U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tot 1894 - Claude Monet Ingezonden Door: Thijs Categorie:.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=487 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Overig en het aantal woorden bedraagt 7132 woorden.

Inhoudsopgave








1. Biografie








2. Kort algemeen overzicht van zijn werk




2.1. Beginnend werk




2.2. Eerste impressionistische werken




2.3. Parlementsgebouwen te Londen




2.4 Werken over Parijs




2.5. Latere impressionistische werken




2.6. Populieren langs de Epte




2.7. Hooimijten




2.8. De kathedraal van Rouen




2.9. Tuin met waterlelies








3. Bespreek gedetailleerd de invloed van de socio-economische situatie en




het tijdskader op het werk van Monet.









1. Biografie












Claude Monet werd in Parijs geboren op 14 november 1840. Zijn eerste voornaam was eigenlijk Oscar, maar hij liet zich al snel Claude noemen, zoals zijn vader ook heette.




Toen hij 5 jaar was, verhuisde hij met zijn ouders naar Le Havre, waar zijn vader een magazijn opende. Al vlug bleek dat hij artistiek aangelegd was, maar aanvankelijk gebruikte hij zijn talent om karikaturen te tekenen die de politiek hekelden en in de krant verschenen. Hij werd er een lokale beroemdheid mee en verdiende er goed aan. Zijn eerste echte leermeester werd Eugène Boudin, een zestien jaar oudere kunstenaar die hem ertoe overhaalde in de natuur te gaan schilderen.




Toen Monet in 1859 naar Parijs vertrok om een schilderscarrière op te bouwen, vond hij aansluiting bij de School van Barbizon, een groep kunstschilders de hun inspiratie zochten in de bossen en velden. Hij leerde er onder andere Gustav Courbet en Camille Pissarro kennen. In het voorjaar van 1861 trok Monet een slecht nummer in de ingestelde loterij van de militaire dienstplicht. Hij moest voor zeven jaar naar het Afrikaanse legioen in Algerije. Hoewel deze onderbreking slecht uitkwam voor zijn net begonnen carrière, ondervond hij later deze tijd als winstgevend voor zijn eigen schilderkunst. Hij werd er enorm gefascineerd door het felle licht. Maar Monet verdroeg het Afrikaanse klimaat niet. In het voorjaar van 1862 kreeg hij tyfus en werd voor een rustkuur van 6 maanden naar Le Havre gestuurd.




Hij wijdde zich in de zomer van 1862 weer met veel inzet aan het schilderen in de omgeving van Le Havre. Terug in Parijs zette hij zijn studies voort bij Gleyre, waar ook Auguste Renoir, Frédéric Bazille en Alfred Sisley leerlingen waren. Hij werkte daar tot het voorjaar van 1864, toen Gleyre vanwege een oogziekte zijn atelier moest sluiten.




In 1865 en 1866 trok hij respectievelijk met 2 landschappen en het portret van Camille Doncieux, met wie hij in 1870 zal trouwen, op de Salon de aandacht.




Vanaf 1867 werkte hij, gedwongen door zijn familie van wie hij financieel afhankelijk was, in St-Adresse. In hetzelfde jaar wordt ook zijn zoon Jean geboren. Toen de Frans - Duitse uitbrak ging hij naar Londen, waar hij Pissarro trof en de schilderijen van William Turner en John Constable leerde kennen. Daubigny bracht hem tevens in contact met de Parijse kunsthandelaar Paul Durand-Ruel, die n Londen werken van Franse kunstenaars tentoonstelt en deze ondersteunt. Vanaf dan zal hij ook Monet ondersteunen;




In 1871 ontvangt hij het bericht van de dood van zijn vader en van wapenstilstand tussen frankrijk en Duitsland van 28 januari. Monet reist naar Nederland waar hij de Japanse prentkunst ontdekt.




In 1872 schildert hij in Le Havre ‘Impression-Soleil levant’. In 1873 wordt de ‘société Anonyme Cooperative d’Artistes-peintres, -Sculpteurs, -Graveurs’ opgericht; Monet komt aan het hoofd van deze groep. In 1873 is er een eerste tentoonstelling van de groep. Monet exposeert tevens het schilderij ‘Impression-soleil levant’ waaraan de term impressionisme werd ontleend; Aan het eind van het jaar gaat de Société Anonyme failliet en moet ze worden ontbonden. In 1878 verhuist Monet van Argenteuil naar Parijs. Daar wordt op 17 maart de tweede zoon, Michel, geboren. Op 5 september1879 sterft Camille na een lange lijdensweg. Hij leert het echtpaar Hoschédé kennen; Ernest Hoschédé werd zijn vriend en beschermer. In 1892 trouwt hij met Alice Hoschédé. In 1892 begint hij met de serie van de kathedraal van Rouen (tot 1894) die hij schildert vanuit een raam van een huis tegenover de kerk.








In 1893 koopt hij in Giverny een stuk grond aan in de buurt van zijn huis. Op het perceel bevinden zich een beekje en een vijver, hij verandert het geleidelijk aan in een watertuin met waterlelies.




In 1895 bouwt Monet in het voorjaar in zijn watertuin een brug in Japanse stijl en hij schildert het motief voor de eerste keer.




In 1897 laat hij bij zijn huis een atelier bijbouwen waar hij in de winter kan werken.




In 1899 begint hij in de zomer in zijn watertuin in Giverny met de schilderijensessies van de waterlelies en de Japanse brug waar hij tot aan zijn dood, 27 jaar lang, werkt. In de herfst begint hij in Londen aan een nieuwe serie Teemsschilderijen die hij vanuit z’n kamer in het Savoyhotel schildert.




In 1900 verliest hij een tijdlang het gezichtsvermogen van één oog omwille van een werkongeval.




Monet lijdt in het voorjaar van 1908 aan verminderd gezichtsvermogen, de eerste symptomen van staar, en is enkele keren ziek. Zijn gezichtsvermogen verslechterd verder.




Op 19 mei 1911 overlijdt Alice daarmee breekt voor Monet een lange periode van verdriet en eenzaamheid aan.




In 1914 doen Clemenceau en anderen Monet een voorstel om een groep grote wandschilderijen met waterlelies te maken en die aan de staat cadeau te doen. Deze taak houdt hem bezig tot aan zijn dood. Op 10 februari sterft zijn zoon Jean na een lange ziekte.




Op 11 november 1918 gaat de wapenstilstand van kracht. Naar de aanleiding van deze gebeurtenis schenkt Monet de staat 8 van zijn waterverfschilderijen. Monet en een vertegenwoordiger van de regering ondertekenen in 1922 een notariële overeenkomst over de schenking van de waterleliedoeken. Deze zullen nu in twee speciaal daarvoor ingerichte zalen van de Orangerie van Tuilerieën, die met het Louvre werd verbonden, worden ondergebracht.




In 1923 krijgt hij door twee staaroperaties een deel van zijn gezichtsvermogen terug




In de zomer van 1926 kan Monet zien en in november is hij zo zwak dat hij in bed moet blijven. Hij sterft op 6 december op de leeftijd van 86 jaar in zijn huis te Giverny.





























































































































































2. Kort algemeen overzicht van zijn werk








1. Beginnend werk: 1866-1870




Madame de Gaudibert (1868)




Tuin te Saint-Adresse (1867)








2. Eerste impressionistische werken : 1871-1875




Impression, soleil levant (1873)




Régate à Argenteuil (1872)








3. Parlementsgebouw te Londen: 1871-1899/1901




De Theems te Westminster (1871)




Parlement te Londen als de zon doorbreekt (1899-1901)








4. Werken over Parijs: 1873-1877




Saint-Lazare station (1877)




Boulevard des Capucines (1873)








5. Latere impressionistische werken : 1875-1876




La Japonaise (1875)




Vrouw met parasol (1875)








6. Populieren langs de Epte: 1890-1891




Populieren langs de Epte, gezien vanuit het moeras (1891)




Vier populieren (1891)








7. Hooimijten: 1890-1891




Met sneeuw bedekte hooimijt in de ochtend (1890)




Hooimijt, sneeuw en betrokken hemel (1891)








8. Kathedraal van Rouen : 1892-1894




Kathedraal in volle zon (1894)




Kathedraal bij grijs weer (1894)








9. Tuin met waterlelies: 1899-1924




Waterlelies (1914)




Japanse brug (1899)

















2.1. Beginnend werk: 1866-1870








Madame de Gaudibert








Het is een levensgroot schilderij van een elegant geklede dame. Het is helder en krachtig geschilderd.




Het is geschilderd voor een welgesteld zakenman uit Le Havre, die Monet opdracht had gegeven om hemzelf en zijn vrouw te portretteren. Hij wilde de schilder uit zijn benarde financiële situatie helpen. Zijn familie had hem verstoten vanwege zijn verhouding met Camille, bij wie hij een kind had.




De vrouw haar jurk is van een soort mat satijn dat eigenlijk weinig vrijheid gaf tot het gebruik van kleuren. Maar Monet probeert toch iets meer kleur te geven aan de mouwen door er een roodgetinte sjaal rond te draperen, wat samen met de blauw gedrapeerde achtergrond zorgt voor een verlichtend effect. Dit effect wordt trouwens ook nog eens versterkt door de witte kraag, handschoenen en het wit in de sjaal.




Zowel het hoofd en de handen zijn met een subliem eenvoud geschilderd.




Persoonlijk vind ik het schilderij niet zo mooi omdat Monet een beetje teveel de nadruk gelegd heeft op de jurk van de vrouw en te weinig op haar gezicht, men ziet enkel het zijaanzicht. Ook vind ik de kleuren nogal donker en saai.









De tuin te Saint-Adresse








Saint-Adresse is een plaats in Frankrijk waar Monet de zomer van 1867 doorbracht.




Op het schilderij zijn er familieleden te zien die genieten van een zonnige zomerdag. Ze worden omringd door een tuin van prachtige bloemen en in de verte kan men enkele schepen zien.




In het middelpunt vooraan rechts staat de vader van Monet. Deze positie van zijn vader drukt toch een zekere waardering voor hem uit.




Monet gebruikte lichtere kleuren om de voorwerpen in het midden van het schilderij naar voor te laten komen. Hij plaatst ook kleuren naast elkaar die met elkaar in contrast staan. Vb: het rood van de bloemen met het groen van de planten. Hij slaagde er ook in een rustgevend effect te creëren door blauw en grijze tinten te gebruiken.




Monet heeft verschillende technieken gebruikt om diepte te creëren. Hij gebruikt perspectief in de lucht, door de wolken zodanig te tekenen. De plaatsing van voorwerpen in het schilderij geeft ook een dimensionale indruk aan de kijker. De plaatsing van de horizontale muur scheidt de voorgrond van de achtergrond. Monet gebruikte ook veel lijnen. Het oog van de kijker wordt meteen gefixeerd op de lichtere voorgrond.




De twee vlaggenmasten vormen ook een soort kader waartussen de kijker wordt verplicht te kijken. De kleur en de structuur van het water geeft een gevoel van beweging.

















2.2. Eerste impressionistische werken: 1871-1875








Impression, Soleil levant








Als thema koos Monet de in de ochtendnevel gehulde haven van Le Havre in het licht van de opkomende zon, die zich scherp boven de horizon aftekent. Het zonlicht op het water is met vurig oranjerode penseelstreken weergegeven. Aan de rand van het schilderij wordt de penseelvoering onregelmatiger en losser. Blauwe en zwarte verftoetsen doen het water vibreren en geven de beweeglijke reflecties van de bootjes weer. Het hele doek wordt beheerst door het transparant rood en blauw van de lucht en de zee.




In feite was het een zeer vlugge schets die de atmosfeer op dat ogenblik moest vastleggen.




De toeschouwers zijn als silhouetten zichtbaar in het tegenlicht. Het schilderij is geheel vlak geschilderd. De indruk van de ruimtelijke afstand wordt enkel nog gecreëerd door de kleine diagonale rij roeibootjes die het oog naar het middelpunt van het doek leidt.




Het leven in de haven, de rook uit de schoorstenen, de stoomschepen, de hijskranen, de werven, de havenhoofden en het land, alles is afgebeeld in de roerloze stilte, juist voor het aanbreken van de werkdagen met zijn lawaaierige bedrijvigheid.




Het is alsof door de vloeiende en versluiende manier van schilderen een zacht kabbelen van water is te horen.





















Régate à Argenteuil








Op dit schilderij is vooral op het fragment rechts de impressionistische techniek goed te zien. Er worden zuivere kleuren gebruikt, opgebracht met kleine penseeltrekjes, die de materie ontleden en de elementen tegelijkertijd weer integreren in het licht.




De onderlinge verhoudingen in de ruimte zijn niet meer geconstrueerd volgens de clair-obscur principes van de traditionele schilderkunst. Er wordt ruimte gesuggereerd door de variërende intensiteit van de kleur- en lichtnuances.




De basis van de schikking van dit schilderij zijn vier horizontale banden: de dichte oever, het water, de verdere oever en de lucht. Er is ook een patroon van lijnen en vormen over het geheel geplaatst om de verschillende gebieden in de compositie met elkaar te verbinden.




Links op de achtergrond zijn de omtrekken van de brug van Argenteuil zichtbaar. Daarvoor werpen de zeilboten, die dobberen op de Seine, hun lange gebroken spiegelbeelden op het water. De boten zorgen tevens voor een interessant lijnenwerk met hun masten en zeilen.




Door het samenspel van zuivere en gebroken, koude en warme kleuren krijgt het schilderij helderheid en kracht.
























































2.5. Latere impressionistische werken: 1875-1876








La Japonaise








Dit schilderij is een directe verwijzing naar de Japan-rage van die tijd. Het schilderij komt nogal gekunsteld over vind ik door de diverse waaiers die gekunsteld aan de muur hangen, het is alsof ze zweven in de lucht. Ook de pose van de vrouw komt heel onnatuurlijk over.




De vrouw draagt een blonde pruik en een Japanse jurk die van veel stiksels en motieven is voorzien en boven dien is ze prachtig van kleur.













Vrouw met parasol








Dit meesterwerk triomfeert prachtig in het teweegbrengen van sensatie in een momentopname, een wandelingetje op een zonnige dag.




De vederachtige strepen van trillende kleuren, de schildering van de zonnestralen en de wind zorgen voor een gevoel van spontaniteit.




Het is moeilijk om uit te maken waar de vederwolken eindigen en waar de sjaal van de vrouw begint.




De spiraliserende vorm van de jurk is een lichamelijk omhulsel van de wind die er heerst. Men kan als het ware de wind echt zien en voelen op het doek.




Het zonlicht dat van de rechterkant komt, zorgt voor een sterke tegenstelling met de wind die blaast vanuit de linkerhoek. De wind en de zon smelten samen om zo een draaikolk te vormen in het midden van het doek, beginnend bij het hoge gras, zo omhoog via de jurk tot aan de parasol.




Het zicht van onderen slaagt erin om de figuren als silhouetten weer te geven tegen de lucht. Dit verstrekt het dynamisch effect van zon en wind.




Door de jongen te schilderen op de achtergrond wordt er diepte gecreëerd. De groene onderkant van de parasol bindt zich sterk met het groen van de heuvelrug. De strakke lijn van de steel leidt het oog naar het groen van de parasol en terug naar het groen van de heuvelrug.




Monet is er in geslaagd om een contrast te leggen tussen wind, de wolken, het licht en de vaste ondergrond van de heuvelrug samen met de figuur van de vrouw die allen met elkaar verbindt.
















2.4. Werken over Parijs: 1876-1877








Saint-Lazare station








Monet had zich vroeger ook al met het thema treinen beziggehouden. Hier wordt opnieuw duidelijk dat de werkelijkheid alleen een uitgangspunt voor zijn schilderkunst is. Van doorslaggevend belang is de indruk, die de werkelijkheid bij de kunstenaar teweegbrengt. Bij dit schilderij werd Monet geboeid door blauwachtige wolken stoom en de goudkleurige effecten van het rokerige licht.




Hier ligt de nadruk op de verschillende lichtomstandigheden, waarbij de menselijke figuren slechts als schim waarneembaar zijn. Terwijl de menselijke gestalten tot silhouetten gereduceerd lijken te zijn, schuift de zwarte kolos van de locomotief als een levend wezen rokend en sissend de stad binnen.




Monet wil het spel van de zon op de stoomwolken vastleggen.




In de strakke ijzer- en glasconstructie van de hal stijgen lichte en donkere stoomwolken op. Deels sluiten ze zich bijna als lichamen aaneen, deels beginnen ze ook in kleine flarden op te lossen. In de verte duiken in de blauwgrijze dampen de Europabrug en aangrenzende huizen op.




Men merkt hier een hele reeks zwarttinten op in het dak van het station en de locomotief. Maar deze zwarttinten bestaan uit donkerpaars en dat is aangebracht naast een intens blauw, waarbij in het dak de warmere kleur aan de rechterkant overheerst en de koelere aan de linkerkant.




Het laat niet alleen de moderne wereldstad zien, maar ook haar vitaliteit, tempo en haar atmosfeer.








































Boulevard des Capucines








Het schilderij wordt gekenmerkt door de afstand tussen de toeschouwers en het geschilderde.




De drukte op de boulevard, het komen en gaan, de beweging van de van boven alleen nog als kleurige stippen zichtbare wandelaars en koetsen doen door de schemerachtige weergave denken aan een foto waarop de contouren vervagen. Ondanks de diagonale opstelling van de bomen wordt ruimte gevormd door de atmosferische verbinding van de dingen.




De gedempte kleuren en de blauw-paarse wazen geven niet alleen op prachtige wijze de sfeer van een lentedag weer, maar ook een ruimtelijk geheel, een indruk in de verte.




Het schilderij lijkt een vluchtig ogenblik vast te houden. Net zoals bij een schets staat de totaliteit op de voorgrond.









2.8. De kathedraal van Rouen: 1892-1894








Deze serie bestaat ongeveer uit ongeveer 50 doeken en is geschilderd tussen 1892 en 1894.




Hij huurde een kamer boven een winkel in de Rue Grand-Pont, van waaruit hij een goed zicht had op de westelijke gevel van de kathedraal.




In zijn kathedralen koos Monet fragmenten, die hem in staat stelden om de afbeelding net zolang te vergroten tot het hele doek ermee was gevuld. Soms gaf hij alleen een gedeelte weer, zodat de kijker het geheel uit zijn herinnering moest reconstrueren.




In plaats van een gedetailleerde, op de architectuur gebaseerde weergave, is in deze serie het licht het belangrijkste vormgevingselement. Diverse kleurenassociaties brengen sfeer tot gevolg: harmonie, koelte, warmte.




Het kleurige modellerende licht verzacht de angstaanjagende nabijheid van het monumentale bouwwerk en maakt het tegelijkertijd onstoffelijk.




Monet volgde in de afzonderlijke schilderijen de ochtendschemering, het middaguur, en de namiddag waarin het licht de gevel bedekte.




Het motief en de structuur, waarop de schilder de veranderingen van het licht projecteert, staan in een verblindend nevelig licht.




Het gebouw daagde Monet uit door de grillige structuur van het oppervlak dat het zonlicht opnam en prachtige schaduweffecten gaf in haar diepe hoeken. De zware korreling van zijn dikke verf gaf een eigen animatie aan de kathedraal.














2.6. Populieren langs de Epte: 1890-1891








Monet schilderde de grote populieren op de oevers van de Epte nabij zijn huis te Giverny in zeer variërende klimaat- en seizoencondities in 1890 en terug in 1891. een rij van grote verticale stammen, gelegen achter een terugwijkende lijn van andere populieren bepaalt de basislstructuur welke hij observeerde vanuit zijn boot.




Monet gebruikte zeer veel verf om zeer precies de lichtinval weer te geven dat elk schilderij vroeg. Hoewel hij streefde naar een zuivere objectieve weergave van hoe men het zag, kroop er een ander verraderlijk element naar binnen. Het onderwerp zelf werd steeds minder om minder belangrijk, de esthetische afwerking werd naar het einde toe meer en meer belangrijk.




Het kleurenschema werd meer en meer een gekunsteld en hoogstaand contrast tussen blauw, oranje en geel.








Vier populieren








Hier schilderde hij de populieren als een regelmatige diagonale rij frontaal van zeer dichtbij.




De stammen delen het doek in 4 verticale delen op. Ze worden slechts onderbroken door de horizontale oeverzone, waarvan het echte en het gespiegelde beeld in elkaar overgaan. De grens tussen werkelijkheid en spiegelbeeld lijkt haar betekenis te hebben verloren, zodat het schilderij in zekere zin ruimteloos aandoet.




Dit schilderij vind ik wel speciaal aangezien het ruimteloos aandoet. Men heeft niet echt het gevoel dat men naar populieren kijkt.




Op de achtergrond zijn een andere rij populieren waarneembaar.
























Populieren langs de Epte, gezien vanuit het moeras








Monets manier van schilderen, namelijk met korte strepen en stippen van aan elkaar verwante en complementaire kleuren als blauw-paars en geel-oranje, geeft op wonderbaarlijke wijze het schitterende atmosferische licht weer dat als een mantel over het landschap ligt, zich naar alle kanten uitbreidt en alles aan elkaar gelijk maakt en verbindt.




Ik vind dit schilderij niet echt speciaal, maar de kleurencombinaties zijn wel prachtig gedaan.
















2.7. Hooimijten: 1890-1891








In deze serie slaagde hij erin om de onveranderde essentie weer te geven: de hooimijten zij te zien, opgenomen in het totale landschap.




Monet gebruikte voor alle schilderijen van de hooimijtenserie hetzelfde formaat. De doeken geven telkens een of 2 korenmijten weer, waarbij soms de plaats van waaruit ze zijn geschilderd varieert. De afwijkingen betreffen echter hoofdzakelijk de verschillende weers- en lichtomstandigheden. Dit blijkt uit de verschillen in de kleurassociaties.




Monet zag het motief ’s morgens in de sneeuw, bij dooi, bij zonsondergang, bij mist, regen en ijs, maar ook bij stralende zonneschijn.




Hij werkte in deze serie vaak met tegenlichteffecten waarbij de scherpe omtrekken van de korenmijten lange kleurige schaduwen vormen.




Soms leidt een schilderij ons uit de serie naar het achterste deel van het landschap dankzij het spel tussen de hooimijten en de laag liggende wolken. Soms wordt onze blik vooraan gehouden zoals de twee volgende schilderijen.








Met sneeuw bedekte hooimijt in de morgen








Op dit schilderij wordt er slechts één hooimijt getoond en in de verte zijn enkele huizen waarneembaar.




Ik vind wel dat de sneeuw niet goed zichtbaar is op de hooimijt zelf. Maar men kan wel goed merken dat het pas ochtend is.




De schaduw van de korenmijt is mooi weergegeven.




Ik vind dit het mooiste schilderij van de twee die ik bespreek omwille van de opgewekte kleuren.
























































































Korenmijt, sneeuw, betrokken hemel








Opnieuw is slechts één hooimijt geschilderd en zijn er in de verte huizen zichtbaar. De kleurschakeringen zijn mooi, Monet gebruikte vele soorten blauw.




Net zoals bij het vorige schilderij is hier ook geen sneeuw te bespeuren op de korenmijt.





























































2.3. De parlementsgebouwen te Londen: 1871-1899/1901








Zowel Monet als Pissaro schilderden op hetzelfde ogenblik de Engelse landschappen. Toch kozen ze elk een andere kant. Terwijl Pissaro naar Lower Norwood trok, ging Monet naar Hyde Park en Westminster. Monet’s schilderijen van Hyde Park werden niets meer dan enkele schetsen. Het hoofdproduct van zijn verblijf waren de schilderijen van Westminster Bridge en de Parlementsgebouwen.








De Theems te Westminster








Het feit dat er kleur is toegevoegd in de mistlagen is zeker een impressionistisch kenmerk. Toch gelijken de silhouetten van de parlementsgebouwen niet op de stijl van Turner, van wie hij de schilderijen had gezien. Monet observeerde echter en maakte gebruik van de methodes van Whistler wiens resultaat bijna steeds een zeer zware atmosfeer was.




De gelijkenis, toevallig als het mag zijn, is veeleer toe- dan afgenomen door de klaarblijkelijk goedgekeurde verhouding van de aanlegsteiger in timmerhout op de voorgrond, en de gebouwen en brug op de achtergrond, een voorbeeld dat Monet net zoals Whistler een bewonderaar was van de Japanse tekeningen waarin deze decoratieve verhoudingen van bestudeerd belang waren. Monet stond dichter bij Turner in de later meer levendige kleurvolle schilderijen van de Theems, welke hij maakte te Westminster tijdens zijn latere bezoeken, de eerste jaren van de twintigste eeuw.




























Het parlement te Londen als de zon doorbreekt








Monet gebruikte kleuren met een steeds meer toenemende vrijheid tijdens deze jaren. Londen, zoals hij het opnieuw zag in het begin van de vorige eeuw, suggereerde chromatische kleurenrijkdom ver boven alles wat hij had voorgenomen in 1871. deze aanblik van de Parlementsgebouwen van Londen in 1904, met de zon die schijnt door de mist week af van het Whistlerbeeld van 33 jaar, alvorens men zich de diepte van het purper en het blauw met een contrast van goud kon voorstellen.




Al deze schilderijen werden gemaakt op identieke groottes, vanaf hetzelfde gezichtspunt van de Theems gezien vanuit Monets kamer.




Monet heeft de vormen op extreme wijze laten vervagen in de nevelige atmosfeer. In een wonderbaarlijke stroom van kleuren versmelt de schilderkunst als techniek van het afbeelden met het af te beelden object.




De gebouwen en de rivier zijn het middelpunt van grillige dynamische vormen. De spiraalvormige borstelstroken van de toren doet het geheel majestueus uitstrekken. De rivier neemt eveneens een agressieve aanblik, de oplichtende koppen van de golven doen een vloedgolf ontstaan aan de voet van de toren welke bijdraagt tot het rijzige effect hiervan. Zoals de toren zich uitstrekt als het ware tot aan de heldere hemel op het uiterste van het doek, zo slaagt Monet er meesterlijk in zich uit te drukken in een opperste gevoel van streven.








































2.9. Tuin met waterlelies: 1899-1924








Monets schilderijen van zijn waterlelies en watertuin te Giverny hielden hem voor enkele jaren bezig en waren zijn laatste werken.




Tegen het einde van 1890 verkocht Monet genoeg werken om zijn huis te Giverny te kunnen kopen. Meteen begon hij met het heraanleggen van de tuin. Het eerste wat hij deed was het aanleggen van een vijver, met daarover een Japanse brug.




Zijn eerste schilderijen van zijn tuin gaven een beeld van waterpartij, zijn Japanse brug met daaronder de waterlelies en treurwilgen. Deze schilderijen vormden een begin van wat later een aangename onderneming zou worden.




In de tweede fase van de 48 schilderijen, gemaakt tussen 1903 en 1908, zette hij het idee van de brug op de schilderijen een beetje van zich af. Het werd meer een conventioneel accessoire.




Hij verkleint zijn zicht op de tuin door dichter bij het wateroppervlak te komen en gewoonweg werken te maken over de waterlelies die er drijven en hun reflectie in het water. Op de achtergrond kan men slechts enkele bomen en struiken zien. Het belangrijkst zijn de waterlelies zelf. De vijver wordt een soort magische spiegel die een zodanige variëteit van diepte, licht, schoonheid en kleur inhoudt.




Later wou hij meer teruggaan naar de Japanse stijl en voegde hij er de brug aan toe als decoratieve toets, gekleurd in een dieprood tegen de diepe kleuren van de vijver en de voorgrond van het schilderij. Zoals de series evolueerden bracht Monet veranderingen aan in zijn tekenschema’s. alhouwel hij grotere doeken gebruikte, beperkte hij het aantal planten en vergrootte ze. Uiteindelijk schilderde hij ze alsof hij er als het ware boven hing. Hierdoor schakelde hij het gewone perspectief uit. Het spelen van het licht op het wateroppervlak was nu het belangrijkste kenmerk.








Waterlelies








Het doek laat enkel het wateroppervlak zien met de waterlelies. Het feit dat in dit schilderij het wateroppervlak met de waterlelievormen en de spiegelingen van de bomen en e wolken, de hemel het hele doek beslaan, leidt echter ook tot een gevoel van desoriëntatie. Door de spiegelingen was het mogelijk om de band met de structuurgevende horizon te verbreken. De verf is met krachtige brede strepen aangebracht. De concrete vormen van de natuur, de bladeren en de bloemen van waterlelies, het onder het wateroppervlak deinende gras en de weerspiegeling van de treurwilgen zijn zozeer met elkaar verweven dat de toeschouwer moeilijk het onderscheid kan maken tussen de gespiegelde en de werkelijke natuur. Op die manier blijft onduidelijk of de donker gekleurde vakken nu weerspiegelingen van het landschap rondom zijn of dat ze het onder water golvende gras laten zien. De waterlelievormen lijken eerder in een grenzeloze open ruimte te zweven.




Alleen de kleuren roepen nog de herinnering op aan de natuur, doordat groen staat voor de vegetatie en blauw voor water en hemel.




















































































De Japanse brug








Op dit schilderij ziet men de vijver met waterlelies. De brug die de vijver overspant, biedt uitzicht op de aangrenzende oeverzone, waarvan de overvloedige en ondoordringbaar lijkende vegetatie weerspiegeld wordt in het wateroppervlak. Ook hier werd de hemel bewust weggelaten, de blik concentreert zich op de flora en het wateroppervlak.

















3. Bespreek gedetailleerd de invloed van de socio-economische situatie en het tijdskader op het werk van Monet.












In de tweede helft van de achttiende eeuw volgde een nieuwe stap in ontwikkeling van het individuele: de opeenhoping van de activiteiten in kunst en literatuur. In het algemeen staat dit bekend als de Romantiek en kan gezien worden als een overwinning van het persoonlijk gevoel en de emotie, waarbij een grotere nadruk kwam te liggen op het gevoel dan op het verstand.




In de politiek kwam deze beweging tot uiting in de Franse Revolutie met als opvatting dat alle mensen gelijk zijn.




Waar vroeger de kunstwerken slechts beoordeeld werden op hun onderwerp, kwam nu de landschapsschilderkunst in een vooraanstaande positie die ze nooit meer heeft verloren, omdat de natuur buitengewoon geschikt was om die diepere emotie op te wekken. De kunstenaar was nu een persoonlijkheid geworden die zijn verfijnde gevoeligheden moest uitdrukken in zijn werk. Een andere reden waarom landschapsschilderkunst belangrijk werd, had te maken met de toenemende rol van de burgerij waardoor haar smaak steeds belangrijker werd.




Het opleidingsniveau was in vergelijking met dat van de oude adel anders, en daarom was er een geringe waardering voor mythologische thema’s. de schilderkunst moest vanaf dan voor iedereen te begrijpen zijn.




De impressionisten, waartoe Monet behoorde, waren i deze romantische traditie opgevoed en de invloed ervan op hun ontwikkeling bleef voortduren.




Bij de impressionisten speelt het landschap een overheersende rol in hun kunst. Hun aandacht ging hoofdzakelijk uit naar kleur en kleurvariaties, die één van de wezenlijke elementen vormden in de evolutie van de Europese kunst.




Hoewel zij zichzelf niet als “rebellen” zagen, werden ze zowel door het publiek als de critici zo bestempeld, alsook door de volgende generatie commentatoren die de neiging hadden om hun relatief korte periode van armoede sterk te overdrijven en de vijandigheid waarmee ze in hun tijd werden ontvangen te overdrijven.




Hun belangrijkste bijdrage aan de opkomst van het individualisme was dat ze nadrukkelijk schilderden wat ze eigenlijk zagen, niet wat ze “kenden”. Ze stelden de menselijke blik, de individuele visie voorop en ze eisten daarmee voor het eerst in de kunstgeschiedenis dat een kunstwerk als een object op zichzelf zou worden beschouwd, los van een externe maatstaf.








De Industriële Revolutie in de 19e eeuw werd gekenmerkt door het verlangen van de mens om de verschijnselen die hen omringden te beheersen door middel van observatie, analyse en classificatie. Ze had tevens een technische vooruitgang mogelijk gemaakt, veranderde Europa in de 19e eeuw en had een grote invloed op het werk en het leven van impressionisten.




In die tijd breidden de spoorwegen zich uit en de groei van het spoorwegennet gaf de impressionisten de mogelijkheid om gemakkelijk en vaak naar verre plaatsen te reizen, hetgeen vroeger zo goed als onmogelijk was. Zo werden de landschappelijke mogelijkheden van heel Frankrijk en het grootste gedeelte van Europa toegankelijk. Monet bezocht zo gedurende zijn hele loopbaan onder andere Afrika, Noorwegen, Italië, Nederland, Spanje en Engeland. Dit was dan ook een goede gelegenheid om met verschillende culturen in contact te komen.




Frankrijk heeft in zeker zin altijd zijn aloude scheiding tussen het noorden en het zuiden behouden. Het noorden neigt naar de cultuur van de binnenkomende volkeren uit het oosten en Scandinavië. Het zuiden wordt echter nog steeds beheerst door ideeën en houdingen van de klassieke oudheid. De Provençalen leefden in een land van helder licht en van de zon, beheerst door scherp afgetekende heuvels en kantige rotsformaties. Ze gebruikten nog steeds hun eigen taal; de langue d’oc. Het was een volk met een sterk onafhankelijkheidsgevoel, met ongeveer dezelfde reputatie in Frankrijk als de Noorderlingen in Groot-Brittannië.








De ontwikkelingen van gasverlichting en de elektriciteit maakten het de kunstenaar mogelijk om ’s avonds langer te werken.




Grote warenhuizen, bijvoorbeeld Galerie Lafoyette, verkochten industrieel geproduceerde kleding tegen lage prijzen en voorzagen daardoor de schilders vrolijk geklede dames die hun schilderij bevolkten met een elegantie en kleur die onmogelijk was bij werkende meisjes van een vroegere generatie.








Inmiddels was ook het fototoestel ten tonele verschenen met het merkwaardig objectief vermogen om een moment in de tijd vast te houden. Deze ontdekking zal een grote invloed hebben op de schilders onder wie de impressionisten. Het fototoestel had de kunst bevrijd van één van haar meest belemmerende functies, namelijk die van het louter imiteren. Met het ogenschijnlijk realisme van een apparaat dat niet kon liegen wanneer het mensen en plaatsen vastlegde, konden schilders nu meer en meer met een grotere vrijheid schilderen. Ze deden hun voordeel met de camera hoewel z het aarzelend toegaven, Monet onder andere ontkende dit heftig. De fotografie zal nog een bijdrage leveren. De kennis van de mensen over kunst uit het verleden of de kunst die niet in de onmiddellijke omgeving lag, was beperkt geweest tot etsen van wisselende kwaliteit. Firma’s produceerden nu zeer scherpe zwart-wit foto’s van schilderijen en monumenten en verruimden daarmee het inzicht in de kunst van diegenen die er daarvoor weinig in aanraking mee kwamen.








De Industriële Revolutie bracht veel meer veranderingen dan nieuwe technieken. De impressionisten overleefden de monarchie, het keizerrijk, 2 republieken en een korte tijd de Commune. Deze politieke woelingen waren echter onbeduidend vergeleken bij de fundamentele veranderingen in de samenleving. Een geheel nieuwe klasse van welgestelden was opgekomen, met eigen maatstaven, culturele belangstelling en levensstijl. Hoewel haar vertegenwoordigers werden gezien als politiek invloedrijke personen, werd de ruggengraat van het sociale leven echter gevormd door de burgerlijke middenklasse: hieruit kwamen de meeste impressionisten. De enige bijna uitzondering was Monet wiens vader verliet in 1885 om te gaan werken in Le Havre. Maar de familie werd uiteindelijk rijk genoeg om zich landhuizen te kunnen veroorloven.








Vooral tussen 1871 en 1885 hadden de economische veranderingen grote invloed op de verkoop van het impressionistische werk aangezien de kunsthandelaars, die het werk van de impressionisten kochten, voor het grootste gedeelte afhankelijk waren van geleend geld.




Ondanks deze economische schommelingen en de rampzalige oorlog van 1870 en de daarop volgende onrust, was Frankrijk toch een welvarend land met een groeiende wereldrijk in Afrika en Zuidoost – Azië in 1900.




De kindersterfte liep terug, de lonen stegen alsook de winsten van alle bedrijven. Het onderwijs werd aanzienlijk verbeterd: in 1897 werd een netwerk van provinciale universiteiten opgericht en zowel in het lager als in het middelbaar onderwijs werd opnieuw de nadruk gelegd op de kunst.




De periode tussen 1875 en 1914, die van de impressionisten, kreeg naderhand de naam “belle epoque”.




Het was een periode van zeer snelle verstedelijking. Nog nooit woonden zoveel mensen zo dicht op elkaar.




Het aanvankelijk landbouwdorpje Argentueil groeide uit tot een toevluchtsoord voor stedelingen en tot een behoorlijk industrieel centrum voor de scheepsbouw en andere commerciële activiteiten. De twee gedeelten van het stadje werden verbonden door een brug of een spoorbrug over de Seine. De lucht boven Argentueil werd doorsneden door fabrieksschoorstenen, die de impressionistische schilders opnamen in hun schilderijen. Een schilderij van Monet waarbij heel duidelijk fabrieksschoorstenen te zien zijn is Het riviertje Ruisseau in Rouen; Oeverpromenade van Argentueil. In deze schilderijen huldigt hij de vooruitgang als een nieuwe religie waarin mens en industrie samenwerken voor het welzijn van de mensheid. Andere voorbeelden zijn: De Seinebrug in Argentueil; De spoorbrug in Argentueil.




Al in de jaren ’50 waren in Parijs de sedert eeuwen gegroeide wijken met hun kleine straatjes gesloopt om plaats te maken voor luisterrijke brede boulevards en pleinen. Dit gebeurde weliswaar ook om ervoor te zorgen dat de overheid bij epidemieën, burgeroorlogen en barricaden meer controle had over de situatie. Hierdoor verloren de wijken van Parijs wel hun specifieke uitzicht. Er ontstonden luxewinkels in de plaats, zoals het beroemde Bon Marché in 1876. het keizerrijk bevond zich op het hoogtepunt van zijn macht en Parijs vestigde zijn roem als hoofdstad van de luxe en de mode. In deze wereld waren zekerheden en succes niet langer meer door de traditie gewaarborgd, winst en concurrentie werden de nieuwe drijfveren. Deze Parijse boulevards en pleinen werden als zinnebeelden voor de roerige en schitterende atmosfeer van de grote stad een geliefd motief in de impressionistische schilderkunst. Ook Monet maakte enkele schilderijen over Parijs: Sation van Saint-Lazare, Boulevards des Capucines, Park van Monceau.




Het schilderij van Saint-Lazare drukte de kern van het impressionisme uit. Monet slaagde er perfect in het gevoel van lichtheid te vangen die grote spoorwegarchitect Eugêne Flachat het station had weten te geven, ondanks de zware kwaliteit van gietijzer.








Tussen 1870 en 1900 verdubbelde het nationaal inkomen en één van de gevolgen hiervan was dat een veel groter gedeelte van de bevolking schilderijen kon kopen. Er waren maar een paar beschermheren van impressionisten van adel, maar iedere rijke familie werd nu noodzakelijkerwijs verplicht om een schilderijengalerij te verzamelen.




Dan zijn er nog de wereldtentoonstellingen die een grote invloed hadden op de smaak van de tijd en die de aard van de schilderkunst zelf mede bepalen. De wereldtentoonstelling van 1889 was nog opmerkelijker, waarbij de kunst en cultuur van de niet-Europese volkeren uiteen werd gezet op een manier die haar toegankelijk maakte voor een groter publiek. De tentoonstelling droeg zo bij tot een beter begrip van het werk van minder toegankelijke kunstenaars zoals de impressionisten.




In het begin van de jaren ’60 was er een ontevredenheid van een groot aantal kunstenaars die in Parijs woonden en werkten tegen de gevestigde kunstorde. Die ontevredenheid groeide nog door een politieke oppositiebeweging tegen de autoritaire regering van Napoleon III en door de jaloezie en frustratie omtrent het selectieproces van het Salon die de schilders al dan niet bekendheid gaf. Het Salon werd in de 18e eeuw opgericht. Hier werden reputaties gemaakt en gebroken. Ze was opgericht om het werk van de leden van de Académie Royale de Peinture et Sculpture te exposeren, wat halverwege de 19e eeuw tot de belangrijkste afzonderlijke gebeurtenis op de Franse artistieke kalender was uitgeroeid.




Monet, Zola, Renoir, Manet en Pissaro vormden de harde kern van verzet. Ze werden ook wel “les Japonais” genoemd als eerbetoon aan de invloed die de Japanse kunst op een grote groep schilders uitoefende en die in veel impressionistische werken een terugkerend element zou blijven.




Een voorbeeld hiervan bij Monet is la Japonaise waarop zijn vrouw Camille in een Japans kleed staat afgebeeld.




Hoewel de Chinese kunst en cultuur in Europa al sinds halverwege de 17e eeuw bekend en invloedrijk was geweest en haar hoogtepunt bereikte in de chinoiserie van de 18e eeuw, was Japan hermetisch afgesloten gebleven van alle contact met de buitenwereld.




Op 18 juli 1870 werd de Salon gesloten, toen Frankrijk vrijwel volledig verrast door de manoeuvres van Bismarck de oorlog aan Pruisen verklaarde. Het zou de eerste oorlog van de moderne tijden worden, waarin hele naties zich onder de dienstplicht stelden en elkaar bevochten met wapens die door nieuwe industriële technieken waren geperfectioneerd.




Na een kortstondige belegering viel Parijs op 28 januari 1871. Frankrijk tekende twee maanden later het verdrag van Versailles en moest de Elzas en Lotharingen afstaan, haar rijkste ertsprovincies.




De burgers van Parijs kwamen in een bloedige opstand en vestigden de “Commune”. Deze organisatie was zowel idealistisch als bloeddorstig en haar aanhangers executeerden talloze gijzelaars, waaronder de aartsbisschop van Parijs.




Na een kortstondige belegering werden ze verslagen door de regeringstroepen. Toen de keizerlijke regering viel, werd de republiek op 4 september 1870 in Aix uitgeroepen.




De ervaringen van Monet en Pissaro tijdens deze periode waren zeer verschillend van die van de andere leden van de groep en zouden een belangrijke invloed hebben op het verdere verloop van de geschiedenis. Monet die vrijwel op de drempel van Engeland, in Le Havre, woonde, besloot in september 1870 de oversteek te maken. Hij liet zijn vrouw en kind in de steek, maar kwam al vrij vlug in financiële problemen.




De winter van 1870-1871 was de strengste van de eeuw waardoor Monet heel goed de effecten van de mist kon bestuderen. Denk maar aan de parlementsgebouwen die hij schilderde.




Na zijn eerste bezoek in Londen zou hij dan ook verschillende keren terugkeren en meer schilderijen van de stad maken dan welke andere niet-Engelse kunstenaar ook.




Ondertussen was de tijdsgeest aan het veranderen in Frankrijk. De nederlaag en de vernedering van Frankrijk leidden tot een positieve geest van vernieuwing en vastbeslotenheid. Binnen een opmerkelijk korte tijd had Frankrijk zijn herstelbelastingen aan Pruisen voldaan.




Er werden nieuwe bronnen van minerale rijkdommen ontdekt en er ontstond een culturele oppermacht die tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zou duren.








De tijd waarin Monet leefde was tevens het tijdperk van vakbonden, syndicaten en beroepsorganisaties. Al in 1844 ontstond een “Association des Artistes, Peintres d’histoire et de genre, sculpteurs, graveurs, Architectes et Dessinateurs”. De leden kregen financiële ondersteuning en pensioenen uit de jaarlijkse bijdragen die elk lid betaalde.




De geest van democratisch optimisme, veroorzaakt door de geboorte van de Derde Republiek, had ongetwijfeld een stimulerende uitwerking op ideeën over organiseren van de kunstenaars. Hoewel er uiteindelijk weinig van terechtkwam, gaven deze ideeën de vorming van kunstenaarsgroepen een ideologische ondertoon die er niet eerder was geweest.




Georges de Bellio, een homeopaat van Roemeense afkomst, was een goed afnemer van de schilderijen van Monet toen deze op zwart zaad zat, ook toen zijn vrouw overleed. Een andere belangrijke ondersteuner van Monet was een zakenman uit Le Havre, Louis-Joachim Gaudibert. In 1868 kocht hij verscheidene doeken toen er beslag op werd gelegd door de schuldeisers en hij gaf Monet voor dat jaar en het volgende jaar een toelage. Ook gaf hij hem de opdracht voor een paar familieportretten.




Een andere plaatselijke magnaat was de Zwitser Oscar Schnitz die een katoenhandel in Le Havre had opgebouwd.




De belangrijkste patroon in de eerste helft van Monets leven was Ernest Hoschedé. Hij was de directeur van één van die grote warenhuizen die tijdens het Tweede Keizerrijk in Parijs waren verschenen. In 1857 gaf hij Monet opdracht een reeks decoratieve panelen voor zijn huis te schilderen. Zakenmannen zoals Hoschedé, Gaudibert waren typische voorbeelden van de haute bourgeoisie die zo vaak werd uitgebeeld door de impressionisten en die hun zakenleven dezelfde geest van onderzoekende vernieuwing uitstraalden als de kunstenaars in hun kunst.








Monet was ook zeer geïnteresseerd in kerken. Zo schilderde hij in 1878 de kerk van Vétheuil. De interesse van Monet voor kerken is waarschijnlijk voor een deel te verklaren vanuit het klimaat van religieuze wederopleving in die tijd. Die interesse leidde uiteindelijk tot de serie van de kathedraal van Rouen. In feite had Monet door de kathedraal van Rouen uit te zoeken als onderwerp van een serie een zeker mate van scherpzinnigheid getoond. Hij had een onderwerp uitgekozen dat in het bijzonder inspeelde op het gevoel van defensief patriottisme dat in die tijd algemeen heerste. Aangewakkerd door de vrees voor vreemdelingen, de hoog opgelaaide hartstochten rond de zaak Dreyfus en de oorlogszuchtige houding van de keizer, raakte dit wijdverspreide gevoel nauw verbonden met een agressieve wederopleving van het katholicisme. Dat vond uitdrukking in het kort tevoren geopende equivalent van de Eiffeltoren, de Basilica du Sacré-Coeur. Er was geen aansprekender symbool voor deze nieuwe alliantie denkbaar dan de kathedraal van Rouen, die dan wel niet van dezelfde architecturale allure is als bv. Chartres of Amiens, maar die toch diep verzonken lag in Franse geschiedenis. De hertogen van Normandië waren daar gekroond; buiten op het plein was Jeanne d’Arc op de brandstapel gevonnist en de kerk werd in de oorlog van 1870-1871 door de Duitsers bezet. Bovendien was er in de stad gedurende de tweede helft van de eeuw een grote commerciële bloei en was ze een geliefkoosde toeristische trekpleister geworden.




Monet vertelde later ook dat het schilderij van de kerk van Vétheuil hem aanzette tot het schilderen van de hooimijtenserie.




Hij begon aan die serie nadat hij niet langer schilderijen hoefde te maken die in de eerste plaats goed zouden verkopen.




Het succes van het impressionisme had een brede betekenis. Ze vertegenwoordigden de triomfale acceptatie van het impressionisme, des te meer omdat Monet de oorspronkleijke principes van de stroming had weten te handhaven.








Monet maakte zich geen zorgen over de vorm en structuur van zijn schilderijen. Hij had voor zichzelf een programma ontworpen waarin hij niet het onveranderlijke vastlegde maar waarin hij de tijd probeerde te vangen een dimensie die al sinds de 16e eeuw de verbeeldingskracht van de Westerse mens had geprikkeld en hem in de 19e eeuw was gaan beheersen.




Al sinds de Renaissance werd de Westerse wereld gefascineerd door de tijd. De dag werd gemeten aan de hand van liturgische uren. Klokken waren zeldzaam. Toen er stoomkracht in de machines werd toegepast, legde de industrialisatie de mens en tijdschema op. In de jaren ’20 van twee eeuwen geleden verschenen overal openbare klokken, die in de meeste steden en plaatsen het centrale kenmerk werden.




Deze bewustwording in de tijd maakte zowel wetenschappers als kunstenaars aandachtig voor het verstrijken ervan, ze probeerden het vergankelijke te bevriezen in statische en begrijpelijke beelden.








Al sinds zijn solotentoonstellingen bij Georges Petit in 1880 was de kring van beschermheren gegroeid. In 1889 werd zijn status nog vergroot toen hij samen met Rodin een geprezen tentoonstelling bij Georges Petit hield. De Amerikanen verschenen nu ten tonele.




Monet schiep voor zichzelf een ondoordringbare economische en emotionele burcht. Dit had ook fysieke gevolgen. Monet is sterker met een bepaalde plaats geassocieerd dan misschien enige andere schilder in de geschiedenis.




Gedurende 43 jaar woonde hij in Giverny. Zijn tuin Giverny was opmerkelijk en moet niet alleen als uitdrukking van Monets persoonlijkheid worden gezien, maar ook als kunstwerk op zichzelf. In die tijd was het gunstig voor tuiniers. Voortdurend werden nieuwe planten in Europa geïmporteerd uit Amerika en het verre Oosten en in de jaren ’80 was er een rage ontstaan in postorderbedrijfjes die zaden stuurden.








Geen andere kunstenaarsgroep dan de impressionisten had nooit eerder met een zo minutieus gedetailleerde precisie en een zo overduidelijke affectie het sociaal leven van een groep gedocumenteerd.









4. Bibliografie








† Internet: http://metalab.unc.edu/wm/paint/monet




† Microsoft Encarta 99 Encyclopedie (Winkler Prins editie)




† Claude Monet : Een feest voor het oog, SAGNER-DUCHTING, Karin




† Het impressionisme: De kunstenaars en hun werk, DENVIR, Bernard




† Monet, collectie Jeu de Paume, BELLONZI, Fortunato















Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen