U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - De Val.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=180 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2925 woorden.

Samenvatting
SAMENVATTING VAN DE INHOUD

Het boek verhaalt over Frieda Borgstein. In het begin van het boek was ze gauw jarig en omdat ze al in geen veertig jaar haar verjaardag had gevierd, vond ze het leuk om haar vijfentachtigste verjaardag wel te gaan vieren.

Ze had het plan al voorgesteld aan Rena van Straten, de directrice. Deze was verbaasd, maar vond het wel een goed idee.

Ze zou op die dag gebak gaan halen voor haar verjaardag. Het stormde buiten erg, maar Frieda was vastbesloten te gaan. Toen ze een stukje van het bejaardentehuis verwijderd was, zag ze een auto van gemeentewerken. Ze kwam dichterbij en zag de grondverwarmingsput. Frieda dacht dat ze nog gemakkelijk langs de put zou kunnen lopen, maar de wind onderschepte haar en ze viel in de put.

Verstrijen, de gemeentewerker, was op dat moment even weg zijn maat Baltus op te halen, die aardig lang op het toilet bleef. Onderweg hoorde hij een zwakke kreet uit de richting van de put. Verstrijen, overtuigd dat het geluid uit de put kwam, rende terug en probeerde Frieda nog te redden. Maar het had al geen zin meer. Frieda Borgman was overleden.
In het boek lopen eigenlijk twee perspektieven door elkaar. Het verhaal begint met twee mannen die voor de gemeente werken. Ze zijn al vroeg op pad in een Volkswagenbus (donderdag). De ene man heet Baltus en de andere Verstrijen. Ze stoppen bij een soort café‚ dat "de salamander" heet. Carla werkt daar. Ze drinken een kop koffie als een jongen van de stadspost binnen komt, hij vraagt of hij mee kan rijden naar de Uiterwaardenstraat. Hij was zelf op de brommer en het was nogal koud. Dan springt het verhaal over naar Frieda Borgstein, een oude vrouw in een bejaardentehuis. Ze heeft de oorlog van zeer nabij meegemaakt en is waarschijnlijk een jodin.

Er lag sneeuw buiten en Gerrie, de vrouw die Frieda kwam wekken vertelde dat iedereen die dag binnen zou blijven omdat het zo koud was. Frieda denkt ondertussen steeds weer terug aan de oorlog, haar man Jacob en haar twee kinderen: Leo en Olga. Ze stonden klaar in de gang, 's nachts om opgehaald te worden en naar een onderduikadres gebracht te worden. Op dat moment vielen de duitsers binnen om hen mee te nemen. Frieda zelf, was net boven om een vest te halen voor een van de kinderen, Olga, toen ze beneden lawaai hoorde en daarna niets meer.

Ze zou de volgende dag 85 jaar worden en ze wilde het hele tehuis trakteren op een gebakje. Aan de Uiterwaardenstraat stonden een aantal gebouwen die aangesloten waren op de stadsverwarming. Deze gebouwen hebben een put met een afsluitkraan. De buizen onder de grond hebben een temperatuur van 150 graden Celsius.

In dat bepaalde jaargetijde stijgt het grondwater snel, en moet het water geregeld met een dompelpomp weggepompt worden anders zouden de kranen kunnen springen. Dat moesten Baltus en Verstrijen vandaag doen. De putten bevonden zich aan de overkant van het tehuis. Frieda wilde persé naar buiten om naar de bank, de kapper, en naar de bakker te gaan om gebakjes te kopen.

Baltus had de hekken die om de put stonden, weggehaald, omdat hij dacht dat er toch niemand langs zou lopen. Baltus ging naar het toilet en Verstrijen moest de put in de gaten houden. Frieda verliet het tehuis, maar toen ze wilde oversteken gebeurde er iets raars, ze werd als het ware door de wind naar de over kant gebracht, het waaide erg hard en Frieda was al een oude vrouw. Ze kon er niets tegen doen.

Verstrijen was ondertussen bij de put weggegaan omdat het wachten op Baltus hem te lang duurde. Hij ging hem halen van het toilet. De wind sleurde Frieda naar de stoep tussen het busje en een muur in. Ze liep in de stoomwolken van de put en dacht dat ze nog makkelijk aan de put voorbij zou kunnen lopen, maar de wind onderschepte haar weer en ze kon niets meer zien. Voordat ze het wist lag ze in een put met kokend water. Verstrijen heeft nog geprobeerd haar er uit te vissen, maar het was al te laat. Frieda was dood en Verstrijen had ernstige brandwonden. Het verhaal gaat dan eigenlijk verder met Ben Abels, hij had na het ongeluk iemand gezien die hij kende. Het bleek Hein Kessels te zijn. Ze maakten een afspraak om met elkaar te praten in een café‚ op het Gouverneursplein. Kessels deed zijn verhaal. Hij vertelde dat hij Jacob erg mocht, hij kende hem via z'n vader. In de oorlog zat hij in een verzetsgroepje en toen hij hoorde dat er groepen waren die mensen naar Zwitserland brachten dacht hij meteen aan Jacob Borgstein. Hij had het heel goed voorbereid, en alles uit zijn hoofd geleerd.

Op 21 april 1942 fietste hij 's nachts naar de Zuidkade om de familie Borgstein op te halen. Hij stond voor hun huis, stapte af en hoorde een auto achter zich stoppen, hij sprong weer op z'n fiets alsof hij op het verkeerde adres was, maar Jacob had de deur al open gedaan. Kessels werd zelf ook door de duitsers meegenomen, hij heeft in drie kampen gezeten en in Oraniënburg werd hij bevrijdt. Hij wilde niet met Frieda praten, die confrontatie durfde hij niet aan, hij wilde de zaak vergeten... maar vergeten kon hij niet.



TITELVERKLARING

De aanleiding voor het schrijven van dit boek kwam voort uit een kranteberichtje, de zakelijke weergave van een gruwelijk ongeval, dat een 93-jarige vrouw uit Arnhem overkwam. Eigenlijk was Marga Minco van plan een verhaal van twaalf tot vijftien pagina's te schrijven, maar toen puntje bij paaltje kwam, had ze meer dan genoeg gegevens voor een heel boek. Dit boek is tevens haar eerste, na een literaire afwezigheid van negentien jaar.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Frieda Borgstein gevallen van de trap. Op dat moment waren haar man en kinderen samen met Hein Kessels net gevangen genomen. Door deze val miste ze toevallig de vluchtauto, die zonder haar wegging. Haar hele leven veranderde toen, omdat ze haar man en kinderen nooit meer zou zien. De tweede val betekent het einde van haar leven. Twee werklieden vergeten door toevalligheden een hekje om een geopende put te zetten en Frieda Borgstein valt door een inschattingsfout in de put, wat haar dood wordt.



MOTTO

"I imagine, sometimes, that if a film could
be made of one's life, every other frame
would be death. It goes so fast we're not
aware of it. Destruction and resurrection in
alternate beats of being, but speed makes it
seem continuous. But you see, kid, with
ordinary consciousness you can't even begin
to know what's happening."

-Saul Bellow (The Dean's December)

"Ik stel me soms voor dat als er een film van iemands leven zou kunnen worden gemaakt, dat alles wat je niet ziet, de dood voorstelt. (Het raamwerk om het beeld zelf, wat je door de snelheid niet ziet.) Het gaat zo snel dat we er niet bewust van zijn. Ondergang en verrijzenis in afwisselend tempo van het bestaan, maar de snelheid maakt het dat het onafgebroken schijnt. Maar je ziet, jochie, met het gewone bewustzijn kun je niet eens beginnen te begrijpen wat er aan de hand is."

Een film bestaat uit beelden en een kader eromheen. Doordat een film snel wordt afgespeeld zie je dat kader niet en weet je dus niet wat er gebeurt. Het leven is dus onberekenbaar omdat je niet kan overzien wat er gaat gebeuren, zoals wanneer je dood gaat. Dit versterkt het centrale thema toeval. Alles in het leven wordt bepaald door het toeval.



MOTIEVEN

- Toeval - De samenloop van omstandigheden. Door toeval zijn de dingen zo gegaan als ze zijn gegaan, als Hein niet zo snel gefietst had, hadden de duitsers misschien geen argwaan gekregen bijvoorbeeld.

- Oorlogservaringen - Frieda's man en kinderen zijn overleden tijdens de oorlog. Ze zijn vermoord. De oorlog laat diepe geestelijke wonden na, zij beïnvloed de mensen heel veel, ook nog zovele jaren later.

- Onwetendheid - Je kunt achteraf bepaalde dingen niet achterhalen, je kunt ze proberen te vergeten, maar je kunt er ook de hele dag mee bezig blijven door allemaal foto's te bewaren.

- Dood - De dood van Frieda, van haar man en van de kinderen.

- Verleden - Veel in het verhaal gaat over vroeger omdat Frieda hier veel aan denkt.



OPBOUW

Het boek is opgebouwd uit hoofdstukken zonder titels of nummers. Het boek telt drieënnegentig bladzijden en bestaat uit zestien hoofdstukken.




TIJD

Het verhaal speelt zich af in het jaar 1983. Alles vindt ongeveer in één dag plaats. Het verhaal is niet chronologisch. Er komen flash-backs en terugwijzingen in het boek voor. Een voorbeeld van een flash-back staat op bladzijde 28/29. Dit gaat over het eerste jaar van haar huwelijk en over haar cijferfanatisme. Ze vond voldoening in de moeilijkste calculaties.



RUIMTE

Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het bejaardentehuis. Er komt wel contrast in het boek voor. Bijvoorbeeld het gure rotweer dat een tegenstelling is van de gezellige, rustige sfeer in het tehuis. Ook komt er parallellisme in voor. Het gure weer loopt parallel met het gruwelijke ongeval van Frieda Borgstein.



PERSONEN

De hoofdpersoon in dit boek is Frieda Borgstein:

Ze is een oude eigenwijze vrouw, die toen haar familie opgepakt werd, toevallig boven was. Zo blijft ze dus de rest van haar leven alleen en eenzaam achter. Ze heeft een hartstocht voor het maken van berekeningen. Dit komt doordat ze vroeger veel boekhoud kursussen gevolgd heeft. Zij denkt steeds aan vroeger en heeft altijd een foto van haar man, Jacob, bij zich. Soms krijg je het idee dat ze een beetje dement wordt. Ze is geen feestvierend persoon, want ze heeft veertig jaar lang haar verjaardag niet meer gevierd. Maar omdat ze op die dag vijfentachtig werd, vond ze het leuk om het nu wel eens te doen.

Verdere belangrijke personen zijn:

Ben Abels: komt na dertig jaar weer terug in zijn geboortestad en krijgt een baan als manusje-van-alles in het tehuis. Toevallig in het verhuis waar Frieda, de moeder van Olga, een vroegere vriendin van Ben woont.

Bien Hijmans: is het hoofd van de huishouding in het bejaardentehuis waar Frieda woont.

Baltus: is een onverschillig en niet-nadenkend persoon. Hij werkt samen met Verstrijen voor de gemeentewerken.Hij vind het niet nodig om rondom de put hekken te zetten.

Verstrijen: is jonger dan, en het tegengestelde van Baltus

Rena van Straten: is de directrice van het bejaardentehuis.



PERSPECTIEF

In het boek is een objectief perspectief. Je kent hun gedachten. Het verhaal wordt verteld door een persoon buiten het verhaal.



THEMA

Toeval lijkt mij samen met oorlogservaringen het beste thema. De grote rol die toeval in dit verhaal speelt, waar je toch gemakkelijk overheen leest, wordt je pas duidelijk als aan het einde Kessels je erop wijst hoe toevallig het was dat Frieda net boven was. Of dat de Duitsers hem misschien niet waren gevolgd als hij gewoon zes minuten later naar Borgsteins huis was gegaan.

Ook oorlogservaringen is een goed thema, want met Frieda zelf mag dan wel niets gebeurd zijn, ookal is ze misschien nog nooit een Duitser tegen gekomen, toch beïnvloed de oorlog ook haar leven erg sterk. Zo kan een oorlog eenieders leven beïnvloeden, en zelfs ik zou mijn hele familie kunnen verliezen. Als je je kunt voorstellen hoe dat is, datn weet je dat dat een heel belangrijk thema is in dit boek.



STIJL

De stijl is in het algemeen vrij eenvoudig, de woordkeus en de zinsbouw zijn gemakkelijk te begrijpen. Alles wat je leest is in een keer te begrijpen.



GENRE

De val is een sociale roman.



PSYCHOLOGISCHE LAAG

Frieda is zeer eigenwijs en denkt dat ze alles wel aankan, terwijl ze toch ook een dagje ouder is geworden. Doordat ze zo eigenwijs is en niet luistert naar anderen, valt ze uiteindelijk in die openstaande put. In de Tweede Wereldoorlog was ze ook zo eigenwijs omdat ze zo nodig op het laatste moment een dikke trui moest pakken op de eerste etage. Op haar weg terug viel ze en miste ze de vluchtauto.



THEMATISCHE LAAG

Het verhaal laat duidelijk blijken dat toeval het leven leidt, want je ziet dat de mensen door omstandigheden andere dingen doen dan normaal,
zoals bijvoorbeeld: die twee bouwvakkers zetten geen hekje rondom de put in tegenstelling tot andere dagen als ze het wel doen. Of het feit dat Hein Kessels, die Frieda en haar familie naar Zwitserland zou brengen, iets eerder langs hun huis kwam, waardoor ze opgepakt werden.

"Hoe kwam het eigenlijk dat ze niet in de gang stond?"
"Ze was even naar boven gegaan om een verst te halen."
Kessels knikte heftig. "Dat bedoel ik nou, wat het toeval met je doet, de absurde dingen, die geen mens van je wil aannemen. Ik moet ook zeggen dat ik een minuut of zes eerder dan we afgesproken hadden aan de deur kwam. Ik had hard gefietst."
"Dus omdat u zes minuten eerder kwam...?"
"Ja, maar dat is ook niet zeker."
Kessels had zijn schouders opgehaald en hem hulpeloos aangekeken.



EIGEN MENING

Ik vind het wel een apart onderwerp omdat het iets is wat je over het algemeen nooit in boeken tegenkomt. Het aspect toeval is wel iets wat veel beschreven is maar in deze vorm ben ik het nog nooit tegengekomen. Dat vind ik dan ook erg leuk aan het onderwerp: het is eens iets anders. Tevens is het verhaal eromheen zo werkelijk beschreven en herkenbaar omdat het gewoon een stukje "normaal" leven is zonder van die grote problemen zoals je vaak in literatuur tegenkomt. Een verhaal als dit spreekt iedereen aan, het zou met iedereen kunnen gebeuren, terwijl de probleemverhalen niet iedereen treffen. Toeval leidt bij iedereen het leven en vaak kun je jezelf wel dingen verwijten terwijl het gewoon toeval is waardoor iets fout gaat. Wat ik ook wel erg apart vind aan het verhaal, is dat het zich in zo'n kort tijdsbestek afspeelt: het duurt niet eens een hele dag en daarom is het zo gedetailleerd. Hierdoor lijkt het veel op een normale dag zoals je het ook meemaakt. Veel verhalen staan niet zo bij simpele dingen in het leven stil, waardoor het minder werkelijk voor je is.

In dit verhaal zaten veel herkenbare dingen uit het dagelijks leven. Hierdoor waren de personages ook zeer goed te begrijpen: Frieda ziet het allemaal wel zitten en heeft erg veel zelfvertrouwen. Het einde is dan dus wel zielig omdat Frieda zich zo verheugt op het vieren van haar verjaardag en ze het gevoel heeft dat ze het nog wel een tijdje zal volhouden. Wel vind ik het goed in het verhaal passen: alles leidt tot dit eind. Het is trouwens thematisch zeer toepasselijk, omdat dit weer een val is, die een grote invloed heeft op haar leven, want ze overleeft het niet. Tevens kan ik de andere personages ook goed begrijpen, die toevallig iets anders doen dan normaal door het toeval, waardoor ze een groot schuldgevoel hebben als blijkt dat Frieda omgekomen is terwijl zij er iets aan hadden kunnen doen. Tenminste dat vinden ze zelf. Eigenlijk hoeven ze zichzelf niets te verwijten omdat Frieda zo eigenwijs was.

Toch kan ik het feit dat ze een schuldgevoel hebben zeer goed begrijpen, omdat je toch eerst kijkt naar wat jouw rol in het geheel was. Ik denk dat bijna iedereen het zo bekijkt. Het verhaal is zo opgebouwd dat je eerst een passage over Frieda krijgt en daarna een over die twee arbeiders die met die put bezig zijn. In het begin snap je er niets van wat dat met elkaar te maken heeft, tot het einde van het verhaal. Dan krijg je pas het verband te zien. Dit houd je wel aan het lezen doordat je wil weten wat er gaat gebeuren, het is niet zo voorspelbaar. Het zijn korte scènes die om en om voorkomen, waardoor je het gevoel krijgt dat het op hetzelfde moment gebeurt, ook omdat het in chronologische volgorde plaatsvindt.

Het boek is in makkelijk te begrijpen Nederlands geschreven, waardoor je het snel en goed kan lezen. Op zich vond ik het zeer vreemd dat het hele boek nog niet eens één dag bevat, maar achteraf denk ik dat het zeker niet te uitvoerig beschreven was. Toch werden er redelijk wat details omschreven waardoor je de gebeurtenissen en omstandigheden voor je kon zien.

Het boek is dan weliswaar kort, maar krachtig. Literair gezien bevat het boek best veel in verhouding tot de omvang van het verhaal. Zo staat er een vrij lang motto in het boek dat vrij moeilijk te verklaren was hoewel ik wel goed engels kan, maar het was ook moeilijk Engels. Toch ben ik er wel uitgekomen, maar het was vrij moeilijk om dit goed onder woorden te brengen. De thematische laag was best duidelijk eruit te halen. Zo was het zeer duidelijk dat die eerste val en eigenlijk ook de tweede van zeer grote invloed zijn op haar leven. Ook het gegeven dat het toeval in dit verhaal een grote rol speelt, is erg duidelijk en zelfs letterlijk beschreven.



INFORMATIE OVER DE SCHRIJFSTER

Marga Minco is geboren in 1920 te Ginneken onder de naam Sara Menco. Ze kreeg een orthodox-joodse opvoeding, omdat haar vader kerkvoogd was van een Joodse gemeente. Na de nutsschool begon ze met schrijven. In 1938 werd ze aangenomen bij de Bredasche Courant als leerlingjournaliste. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn haar ouders, broer en zus omgekomen. Vanaf 1950 schreef ze voor maandbladen, het Parool en het Haarlems Dagblad. Daarna heeft ze allerlei boeken geschreven voor jong en oud.

Enkele bekende boeken van haar zijn Het bittere kruid, Een leeg huis en De val. Haar boeken zijn weliswaar kort, maar ze bezitten veel betekenis. Een centraal thema in haar boeken is de Tweede Wereldoorlog.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen