U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=377 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3580 woorden.

Personen



De hoofdpersoon van het boek is Anton Steenwijk. In het begin van het boek is hij 12 jaar, aan het einde 48 of 49 jaar. Volgens de opmerkingen van anderen verandert hij in de loop van de jaren nauwelijks. Hij was een lange, slanke man met sluik, donker haar, donkere wenkbrauwen en een gave huid in de tint van noten. Hij hield meestal zijn hoofd een beetje schuin en gooide vaak zijn haar met een korte beweging naar achteren, wat iets sympathieks had. Hij liep een beetje sloffend. Anton leek op zijn vader die griffier was bij de arrondissementsbank. Tijdens de oorlog gaf hij zijn andere zoon Peter, Griekse les, in naam van de "humanitas". Tijdens de aanslag bleef hij gebogen, als een schim aan tafel zitten zonder iets te kunnen doen. In tegenstelling tot Anton en zijn vader waren moeder en broer Peter blond en hadden blauwe ogen. Er valt niet veel over hen te zeggen; evenming over de oom en tante die Anton in huis nemen.



Anton wilde de aanslag vergeten. Al tijdens de ramp had hij af en toe het gevoel er niet echt bij te zijn. Hij was ook te jong om het allemaal te bevatten. Dat hij voor het eerst in een auto zat, leek hij op dat moment belangrijker te vinden dan dat hij zijn ouders niet meer zag. Na de bevrijding toen het bericht kwam dat zijn ouders en broer doodgeschoten waren, wilde Anton de gebeurtenissen diep in zichzelf sluiten.



Maar ook al wil Anton de aanslag vergeten, deze gebeurtenis blijft de hele tijd in hem doorwerken. En hoe sterk, blijkt als hij dat hij met Saskia is getrouwd, omdat zij lijkt op de voorstelling die hij heeft gemaakt van Truus Coster.



Saskia, zijn eerste vrouw, was stewardess en haar vader, De Graaff, was ambassadeur in Athene. In de oorlog had hij een vooraanstaande positie binnen het verzet bekleed. Hij sprak niet vaak over de oorlog.



Mevrouw de Graaff werd vergeleken met koningin Wilhelmina en met een generaal. Anton hertrouwde met Liesbeth, wiens vader in Indonesië in Japanse gevangenschap had gezeten en daar ook nooit over sprak.



Van Saskia kreeg Anton een dochter, Sandra en van Liesbeth een zoon, Peter. De meeste personen krijgen weinig diepgang in het boek. Dit is niet het geval met Cor Takes (zijn schuilnaam was Gijs), de man die samen met Truus Coster de aanslag op Ploeg had gepleegd. Takes had sombere donkerbruine ogen (waarvan het linker anders was dan het rechter). Daardoor bezat hij een doordringende blik waartegen Anton geen verweer had. Toch vond Anton Takes sympathiek, hij had zich nog nooit zo met een ander verbonden gevoeld. Voor Takes was het nog steeds oorlog, hij kon er niet los van komen. Takes sprak met Anton over de oorlog, niet om zijn daad goed te praten (hij zou nu weer een fascist kunnen doden), maar omdat hij aan niks anders meer kon denken. Hij was verliefd op Truus, al had hij een vrouw en kinderen. Hij wilde van Anton weten wat Truus in de cel gezegd had, maar die kon het zich toen niet meer herinneren. Wij als lezer weten dat Truus ook van Takes hield.



Truus Coster was een 'filosfoe met een pistool'. Als het over de moraal ging, zat ze op haar praatstoel. Ze had dik, weerbarstig, roosig haar. Ze is niet ouder dan 24 jaar geworden: in april 1945 is ze in de duinen geëxecuteerd. Haar geboorte- en sterfdatum zijn precies gelijk aan die van de communistische verzetsstrijdster Hannie Schaft ('het meisje met het rode haar'). Er komen meer figuren voor in de roman die in verband kunnen worden gebracht met reële personen.



Fake Ploeg was de zoon van de NSB'er Ploeg. In 1956 blijkt hij een felle anticommunist te zijn. Hij verdedigt zijn vader hartstochtelijk.



Meneer Korteweg was zeeman geweest. Hij had veel reptielen, die voor hem heel belangrijk waren. Daaorm had hij het lichaam van Ploeg verlegd. Later trapte hij ze dood, omdat door zijn toedoen Antons ouders en broer vermoord waren. Uit angst dan Anton wraak zou nemen, emigreerde hij naar Nieuw-Zeeland. Daar pleegde hij in 1948 zelfmoord. Karin was verpleegster. Zij is nooit getrouwd.







Opbouw



Het boek bestaat uit 254 bladzijden, die zijn onderverdeeld in een proloog en vijf episodes, die op hun beurt weer zijn onderverdeelt in hoofdstukken en die zijn gekoppeld aan belangrijke historische gebeurtenissen en ontmoetingen:











1e episode (60 bladzijden), 1945: oorlog/hongerwinter



2e episode (31 bladzijden), 1952: Koreaoorlog/ontmoeting met Beumer



3e episode (23 bladzijden), 1956: Hongaarse opstand/ontmoeting met F. Ploeg



4e episode (72 bladzijden), 1966: Prove, Vietnam; Lages vrijg/ontmoeting C. Takes



5e episode (49 bladzijden), 1981: demonstratie in Amsterdam/ontmoeting K. Korteweg







Samenvatting van het verhaal



Het verhaal begon toen er op een januariavond in 1945 te Haarlem een man werd doodgeschoten, het was Fake Ploeg, een hoofdinspecteur van de politie. Zijn lijk lag voor het huis van de buren van de familie Steenwijk. De buren van de familie Steenwijk legde het lijk voor hun huis neer. Peter (de oudste zoon van de familie Steenwijk) wou Fake Ploeg oppakken en ergens anders heen brengen uit angst voor represailles. Maar de Duitsers zagen hem en Peter probeerde te vluchten. De Duitsers kwamen het huis binnen van de familie Steenwijk en staken het huis in brand. De ouders en de jongste zoon (Anton) werden meegenomen. Anton en zijn ouders werden naar verschillende plekken weggevoerd. Anton zou nooit weten waar zijn ouders terecht waren gekomen. Uiteindelijk komt hij later toch achter de waarheid. Anton zelf werd gevangen gehouden in een cel waar ook een vrouw in opgesloten zat. Hij had een diepgaand gesprek met de vrouw maar had haar niet kunnen zien. De volgende dag mocht Anton naar zijn oom en tante die in Amsterdam woonden.



Jaren na de oorlog komt hij de zoon van Fake Ploeg tegen. Hij heet ook Fake Ploeg en zat vroeger bij Anton in de klas. Ze praten over de oorlog en ze kregen een beetje ruzie waarop Fake met een steen een spiegel kapot gooit. Kort daarop ontploft de oliekachel, waardoor de kamer onder het roet komt te staan. Dit is een toevallige kopie van de avond van 1945 toen de Duitsers de ruiten van het huis van de familie Steenwijk ingooiden en in brand staken. Weer jaren later trouwt Anton met zijn eerste vrouw. Op een zekere dag gaat hij naar een begrafenis waar hij oud verzetsstrijders tegenkomt. Hij ontmoet een man die Takes (of Gijs) werd genoemd. Hij is degene die Fake Ploeg doodgeschoten had in de oorlog. Anton was eerst eigenlijk niet geïnteresseerd maar Takes liet zich niet onderbreken en zei dat hij samen met een vrouw was: Truus Coster. Later blijkt dat dat de vrouw is waarmee Anton die nacht in de cel mee heeft doorgebracht.



Als het verhaal bijna op zijn eind loopt hertrouwt Anton met een andere vrouw (Liesbeth). Ze krijgen een zoontje (Peter). Als Anton een paar jaar later met Peter in een demonstratie meeloopt ontmoet hij Karin Korteweg. De dochter van de buurman die het lijk voor hun huis had neergelegd. Ze verteld Anton waarom nu precies voor hun huis. Haar vader was namelijk bang voor zijn hagedissen. Toen bleek wat de Duitsers allemaal hadden gedaan heeft hij ze allemaal doodgetrapt. Bij de andere buren kon het namelijk niet omdat die boren joden bij hen hadden laten onderduiken. Toen Anton alles wist, was hij verder de mensenmassa ingelopen.







Korte samenvatting



Proloog (blz. 7-11)



Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Anton Steenwijk in Haarlem. Aan de kade lagen vier huizen: in "Welgelegen" woonden de Beumers, in "Buitenrust" Anton met zijn ouders en broer Peter, in "Nooitgedacht" meneer Korteweg en zijn dochter Karin, in "Rustenburg" het echtpaar Aarts, met wie men weinig contact had. Anton lag vaak in het jaagpad langs het kanaal.



Eerste episode, 1945 (blz. 15-73; vier hoofdstukken)



In januarie 1945 zat de twaalfjarige Anton in de achterkamer met zijn ouders en zijn 17-jarige broer Peter een spelletje "Mens-erger-je-niet" te spelen. Plotseling klonken er zes schoten. De NSB'er Ploeg lag dood voor het huis van Korteweg. Anton kende Ploegs zoon, Fake, die bij hem in de klas zat. Meneer Korteweg en Karin legden Ploeg voor Antons huis neer. Peter ging naar buiten om Ploeg te verleggen, al waren Anton en zijn moeder het daar niet mee eens. Toen de Duitsers er aan kwamen, vluchtte hij met het pistool van Ploeg naar Korteweg. De Duitsers onderzochten het huis van de familie Steenwijk en staken het daarna in brand. Anton werd in Heemstede in een cel gestopt bij een gewond meisje dat hem troostte en met hem praatte over donker en licht. Na enkele uren werd Anton teruggebracht naar Haarlem en vandaar ging hij met een konvooi naar Amsterdam. Tijdens de reis stierf een officier bij een luchtaanval. In Amsterdam kwam oom Peter Anton afhalen van het Wehrmachtsheim.







Tweede episode, 1952 (blz. 77-106; vier hoofdstukken)



Na de bevrijding bleek dat Antons ouders en Peter diezelfde avond van de aanslag doodgeschoten waren. Anton bleef graag bij zijn oom en tante wonen. Aan de aanslag dacht hij niet vaak, hij had de aanslag diep in zichzelf (hermetisch) afgesloten. Na het gymnasium ging Anton medicijnen studeren. In 1952 werd hij uitgenodigd voor een feestje in Haarlem. Er werd over Korea gepraat. Anton ging naar de kade; waar hun huis had gestaan groeide nu veel onkruid. Mevrouw Beumer zag hem en riep hem binnen. Ze vertelde dat de kortewegs kort na de bevrijding verhuisd waren. Ze wist kennelijk niet dat Ploeg eerst voor het huis van Korteweg had gelegen. Anton had het nog nooit aan iemand verteld. Aan het einde van de kade was een monument opgericht, waarop ook de namen van Antons ouders stonden. Anton wilde nooit meer in Haarlem terugkomen. Voor het eerst voelde hij iets van angst.







Derde episode, 1956 (blz. 109-130; drie hoofdstukken)



Na zijn kandidaatsexamen ging Anton op kamers wonen. Hij specialiseerde zich in anesthesie. Hij las veel, behalve over de oolrog. Voor de politiek interesseerde hij zich niet. Toen in 1956 razende meutes alles wat met communisme te maken had vernielde naar aanleiding van de Russische aanval in Hongarije, kwam Anton, voor zijn deur bekneld geraakt tussen de mensen, Fake Ploeg tegen, die een (grijze) kei in zijn hand hield. Anton nodigde Fake uit om binnen te komen. Fake verdedigde zijn vader hartsochtelijk. De dood van zijn vader en van Antons ouders was de schuld van de communisten. Anton probeerde hem ervan te overtuigen dat zijn vader fout was geweest, maar dat hij daarom toch wel van hem kon houden. Kwaad gooide Fake de kei tegen Antons spiegel. Ondertussen ontplofte de kachel ook nog. Fake rende weg, maar hij kwam terug om te zeggen dat hij nooit zou vergeten dat Anton hem op school een keer geholpen had. (Fake was toen in uniform; de onderwijzer wilde daarom geen les geven en hield iedereen buiten de klas, maar Anton glipte onder zijn arm door en brak het verzet.)







Vierde episode, 1966 (blz. 133-203; vijf hoofdstukken) Anton deed artsexamen en kreeg een assistenschap in de anesthesie. In 1961 trouwde hij met Saskie de Graaff, die hij in Londen ontmoet had en op wie hij meteen bij het zien van de blik in haar ogen verliefd werd. In 1962 werd hun dochtertje Sandra geboren. In 1966 was de begrafenis van een oud-verzetsstrijder, een vriend van Saskia's vader die in de oorlog een functie had gehad in een overkoepelend orgaan van verzetorganisaties. Na de begrafenis werd er door de oud-verzetsstrijders nog wat nagepraat. Opeens hoorde Anton iemand vertellen over schoten. Het was Takes, de man die Ploeg doodgeschoten had. Takes had liever gewild dat de aanslag niet gepleegd was. Niet omdat Antons ouders vermoord waren, want dat was niet te voorzien. Bovendien hadden de moffen dat gedaan, niet de verzetsstrijders. Maar Takes had de aanslag samen met zijn vriendin gepleegd, die gewond gevangen was genomen en later in de duinen was geëxecuteerd. Anton begon te huilen. Het moest het meisje in de cel zijn geweest. Nu pas stierf zij voor hem. Onbewust had hij haar zijn hele leven gezocht. Later op de avond ontdekte hij dat Saskia beantwoordde aan het beeld dat hij zich van het meisje in de cel gevormd had. De volgende dag ging hij naar Takes toe. Hij zag de foto van het meisje, Truus Coster: ze had dezelfde blik in haar ogen als Saskia. Takes wilde weten wat Truus gezegd had in de cel, maar Anton kon het zich niet herinneren. Takes had van Truus gehouden, maar hij had twee kinderen en een vrouw, van wie hij inmiddels was gescheiden. Takes dronk veel. Hij maakte zich kwaad over de vrijlating van Willy Lages, vroeger hoofd van de SD of Gestapo in Nederland. Een vriend van Takes uit het verzet pleegde daarom zelfmoord.







Laatste episode, 1981 (blz. 207-254; vier hoofdstukken)



Anton was gescheiden van Saskia en hertrouwd met Liesbeth. Hij kocht huizen in Toscane en Gelderland. Rond zijn veertigste belandde Anton in een crisis, hij leed immers aan migraine, die in Italië tot een uitbarsting kwam. Toen Sandra zestien jaar was, ging Anton met haar naar Haarlem en naar de plaats waar Truus geëxecuteerd was. Hij herinnerde zich opeens dat Truus gezegd had dat ze van Takes hield maar hij had Takes nooit meer gezien, alleen een keer op TV. Daarentegen zag hij steeds vaker bestelwagens met daarop "Fake Ploeg Sanitair B.V." In November 1981 kreeg Anton erge kiespijn. Hij belde de tandarts die hem alleen wilde helpen als hij mee zou lopen in de vredesdemonstratie. Tegen zijn wil deed Anton dat; zijn zoontje Peter uit zijn tweede huwelijk ging mee. De demonstratie viel mee, Anton voelde zich verbonden met de mensen. Opeens kwam hij Karing Korteweg tegen, ze vertelde dat zij en haar vader kort na de bevrijding naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd waren. Daar had haar vader in 1948 zelfmoord gepleegd. Hij was altijd bang geweest dat Anton wraak zou nemen. Hij had het lichaam van Ploeg verlegd om zijn hagedissen te sparen. Nadat Antons ouders doodgeschoten waren, had hij zijn hagedissen doodgetrapt. Hij had het lijk niet voor het huis van de familie Aarts gelegd, omdat zijn joden verborgen hielden. Verward nam Anton afscheid van haar. "Was iedereen schuldig en onschuldig?" Maar Anton had zichzelf weer snel in de hand, het was of al die duizenden mensen hem hielpen. Met Peter aan zijn hand liep hij verder. Hij was een van de laatste die de oorlog nog meegemaakt hadden.











Titelverklaring



De titel van het boek slaat op de centraal staande gebeurtenis in dit boek: "De aanslag" op Fake Ploeg. Er werd een aanslag gepleegd op Fake Ploeg en die aanslag heeft het leven van de familie Ploeg, Cor Takes, Truus Coster, de familie Steenwijk en anderen, maar vóóral Anton Steenwijk, voor de rest van hun leven (hoe kort dan ook) getekend.











Mottoverklaring



Het motto is verwoord in dit citaat: "Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht" (C. Plinius Caecilius Secundus, Epistulae, VI, 16). In dit motto wordt de tegenstelling duidelijk gemaakt tussen dag en nacht en het licht en duisternis. Dit speelt een belangrijke rol in de roman. Plinius had het in 79 overigens over de uitbarsting van de Vesuvius. Hij schreef dit motto in een brief aan Tacitus. In dit verband gaat het om de vergelijking tussen de bedolving van Pompeii en de aanslag: allebei had het rampzalige gevolgen.







Plaats van de roman in de literatuur



De thema's van Harry Mulisch's boeken werden steeds meer "De Tweede Wereldoorlog". Dat kwam ook door de achtergrond van zijn ouders. Zijn moeder was Joogdse, zijn vader een Oostenrijker die samenwerkte met de Duitsers waardoor ze na de oorlog ook gevangen werden genomen. Met deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat Mulisch geobsedeerd werd door de problemen van fascisme en collaboratie, van schuld en van de verwerking van het verleden. De periode waarin hij daarmee zijn eerste boek uitbrengt is in 1959 met "Het sten bruidsbed". Later kwam er het veel bekendere boek "De aanslag". De betekenis van het boek voor de Nederlandse literatuur is dat dit boek een stukje vertelt over de geschiedenis van Nederland. Harry Mulisch zegt ook nog "alleen de boeken blijven hoor, niet de echte realiteit". In vergelijking met andere schrijvers nemen de gedachten van Harry Mulisch vaak een wijde vlucht. Het is net de werkelijkheid dat in zijn werk regeert, maar de fantasie, of misschien de samenhang die door de creatieve fantasie in de werkelijkheid gevonden kunnen worden.







Verteller & perspectief



Er is een auctoriale vertelinstantie of vertelperspectief, die het verhaal over Anton vertelt. Vooral in de proloog en op de laatste bladzijde van de roamn zien we hem duidelijk aan het woord. Hij maakt algemene opmerkingen, bijvoorbeeld (op blz. 20) over de namen Anton en Adolf. Hij geeft af en toe uitleg, zoals over het liedje dat Anton zong (blz. 21). De vertelinstantie weet wat er later gebeurde (o.a. op blz. 60) als Anton van de Duitsers brood met beleg krijgt. Hij maakt af en toe opmerkingen tussen haakjes (bijv. op blz. 71). De auctoriale vertelinstantie weet meer dna Anton (zie blz. 65). Vooral bij de eerste episode is dat belangrijk omdat de 12-jarige Anton nog te jong is om alles te begrijpen. We zien later, vooral bij de gesprekken tussen Anton en Takes, dat Anton veel uit 1945 vergeten is, voornamelijk het gesprek met het meisje in de cel. Een vertellerstruc zien we (op blz. 53) als Truus een heel verhaal tegen Anton afsteekt, waarvan hij weinig begrijpt. Maar het is de bedoeling dat de woorden wel door iemand begrepen worden, namelijk door de lezer: "Opeens begon zij te vertellen, alsof er nog een derde in de cel was tegen wie zij sprak".







Tijd



De periode waarin het verhaal zich afspeelt is achtereenvolgens: 1945, 1952, 1956, 1966 en 1981. De vertelde tijd is bijna 37 jaar. De verteltijd is 254 bladzijden. Het verhaal wordt chronologisch verteld, maar er zijn af en toe wel verwijzingen naar Vroegere of latere gebeurtenissen. Uit de genoemde periodes worden telkes maar één of twee dagen in detail beschreven. We zien dan ook veel tijdverdichting. In elk eerste hoofdstuk van een episode wordt de tijd tussen de vorige en de nieuwe episode samengevat.







Ruimte



De aanslag, de belangrijkste gebeurtenis uit de roman, wordt gepleegd in Haarlem. De kade in Haarlem, waaraan Anton woonde, wordt in de proloog uitvoerig beschreven. In 1952 gaat Anton voor het eerst na de aanslag terug naar Haarlem. Anton voelt overeenkomst tussen hemzelf en de stad: "Wat hij zag, was geen stad als zoveel andere op aarde: zij verschilde er van zoals hij van andere mensen"(blz. 82). Anton wil nooit meer terug naar Haarlem, niet meer herinnerd worden aan de aanslag. Later gaat hij er echter nog een keer met Sandra naar toe. Na de aanslag woonde Anton bij zijn oom en tante aan de Apollolaan in Amsterdam. Apollo is de god van het licht. Dit staat in tegenstelling tot de duistere gebeurtenis in Haarlem. Toen Anton in 1953 op kamers ging wonen, "Verdween dat Haarlem van januari 1945 nog ver achter de horizon" (blz. 109). In 1969 kocht Anton een huis in Toscane, waa rhij de vakanties doorbracht. Hij kwam er erg graag, wilde zich er later zelfs permanent vestigen. Hij genoot vaak van het uitzicht op het landschap dat in ieder geval ver verwijderd was van Haarlem, 1945. Toch maakt Anton juist in Toscane een crisis door. Daarna hadden het huis en het uitzicht hun volmaaktheid verloren, "zoals een mooi gezicht ontsierd wordt door een litteken" (blz. 214). De donkere cel, waar Anton praatte met het meisje, was heel belangrijk voor hem. Het symboliseert de duisternis en het isolement waarin Anton na de aanslag verkeerde. In die donkere cel was één lichtpuntje, de vingertoppen van het meisje over Antons gezicht. Naar dat licht is Anton zijn hele leven op zoek. Verder verdient het huis van Takes vermelding. Het souterrain leek op een ondergronds hoofdkwartier. Voor Takes was het nog steeds oorlog.







Stijl



Het taalgebruik is vrij gemakkelijk, dit komt voornamelijk door de weinig moeilijke woorden, de makkelijk zinnen en de weinig dialogen di ein het verhaal gevoerd worden. Je leest het boek makkelijk en snel uit. Er zit geen humor in het verhaal, maar dat verwacht je ook niet van een boek over oorlogsverwerking.







Genre



Het boek is een psychologische roman. Het gaat de hele tijd over het leven van Anton en hoe hij de oorlog verwerkt en dit gepaard gaande met de psychologische littekens die hij draagt.



Tevens is dit boek ook een oorlogsroman. Het handelt over de Tweede Wereldoorlog.







Thema



Een thema is het lot, als Ploeg ergens anders was neergeschoten was dit niet met Anton gebeurd maar met iemand anders. Een ander thema is vuur, want er is vuur als zijn huis in brand wordt gestoken, vuur als het Engelse vliegtuig het konvooi aanvalt, een beetje vuur als zijn kachel ontplogt enz. Een ander thema is de goede en verkeerde haat, want Anton's "haat" voor de Duitsers is gegrond, maar Fake Ploeg jr.'s haat tegen de communisten is op de verkeerde feiten gebasseerd. Weer een ander motief is het opsporen van de verborgen achtergronden, want al doet Anton dit niet bewust, toch is hij onbewust op zoek naar de antwoorden, hij kan alleen heel goed zijn geduld bewaren. Nog een ander thema is het vergeten van afschuwelijke gebeurtenissen. Anton is niet voor niets een anesthesist geworden (specialist in het "vergeten"). Hij had trouwens min of meer mystieke vermoedens dat een narcose de patient niet zo zeer gevoelloos maakte, maar dat de chemicaliën uitsluitend bewerkstelligden dat hij zijn pijn niet kon uiten, en verder, dat zij achteraf de herinnering aan de doorstane pijn wegnamen. Terwijl de patient er toch door veranderd was.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen