U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : 1885-1960 - Mobutu Ingezonden Door: Sari De Baere Categorie.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=488 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Geschiedenis en het aantal woorden bedraagt 6806 woorden.

Welk land heeft één van de grootste oerwouden?




Welk land gaf moeder natuur massa’s rijkdommen?




Welk land heeft de op één na belangrijkste rivier van de wereld?




Welk land kan zeggen dat het in het bezit is van duizenden hectaren savannegrond?




Welk land heeft de beste ligging van heel Afrika?




Kongo




In welk land is 70 % van de bevolking tewerkgesteld in de landbouw?




Welk land heeft een kilometershoge schuldenberg?




Welk land kan alles behalve voedselzeker genoemd worden?




Kongo




Nogal contradictorisch als je het mij vraagt.




Een land dat zoveel te bieden heeft dat volledig aan de grond zit.




De oorzaak van dit alles moeten we niet zo ver gaan zoeken.




MOBUTU









Inhoudstabel




0. Inleiding 1




1. Kongo voor Mobutu( 1885-1960) 1




1.1. aanloop naar onafhankelijkheid 1




1.2. Kongo op eigen benen 3




2. En toen kwam Mobutu…( 1930-1965) 5




2.1. Afkomst 5




2.2. De opmars 6




3. Mobutu aan de macht(1965-1990) 8




3.1. Mobutu grijpt de macht 8




3.2. Monopolisering van de macht 10




3.2.1. Politieke revolutie 10




3.2.2. Culturele revolutie 10




3.2.3. Economische revolutie 11




3.3. De Shaba-oorlogen 12




3.4. De gevolgen van de Shaba-oorlogen 13




4. Ondergang van het luipaard(1990-1997) 13




4.1. Internationale steun 13




4.2. Protest van het volk 14




4.3. De verschrompeling van de macht 15




4.3.1. De Soevereine Nationale Conferentie 16




4.3.2. De optocht van Kabila 16




5. Besluit 18




6. Bibliografie 19




7. Bibliografie foto’s 20









0. Inleiding




De keuze van mijn onderwerp is eigenlijk vlot verlopen. Reeds bij de eerste screening was Mobutu een van mijn favorieten. Een echte verklaring hiervoor is mij tot op de dag van vandaag nog steeds onbekend. Misschien heeft het wel iets te maken met mijn ‘ tante nonneke’ die jaren lang in Kongo heeft gewerkt. Jammer genoeg is zij enkele jaren geleden overleden. Met het oog op de mondelinge presentatie gaf een interessante reportage over de Shaba-oorlogen de doorslag. De man met het luipaardenmutsje boeide me wel.




De zoektocht naar informatie daarentegen verliep iets minder vlot. Naast beknopte biografieën vond ik op het internet zo goed als niets. De boeken over Mobutu waren steeds uitgeleend. Ik had het ongeluk dat er nog iemand rond Mobutu werkte. Maar met een beetje goodwill bleek dat achteraf zelfs een voordeel te zijn. Eens ik de informatie had, stak de twijfel de kop op. Het verwerken van de informatie was zwaarder dan ik dacht. De Afrikaanse termen maakten het er niet makkelijker op. Maar eens ik aan de slag kon, sloeg de twijfel om in enthousiasme.




Door de uitgebreidheid aan informatie werd ik gedwongen slechts enkele facetten van Mobutu’s leven te belichten. Hierbij vond ik het belangrijk een totaalbeeld te geven van zijn langdurige carrière. Daarnaast heb ik ook geprobeerd Mobutu ’s positie tijdens de Koude Oorlog te belichten. Aan de banden met België en andere Afrikaanse landen heb ik minder aandacht besteed door geringe omvang van dit werk hoewel ik een korte voorgeschiedenis toch noodzakelijk achtte. Deze afperking is gebeurd op basis van mijn eigen interesse.




Achteraf beschouwd was dit een goede keuze. Toch weet ik niet of ik het opnieuw zou doen. Ik ben enorm tevreden dat ik weet wat ik nu weet maar uiteindelijk heeft Mobutu geen wonderen verricht. Hij mag dan nog dertig jaar aan de macht zijn geweest, de manier waarop hij het gedaan heeft is niet zo bewonderenswaardig. Desalniettemin heb ik dit werk met plezier voltooid.













1. Kongo voor Mobutu( 1885-1960)




1.1. aanloop naar onafhankelijkheid




Zo’n 117 jaar geleden, in 1885, triomfeerde de Belgische koning Leopold II ( zie figuur 1.1). Bij het opdelen van Afrika op de conferentie van Berlijn werd Leopold II erkend als soeverein over Kongo-vrijstaat. Daar werd beslist dat hij het gebied moest uitbaten en er zijn gezag vestigen. Maar Kongo was een groot land (acht keer groter dan België) en het was in die tijd alles behalve toegankelijk. Met inlandse stammen moest worden onderhandeld.




Al gauw rezen problemen. Kongo stond op de rand van een faillissement dus klopte de koning bij België aan voor financiële steun. Die kreeg hij als Kongo na zijn dood in handen kwam van België. Maar de Belgische steun was niet genoeg. Leopold besliste op eigen houtje van Kongo een commerciële onderneming te maken. Grote maatschappijen kregen de toestemming om (voornamelijk rubber) grondstoffen te ontginnen en te exporteren. De misbruiken die hiermee gepaard gingen, dwongen Leopold eerder dan voorzien afstand te doen van zijn Kongo. Op 15 november 1908 nam België zijn eerste en enige kolonie in ontvangst. (toen ook wel eens de tiende provincie genoemd).




Onder het Belgisch bewind kende Kongo een economische bloei. Het moederland zorgde voor fabrieken, sociale zekerheid, onderwijs, gezondheidszorg,… De grote winsten werden opgestreken door het moederland. De vraag is nu natuurlijk of de Kongolezen het hierdoor beter kregen. Langs de ene kant werden hun levensomstandigheden verbeterd, langs de andere kant moesten ze hun primitieve levenswijze inruilen voor een westerse. De Belgen hebben lang geloofd dat ze de autochtone bevolking steeds goed behandelden. Hierdoor zagen ze niet in dat ook het Kongolese volk na een tijdje hunkerde naar autonomie en vrijheid. Tijdens de tweede wereldoorlog werd er heel veel gevraagd van de kolonie. Grondstoffen als kobalt, koper, uranium en rubber moesten in grote hoeveelheden geleverd worden aan de geallieerden. De druk op de bevolking werd zo groot dat dit leidde tot opstanden, revoltes en stakingen. In de periode na WO 2 verbeterde dit niet.




Bij de Wereldtentoonstelling van 1958 mocht een groep van 700 Kongolezen, waaronder een zekere Joseph-Désiré Mobutu, naar Brussel komen. Kongolezen uit elke hoek van het land konden er praten over de veranderingen binnen hun land. Ze kregen trouwens ook de gelegenheid gedachten uit te wisselen met andere Afrikaanse bezoekers en met Belgen die vrijuit praatten over hun politieke ideeën.




In 1950-1960 ontstonden de eerste politieke partijen met als belangrijkste de Union Congolaise (UC) met o.a. Gabriel Kitenge en J-M. Kititiwa, de Mouvement National Congolais (MNC) met Patrice Lumumba, de Alliance des Bakongo (Abako) opgericht door Joseph Kasavubu, Simon Nzeza en Edmond Nzeza-Nlandu alsook de Mouvement pour le Progrès National Congolais (MPNC) met Jean Bolikango en Jacques Massa en de Union Progressiste Congolaise (Upeco) van Mwissa Camus en J.J. Kande. Al gauw groeide het MNC uit tot de grootste partij van Kongo. De oorzaak hiervan was de etnische verscheidenheid. De partij had leden uit alle hoeken van het land en kon hierdoor een supra-etnische partij genoemd worden. 5




De opstand in Leopoldsburg (= Kinshasa zie figuur 1.2) op 4 januari 1959 sloeg in als een donderslag. Een bijeenkomst van het Abako werd op het laatste moment verboden. De mensen die er naar toe waren getrokken, weigerden op huis aan te gaan. Hun ontevredenheid sloeg over in een geweld. Mensen begonnen te plunderen, te vernielen en staken winkels en magazijnen in brand. De steeds aangroeiende menigte begon naar de Europese buurt af te zakken maar een uiterst gewelddadige interventie van de Kongolese Weermacht maakte een einde aan de opmars. Officieel vielen er veertig doden (een andere zegt 49 ) in werkelijkheid waren het er enkele honderden. Om de gemoederen wat te bedaren beloofde de Belgische regering onafhankelijkheid. Een datum kwam nog niet ter sprake. Mensen werden ongeduldig en saboteerden (vooral in Beneden-Kongo) massaal de administratie. Belgen spraken over een prerevolutionair klimaat. Het was pas wanneer de toestand echt onhoudbaar werd, dat er daadwerkelijk iets ondernomen werd. Na heel wat discussies kwamen de koloniale autoriteiten en de Kongolese leiders overeen een rondetafelconferentie te organiseren. Er werden 44 (andere bron4 zegt 43) vertegenwoordigers naar Brussel gezonden om daar de rechten van het Kongolese volk te bevechten. Het voornaamste resultaat was het vastleggen van de datum. Daarnaast werd er ook een parafederale structuur op papier gezet. De economische problemen werden uitgesteld tot een volgende speciale economische rondetafelconferentie.




De verkiezingen van mei 1960 werden een reusachtige triomf voor Lumumba ( zie figuur 1.3) en zijn partij, het MNC. Lumumba werd belast met de vorming van de regering. Na heel wat tegenwind van de jaloerse Kasavubu kon Lumumba op 23 juni met trots de eerste Kongolese regering voorstellen. Met Kasavubu als president en Lumumba als eerste minister stond Kongo op 30 juni 1960 weer op eigen benen.




1.2. Kongo op eigen benen




Gedurende dagen en weken zongen en dansten de Kongolezen op het liedje van Kale en zijn African Jazz over de ‘ Table Ronde’ die zij hadden gewonnen en de onafhankelijkheid die zij hadden verkregen. Maar mooie liedjes duren niet lang. De politieke structuren, uitgedokterd op een speciale economische rondetafelconferentie, vertoonden snel scheurtjes. Volledig volgens het Belgisch model zou de macht verdeeld worden tussen centrale en provinciale instanties, tussen een Kamer en Senaat en tussen een staatshoofd en een eerste minister. Dit systeem werkte blijkbaar niet zo goed en het mondde uit in bloederige conflicten en de ontwrichting van de staat zelf. De rivaliteit tussen Lumumba en Kasavubu maakte het er niet beter op.




Ook in de provincies liep niet alles van een leien dakje. In Leopoldstad verloor de Abako, de partij van Kasavubu, de meerderheid en in Kasaï woedde er nog steeds een broederstrijd tussen de Bena-Lulua en Baluba. De massale uittocht van de Baluba naar hun geboorteplaats ten zuiden van de provincie versterkte hun droom van een eigen provincie. Sommige provincies waren voor de onafhankelijkheid al tegen een centraal bestuur. In Katanga groeide bij de blanken het verlangen zich af te scheiden van het economisch erg zwakke Kongo.8 ( hierover verder meer)




Naast de spanningen in de politiek en in de provincies, kwamen er ook problemen in het leger. Op 4 juli 1960 verkondigde de opperbevelhebber van het leger, generaal Janssens, de historische woorden: ‘Après indépendance égal avant indépendance’. En in het leger was het ook zo. Legerleiding was nog steeds volkomen blank. Janssens ’ provocatieve en radicale houding deed bij de zwarte soldaten kwaad bloed zetten. Soldaten gingen aan het muiten. Lumumba kon de menigte kalmeren met een toespraak waarin hij het ontslag van generaal Janssens, promoties in het leger en een hele afrikanisering aankondigde.




Toen de storm een beetje geluwd was, weerklonk er op 7 juli 1960 plots slecht nieuws uit het binnenland. In Thysstad hadden een twintigtal dronken soldaten zich meester gemaakt van wapens. Daarmee hadden ze de streek van Inkisi en Madimba geterroriseerd. Uiteindelijk waren ze afgedropen naar de Europese buurt en hadden ze er een vijftal vrouwen verkracht. De gevolgen die hiermee gepaard gingen waren enorm. Belgische ambtenaren die de nieuwe staat moesten rechthouden (Het was bij wet verplicht dat ambtenaren in Kongo moesten blijven. Er was wel een achterpoortje. Als op een bepaald ogenblik het voor hen onmogelijk werd hun carrière op normale manier te beëindigen, mochten ze hun post vroegtijdig verlaten. ) sloegen op de vlucht. Ambtenaren die duizenden kilometers verderop woonden, hoorden het nieuws via de media en oordeelden zo dat ze hun carrière niet op een normale manier konden beëindigen en dus het recht hadden te vertrekken. Van de 8200 ambtenaren die Kongo voor 30 juni bezat, bleven er nog 1600 over.




Onder het mom van een humanitaire actie intervenieerden Belgische troepen. Maar in Katanga gebeurde er meer. Belgische troepen ontwapenden er Kongolese soldaten en schakelden de aanhangers van Lumumba uit. Zo maakten ze de afscheiding van de rijke mijnprovincie mogelijk. Op 11 juli 1960 verklaarde Moïse Tshombe (zie figuur 1.4) de onafhankelijkheid van Katanga. Niet veel later speelde er zich in Zuid-Kasaï hetzelfde tafereel af. Op 8 augustus proclameerde Albert Kalonji de onafhankelijkheid van Zuid-Kasaï. Onmiddellijk na de onafhankelijkheidsverklaring van Katanga deed Lumumba beroep op de UNO om de orde te handhaven, de Belgen uit zijn land te verjagen en de eenheid van het land te herstellen. Al gauw merkte hij dat ze niet aan zijn kant stonden. Dus riep hij de hulp in van de Sovjet-Unie. Die leverden hem enkele vliegtuigjes en wat ‘technici’. Zo werd een deel van Zuid-Kasaï teruggewonnen. Tijdens de gevechten stierven burgers. In de ogen van Kasavubu maar ook in die van de publieke opinie was Lumumba verantwoordelijk voor het bloedbad; in werkelijkheid was het de chef-staf van het leger: Mobutu. Maar het was Lumumba die er de prijs voor betaalde.




Op 5 september zette Kasavubu, de president, Lumumba af. Het parlement maakte die beslissing ongedaan en ontsloeg op haar beurt de president. Op 14 september benoemde Ileo (door Kasavubu inmiddels al tot eerste minister aangeduid) Mobutu tot opperbevelhebber van het leger. Nog diezelfde avond maakte Mobutu in het hotel Régina zijn eerste staatsgreep bekend. Hierdoor kwam Lumumba buiten spel te staan.




De periode die hierop volgde, was er een van onrust. De secessie van Katanga was een van die problemen. Door de harde opstelling van Tshombe werd het moeilijk om tot een compromis te komen. Iedereen vond dat hij verkeerd handelde, ook de Amerikaanse regering. Daarom beslisten ze in samenspraak met andere westerse mogendheden Kongo financiële hulp aan te bieden. (De Union Minière, die de kopermijnen van Katanga exploiteerde, betaalde zijn belastingen na de afscheiding niet meer aan de Kongolese maar aan de Katangese regering. Daardoor verloor Kongo 66 % van zijn inkomsten.) Beetje bij beetje won het Kongolese leger Katanga terug. Met de hulp van UNO-blauwhelmen maakte de Katangese regering op 14 januari 1963 de scheiding ongedaan.




Naast de Katangese secessieproblematiek, liep het in Kongo zelf ook niet allemaal van een leien dakje. De politieke toestand was nogal chaotisch en opstanden van de Mulelisten en de Simba’s zorgden ervoor dat het hele land in rep en roer stond. Het was in die tijd van chaos, anarchie, secessie, rebellie en muiterij dat Mobutu zijn tweede staatsgreep pleegde.




2. En toen kwam Mobutu…( 1930-1965)




2.1. Afkomst




Mobutu is op 14 oktober 1930 geboren in Lisala, een dorpje aan de Zaïre-stroom. Zijn moeder was Marie-Madeleine Yemowa, die uit een harem van zestig vrouwen was ontsnapt. Zijn vader heette Alberic Bemani ( zegt dat de vader Gbemani heet maar bevestigt Bemani). Hij werkte als kok bij de paters Kapucijnen. Mobutu werd gedoopt en kreeg de voornaam Joseph-Désiré en de familienaam van zijn oom, een krijger–toverdokter, Mobutu Seko Kuku. Toen Mobutu acht was, stierf zijn vader. Na z’n dood trok het hele gezin, zoals de traditie dit voorschrijft, terug naar de clan van z’n vader in Gbadolite. Het broussedorpje Gbadolite, vlak aan de grens met de Centraal-Afrikaanse Republiek, heeft hij later tot alternatieve hoofdstad van Zaïre bekroond. Alle straten werden er geasfalteerd. Er werd een presidentieel paleis, compleet met fonteinen en wandtapijten, gebouwd. Om de buitenlandse gasten te ontvangen werd er een internationale vlieghaven aangelegd waar zelfs de Concorde, die af en toe door Mobutu werd afgehuurd, kon landen. Om het stadje van stroom te voorzien werd een stuwdam aangelegd.




De kleine Mobutu volgde eerst lager onderwijs bij de paters Scheutisten en later op de missieschooltjes bij de paters Kapucijnen. Dat is hij nooit vergeten. Tot op de dag van vandaag komen zij niets tekort. Die katholieke opvoeding beïnvloedde z’n hele leven. Daarna liep Mobutu middelbare school bij de Broeders van de Christelijke Scholen in Coquilhatstad. Daar liep het na een jaar al fout. De reden hiertoe is nogal onzeker. Sommige schrijven dat hij door toedoen van een ‘zondige amoureuze affaire’ van school is gestuurd.15 Anderen schrijven over gebrek aan tucht.




2.2. De opmars




Op 13 februari 1950, geheel volgens het koloniale reglement, werd Mobutu voor zeven jaar ingelijfd in de Force Publique of de Koloniale Weermacht. Dit betekende het einde van zijn schoolcarrière. Ook dat heeft hem sterk beïnvloed. Zijn hele leven lang heeft hij intellectuelen blijven benijden omdat zij wel konden studeren. Dit blijkt een typisch complex te zijn van een autodidact, wat Mobutu zeker en vast was. Hij was een leergierig man en las alles wat in zijn handen kwam.




Hij startte als adjunct-boekhouder van de kampcommandant van Coquilhatstad en werd in november 1950 naar de administratieve school te Luluaburg gestuurd waar hij secretariaatscursussen volgde. In januari 1953 behaalde hij de graad van secretaris-boekhouder-typist. Zijn strepen als sergeant kreeg hij in april 1954. In die jaren werd de basis gelegd voor Mobutu’s militaire loopbaan.




Zijn militaire loopbaan belette hem niet enkele artikels te schrijven in Actualités Africaines, een weekblad onder leiding van Pierre Davidster. Na afloop van zijn militaire dienst in 1956 werd Mobutu redacteur van de koloniale bladen Actualités Africaines en l’Avenir. Mobutu stond bekend als een uitstekend journalist met een ruime kennis, een kritisch blik en een scherpe visie over de toekomst van Kongo. Hierdoor kreeg hij in 1959 de gelegenheid een stage te lopen in Brussel, bij Inforcongo, het Kongolese persagentschap. In december 1959 werd hij lid van het MNC, de partij van Lumumba. Nog voor zijn vertrek was Mobutu opgenomen in de eerste generatie Kongolese politieke leiders met o.a. Patrice Lumumba. Tijdens zijn langdurig verblijf in België breidde hij zijn kennissenkring uit. Bij een bezoek aan België benoemde Lumumba hem tot zijn vaste partijvertegenwoordiger in België. Bij de tweede rondetafelconferentie in 1960 ( zie figuur 2.1) sprong Mobutu zelfs in voor Lumumba.




Gedurende zijn verblijf in België, werd hij tipgever van de Belgische Staatsveiligheid. Toen dit uitlekte, schonk Lumumba, z’n naaste medewerker, hem vergiffenis. Lumumba begreep dat het karig loontje van een stagiair af en toe moest bijgevuld worden. Toen Kongo onafhankelijk werd, kreeg hij ook banden met de Amerikaanse Geheime Diensten, beter gekend als het CIA. Vanaf augustus 1960 was hij een graag geziene nachtelijke gast bij de Amerikaanse ambassade in Leopoldstad. Daar kreeg hij het nodige geld om de soldij van zijn leger te betalen en de macht over te nemen. Naast zijn banden met de CIA en de Belgische staatsveiligheid, kon hij ook al rekenen op de steun van Frankrijk.




Op 23 juni won Lumumba de verkiezingen. Bij het opstellen van de regering stelde hij Mobutu aan tot Staatssecretaris van Defensie. Mobutu’s aanzien steeg hierdoor enorm. Als in het hele land zwarte troepen begonnen te muiten, bevorderde Lumumba sergeant Mobutu tot stafchef van het leger met de graad van kolonel.




Op 14 september 1960 verkondigde Mobutu, die samen met Kasavubu ( zie figuur 2.2) onder een hoedje speelde, dat het leger het staatshoofd en de twee rivaliserende regeringen had geneutraliseerd. De Amerikaanse ambassade was op de hoogte geweest van Mobutu’s staatsgreep, meer zelfs; ze lagen aan de basis van die beslissing. De VS wilde nl. absoluut vermijden dat Kongo onder de invloedssfeer van de SU kwam. Dit alles speelde zich af midden in de Koude Oorlog. Amerikanen voelen zich bedreigd door de sovjetraketten op Cuba. Een nieuwe brandhaard konden ze missen als de pest; zeker in Kongo die de leverancier was van hun delfstoffen. Bij de conflicten in Katanga en Zuid-Kasaï had Lumumba sovjetsteun gevraagd en gekregen. Lumumba was in hun ogen een communist en moest dus kost wat kost worden afgezet.




Zes dagen na zijn staatsgreep stelde Mobutu een college van commissarissen aan om het land te regeren. Verscheidene onder hen waren Kasavubu gunstig gezind met als gevolg dat Kasavubu terug president werd. Op 29 september 1960 werd het college beëindigd en op 9 februari 1961 maakten de commissarissen plaats voor de regering-Ileo. Lumumba die door Mobutu werd overgeleverd aan het afgescheurde Katanga, was dan al drie weken dood. Medestanders van Tshombe, de plaatselijke eerste minister, vermoordden hem.








3. Mobutu aan de macht(1965-1990)




3.1. Mobutu grijpt de macht




Vanaf de dood van Lumumba tot Mobutu’s tweede staatsgreep was het nooit meer rustig in Kongo. Mobutu stond niet meer aan het hoofd van Kongo maar zijn macht als stafchef van het leger viel niet te onderschatten. Vijf jaar na zijn eerste staatsgreep kende Kongo naar aanleiding van de opstand van Mulelisten en Simba’s o.l.v. Pierre Mulele en enkele Lumumbisten ( ) een nieuwe politieke crisis. Hiervan maakte Mobutu handig gebruik. Op 24 november 1965 pleegde hij zijn tweede staatsgreep. Hij benoemde zichzelf tot president van Kongo, dit gedurende een periode van vijf jaar. Intussen zou hij wel militair blijven want het leger stond in die tijd voor stabiliteit, vooruitgang en vrede. Met zijn staatsgreep maakte hij een einde aan het mandaat van Joseph Kasavubu, de eerste president van de Democratisch Republiek Kongo. Ook Evariste Kimba werd ontdaan van zijn taak als formateur van de nieuwe regering. Twee weken na zijn coup verklaarde Mobutu dat hij een einde stelde aan de partijpolitiek. De politieke partijen werden doodgewoon afgeschaft.




Alles zag er rooskleurig uit. Mobutu had naast de steun van de Amerikaanse ambassade ook de steun van het volk die de wanorde tijdens de eerste vijf jaar onafhankelijkheid beu was. Zijn troepen waren goed uitgerust en het gewapende verzet tegen zijn regime was zo goed als uitgeroeid. Ook op economisch vlak verliep alles gesmeerd. De koperproductie was goed en de prijzen op de wereldmarkt lagen hoog. Hij sloot contracten met buitenlandse investeerders om grootschalige ontwikkelingswerken uit te voeren; de stuwdam van Inga, de tweeduizend kilometer lange hoogspanningslijn van Inga naar Shaba , de staalfabriek van Maluka. Alle projecten hadden altijd vier dingen gemeen; ze hielpen Mobutu zijn eigen fortuin vergroten, ze werkten nooit zoals het moest, ze brachten allemaal een flinke stuiver op voor de buitenlandse bedrijven maar Kongo zelf werd er alleen maar armer van.




Langzaamaan mat hij zich een speciale look aan. (zie figuur 3.2) Hij droeg een luipaardenmuts en een staf bij zich. Als symbool van macht nam hij plaats op een luipaardenvel. Dit liet een enorme indruk na op de mensen. In de dorpen geloofde men dat hij magische krachten had en bij het kampvuur werden er dan wilde verhalen verteld over zijn tovenaars, waarzeggers en gifmengers.




Ook politiek kreeg Mobutu in het begin veel krediet en dat kon hij goed gebruiken. In 1966 liet hij op Pinksteren vier opposanten ophangen waaronder Evariste Kimba, die een half jaar geleden geen regering had kunnen vormen tegen Tshombe. Hiermee wilde Mobutu duidelijk maken dat hij de sterke man was en geen tegenspraak duldde. En het bleef niet bij dat ene voorval.




Tijdens een clandestiene maar vreedzame studentenoptocht van de universiteit Lovanium, richtten de soldaten van Mobutu een waar bloedbad aan. Over het aantal doden was er heel wat discussie. Dit varieerde van 6 tot 112 doden. Lovanium mocht zijn deuren sluiten en er werden gevangenisstraffen uitgedeeld tot 20 jaar. Bij een herdenkingsmis twee jaar na de feiten viel het leger weer in. Weer werd de universiteit gesloten. De grote meerderheid van de 3000 studenten werd dit keer ingelijfd in het leger om ze zo ‘orde en tucht’ te leren.




In 1967 werd Moïse Tshombe, de gewezen eerste minister, bij verstek ter dood veroordeeld wegens hoogverraad. Ook de moord op Pierre Mulele, aanvoerder van de Mulelisten, in 1968 werd door de vingers gezien. Onder het voorwendsel dat hij amnestie zou krijgen, lokte Mobutu Mulele naar Kongo. De overtocht naar Kongo gebeurde met de presidentiële jacht. Vier dagen na zijn blijde intrede hielden militairen hem aan en vermoordden hem. /




3.2. Monopolisering van de macht




Vooral in de eerste jaren na zijn machtsovername werkte Mobutu aan het monopoliseren van de macht. Op korte termijn wist hij op alle domeinen; politiek, cultureel en economisch, de macht te veroveren.




3.2.1. Politieke revolutie




Bij het inpalmen van de politieke leven was het afschaffen van de partijpolitiek een eerste belangrijke factor. Naast het fysieke uitschakelen van zijn tegenstanders, had Mobutu nog veel tactieken om de macht naar zich toe te halen. Zo liet hij zijn mensen nooit lang een zelfde ambt uitoefenen. Het voortdurend wisselen van functies zorgde ervoor dat zijn ondergeschikten nooit lang op een post bleven zitten en zo verhinderd werden hun eigen koninkrijk te stichten. Naast de bestaande methodes kwam er in 1967 een nieuwe grondwet die van Kongo een sterk presidentiële staat maakten. De constitutie voorzag twee politieke partijen: Mobutu’s Mouvement Populaire de la Révolution (MPR) en een oppositiepartij. Van de oprichting van die oppositiepartij is er nooit wat in huis gekomen. Als enigste kandidaat bij de presidentsverkiezingen werd hij in november 1970 voor een ambtstermijn van zeven jaar herkozen. De 420 parlementsleden kwamen allemaal van de MPR-lijst. Een nieuwe grondwetsherziening maakte van de MPR een eenheidspartij. Het parlement, de regering en de rechterlijke macht waren aan haar onderworpen. Elke Kongolees werd van bij zijn geboorte lid van het MPR. De ideologie van de partij waren de gedachten van Mobutu.




3.2.2. Culturele revolutie




Mobutu had grootse plannen met Kongo. Tegen 1980 moest Kongo een welvarende, overal ter wereld gerespecteerde natie worden. Daarom moesten de vijftig volkeren die in Kongo woonden en meer dan 200 talen spraken één volk worden. Om hun ware aard terug te vinden, moesten de Kongolezen teruggrijpen naar de authentieke waarden van hun voorouders.




Dat moest o.a. blijken uit de naamgeving. Op 27 oktober 1971, ‘la journée des trois Z ’, kregen Kongo, de Kongo-stroom en de Kongolese munt ( zie figuur 3.3) een nieuwe naam; Zaïre. Een uur na de bekendmaking ontdekte Mobutu zijn flater. Zaïre bleek een verbastering te zijn door de Portugezen van het woord nzadi wat rivier betekent in het Kikongo. Alles wat deed terugdenken aan het koloniale tijdperk werd veranderd. Alle monumenten ter ere van koloniale pioniers verdwenen. Steden en streken werden herdoopt. De klederdracht en haartooi veranderde.




Ook voornamen dienden bij wet te worden geafrikaniseerd. Mobutu gaf zelf het voorbeeld. Joseph-Désiré werd Mobutu Sese Seko Kuku Ngbendu Wa Za Banga, door sommigen vertaald als ‘de haan die geen kip met rust laat’. Dit zorgde echter voor problemen ten huize Mobutu. Mevrouw Mobutu, een christen in hart en nieren, weigerde hardnekkig afstand te doen van haar christelijke voornaam. Tot op haar sterfbed bleef ze Marie-Antoinette heten. Dit probleem werd door de propaganda handig opgelost door haar ‘Mama Mobutu’ of ‘Mama Présidente te noemen’.




3.2.3. Economische revolutie




Op economisch vlak ging Mobutu in het kader van het authenticiteitplan een zeer nationalistische politiek voeren. Hij beging echter een paar flaters en dat is in de economie onvergeeflijk.




In november 1973 kondigde hij, tegen de raad van een Belgisch adviseur in, de zaïrisering af. Alle bedrijven, plantages, boerderijen, handelszaken, KMO ’s enz. moesten in handen van Zaïrezen komen. In praktijk vielen enkel de naaste verwanten van de president in de prijzen. Dit bleek heel snel een compleet fiasco te worden. Het spreekt voor zich dat deze sociale klasse niet de beste bedrijfsleiders waren. Ze hadden maar een doel voor ogen: de bestaande stocks zo snel mogelijk verkopen en de winst opstrijken. De gevolgen lieten zich al raden. Na enkele maanden waren de rekken overal leeg, nieuwe voorraden werden niet aangelegd en de bevoorrading stortte ineen. In een mum van tijd waren al de economische reserves van het land op.




Mobutu merkte dat de zaïrisering niet optimaal verliep en een jaar na de zaïrisering kondigde hij de radicalisering af. De staat zou het beheer van de meest problematische sectoren (vooral het openbaar vervoer, de bouw en nog een paar andere) op zich nemen. Ook dit bleek niet te werken. Op 17 september 1976 voerde hij la rétrocession of teruggave in. Gezaïriseerde en geradicaliseerde bedrijven kwamen weer in handen van hun vroegere eigenaars. De gevolgen van Mobutu’s wilde plannen waren desastreus voor de Zaïrese economie. Tot overmaat van ramp viel dit samen met de eerste oliecrisis. Zaïre werd van dan af een land met hoge investeringsrisico’s.




3.3. De Shaba-oorlogen




Door de economische flaters van Mobutu daalde zijn populariteitsgehalte bij de bevolking enorm. Daarnaast brokkelde ook zijn internationaal aanzien af toen hij in mei 1975 besloot om tijdens de burgeroorlog in buurland Angola mee te strijden en dan nog wel aan de kant van het FNLA van Holden Roberto.




Terzelfder tijd gebeurde in Beneden-Zaïre het volgende. De Katangese gendarmes ( ) hadden na afloop van de afscheiding de amnestie van Mobutu gekregen. Die weigerden ze en ze weken uit naar Angola die op dat moment in volle oorlog was. Bij hun aankomst sloten ze zich aan bij het MPLA van Augustino Neto dat hevig in strijd was met het FNLA van Holden Roberto. Zaïrezen kwamen dus tegen Zaïrezen te staan. De Katangese gendarmes kwamen dus als geroepen. Het was door hen dat het MPLA stand kond houden tot de Cubaanse troepen versterking kwamen brengen om zo hun overwinning te behalen. (aanvulling ) Zonder de steun van de gendarmes had Neto nooit aan de macht kunnen komen. Neto was dus verplicht iets terug te doen. Met behulp van Neto stichtten de Katangese gendarmes in Angola het nationale bevrijdingsfront van Kongo, het FLNC met het doel de macht in Zaïre te veroveren.




Op 8 maart 1977 bezetten de troepen van het FLNC enkele stadjes in Shaba. Ze leken het iets verderop liggende Kolwezi te bedreigen. Dankzij de steun van het Westen met name België en Frankrijk werd alles tot een goed einde gebracht. Het FLNC had een veldslag verloren maar niet de oorlog. Er volgde een tweede invasie. Op 13 mei 1978 viel het FLNC Kolwezi binnen. Weer moest Mobutu om hulp gaan smeken bij het Westen. 38




3.4. De gevolgen van de Shaba-oorlogen




De oorlogen in Shaba brachten het besef bij dat het Zaïre van Mobutu dringend aan economisch herstel toe was. Er volgde een periode van internationale conferenties om het Mobutuplan te bespreken. Dat wou d.m.v. vers buitenlands kapitaal de Zaïrese economie er bovenop helpen. Die gesprekken leidden er toe dat de Internationale gemeenschap de Zaïrese financiën onder voogdij van het IMF stelden. Het IMF stelde de Duitse gepensioneerde bankier Blumenthal hiervoor verantwoordelijk.




Een ander gevolg van de Shaba-oorlogen was het ontstaan van nieuwe oppositiegroepen. In Zaïre zelf was het bijna onmogelijk oppositie te voeren. Toch gebeurde het op kleinschalig gebied. Het verzet probeerde men dan maar uit te bouwen in het buitenland met als gevolg dat men het volk nooit achter zich te kreeg. Van een grote bedreiging kon er dus niet gesproken worden. De Union pour la Démocratie et le Progrès Social (UDPS), gevormd door dertien parlementsleden van de MPR vormde de belangrijkste dreiging voor Mobutu. Een van ‘De dertien’ was Tshisekedi. Hij wierp zich in de volgende jaren op als leider van de oppositie. Voor het eerst in zijn hele carrière moest Mobutu kritiek aanhoren vanuit zijn eigen regering.




Toch kwam Mobutu in zekere zin versterkt uit het hele avontuur. Angola, Ethiopië en Mozambique waren in communistische handen terecht gekomen. Hierdoor werd Zaïre geostrategisch opnieuw belangrijker voor Amerika. Maar hoe lang zou dit nog duren?




4. Ondergang van het luipaard(1990-1997)




4.1. Internationale steun




Eind de jaren tachtig werd de internationale politiek hevig dooreen geschud. Uit Angola waren de Cubanen verdwenen, de Sovjetunie was opgedoekt en de muur was gevallen. De Koude Oorlog was voorbij. De VN had Mobutu niet langer nodig om Zaïre van het communisme te vrijwaren. Het communisme was zo goed als leeggebloed.




Mobutu was bovendien ook erg geschrokken van de dood van Ceaucescu. Frankrijk die altijd een trouwe bondgenoot was geweest drong plots aan op veranderingen. Franse hulp werd voortaan afhankelijk van democratische hervormingen en eerbiediging van mensenrechten.




Ook Mobutu’s banden met het Belgisch koningshuis werden verbroken. Jarenlang konden koning Boudewijn en Mobutu goed opschieten. Boudewijn respecteerde Mobutu omdat hij eenheid had gebracht in het land. Mobutu op zijn beurt voelde zich sterk verwant met onze koning omdat ze in hetzelfde jaar geboren waren. Maar hun sterkste band was hun katholieke geloofsovertuiging. Toch begon Boudewijn zich in de jaren tachtig vragen te stellen over het bewind van Mobutu. Na enkele incidenten kwam er in 1989 naar aanleiding van lastercampagne een definitieve breuk aan hun vriendschap. De breuk tussen Mobutu en Boudewijn was erg belangrijk want hierdoor verloor Mobutu een van zijn belangrijkste pleitzorgers in het buitenland. En niet alleen het Belgische koningshuis, maar ook het parlement en de regering liet hem in de kou staan. De tijd van gemakkelijk geld verdienen was voorbij.




Ook economisch ging niet alles voor de wind. De voogdij die het IMF over het land had gesteld, had geen vruchten afgeworpen. Het corrupte Zaïre was op economisch vlak zo goed als dood. Het was zo dat het IMF er in de jaren tachtig een politieke dimensie had bij gekregen. Dictators moesten plaats ruimen voor democratie. Niet alleen in Frankrijk maar ook bij het IMF werden democratie en mensenrechten een vereiste om steun te krijgen.




4.2. Protest van het volk




Naast het verlies van de internationale steun, verloor hij ook de steun van het volk. Om het met de woorden van een Afrikaanse vrouw te zeggen:




“Weet je, mijn zoon, Zaïre wordt beheerd als een woud en niet als een dorp. Onze politieke leiders gedragen zich als roofvogels, als sperwers: zij vliegen zeer hoog, maar met hun scherpe ogen zien zij alles wat er op de grond gebeurt. Plots duiken zij naar beneden, vangen ratten, kippen en kuikens in hun klauwen… schieten dan pijlsnel weer naar omhoog. En vooraleer de dorpelingen hun pijl en boog hebben gepakt, zijn die sperwers al weer uit het gezichtsveld verdwenen.




Weet je, de mensen houden niet van roofvogels. Zij zouden liever hebben dat de politieke verantwoordelijken zich gedroegen als kippen. Die komen ook wel het dorp of de percelen binnen om maïs- en rijstkorrels te stelen, maar als die wegvluchten laten ze tenminste nog eieren of kuikens achter…”




Eind 1989 ging Mobutu op rondreis in zijn land met de bedoeling zijn volk te kalmeren. Hij had namelijk geruchten opgevangen dat er heel wat ontevredenheid zou leven onder zijn burgers. Hij had gehoopt hen met allerlei beloftes te sussen. Maar de zaken verliepen niet zoals hij het verwacht had. Mensen waren niet bang meer te zeggen wat ze dachten en ze spuugden uit wat ze een kwarteeuw verkropt hadden. Omdat de aanval de beste verdediging leek, kondigde Mobutu op 14 februari een volksraadpleging aan over het functioneren van de instellingen van het land. Eigenlijk wou hij hiermee bewijzen dat hij nog steeds populair was in het binnenland en dat ontevredenheid vooral in de steden leefde. Maar het tegendeel werd bewezen. Uit de grote meerderheid van antwoorden bleek ontevredenheid. Mobutu begreep de les. Zijn regime was aan een nieuwe fase toe.




4.3. De verschrompeling van de macht




‘Comprenez mon émotion’ ( ). Met die legendarische woorden kondigde Mobutu op 24 april het einde van zijn eenpartijstaat en de geboorte van de driepartijenstaat aan. Zaïre zou voortaan drie partijen hebben, het MPR en twee andere. Het jaar nadien zouden er verkiezingen voor een nieuw parlement en een nieuwe president komen. Tegelijk nam Mobutu ontslag als voorzitter van de gewezen eenheidspartij. Er zou een overgangsregering komen waarin een aantal oppositiefiguren gekozen zouden worden door de bestaande machthebbers. Die zouden de grondwet uitschrijven en verkiezingen voorbereiden. Met de macht die Mobutu met zijn MPR nog had was hij zeker van een overwinning. Met nieuwe middelen trachtte hij dus zijn oude doel te bereiken: aan de macht blijven.




Het oorspronkelijk idee om een driepartijenstaat uit de grond te stampen, borg Mobutu snel op en stapte over op een meerpartijensysteem. Al gauw kende Zaïre een enorme aanwas van partijen die onderling coalities en verbonden aangingen. De meeste partijen waren zo klein dat ze bij nationale verkiezingen geen schijn van kans maakten. Tussen deze partijen zaten heel wat satellietpartijen. Dit waren partijen gesponsord door Mobutu zelf om verwarring en verdeeldheid te zaaien binnen de oppositie.




4.3.1. De Soevereine Nationale Conferentie




Sommige Zaïrezen begonnen zich af te vragen of het meerpartijensysteem niet schadelijker was dan de eenpartijstaat. Met slogans als ‘Mobutu of de chaos’ probeerde Mobutu die twijfels naar zijn hand te zetten. Maar de Zaïrese burgers waren niet meer zo naïef. Na 25 jaar onderdrukking, beseften ze maar al te goed dat het ‘Mobutu en de chaos’ was. Sommige politici dachten nog stemmen te kunnen ronselen met geschenken. Ook dat werkte al lang niet meer. Dans nos traditions… on ne refuse jamais un cadeau. Mais le fait de l’accepter n’implique pas la soumission totale à la volonté du donateur. Het volk was klaar voor een democratisering.




De oppositie stelde voor een representatieve regering te vormen en eiste ook dat er een ‘Soevereine Nationale Conferentie’ (CNS) kwam. Nog voor de conferentie startte werd een nieuwe premier, Etienne Tshisekedi benoemd. Er kwam twee jaar lang een resem van overgangsregeringen, telkens goedgekeurd en weer afgekeurd door Mobutu. De CNS (samengeroepen in augustus 1991) moest een oplossing zoeken voor de nationale crisis. Maar er kwamen geen oplossingen uit de bus. Mobutu besliste dat hijzelf staatshoofd zou blijven, hoewel zijn termijn afgelopen was in december 1991. Hij negeerde alle protest hier rond en wilde president blijven tot de volgende verkiezingen.




Tshisekedi had niet veel geluk want Mobutu wilde ook van hem af. De machtsstrijd tussen Mobutu en Tshisekedi overheerste een tijd het politieke toneel. Tshisekedi pakte het efficiënt aan en negeerde elke zet van Mobutu. De strijd bleef voortduren tot in 1993. Hoewel hij de steun had van het buitenland, had Mobutu iets meer troeven dan de premier. Nog geen jaar later was Tshisekedi volledig uitgeschakeld.




4.3.2. De optocht van Kabila




In 1996 kwam Laurent-Désiré Kabila ( zie figuur 4.2) steeds meer op de voorgrond. Hij richtte de AFDL (Bond van Democratische krachten voor de bevrijding van Congo-Zaïre) op, met als doel het omverwerpen van het Mobutu regime. De AFDL had al in hetzelfde jaar met zijn Banyamulenge-rebellen enkele steden in Zuid-Kivu ingenomen. Mobutu bracht toen het grootste deel van het jaar door in Zwitserland waar hij herstelde van een eerste operatie tengevolge prostaatkanker. Hij trok naar Frankrijk, uit schrik voor deze rebellen. Vier maanden later keerde hij terug naar zijn vaderland en benoemde hij er een nieuwe stafchef van het leger.




De opmars van de rebellen was niet te stoppen. In 1997 vielen Kisangani, Lumumbashi, Kolwezi en ook Lisala, Mobutu’s geboortestad, in hun handen. De bemiddelingspogingen van Nelson Mandela haalden niets uit. Inmiddels verbleef Mobutu opnieuw in Frankrijk voor een volgende operatie. In maart, wanneer Zaïre zijn leider echt nodig had, keerde hij even terug en benoemde opnieuw Tshisekedi tot premier, zette hem 10 dagen later weer af en verving hem deze keer door Likulia Bologno.




Op 4 mei ontmoetten Kabila en Mobutu elkaar voor het eerst op een Zuid-Afrikaans schip. Een tweede ontmoeting werd echter geannuleerd. Op 16 maart verklaarde België dat de tijd van Mobutu voorbij was en zes wekenlater doet ook de VS dit. Mobutu vluchtte weg uit Kinshasa en verborg zich, om enkele dagen later naar het buitenland te vertrekken. Een dag later, op 17 maart 1997, trokken Kabila’s troepen Kinshasa binnen en dit was het effectieve einde van Mobutu’s regime. Kabila verklaarde op een persconferentie dat hij met het akkoord van de generaals de macht overnam. Zaïre heette voortaan opnieuw ‘Democratische Republiek Congo’.








Mobutu was gevlucht naar Marokko naar zijn oude vriend koning Hassam. Hij stierf op 7 september 1997 in het ziekenhuis van Rabat.













5. Besluit




Mobutu was president van Kongo/Zaïre van 1965 tot 1997. In zijn beginjaren had hij een krachtige uitstraling naar zijn volk met zijn verschillende culturen. Die uitstraling was het cement om die culturen te binden. Gebrek aan intelligentie, inzicht, verantwoordelijkheid en politieke integriteit zorgden er echter voor dat dit charisma langzaam aan afbrokkelde. Maar hij was niet de sterke persoon zoals hij het liet uitschijnen. Maar al te graag liet hij zich tijdens de Koude Oorlog door de wereldlijke grootmachten gebruiken. Die afhankelijkheid werd hem op termijn fataal. Ondertussen kwam zijn volk ook langzaam tot het besef dat hun staatshoofd een dictator, een tiran was. Deze twee componenten zorgden ervoor dat zijn Zaïre viel.













6. Bibliografie




1. DELRUE, LUC, Congo, made in Belgium, documentaire, België, 1985, 60 min.




VANDERDONCKT, H.,cursus geschiedenis/5 OLVH, 2000-2001, Waregem, blz. 56




2. CHOME, J., vertaling GEERAERTS, J., Mobutu. Of de opgang van een sergeant-hulpboekhouder tot Opperste Leider van Zaïre. -, Antwerpen, Lotus, 1978, 160 blz.




3. ETAMBALA, Z., Het Zaïre van Mobutu.- Leuven, Davidsfonds, 1996, 176 blz.




4. VAN GOETHEM, P., Zaïrees Luipaard definitief van het toneel. . De Fin.Ek.Tijd, 09 september 1997, -




5. -, Mobutu chronologisch, De Standaard, 09 september 1997, -




6. DELRUE, L., Congo, made in Belgium. video, België, 1985, 60 min., 0.51min. t.e.m 3.48min.




7. ZINZEN, W., Mobutu, van mirakel tot malaise. -, Antwerpen; Baarn,, Hadewijch, 1995, 203 blz.




8. BUYSE, A., Democratie voor Zaïre: de bittere nasmaak van een troebel experiment,-, Antwerpen, Scoop, 1994, 118 blz.,




9. TRACHET TIM, COULOMMIER JAN, Operatie Shaba, documentaire, België, 2002, 57 min.




10. BEIRLANT, B., Mobutu onderging het einde dat hij gevreesd had, De Standaard, 09 september, -




11. BEIRLANT, B, België biedt excuses aan voor Lumumba. internet, De Standaard Online, 06/01/2002 (www.standaard.be/archief/zoeken/DetailNew.asp?articleID=DSTO6022002_00)




12. FOUTRY, V en HECKERS, J, Als een wereld zo groot waar uw vlag staat Kongo 1885-1960, -, Leuven, BRT-instructieve Omroep, 1986, 248 blz.




13. VAN BILSEN, Kongo 1945-1965, het einde van een kolonie,-, Leuven, Davidsfonds, 1993, 283 blz.




7. Bibliografie foto’s




1.1: Leopold II: FOUTRY, V en HECKERS, J, Als een wereld zo groot waar uw vlag staat Kongo 1885-1960, -, Leuven, BRT-instructieve Omroep, 1986, 248 blz., blz. 11




1.2: Kaartje van Kongo: 06/01/2002, internet, www.mapquest.com




1.3: Lumumba: VAN BILSEN, Kongo 1945-1965, het einde van een kolonie,-, Leuven, Davidsfonds, 1993, 283 blz. , blz. 128




1.4: Tshombe: VAN BILSEN, Kongo 1945-1965, het einde van een kolonie,-, Leuven, Davidsfonds, 1993, 283 blz. , blz. 145




2.1: De rondetafelconferentie aan de vierkante tafel: FOUTRY, V en HECKERS, J, Als een wereld zo groot waar uw vlag staat Kongo 1885-1960, -, Leuven, BRT-instructieve Omroep, 1986, 248 blz., blz. 63




2.2: Kasavubu: VAN BILSEN, Kongo 1945-1965, het einde van een kolonie,-, Leuven, Davidsfonds, 1993, 283 blz. , blz. 155




3.1: Mobutu op zijn troon: internet 06/01/2002 frenchculture.org/cinema/releases/ michel-mobutu.html




3.2: Mobutu met muts en staf: internet 06/01/2002 www.ameritech.net/.../ carol-moseleybraun-webpage-2.html




3.3: Een Zaïrees biljet:06/01/2002 internet www.cgb.fr/billets/ b24/b240049.html




3.4: Mama en Papa Mobutu:06/01/2002 internet www.usip.org/pubs/ PW/297/zaire.html




4.1: Mobutu voelt de grond onder zijn voeten wegzinken: 06/01/2002 internet www.centralstate.edu/africanstudies/ ed041697.html




4.2: Kabila: 06/01/2002 internet www.mg.co.za/mg/news/98aug2/ 17aug-congo.html
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen