekt aan haar mouw en ze struikelt, valt terug in de rij toeschouwers. Meneer De Leon heeft een koffertje in zijn hand. Hij heeft een zwarte hoed op en draagt een lange, donkere jas, zonder ster. Hij draait langzaam zijn hoofd en laat zijn ogen over de mensen gaan. Hij kijkt Wanda aan, hij kijkt door haar heen, hij kijkt over haar heen alsof hij niet weet wie ze is. Met zijn vrije hand tilt hij zijn hoed van zijn hoofd en zet hem weer op. Meneer De Leon voegt zich in de stoet en loopt met de anderen mee de straat uit.



We kennen hem zeer oppervlakkig, het is een flat character. Hij was een mysterieus man. Zijn laatste gebaar naar Wanda was het afnemen van zijn hoed.



p.66

De deur naar de binnenplaats van meneer De Leon staat wijd open. Er komt een soldaat uit die meneer De Leon aan zijn arm meetrekt, de stoet in. Erachter loopt nog een soldaat. De mensen langs de kant zijn doodstil. Wanda kruipt onder de versperring door en staat op de weg. Zij voelt de haren in haar nek overeind staan. Een vrouw trekt aan haar mouw en ze struikelt, valt terug in de rij toeschouwers. Meneer De Leon heeft een koffertje in zijn hand. Hij heeft een zwarte hoed op en draagt een lange, donkere jas, zonder ster. Hij draait langzaam zijn hoofd en laat zijn ogen over de mensen gaan. Hij kijkt Wanda aan, hij kijkt door haar heen, hij kijkt over haar heen alsof hij niet weet wie ze is. Met zijn vrije hand tilt hij zijn hoed van zijn hoofd en zet hem weer op. Meneer De Leon voegt zich in de stoet en loopt met de anderen mee de straat uit.



Dit is een mooi gebaar, maar bevat toch wat geheimzinnigheid. Na Emma's dood komen we te weten dat Emma en Max De Leon minnaars waren en dat hij Wanda's vader is.



p.196

"Er kwam een bruiloft. Als Emma het echt niet gewild had was het niet gebeurd. Ik denk dat ze toch voor zekerheid koos. Ze sprak er niet over. Toen kwam Max terug. Ik woonde al in Montfoort, we zagen elkaar niet vaak. Dat ze een affaire met hem had dacht ik wel, maar ze heeft het me nooit echt verteld. Ze wist er geen raad mee. Ze wilde Egbert geen pijn doen. Jij werd geboren. Niemand zei iets, dat was het eenvoudigste. Zo was het toen."



Daar komen waarschijnlijk Wanda's muzikale talent en hun speciale band vandaan. Wanda erft van De Leon ook zijn muziekcollectie die ze haar hele leven bijhoudt. Voor Wanda was het moeilijk om het verlies van De Leon te verwerken.



p.80-81

"Jullie wisten het. Wat er met de joden... Wat de Duitsers met de joden... Wat ze deden in het kamp. Je had het moeten zeggen." Emma gaat naast haar kind zitten en legt een arm om haar heen. Maar Wanda maakt een afwerende beweging met haar schouders, ze strekt zich en kijkt Emma aan: "Hij komt dus niet meer terug! Hij is vermoord. Dood!" Emma knikt.

...

Ze wil bonken en bonken en haar hoofd zo'n pijn doen dat ze niets meer hoeft te zien en niets kan begrijpen.



De moeder van Wanda, Emma, is een verbitterde vrouw. Emma heeft veel geleden in haar leven. Ze moest haar grote liefde Max De Leon opgeven omdat dat indruiste tegen de wil van haar ouders en trouwde dan met Egbert, een moeilijk man. Ook de oorlog en de zorg voor haar mongolo•de zoontje Frank, hebben haar diep geraakt. Na Egberts dood neemt ze terug haar passie voor het zingen op, waarmee ze gestopt was na de geboorte van Frank. Ze krijgt een nieuwe vriend, Guido, een lieve, zorgzame man. Ze is weer gelukkig.



p.151

Emma straalt. Ze is dik geworden, denkt Wanda, dik en vrolijk. Heel anders dan vroeger. Dat komt door het zingen, door Guido, door het nieuwe leven. Dit is mijn moeder.

Ze probeert ook alles zo snel mogelijk te vergeten.



p.140

"Op zo'n dag als vandaag moet je niet aan vroeger denken. Jij tobt altijd zo! Kijk toch eens naar hoe je leven er nu uitziet, met zo'n prachtige carrire en zo'n lieve vriend. Zet vroeger maar uit je hoofd, kind, dat doe ik ook."

p.151

De smalle gouden band van Egbert is er niet bij . "Die is te nauw geworden" zegt Emma , terwijl ze Guido's schort voorbindt.

p.152

Ach kind, ik weet het niet meer. Die jaren zijn zwaar geweest voor iedereen. We moeten het laten rusten"



Maar naar het einde van het verhaal toe, wanneer Emma op het sterfbed ligt, zie je dat Wanda en zij van elkaar vervreemd zijn door hun zwijgzaamheid.



p.188

Ik zal er tot het laatst bij zitten en niets vragen. Tot ze sterft en ik nog steeds niets van haar weet. Wat wil ik dan weten? De onrust knaagt in haar maag.

Emma maakt een evolutie door, ze is een round character.

Er is nog ŽŽn belangrijk personage, namelijk Egbert, de vader van Wanda. Egbert was een zeer moeilijk man en Wanda had geen goede relatie met hem. Egbert had altijd meer aandacht voor Frank.



p.29

"Ze heeft zo'n onfeilbaar gevoel voor tijd, dat is niet te geloven. En ze is nog geen zes jaar! Egbert gromt bevestigend.

...

"Ze moet naar school. Ze moet toch ook gewoon leren lezen. Ze zit de hele dag te spelen, dat kan zo niet doorgaan, hoe begaafd ze ook is. Je kan haar ook niet blijven lesgeven volgend jaar." "Ik zou't willen. Maar ik ben bang dat ik haar bederf. Ze is zo'n talent, Eg, dat weet niet half!" "Je hebt volgend jaar wel wat anders te doen: dan loop je achter de kinderwagen! Met onze zoon erin, denk je niet?"

p.155

Beelden van Egbert schieten door haar hoofd, ze ziet hem met Frank op de grond zitten, hij strekt zich uit naar een rode bal. Ze moet weer voor Frank gaan spelen, denkt ze, het is alweer lang geleden. Maar ze is zo moe."



Wanda's vader keurde haar passie voor de muziek niet echt goed.



p.28-29

"Ze moet naar school. Ze moet toch ook gewoon leren lezen. Ze zit de hele dag te spelen, dat kan zo niet doorgaan, hoe begaafd ze ook is. Je kan haar ook niet blijven lesgeven volgend jaar." "Ik zou't willen. Maar ik ben bang dat ik haar bederf. Ze is zo'n talent, Eg, dat weet niet half!" "Je hebt volgend jaar wel wat anders te doen: dan loop je achter de kinderwagen! Met onze zoon erin, denk je niet?"



Maar hij legt zich uiteindelijk bij haar keuze neer. Wanneer hij op z'n sterfbed ligt, merk je goed dat hij het niet goed kon vinden met Wanda.



p.106-107

Wanda weet niets te zeggen. Zij voelt een intense schaamte. De w van Wanda! Van Weerzin, van Walging, dat bedoelde hij. De w van Waardeloos. En van Woedend. "Waarom laten jullie mij dan komen als niemand me nodig heeft?" Wanda staat op en beent heen en weer voor haar moeder. "Dacht je dat dat leuk was voor mij. Ik wil dit niet, hoor je dat! Ik kan het niet en ik wil het niet!"



Dit komt waarschijnlijk omdat hij haar nooit als familie, als dochter beschouwd heeft. Hij is een flat character.



Er zijn ook bijfiguren

Je hebt Frank, Wanda's mongolo•de broertje, die in een instelling zit omdat Emma het niet aankon om voor hem te zorgen. Het is een jongen waar men moeilijk vat op kan krijgen.



p.130

Frank Wiericke. Een kind met driedubbele pech. Niet alleen Downs syndroom, maar ook een hersenbeschadiging door een moeizame geboorte en een daaropvolgende jarenlange ondervoeding tijdens de bezetting. Geen gezellige, aanhankelijke mongool, zo'n zonnetje in huis, speels en dankbaar als een lieve hond, Frank was een stuurse jongen die zich nauwelijks liet verzorgen. Hij sprak niet, herkende niemand en liet zich niet benaderen. Hij durfde niet te lopen maar kroop over de vloer van de bedzaal naar zijn plek tegen de muur om daar zijn hoofd tegenaan te bonzen.



Wanda is in feite de enige die hem kan benaderen en kan geruststellen door haar muziek.



p.134-135

Hij hoorde de piano

...

Frank Wiericke lag onder de piano. Hij lachte. Hij sloeg zichzelf niet. Hij bonsde niet met zijn hoofd tegen de grond. Hij lag tevreden te luisteren. Toen het stil werd, zei hij iets. Bouw kreeg een dikke keel en moest knipperen met zijn ogen.



Alleen muziek kan tot hem doordringen. Hij is een flat character.



Lucas, haar collega musicus, heeft ook een tijdje een belangrijke rol gespeeld in Wanda's leven. Ze voelde iets voor hem, maar kon geen vat op hem krijgen.



p.99

Ze hebben gevree‘n zoals ze spelen. Met overgave en totale inzet. En daarna weer naar huis of naar school, alsof er niets gebeurd is. Wil ze dan met Lucas? Ze is alleen maar bang om iets te doen wat hij niet goed vindt. Ze kan hem niets zeggen. Ze durft hem niets te vragen.



Hij was iemand die vrijheid nodig had, net zoals Wanda en daarom pasten ze zo goed bij elkaar

Hun relatie was in feite alleen gebaseerd op muziek en seks.

Lucas had ook een liefde voor mannen.

Lucas is een flat character.



Wanda had ook een heel goede vriendin, Joyce. Zij was iemand waar Wanda wel goed mee overweg kon en ze kenden elkaar ook al lang.

Joyce kan ook zonder muziek, zij beschouwt het niet als het belangrijkste in haar leven.



p.124

"Het interesseert me gewoon niet," zegt Joyce. "Ik speel in het orkest, soms is het leuk, ik studeer er ook wel voor, maar als ik vrij ben vind ik het prima zonder viool. Dan gaan we naar de film, of eten, vrijen, wijn drinken zonder gewetenswroeging. Kan je je dat voorstellen?" "Nee. Ik m—et. Ik kan niet zonder."







5. Tijd

De verteltijd

De verteltijd is korter dan de vertelde tijd. Het boek bevat 203 pagina’s, dus ongeveer drie uur leestijd.



De vertelde tijd

Het verhaal speelt zich af voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog in een stadje te Holland. Het is chronologisch doorbroken door de verschillende tijdsprongen.

vb. - heden, Wanda is zestig jaar en woont alleen.



p.7

Toen de piano helemaal stil hing begonnen de mensen weer te praten, kinderen en honden renden rond, stevige vrouwen zetten hun manden met groente neer en legden het hoofd in de nek.

- verleden, de geboorte van Wanda wordt beschreven.



p.9

De dokter bevrijdt het hoofdje met de stijf dichtgeknepen ogen; voorzichtig helpt hij eerst de ene, dan de andere schouder naar buiten. De rubberen schort kletst tegen zijn schenen als hij een stap naar achteren doet om het kind omhoog te heffen. ‘Een boos meisje!’



Er treden ook tijdsvertragingen op.

vb. p.65-66

De weg van school naar les...de straat uit."



Het verhaal speelt zich af in het verleden en is impliciet (tijdsaanduidingen komen bijna nooit aan bod). Het wordt verteld vanaf Wanda’s geboorte tot ze ongeveer zestig jaar is. De vele flash-backs die gebruikt worden, maken dat het verhaal zich nog meer in het verleden afspeelt.

Er is ook sprake van prospectie. Vanaf het begin weet de lezer dat Wanda trouwt met Bouw, terwijl dat een flash-back aantoont dat Wanda juist geboren is. De lezer is op de hoogte dat Bouw haar gaat opzoeken, voor dat ze dit zelf weet.



6. Ruimte

Het huis van meneer De Leon krijgt een symbolische waarde, want het is de plaats waar Wanda al haar kennis heeft opgedaan. Ondanks Meneer De Leon door de Duitsers werd meegenomen, blijft ze toch aan hem en het huis denken.



p29-30:

Aan de achterkant van een binnenplaatsje is een gevel met grote ramen en een deur. Daaruit komt meneer De Leon. Twee vleugels staan naast elkaar, de kleppen staan open, een zee van ivoor en ebbehout. ‘Die bij het raam is voor jou. Ga maar zitten.’ Wanda speelt de wals die ze geoefend heeft. Meneer De Leon zit aan de andere vleugel en speelt met haar mee. Hij draagt haar muziek zodat die nog mooier wordt dan ze vanzelf al is.



Het krijgt het symbool van muziek, omdat in dat huis en met hem de muziek het belangrijkste was.



p.54:

’Het is beter als je zelf ontdekt hoe je het hebben wilt,’ zei hij hoofdschuddend. ‘Wie ben ik dat ik jou voordoe hoe je Chopin moet spelen? Experimenteer er maar eens een week mee. Laat het mij maar horen!’



Het verhaal speelt zich af op verschillende plaatsen.

De jeugd van Wanda wordt verteld vanuit een dorpje in Holland, maar doorheen het verhaal verhuisd ze naar Engeland, waar ze nog studeert, dan naar Amerika, ze rijst intussen ook nog veel, en op het einde woont ze alleen in een huisje in de Franse Pyreneeën. Deze landen bestaan echt en worden mooi beschreven.

Je krijgt het gevoel dat le werkelijk in het verhaal rondloopt.



p.142:

De winkelpuien in Londen zijn geschilderd in een kleur donkergroen die bijna zwart is. Daarop de naam van de eigenaar, in goud geschreven. Wanda woont vlak bij het British Museum.

p.163:

Aan de overkant van de rijweg zag Bouw het enorme casino, behangen met oranje en felgroene vlaggetjes. Tegen de gevel hingen overal luidsprekers waar keiharde, vettige Franse popmuziek uit opklonk. Midden op de rotonde, verloren tussen autobussen en vrachtwagens, stond de kerk.

p.182:

‘Een heerlijke ochtend, gaat u wandelen? Hierachter kunt u zo de berg op. Prachtig uitzicht. Zeer woest.’ Bouw liep door een tunnel van loof, een groene grot met vochtig gras op de bodem. Hier kwam de zon niet. Naarmate hij steeg viel hij meer samen met zijn lichaam. Het pad volgde de bergkam en werd minder steil. De flankerende bomen waren hierboven lager en lieten de zon vlekkerig door. Het pad was een brede baan van gras geworden tussen bergweiden, omzoomd met bemoste, stenen muurtjes.



Hieruit zie je dat de plaatsaanduidingen sfeerscheppend beschreven worden. Hier volgen een paar voorbeelden:



p.200:

Buiten was het stikdonker. Bouw volgde aarzelend het pad naar boven. Hij liep de hoek om en vond de ingang tot het kerkhof. Daar vluchtte hij naar het punt waar de stenen omheining de daarachterliggende ruige vlakte afbakende. Hij zag een balkon met grote potten vol blauwe bloemen. Open deuren naar een verlichte kamer.

p.203:

Het verlichte vierkant van het raam lijkt een schilderij van een zittende vrouw. Zij speelt. De klank waaiert uit in de avond, raakt vervormd boven de daken van de huizen en verloren in het dal. De man die op de steen zit luistert. Tussen zijn benen hangen zijn handen neer als twee vermoeide, witte dieren. Een zilverachtig licht valt over kerkhof en balkon. Doof en stralend hangt de maan boven de scherpe bergen en het donkere dal.



Deze plaatsaanduidingen passen goed bij de personages, ze vormen een contrasterend effect. Bouw is een rustige man, met veel kalmte, en hij is de geschikte persoon om in een instelling te werken.



p.126-127:

‘De Reehof!’ Roept de chauffeur. Wanda ziet een blinkend wit paleis liggen achter een oplopend gazon. De toegangswegen aan weerszijden van het grasveld komen bij elkaar onder een terras. Langwerpige glazen deuren sluiten het gebouw af. Erachter begint het park.



Wanda evolueert. Ze is nogal een zenuwachtig persoon en woont ook meestal in een klein huisje of appartement.



p.142:

Er zijn drie appartementen in het huis. Wanda woont beneden, haar piano staat in een in de tuin aangebouwde kamer. Het is er koud. Boven haar woont de cellist uit Zwitserland. De violist huist op zolder. Zonder te hoeven wennen valt ze in het Londense leven.



Er worden veel geluiden opgenomen, omdat Wanda voortdurend met muziek bezig is en je kunt als het ware met haar meeluisteren.



7. Gezichtspunt van de roman

Het is een uitbeeldende hij-roman of persoonsroman, dus met een personele of selectieve verteller. De alwetendheid van de verteller is gelimiteerd tot de twee hoofdpersonages, Wanda Wiericke en Bouw Kraggenburg. De tegenwoordige tijd wordt de lezer afwisselend door de ogen van Wanda en Bouw getoond. Meestal wordt ŽŽn hoofdstuk door de ogen van Wanda geschreven en het volgende door die van Bouw. Er is dan telkens vision du dedans voor het hoofdpersonage van waaruit het hoofdstuk bekeken wordt. Men leest de gedachten van het personage, men leert de persoon kennen. Voor de nevenpersonages is er vision du dehors. Men krijgt alleen beschrijving, interpretatie en waarneming door de hoofdpersonages.

Enkele fragmenten die het bovenstaande bevestigen:



hoofdstuk 15 blz. 110:

Voorzichtig stuurde ze de auto de berg op, gas terugnemend bij elke bocht. Ze had op het pleintje nog iets kunnen drinken, wat kunnen rondlopen langs de waterstromen, kijken bij het oude badhuis in het centrum, een paar boodschappen doen. Ze heeft het niet gedaan. Ze was op weg naar huis en over een kwartier zou ze binnenstappen

....

Het ding. Het zwarte monster. De kamer was een podium waar ze op moest. Ze moest achter de vleugel gaan zitten en alles zou zwart worden. "Nou, nou," zei Biermans, "je kijkt of je verm——rd gaat worden! Het einde der tijden is nog niet nabij, hoor!" Achter het toneel wachtte Wanda tot de zaal rustig was

....



hoofdstuk 11 blz. 69:

Voorbij Fontainbleau besloot Bouw de snelweg te verlaten. Op de autoweg hoor je niet bij het land, je wordt erdoorheen gedreven als bloed door het lichaam, gevangen in een buizenstelsel. Vrijheid, had Johanna gezegd, en dat was wat Bouw wilde. Maar niet te veel. Hij kende de broze plekken in zijn denken en wist dat te lang alleen zijn niet goed voor hem was. Het grijze lint van de snelweg bood niet genoeg contact met huizen, waslijnen en winkelende mensen....



8. Taal en stijl

  • De taal die in het boek gebruikt wordt is niet zo moeilijk. Ze is ook niet plechtig of zakelijk. Daardoor is het verhaal ook vlot te lezen. De zinnen zijn meestal niet lang. Hier en daar komt er eens een langere zin met enkele komma's in voor.

    Voorbeelden:



    blz. 147:

    Door het gangraam keek Wanda uit over het dorp. De deur van het hotel stond open en in de keuken waren de lichten aan. Ze nam haar wandelstok en liep de weg af.



    Blz. 146:

    Na het concert dronk ze wijn aan een gedekte tafel, iedereen lachte, de dirigent en zij kregen nog wat te eten, hij pakte haar hand onder het tafelkleed alsof hij haar minnaar was.



    Blz. 46:

    Wanda doet de lamp weer uit. Zonder dat ze het echt besloten heeft, is ze ineens aan het spelen. De prelude met de rustig voortwandelende linkerhand, en de rechter die hem omspeelt, die omhoog gaat en tegen het eind helemaal op hol slaat. Als ze begint hoort ze Egbert ge‘rgerd inademen. Ze speelt door.
  • Soms worden er verouderde woorden gebruikt, vooral in de hoofdstukken waar Wanda nog een kind is.

    Wanda draagt zelf haar muziektas met hengsels op haar rug. "De kolenman verkoopt schaatsen," zegt Emma.
  • Stijlfiguren:

    Vergelijkingen:



    blz. 7:

    De vleugel hing in de lucht en tekende zich als een geblakerde karbonade af tegen de besneeuwde bergtoppen.



    blz. 7:

    De gele hijskraan torende als een eenarmige, stijve reus boven het huis uit en begon langzaam zijn last neer te laten.



    blz. 167:

    De pijn gaat als een wild beest in haar lichaam tekeer, trekt scheurend aan het binnenste van haar buik, steekt woest in haar liezen en komt op onverwachte momenten ineens een ogenblik tot rust.



    blz. 165:

    Alsof je een vacuŸmgetrokken zuignap van een glasplaat trekt, zo was het afscheid geweest.



    blz. 191:

    Tegen het kussen liggen de felgele haren als een stralenkrans uitgespreid. De wimpers liggen als bleek mos op haar wangen.



    Metaforen:



    blz. 187:

    Knaloranje is Emma de volgende dag. Haar oogwit is saffraangeel geworden.



    Alliteratie



    blz. 166:

    Hij passeerde een tuin achter een barokke badinrichting en zag talloze fonteinen van ziedend zwavelwater omhoogspuiten.
  • Tien nieuwe woorden: impresariaat: bedrijf van impresario: ondernemer van concerten, opera's enz.

    blz. 31:

    "Wie is nu de directeur van het impresariaat?"



    klavecimbelbouwer: maker van oude klavierinstrumenten, waarvan de snaren in trilling worden gebracht door pennen, die de snaren aantokkelen.

    blz. 31:

    Boekhouder en klavecimbelbouwer.



    legatoklank: gebonden klank

    blz. 23:

    De handen hangen aan het toetsenbord, de fraaiste legatoklank ontstaat vanzelf, omdat de vingers aan het ivoor kleven.



    tomeloos: onbedwongen, buitensporig

    blz. 189:

    In de armen van de zuster begint Emma tomeloos te braken.



    verwatenheid: overmoed, trots

    blz. 193:

    Allemaal grootspraak en verwatenheid.



    zwalken: zich drentelend voortbewegen, zeer langzaam gaan, treuzelen, rondzwerven.

    blz. 199:

    Niet meer zo zwalkend en beroerd op zoek naar vroeger.



    capitulatie: overgave

    blz. 100:

    Wanda merkte met verbazing dat ze zijn snelle capitulatie niet prettig vond.



    ballast: nutteloze last

    blz. 102:

    "Nee, dat is ballast," zegt Lucas.



    syncope: ritmische figuur waarbij De tweede helft van een maatdeel met de eerste van het volgende verbonden is.

    blz. 104:

    Ze wiegen even heen en weer in het tempo van het eerste deel, met de syncopen, met de onheilspellend aanrollende akkoorden.



    oncologie: leer van de ziekelijke gezwellen.

    blz. 105:

    Toch had Wanda het juiste woord pas gevonden toen de portier haar verwees naar de afdeling oncologie.



    9. Persoonlijk oordeel

    Ik vond het niet zo'n aangenaam boek om te lezen. Er zijn heel veel negatieve gebeurtenissen en weinig positieve. Wanda's broer is een mongool, de oorlog breekt uit, Max de Leon wordt meegenomen door de Duitsers, ze krijgt een miskraam, haar ouders sterven, ze heeft reuma enz. Het boek komt nogal donker over bij mij. Ik houd persoonlijk meer van optimistischere, levendigere verhalen. Ook het thema muziek, meer bepaald pianospelen komt sterk aan bod in het verhaal. Aangezien ik weinig of niets afweet van pianospelen, boeide het verhaal mij maar matig. Er kwamen ook muziektermen in voor die ik niet kende. Ik kon mij echt niet goed inleven in het hoofdpersonage. Ik vond het verhaal ook niet spannend. Dat Wanda en Bouw elkaar na al die jaren weer zouden ontmoeten, wekte wel enige spanning op, maar uiteindelijk wordt het verhaal net voor de ontmoeting be‘indigd. Dit vond ik wel spijtig. Ik zou het verhaal dan ook geen tweede keer willen lezen. Ik denk wel dat het een aanrader is voor mensen die zelf pianospelen. Zij zullen zich alles waarschijnlijk beter kunnen voorstellen. De manier hoe Wanda speelt en opgaat in de melodie zullen zij beter begrijpen. Daarom zal het boek voor hen interessanter zijn.



    Anne-Lies



    Enquist sleept je doorheen haar boek als Mozart door zijn muziek. Een dragend kracht trekt je doorheen de compositie van woorden; soms zacht dobberend, dan weer woest schuddend op golven van de zinnen. De muziek die Wanda's leven beheerst voel je doorheen het boek, vaak had ik zelfs het gevoel dat ik een melodie las in plaats van een verhaal. Daardoor laat het boek ook een blijvende indruk na, pas na het lezen begon ik na te denken over het verhaal.

    Aan deze melodische manier van schrijven moest ik als gelegenheidslezer in het begin wel aan wennen, maar al snel nam hij mij in zijn macht, waardoor ik het boek in ŽŽn ruk uitlas. In het begin word je je vooral de gezochte woordkeuze gewaar, waarin je duidelijk herkent dat Enquist naast romans ook po‘zie schrijft. Ik zou dit boek zeker aanraden aan mensen die houden van welklinkende composities van woorden of melodie‘n. Als ik het boek een tweede keer zou lezen zou het hoogstwaarschijnlijk een heel andere manier van lezen zijn, ik zou meer aandacht hebben voor details die later in het boek een uitgelegd worden of waar het verhaal op steunt. Het melodieuze zou wel verdwijnen denk ik, omdat die melodie aangedreven wordt door "het geheim", de spil waar heel het verhaal rond geweven is. Die constante draaibeweging rond het onbekende dat Wanda's leven be•nvloed, veroorzaakt een spanning in het verhaal die je steeds sneller doet lezen. Het thema werd goed uitgewerkt waardoor ik, ondanks het tekort aan herkenning, ruimschoots geboeid en ge•ntrigeerd werd. In de neventhema's en in Wanda's concrete leven vond ik dan weer meer herkenningspunten. Ik vond de personages goed uitgewerkt en door de geleidelijke kennismaking, was het als een gewone situatie waarin je mensen leert kennen. Met als verschil natuurlijk, dat ik heel veel kreeg van de personages maar niets teruggaf, behalve mijn interesse en aandacht misschien.



    Ine



    Met het lezen van dit boek heb ik geleerd dat muziek voor bepaalde mensen zeer belangrijk kan zijn. Ik vind het een heel mooi boek omdat ik zelf nauwe band met muziek heb. Daarom kan ik Wanda, het hoofdpersonage, goed begrijpen; dat ze al haar tijd in de muziek steekt, maar soms is ze teveel in haar wereldje bezig, dat ze zich niets meer van de anderen aantrekt. Ze reageert egoïstisch. De spanning wordt iets doorbroken omdat je al vanaf het begin weet dat Wanda trouwt met Bouw, maar daartegen is het einde open en kan de lezer het vervolg zelf uitvinden.

    Het is zeer interessant te weten hoe een persoon zijn leven richt op de muziek en dit bewonder ik. Het is een echte aanrader voor mensen die gepassioneerd zijn door muziek. Dankzij dit boek kunnen ze ervaringen opdoen.



    Aurélie



    Ik vond het een prachtig boek want zowel de stijl als de inhoud spraken me erg aan. Ik vond de stijl zeer mooi omdat de schrijfster als het ware de beelden van het verhaal schilderde door er prachtige beschrijvingen van te geven. En toch hadden deze beschrijvingen een speciaal tintje door de woordkeuze die ze ervoor gebruikte. Zo gebruikte ze ook muziektermen om Wanda haar gevoelens te vertolken en vaak oefende Wanda het genre stukken in die bepaalde periode bij haar gevoelens hoorde.

    Verder vond ik Wanda een zeer intrigerende persoonlijkheid omdat ze een duidelijke afschuw voor de maatschappij koesterde. Of misschien was het meer een soort van schuwheid. Ook vond ik het fantastisch hoe dat ze zich in haar muziek kon uitdrukken. Als ze speelde kon ze alles vertellen wat ze in woorden niet kon uitleggen, en dan luisterden de mensen met volle zalen naar de aanklacht en haar verdriet waarmee ze hen overspoelde.

    Ik vond het dus een prachtig boek en ben vast van plan om het nog eens opnieuw te lezen, omdat er bij de uitwerking van deze boekbespreking zoveel meer aan het is licht gekomen, dan dat je op voorhand ook maar zou kunnen vermoeden.



    Katlijn



    Ik vond het een goed boek, alleen al omdat ik me een beetje kon vergelijken met Wanda. Ik kan me namelijk ook niet goed uitdrukken en lijd hier vaak onder, omdat ik dan het gevoel krijg dat niemand me begrijpt. De muziek is voor mij een troost in zo'n geval. Daar kan je al je gevoelens in kwijt. Maar het zal m'n leven wel nooit zo beheersen zoals dat bij Wanda het geval is. Het thema spreekt me dus enorm aan.

    De manier waarop Anna Enquist omgaat met taal en stijl was ook fascinerend. Je moet bepaalde stukken steeds opnieuw lezen om het te kunnen begrijpen. Haar manier van schrijven roept iets filosofisch bij me op. Je moet er echt over nadenken en dat vind ik boeiend.

    Naar mijn mening is het een spannend boek, niet door de inhoud, maar door de manier van vertellen, meer bepaald door prospectie; Je weet, voelt dat ze elkaar zullen ontmoeten. Op het einde wordt dit beeld echter doorbroken doordat het een open einde is. Je moet je fantasie laten werken.

    Het personage van Wanda vond ik langs de andere kant ook vervelend. Ze laat zich werkelijk meeslepen door de muziek, waardoor ze alles als minder belangrijk beschouwd en ze mensen kwetst (cfr. Bouw). Ze is een beetje egoistisch, want ze houdt alleen rekening met zichzelf.

    Ik zou het boek een tweede keer lezen om het beter te kunnen begrijpen en elementen te ontdekken die ik niet eerder zou gezien hebben.

    Ik raad het andere mensen aan omwille van de inhoud, maar vooral omwille van Enquist's manier van schrijven. Het is gewoon een boek dat je moet gelezen hebben.



    Sara
  • Andere boeken van deze auteur:


    Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen