U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hidronymus Van Alphen - Kleine Gedigten Voor Kinderen.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/1465334/ en is laatst upgedate op 10/07/2002.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2248 woorden.


Beschrijving



  1. Titelbeschrijving

    Auteur: Mr. Hiëronijmus van Alphen

    Titel: Bloemlezing uit: ‘Kleine gedichten voor kinderen’.

    Plaats: Utrecht (J.G. van Terveen)

    Jaar van verschijning en druk: 1e druk 1821.



    Motivatie

    Ik heb poëzie gekozen, omdat het weer eens iets heel anders is dan ‘gewone’ verhalen. Bij poëzie heb je meestal te maken met een dieperliggende gedachte die de moraal weergeeft en het lijkt me leuk om dat ook eens te leren kennen.

    Bij het maken van mijn keuze verwachtte ik wel dat het moeilijk zou worden om van zoveel verschillende gedichten één algemene samenvatting te maken.

  2. Korte samenvatting

    De gedichten van Hiëronijmus van Alphen behoren allemaal tot de kinderliteratuur. Het zijn allemaal teksten die speciaal voor kinderen zijn geschreven. Kinderen zijn telkens de hoofdpersonen. Daarnaast spelen ouders en af en toe dieren een rol.

    De belangrijkste onderwerpen die in deze gedichtjes voorkomen zijn studie-ijver, vlijt, de relatie tussen kinderen en ouders en oprechtheid of ongehoorzaamheid.

    De gedichten zijn zonder moeilijk woorden en met simpele rijmvormen geschreven, zodat kinderen ze makkelijk kunnen begrijpen. De inhoud sluit aan bij de kinderlijke leefwereld. Kinderen kunnen zich daardoor gemakkelijk de situatie voorstellen.

    In elke tekst staat een moraal, die zo in de tekst verborgen is dat kinderen nauwelijks merken dat hen een les bijgebracht wordt. De gedichten geven een hoofdgedachte weer die voor kinderen belerend is. Zo is in het gedichtje ‘Het Gebroken Glas’ de moraal dat kinderen die de waarheid spreken beloond worden, en leugenaars min of meer gestraft worden. Het jongetje in deze tekst heeft een glas gebroken toen hij aan het spelen was. Hij twijfelt even of hij het aan zijn moeder zal vertellen, maar als hij beseft dat hij liegt als hij het niet verteld, besluit hij toch maar te bekennen. Het wordt hem door zijn moeder vergeven. De illustratie die bij dit gedichtje hoort, beeldt een moeder uit die haar zoontje vergeeft dat hij een glas gebroken heeft. Dit versterkt de moraal, omdat kinderen de tekst geloofwaardiger vinden als ze een plaatje zien.

    Het gedicht ‘De Kinderliefde’ toont de goede relatie aan tussen kinderen en hun ouders. Het jongetje in deze tekst kan heel goed met zijn vader opschieten en hij wil zich niet opstandig tegen zijn vader gedragen. Als hij zich toch een keer slecht gedraagt zal hij meteen God om vergeving vragen, want hij wil zijn vader geen pijn doen.

    Ook de illustratie bij dit gedichtje geeft de moraal weer.



Persoonlijke reactie


Onderwerp

De belangrijkste onderwerpen in deze vorm van gedichten zijn de ongehoorzaamheid van kinderen, de relatie tussen kinderen en hun ouders en studie-ijver. Deze onderwerpen liggen niet direct in mijn leefwereld, al heb ik er wel dagelijks mee te maken. In deze tijd wordt er alleen in het onderbewustzijn over deze onderwerpen nagedacht. In de tijd dat deze gedichten gemaakt zijn, werd er in het openbaar aandacht aan geschonken. Dat komt omdat er in de tijd van de Verlichting grote belangstelling was voor opvoedkundige en onderwijskundige zaken.

De schrijver werkt in elk gedicht het onderwerp goed uit. Dat moet ook wel, omdat kinderen de doelgroep waren. Zij zouden de tekst anders niet snappen.

Er wordt ook telkens een visie op het onderwerp gegeven. Deze visie is elke keer hetzelfde, omdat de moraal door de schrijver duidelijk gemaakt moet worden. De schrijver heeft één standpunt en dat is het bijbrengen van een wijze les aan kinderen.



Gebeurtenissen

De gedachten en gevoelens van de personages spelen een veel belangrijkere rol dan de handelingen die de personen verrichten. De gebeurtenissen die vóór de uitspraak van de hoofdpersoon plaatsvinden spelen een kleine rol. Ze dragen wel bij tot de vorming van gedachten bij de personen.

De beslissing die een kind maakt heeft daarentegen wel belangrijke gebeurtenissen tot gevolg. Het kind wordt namelijk beloond als het een goede uitspraak doet en gestraft als iets fout doet.

Ik vind de gebeurtenissen onwaarschijnlijk, omdat de meeste kinderen van deze tijd op sommige situaties heel anders reageren dan de kinderen uit de gedichten.

De gebeurtenissen bleven me wel boeien. Ondanks dat de moraal van elk gedicht op hetzelfde neerkwam, waren de gebeurtenissen in iedere tekst heel verschillend. De gedichten waren makkelijk te begrijpen, want je hoefde zelf geen verbanden tussen gebeurtenissen te leggen.



Personages

De personages in deze gedichten hebben steeds dezelfde karaktereigenschappen. Alle kinderen hebben een goed karakter; ze zijn aardig tegen hun ouders, liegen en ze leren graag. Naast deze eigenschappen kom je verder niets over de kinderen te weten. Ze zijn daardoor niet levensecht en je kunt je niet goed in hen verplaatsen. Dat komt mede doordat de kinderen ‘perfect’ zijn. Kinderen halen in het dagelijks leven altijd wel een streek uit, of ze misdragen zich wel eens, maar dat gebeurt in deze gedichten niet. Ik vind de beslissingen van de personages daarom onbegrijpelijk.

Daarnaast keur ik het gedrag van de personages af, omdat ik vind dat kinderen best eens een streek mogen uithalen. Ze moeten wel respect hebben voor hun ouders, maar ze hoeven niet altijd braaf te zijn.



Opbouw

De gedichten hebben steeds een simpele opbouw. Ze zijn makkelijk te begrijpen. De teksten zijn te kort om spannend te zijn. Spanning creëren was ook niet het doel van de schrijver.

De gedichten bevatten geen echte flashbacks, maar in sommige gedichten is een korte gebeurtenis beschreven die al plaats heeft gevonden. Bijvoorbeeld in ‘Het Gebroken Glas’ wordt alleen beschreven dat het jongetje een glas heeft gebroken, het is dus al gebeurd. Je krijgt verder geen beschrijving van hoe het gebeurd is.

Je ziet de gebeurtenissen meestal vanuit een kind. Af en toe wisselt het perspectief af naar een ouder of naar een ander kind. Deze manier waarop je de gebeurtenissen ziet vind ik geslaagd, omdat je zo ook de mening en gedachten van andere personen komt te weten.



Taalgebruik

Het taalgebruik in de gedichten is expres gemakkelijk, omdat kinderen de teksten anders niet zouden begrijpen. Over het algemeen staan er weinig dialogen in de gedichten. Dat is ook niet nodig, want veel van de gedichten zijn daar te kort voor.

Ik vind het taalgebruik van de kinderen veel te volwassen voor hen. Ze spreken wijze woorden uit, die ik niet zou hebben begrepen toen ik zo oud was als deze kinderen.

Mij is wel de andere woordenspelling uit de 18e eeuw opgevallen. Klinkers worden vaak dubbel gebruikt in bepaalde woorden zoals eenige. De letter s wordt anders geschreven en de ch wordt vaak vervangen door een g.

B Verdieping



  1. a. De gedichten die ik heb gelezen staan vooral in relatie met de Verlichting (eind 18e eeuw) en met het sentimentalisme dat aan het eind van de 18e eeuw ontstond.

    b. In de tijd van de verlichting was het belangrijk dat mensen zichzelf moesten ontwikkelen en daardoor wijzer en beter werden. Schrijvers pleitten voor tolerantie, redelijkheid, gelijkheid en vrijheid. Hun doel was belering. Vooral de begrippen tolerantie en redelijkheid kun je in ieder gedichtje terugvinden.

    Er was daarnaast veel belangstelling voor de opvoeding. De gevoelens stonden in deze tijd centraal. Dit werd het sentimentalisme genoemd. In de gedichten komt het sentimentalisme duidelijk naar voren, want kinderen laten duidelijk hun gevoelens blijken.

  2. a. De gedichten van Hiëronijmus van Alphen behoren tot het literaire genre kinderliteratuur.

    b. De gedichten zijn in 1778 geschreven. Dit was in de tijd van de Verlichting. Opvoeding en onderwijs waren toen belangrijke onderwerpen. Schrijvers gingen daarom teksten schrijven die speciaal voor kinderen bedoeld waren. Dit was de kinderliteratuur. De schrijvers zorgden ervoor dat er in de tekst een moraal stond waar kinderen van konden leren.

    De gedichten die ik gelezen heb, bevatten allemaal zo’n moraal, die typisch is voor de kinderliteratuur.

  3. a. De oorspronkelijke publieksgroep van de gedichten waren kinderen tot een jaar of twaalf, uit de gegoede burgerij.

    b. De functie van deze gedichten is belering. De inhoud van de teksten sluit aan bij de leefwereld van kinderen. Van Alphen heeft geen moeilijke woorden gebruikt en de rijmvormen zijn niet ingewikkeld. Goede daden, slechte daden of gebreken van een kind zijn direct te herkennen. Door dit alles kunnen kinderen de gedichten goed en snel begrijpen. De bedoeling van de schrijver is dat de kinderen iets leren van de moraal van de tekst.



C Evaluatie




  1. A1. Ik vond het onderwerp van de teksten interessant.

    2. Dat komt omdat ik nog nooit teksten of gedichten had gelezen die zo’n duidelijke moraal bevatten. Het was leuk om zoveel verschillende gedichten te lezen die toch hetzelfde onderwerp hadden. Alle gedichten kwamen op hetzelfde neer, terwijl ze een heel verschillende inhoud hadden.

    3. Ik vond de onderwerp van ‘Het Vrolijk Leeren’ best interessant. Het jongetje in dit gedicht verruilt zijn speelgoed voor leerboeken. Hij wil uit zichzelf gaan leren, zonder dat er dwang van zijn ouders achterzit. Dit is een voorbeeld van studie-ijver, dat ook typerend was voor de kinderliteratuur.



    B1. De gebeurtenissen in de gedichten vielen me tegen.

    2. Er gebeurde niet zoveel in, omdat het allemaal om de moraal draait. Ik vind het jammer dat er niet meer gebeurtenissen plaatsvinden, want dan kun zou je je het verhaal beter voor kunnen stellen en het is dan aantrekkelijker om te lezen. Vanuit de schrijver gezien was het in de gedichten niet nodig om meer gebeurtenissen te beschrijven, want dan zouden kinderen het moeilijker vinden om de tekst te kunnen volgen en begrijpen.

    3. Een voorbeeld van een gedicht waarvan de gebeurtenissen me niet boeien is ‘Eene Vertelling van Dorisje’. Dit gedichtje bestaat alleen uit een dialoog tussen een aantal personen. Er vinden verder geen gebeurtenissen plaats.



    C1. De personages in de gedichten zijn in iedere tekst hetzelfde en ik kan me niet goed in hen inleven.

    2. Je krijgt geen echte beschrijving van de personen, waardoor ik ze niet levensecht vind. Wel zijn alle kinderen verstandig en nemen ze alleen maar goede beslissingen. Dit zijn de enige karaktereigenschappen die duidelijk beschreven worden. Ik vind het jammer dat er niet meer aandacht aan de beschrijving van de personages, want dan zou je een veel beter beeld van de kinderen krijgen.

    3. In het gedicht ‘De Spiegel’ is de ikpersoon een meisje dat een aantal wijze woorden uitspreekt. Er wordt verder niet op het karakter of het uiterlijk van het meisje ingegaan, waardoor het geheel heel oppervlakkig.



    D1. De simpele opbouw van de gedichten vind ik geslaagd als je rekening houdt met de oorspronkelijke doelgroep.

    2. Zelf kon ik de gedichten snel lezen dankzij de niet al te ingewikkelde opbouw. Normaal gesproken hou ik wel van spannende teksten, maar in deze gedichtjes was de spanning niet nodig, omdat ze een bepaalde bevatten. Over het algemeen vond ik het ook leuk dat het perspectief in een aantal gedichten wisselde. Je had dan meerdere personen die samen voor een korte dialoog zorgden.

    3. In ‘Klaasje en Pietje’ wisselt het perspectief ook, waardoor je een gesprekje krijgt tussen de twee personen. Op die manier kom je de mening van de andere persoon te weten.



    E1. Ik vind het taalgebruik in de gedichten van van Alphen aantrekkelijk en makkelijk te begrijpen.

    2. Hij heeft geen moeilijke woorden gebruikt. Alle zinnetjes zijn kort en makkelijk van opbouw. Er wordt geen gebruik gemaakt van bijzinnen, waardoor je als het ware over de regels vliegt. Je kunt de teksten dus heel snel lezen. Het enige lastige aan het taalgebruik is dat sommige woorden anders gespeld worden en bepaalde letters verruild worden voor andere letters.

    3. Een voorbeeld hiervan is het woord ?choone. Dit woord wordt met een dubbele oo geschreven en de s is vervangen door een andere letter die wij in ons alfabet niet kennen.


  2. A. Al met al vond ik het lezen van de gedichten uit de 18e eeuw niet lastig.

    B. Van tevoren had ik gedacht dat het veel moeilijker zou zijn om achter de dieperliggende gedachten van de gedichten te komen. Ik had ook verwacht dat het lange gedichten waren die vol zaten met moeilijke woorden en lastige zinnen. Dit viel achteraf heel erg mee. Ik vond het zelfs best leuk om deze teksten te hebben gelezen. Ik had tijdens het lezen ook niet het gevoel dat ik echt moest ‘worstelen’ om verder te komen. Dit idee heb ik bij sommige verhalen wel.

    C. Na het uitvoeren van de verdiepingsopdracht snap ik alle elementen. Wel vind ik het vreemd dat tijdens de Verlichting schrijvers de taak op zich namen om kinderen min of meer op te voeden. In onze tijd gebeurt dat niet, want het is nu de taak van ouders om hun kinderen een goede opvoeding te geven.

  3. A. Ik ben tevreden over het uitvoeren van de beschrijving.

    B. De opdrachten waren goed te maken en met behulp van het verwerkingsboek en informatieboek van Laagland kon ik alles goed terugvinden.

    Ik vond het wel moeilijk om van zoveel verschillende gedichten één algemene samenvatting te maken.

  4. A. Het uitwerken van de verdiepingsopdracht verliep over het algemeen goed, alleen vond ik het moeilijk om relaties te geven met de achtergronden.

    B. Ik ben tevreden over het uitvoeren van de verdiepingsopdracht.

    C. Tijdens het maken van de verdiepingsopdracht heb ik veel gebruik gemaakt van het informatieboek van Laagland en van de interactieve encyclopedie ‘Encarta ‘99’. Dankzij deze hulpmiddelen vond ik het uitvoeren van de verdiepingsopdracht een stuk makkelijker, omdat je dan meer achtergrondinformatie hebt over de kinderliteratuur.

  5. A. Tijdens het werken aan de opdracht voor het leesdossier had ik wel het idee dat ik alle benodigde vaardigheden bezat, maar misschien iets te weinig kennis.

    B. Ik denk dat ik nog te weinig kennis bezat over de 18e eeuw, om alle relaties van de kinderliteratuur met de achtergronden te kunnen weergeven. Dit vond ik dan ook lastig.

  6. A. Ik ben in principe van plan om de volgende keer weer zo te werk te gaan als dit keer.

    B. Dat komt omdat het maken van alle opdrachten deze keer goed verliep. Misschien als we de volgende keer weer over de 16e t/m de 18e eeuw iets moeten lezen, dat ik voor ik de opdrachten ga maken, eerst duidelijke verbanden moet leggen met de politieke en culturele achtergronden.






Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen