U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=184 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2769 woorden.

Bibliografie
1e druk: 1982
deze druk: oktober 1982 (3e druk)
De aanslag bestaat uit een proloog en vijf episodes.

Motto:
"Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht." C. Plinius Caecilius Secundus, Epistulae, VI, 16.

Dit motto is ontleend aan een brief die deze romeinse senator schreef aan de geschiedschrijver Tacitus, waarin hij verslag doet van de rampzalige uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79, waardoor Pompeii werd bedolven. De aanslag is ook zo'n ramp waardoor Anton in diepe duisternis terugkomt (letterlijk: de cel).


Samenvatting
SAMENVATTING

Proloog: De proloog begint net als een sprookje: 'ver, ver weg in de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk ......'. De Steenwijks wonen in een kleine villa waarvan er vier dicht op elkaar langs de kade staan. In het meest links gelegen huis ('welgelegen') woont de gepensioneerde procuratiehouder Beumer met zijn vrouw. Hiernaast ligt 'Buitenrust', waar Anton met zijn Vader, Moeder en zijn broer Peter. Daarnaast in 'Nooitgedacht' wonen een stuurman op de grote vaart, Korteweg, en zijn dochter Karin, die verpleegster is. En tenslotte in 'Rustenburg' woont het echtpaar Aarts, dat heel afgezonderd leeft. Het enige contact dat Anton met de buren heeft is met de familie Beumer en met Karin Korteweg.



Eerste Episode: De eerste episode speelt zich af in januari 1945. Op een avond zitten vader, moeder, Peter en Anton Steenwijk in de enige kamer die nog af en toe verwarmd wordt. Moeder is een trui aan het uithalen, Peter maakt huiswerk, vader en Anton zijn aan het lezen. Peter plaagt Anton met zijn naam (Anton Mussert, leider NSB). Voor ze naar bed gaan spelen ze nog een spelletje mens-erger-je-niet. Het is bijna acht uur, spertijd, en buiten is het heel stil. In die stilte horen ze zes schoten vallen. Peter gaat eerst kijken in de voorkamer en rent daarna naar buiten: er is iemand neergeschoten. Als Anton door het raam kijkt, ziet hij voor het huis van de Kortewegs een man liggen naast een fiets. Peter komt terug en zegt dat die man Fake Ploeg is. Ploeg is hoofdinspecteur van de politie en een beruchte NSB-er . Zijn zoon, die ook Fake heet, zit bij Anton in de klas. Op een ochtend kort na dolle dinsdag zit deze in een jeugdstormuniform in de klas. De leraar weigerde les te geven aan leerlingen in uniform en hield iedereen tegen die de klas in wilde gaan. Anton kreeg medelijden met Fake en ging toch de klas in, waarmee hij het verzet brak. Dan zien ze dat meneer Korteweg en Karin het lijk voor hun huis leggen. Peter rent naar buiten om het lijk ergens anders neer te leggen (bij de Kortewegs of bij de Beumers), omdat hij bang was voor represailles van de Duitsers. Het lukt moeder en Anton niet om Peter tegen te houden. Vader zit de hele tijd machteloos aan tafel. Peter probeert het lijk alleen te verplaatsen, maar wordt gestoord door een gewapende patrouille. Hij pakt het pistool van Ploeg en vlucht. Peter komt niet terug en ze zijn te bang om hem te zoeken. De Duitsers zijn inmiddels gearriveerd en rammen op de deur van de Steenwijks. Ze komen binnen en kijken wat rond en zien het boek wat vader was aan het lezen, van Spinoza (een Jood). Hun schuld lag voor de Duitsers meteen vast. Ze worden naar buiten gebracht. Anton wordt gescheiden van zijn ouders en wordt in een auto gezet. Hij ziet vanuit die auto hoe hun huis met vlammenwerpers en granaten in brand wordt gezet. Er worden mensen in een vrachtauto gezet en even denkt hij dat hij zijn moeder heeft gezien. Even later hoort hij geweerschoten. Anton wordt naar het politiebureau in Heemstede gebracht. Een aardige brigadier sluit hem op bij een vrouw en zegt tegen haar: 'Je krijgt gezelschap, maar houdt die jongen er buiten, wil je? Die heeft al genoeg ellende dankzij jullie. In de cel is het pikdonker, Anton merkt pas later dat er een vrouw in zit, doordat zij hem vraagt wat er is gebeurt. Anton legt haar precies uit wat er is gebeurt. Na het gesprek valt Anton in slaap. Na ruim een uur wordt hij uit de cel gesleurd door een SS'er, die woedend is dat ze hem opgesloten hebben bij die 'terroriste'. Anton blijkt bloed op zijn gezicht te hebben, waaruit blijkt dat zij aan haar hand gewond is, aangezien dat zij met haar hand over zijn gezicht had geschreven om te voelen hoe hij er uit zag. Anton wordt op een motorfiets naar de Ortskommandantur gebracht, waar hij even meneer Korteweg ziet. De volgende morgen wordt hij gewekt door een vriendelijke Feldwebel. Hij krijgt te eten en heeft een gesprek met een even vriendelijke Ortzkommandant. Anton vraagt naar zijn vader en moeder, maar de Ortzkommandant geeft hierop geen antwoord. Feldwebel Schulz zal Anton begeleiden naar zijn Oom en Tante Van Liempt in Amsterdam. Hij wordt in dikke legerkleren ingepakt en in een vrachtauto gezet. Het konvooi vrachtauto's wordt aangevallen door een Spitfire. Er zijn veel gewonden, waaronder Schulz. Hij probeerde Anton te redden. Ook één van de vrachtauto's werd vernietigd. De gewonden werden verzameld in een vrachtauto en de konvooi ging weer verder. In Amsterdam ontfermt zich er een Duitse generaal over hem en deze is verbijsterd over de behandeling die Anton kreeg. Anton had zelfs geen papieren. Korte tijd later haalt zijn oom hem op. Anton voelt dat hij de dobbelsteen van het mens-erger-je-niet-spel nog in zijn zak heeft.



Tweede episode: Anton's oom hoort kort na de bevrijding dat Anton's ouders in Haarlem tegelijk met negenentwintig gijzelaars op de rampavond doodgeschoten. In Juni komt ook het bericht dat ook Peter is doodgeschoten. Anton denkt niet meer terug over de oorlog. 'Het gezin waarvan hij deel uitmaakte, was onherroepelijk uitgeroeid, en aan die wetenschap had hij genoeg'. Pas in 1952 gaat hij weer naar Haarlem, voor een feestje van een medestudent.

Hij gaat naar de kade. Als hij voor de lege plek staat waar zijn huis heeft gestaan, roept mevrouw Beumer hem binnen. Zij verteld dat er wel eens een onbekende man heeft staan kijken naar de plek waar 'Buitenrust' heeft gestaan. De Kortewegs zijn vlak naar de bevrijding vertrokken, zonder iets te zeggen. Ze verteld ook dat Anton's moeder een Duitser was aangevlogen en daarna zijn zij en Anton's vader als beesten afgeschoten. Als Anton weg gaat loopt hij langs het monument aan de overkant van de weg, dat is opgericht voor alle slachtoffers van de januari-avond. Dan gaat hij terug naar Amsterdam. Zijn oom zegt hem dat hij hem wel verteld heeft van het monument, maar dat hij de onthulling ervan niet wilde bijwonen.



Derde episode: Sinds zijn kandidaatsexamen in 1953 woont Anton in een appartement in het centrum. Hij woont vlak bij het hoofdkwartier van de communistische partij, waar na de inval van de Russen in Hongarije hevige relletjes zijn. Een van de deelnemers is Fake Ploeg: hij herkent Anton. Anton nodigt Fake uit om mee te gaan naar zijn kamer. Fake is naar Amsterdam gekomen om stenen te gooien. Op aandringen van Anton praat Fake over de tijd na de oorlog. Hij verdedigt zijn vader en barst in snikken uit.



Vierde episode: In 1959 doet hij artsexamen en krijgt een agentschap in de anesthesie. Zijn eerste vrouw, Saskia de Graaff, ontmoet hij in 1960 in Londen. In 1961 trouwen ze. Saskia's vader, die in de oorlog een hoge functie had bij het verzet, is net zo zwijgzaam over die periode als Anton. Begin juli 1966 bezoekt Anton, samen met Saskia en zijn vierjarige dochter Sandra, de begrafenis van een journalist die bevriend is met de Graaff. Na de begrafenis gaan ze naar een café. Er wordt veel gepraat over de rol van de Amerikanen in Vietnam. In een stil moment vangt Anton de volgende zin op: 'Ik schoot hem eerst in zijn rug, en toen in zijn schouder en in zijn buik, terwijl ik hem voorbij fietste'. De man die dit zei was Cor Takes. Anton wist dat dit over Fake Ploeg ging. Toen Takes begreep wie hij was nam hij Anton mee naar het kerkhof en vertelde hem precies hoe, wat en waarom dat alles gebeurde op die avond. Het gevolg van die aanslag was dat de vriendin van Takes werd geëxecuteerd, die Anton meteen herkende als de vrouw die hij in de cel had ontmoet. Hij verteld Anton dat zij Truus Coster heet dat Ploeg haar had aangeschoten. Voor ze afscheid nemen, stopt Takes een briefje in Anton's zak. Daarop staan Takes' adres en telefoonnummer. De volgende dag gaat hij naar Takes toe. Anton ziet Truus' foto en merkt dat zij dezelfde blik in haar ogen heeft als Saskia.



Laatste episode: Anton is 1967 gescheiden van Saskia en in 1968 hertrouwd met Liesbeth, die kunstgeschiedenis studeert. In 1969 wordt hun zoon Peter geboren. Saskia is ook hertrouwd, maar de verhouding tussen haar en Anton blijft goed. Zijn migraine wordt wat minder, maar tegen zijn veertigste wordt hij neerslachtig en hij krijgt nachtmerries. Tijdens een verblijf in Italië raakt hij in een crisis, die begint als zijn blik valt op een aansteker in de vorm van een dobbelsteen. Na een injectie kalmeert hij. De aanvallen herhalen zich, maar minder erg en tenslotte blijven ze weg. In 1978, als Sandra zestien is, gaat hij op haar verzoek naar Haarlem. De plaats van zijn oude huis is nu volgebouwd. Op 21 november 1981 krijgt Anton ondraaglijke kiespijn. Zijn tandarts, Gerrit-Jan van Lennep, wilde hem alleen behandelen als hij mee wilde lopen in de grote demonstratie tegen de atoombewapening. Daar komt hij karin Korteweg tegen, die aanvankelijk niet herkent. Karin verteld hem dat Peter bij hun het huis was ingevlucht en haar vader bedreigd had en dat de Duitsers hem toen hadden doodgeschoten. Anton vroeg toen waarom ze Ploeg voor hun huis hadden gelegd. Karin antwoordde daarop dat haar vader bang was voor de represailles van de Duitsers en dat deze hierbij zijn hagedissen werden gedood. Anton wilde toen weten waarom ze het lijk niet voor het huis van de familie Aarts hadden gelegd. Karin zei toen dat haar vader wist dat ze daar drie Joden ondergedoken hielden. Verder vertelde ze dat haar vader bang was voor wraak van Anton en dat hij daarom emigreerde naar Nieuw-Zeeland. Daar heeft hij in 1948 zelfmoord gepleegd. Hij neemt haastig afscheid en laat Karin Hulpeloos achter. Hij vindt snel zijn zelfbeheersing terug, als hij wordt opgenomen in de stroom van de demonstranten.





TITEL



Voor het huis van de familie Steenwijk werd een aanslag gepleegd op de hoofdinspecteur van de politie Fake Ploeg. Hij werd vermoord, omdat hij lid was van de NSB. Het boek en daarmee ook het leven van Anton Steenwijk draait om deze aanslag.



PERSONAGES

· Anton Steenwijk: Anton wil alles wat met de oorlog te maken heeft vergeten. Als er iets gebeurt wat met de oorlog te maken heeft verzet hij zich daar niet tegen. Anton is rustig, beschouwend, intelligent en gevoelig. Hij interesseert zich voor kunst. Hij heeft geen belangstelling voor politiek en geschiedenis. Hij heeft geen vijanden en eigenlijk ook geen vrienden. Hij koesterde ook geen wraakgevoelens tegen de Duitsers of tegen de moordenaars van Fake Ploeg.

· Vader Steenwijk: Hij is griffier bij de rechtbank. Dit verklaart ook zijn houding tijdens de aanslag (alleen toekijken, niet ingrijpen).

· De Graaff: Zijn opvattingen over politieke gebeurtenissen worden bepaalt door de gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog. De Amerikanen zijn goed en hun vijanden zijn slecht.

· Sandra: staat model voor de generatie die ±1980 volwassen wordt; wonen in een kraakpand, ongehuwd moeder worden.

· Liesbeth: geeft Anton het gevoel los te kunnen komen van de oorlog.

· Truus Coster: de verzetsvrouw. Zij heeft samen met Cor Takes de aanslag gepleegd. Zij zat samen met Anton in de cel van het politiebureau.

· Cor Takes: Hij heeft zichzelf buiten de maatschappij geplaatst, is aan de drank en woont boven een voormalig hoofdkwartier van het verzet, een soort heiligdom. De oorlog duurt voor hem nog steeds voort.

· Fake Ploeg: Zoon van de vermoorde NSB-er. Hij heeft zich omhooggewerkt van de vernederingen die hij als zoon van een NSB-er na de oorlog heeft moeten ondergaan. Zijn houding over de actuele gebeurtenissen wordt bepaalt door die vernederingen en de wil zijn vader te rechtvaardigen. Hij wil in tegenstelling tot Anton de oorlog niet vergeten.

· Karin Korteweg: Haar leven wordt volledig bepaalt door haar schuldcomplex en dat van haar vader. Ze is niet getrouwd en leeft van de 'steun'.



RUIMTE

Het verhaal speelt zich in het begin vooral af in Haarlem en Amsterdam. Verderop in het boek ook in het buitenland.



TIJD

Verteltijd: 3 dagen
Vertelde tijd: bijna 37 jaar
Eerste episode: 1945, één dag en een deel van de dag erna
Tweede episode: 1952, één dag
Derde episode: 1956, één dag
Vierde episode: 1966, twee dagen
Laatste episode: 1981, één dag

Vanaf de tweede episode ontmoet Anton steeds iemand die nauw betrokken was met de aanslag. In de tweede episode was dat Mevrouw Beumer, in de derde episode Fake Ploeg, in de vierde episode Cor Takes en in de laatste episode Karin Korteweg.



VERTELSITUATIE

Het gebruikte perspectief is dat van de alwetende verteller.



THEMATIEK

Thema:
Het belangrijkste thema is de afweging van schuld en verantwoordelijkheid. Iemand anders is verantwoordelijk voor wat hij heeft gedaan, voor de handeling zelf, niet voor de reactie van anderen daarop. Schuldig is degene die verkeerd handelt, maar iemand kan niet schuldig worden verklaard voor handelen van een ander. Ook kun je het verschil tussen goed en kwaad en het verband tussen haat en liefde als een thema beschrijven.

Motieven:
- dobbelsteen; symbool van het lot
- kiespijn; eerste episode anton's moeder en in de laatste episode Anton zelf
- brand, rook en as; verbranden van het huis, bezoek van Fake Ploeg
- de liedjes



LITERATUURGESCHIEDENIS

Op 29 juli 1927 wordt Harry Kurt Victor Mulisch in Haarlem geboren. Hij is de enige zoon van Karl Victor Kurt Mulisch (geboren in 1892 in Oostenrijk - Hongarije en overleden in 1957) en Alice Schwarz (geboren in 1908 in België). Na de scheiding van zijn ouders in 1936, bleef hij in Haarlem wonen bij zijn vader. Daar zorgde Frieda Falk, (Poolse van geboorte) voor de huishouding en zijn opvoeding. Hij was de enige thuis die (goed) Nederlands sprak. In het jaar dat Nederland door Duitsland werd bezet, ontstond er voor hem een merkwaardige situatie: zijn joodse moeder werkte bij de Joodsche Raad en zijn vader was directeur van Lippman-Rosenthal, de bank die in beslag genomen joodse bezittingen 'beheerde'. Vanwege die functie werd hem na de oorlog een verblijf voor drie jaar aangewezen met een verbod dit te verlaten. Deze toestand heeft onder anderen veroorzaakt dat de tweede wereldoorlog een belangrijke rol in zijn boeken speelt. Tijdens de oorlog hield hij zich nauwelijks bezig met literatuur. Dat begon pas in 1946. Een jaar later debuteerde hij in Elseviers Weekblad met het korte verhaal De kamer. Hierna schreef hij veel romans, verhalen en toneelstukken, maar hij had hiervan veel vernietigd, omdat hij er ontevreden over was. In 1951 kreeg hij de Reina Prinsen Geerlingsprijs voor zijn roman Archibald Strohalm. In 1958 werd hij redacteur van het tijdschrift Podium. Omdat hij ontevreden was over dat blad richtte hij in 1962 Randstad op. In 1965 werd hij redacteur van De Gids. In 1971 trouwde hij met Sjoerdje Woudenberg. Hij werd vader van twee dochters; Anna in 1971 en Frieda in 1974. In 1977 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1977 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs en in 1978 de Nederlandse staatsprijs voor letterkunde.



EIGEN MENING

De Aanslag is een spannende roman, in het begin lijkt het vrij ontspannen: het is koud, de familie heeft honger, maar ze zitten rustig bij elkaar in de achterkamer. Iedereen is met zijn eigen bezig, moeder haalt een trui uit, vader leest een boek, Peter maakt huiswerk en Anton leest een artikel. Het lijkt allemaal ontspannen, maar lezer weet dat het oorlog is en geen vrede. Op een gegeven moment halen ze het mens-erger-je-niet-spel tevoorschijn, daarna vallen de zes schoten en begint het pas echt spannend te worden. De spanning wordt opgebouwd tot het eind van het boek. De lezer krijgt steeds meer vragen die dan ook in de loop van het boek worden beantwoord. Enkele van die vragen zijn: Wie heeft de aanslag gepleegd?, Waarom hebben de Kortewegs het lijk weggelegd?, Wat is er met Peter gebeurd? ,etc. Op het eind van het verhaal weet Anton en daarmee ook de lezer wat er precies is gebeurd.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen