U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Elsschot - Lijmen / Het Been En Tsjip / De Leeuwentemmer.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1246 en is laatst upgedate op 02/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 7083 woorden.

Auteur

Willem Elsschot, pseudoniem van Alfons J. de Ridder. 'Elsschot' is afgeleid van Helschot, een buurtschap in het Vlaamse Herselt. In deze omgeving maakt de auteur in zijn jeugd vaak wandelingen.



Titels

Lijmen/Het been en Tsjip/De leeuwentemmer. Noot: om praktische redenen zal ik deze boeken in het vervolg resp. met LB en TL aanduiden.



Uitgever/druk

beide werken kwamen uit bij uitgeverij Querido te Amsterdam, LB voor het eerst in ( 1924/1938) en TL in ( 1934/1940) Voor dit leesverslag heb ik van LB de 19de druk uit 1983 en van TL de 14de druk uit 1984 gelezen.



Inhoud

LB:

"Ik had de man, die een tafel verder tegenover mij zat, reeds een paar keer aangekeken, want hij riep herinneringen in mij wakker, al wist ik zeker dat ik nooit met zo iemand had omgegaan. (…) Toen de man 'zonder gekheid' zei, wist ik dat hij Laarmans heette, want zijn stemklank was niet veranderd en tien jaar geleden had hij dezelfde woorden precies zo uitgesproken."



Op deze manier leidt de verteller het eigenlijke verhaal van Lijmen in. De verteller kent Laarmans nog uit zijn idealistische tijd, en merkt dat Laarmans sinds hun laatste ontmoeting aanzienlijk veranderd is. Laarmans is een echte 'heer' geworden, en bestelt in het café waar de verteller hem ontmoet, een exclusief biertje. Laarmans en de verteller raken in gesprek. De verteller merkt uiteraard op dat Laarmans zo veranderd is, en vraagt hem naar de oorzaak hiervan.



Vroeger was Laarmans een idealist, die verzen schreef, en met lang haar en vilthoed door de straten liep. Hij was een voorstander van de zogen. 'Vlaamse zaak', en was vaak bij demonstraties aanwezig. Op een avond ging Laarmans na een manifestatie een café binnen, waar een andere klant hem van top tot teen onderzocht. Laarmans vertrok uit het café, en gooide zijn houten knuppel uit onvrede kapot. Plotseling bleek de klant uit het café naast hem te staan, en stelde zich voor als Boorman. Boorman prees de daad van Laarmans, en stelde voor met hem een ander café te bezoeken. Onderweg leverde Boorman kritiek op het uiterlijk van Laarmans, waarop hij zijn pijp spontaan vermorzelde onder zijn voet. Laarmans besefte al snel dat deze Boorman een grote invloed op hem uit wist te oefenen. Bovendien stelde deze Boorman hem voor voor hem te komen werken als secretaris van zijn bedrijfje. Omdat 'Laarmans' Boorman te gewoontjes in de oren klonk, stelde hij voor dat Laarmans vanaf dat moment 'Texeira de Mattos' zou gaan heten, dit klonk immers veel excentrieker. Boorman vertelde over zijn bedrijfje, dat als doel had het uitgeven van het "Wereldtijdschrift". In een eethuis stelde Boorman ter plaatse een contract op dat direct door Laarmans werd ondertekend.



Onderweg naar het huis van Boorman, waar Laarmans vanaf dat moment zal intrekken, kwamen Boorman en Laarmans twee agenten tegen. Boorman nodigt hen uit voor een borrel. Thuis bij Boorman wordt al gauw meer duidelijk over diens bedrijf. Er hangt een firmaplaat aan de muur waarop " Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, handel, Kunsten en Wetenschappen" staat, met tevens de oprichter ervan: " Ch. A. Boorman".



Verder zijn er vijf deuren, met boven iedere deur een koperen plaat. Op deze platen staan de woorden 'Directie', 'Kas', Administratie', 'Redactie', en tenslotte 'Museum van Inlandse en Uitheemse voortbrengselen' staan. Dit museum is een soort rariteitenkabinet, waarin allerlei goederen staan. Boorman ontkurkt een fles wijn, een van de agenten begint Boorman over het Wereldtijdschrift te vragen. Het tijdschrift heeft geen abonnementen, maar er zijn wel voldoende lezers, zo blijkt uit de oplagecijfers.



Dan wordt Boorman door zijn vrouw apart geroepen. Het blijkt dat Boormans vrouw het lijk van haar pas overleden zuster zomaar aan de begrafenisonderneming Korthals heeft toevertrouwd om het te laten balsemen en vervoeren, zonder daarbij prijsafspraken te maken. Afbestellen is niet meer mogelijk, maar Boorman verzekert Laarmans dat hij zich er uit weet te werken.



Het lijk wordt gebracht met de motorlijkkoets van de firma Korthals, de zgn. 'Korthals XIV'. Boorman weet een gesprek met de chauffeur aan te knopen, en hem te ontfutselen dat de firma Korthals slechts een wagen heeft, die dan eens als lijkwagen, dan als ziekenwagen wordt gebruikt. Bovendien vertelt de chauffeur hem welke fotograaf de foto's van de wagen heeft gemaakt voor de prospectus, een zekere Parmentier te Gent. Boorman vertrekt met Laarmans naar Gent, waar hij met handig praten de foto's van zowel de ziekenwagen als van de lijkwagen weet te bemachtigen. Het blijkt dat d.m.v. trucage twee soorten foto's zijn gemaakt van dezelfde wagen: een als ziekenwagen, en wat snelle aanpassingen, van de lijkwagen. Beide foto's zijn desondanks van een en dezelfde wagen. Boorman gaat terug, en chanteert de firma Korthals met dit bewijs. Naast het vervallen van de kosten voor het afleveren, laat hij Korthals voor twintigduizend exemplaren van het Tijdschrift tekenen. De kosten bedragen voor Korthals nog 'slechts' zesduizend frank. Op de terugreis naar huis raadt Boorman Laarmans aan zijn baard af te scheren en een pak te kopen bij de Galeries Internationales. Bij de laatste hoeft niet betaald te worden, omdat bij deze firma nog schulden bestaan voor eerder geleverd tijdschriften.



Als Laarmans een keer alleen is in het gebouw van het tijdschrift, wordt hij bezocht door ene Wilkinson, een Engelsman die een bestelling komt bevestigen. Door de onoplettendheid van Laarmans komt Wilkinson erachter dat de onderneming van Boorman enkel oplichterij is; achter de verschillende deuren is niets te zien. Wilkinson annuleert de bestelling. Boorman reageert bij terugkeren woedend, maar besluit Laarmans nog een kans te geven. Wel dringt hij erop aan dat Laarmans in het vervolg niemand meer binnen laat bij zijn afwezigheid, maar eenvoudig meedeelt dat Boorman op een 'conferentie' in Rijssel is. Boorman legt Laarmans in uit wat het Wereldtijdschrift in feite is: een ingenaaide circulaire, waarin van tevoren uitgezochte bedrijven vol lof worden besproken. Het proces van het vinden van klanten, het zgn. 'Lijmen' gaat als volgt: aan de hand van krantenadvertenties selecteren Boorman en Laarmans de 'lijmbare' bedrijven. Dit zijn meestal bedrijven die grote en opvallende advertenties laten zetten, bedrijven die dus veel waarde aan publiciteit hechten. Boorman beschikt over vijftig 'prefab' studies, artikelen die, enkel door het verwisselen van bepaalde woorden, in principe geschikt zijn voor ieder bedrijf, of deze nu piano's of meubilair maakt.



Tijdens de 'lijmbezoeken' voert de geslepen Boorman het woord, en weet hij de potentiële klanten vaak over te halen tot de aanschaf van (te) veel tijdschriften, vaak bij tienduizenden. Boorman probeert de koper vooral het reclamenut van deze uitermate lovende artikelen te benadrukken. Laarmans hoeft zich voorlopig bij deze gesprekken alleen op de achtergrond te houden. De eerste lijmpoging, bij ene Van Ganzen, wordt geen succes. Van Ganzen heeft de bedoeling van Boorman al snel door. Deze mislukking wordt door Laarmans als een persoonlijke belediging opgevat, terwijl Boorman zich alleen afvraagt waarom deze poging was mislukt. Vervolgens valt het oog van Boorman op een uithangbord van de firma Lauwereyssen, een smederij waar ook keukenliften worden vervaardigd. In de smederij verwijst de smid, Piet Lauwereyssen, Boorman en Laarmans door naar zijn zuster, die blijkbaar het administratieve werk doet.

Mevrouw Lauwereyssen blijkt een wat dikke, oudere vrouw, die bovendien last heeft van haar gezwollen been, waarover zij onafgebroken klaagt. Boorman begint te vertellen dat hij een studie naar het smidsvak doet, en dat hij een deel hiervan aan het bedrijf van Lauwereyssen zal wijden. Mevrouw Lauwereyssen blijkt onder de indruk, en begint weer een klaagverhaal over haar broer, de vakbonden, en uiteraard haar been. Bovendien geeft ze te kennen dat ze het bedrijf graag in een NV. zou willen omzetten, en daarbij Boormans hulp zou willen gebruiken. In ruil hiervoor zou hij dan tot commissaris worden benoemd. Boorman vertelt dat hij zich eerst nog op zijn studie wil richten. Boorman vertelt Laarmans hoe hij uit de bestaande artikelen een artikel over de smederij moet maken door bepaalde woorden te vervangen door 'ijzer' en 'keukenliften'. Hierna vertrekken Laarmans en Boorman, bijgestaan door de fotograaf Piepers, naar de smederij, waar mevrouw Lauwereyssen al staat te wachten. Ze wil erg graag meewerken aan de studie, haar broer blijkt wat minder enthousiast en wijst op enkele onjuistheden in het artikel van Laarmans. Terwijl Boorman mevrouw Lauwereyssen 'lijmt' voor maar liefst honderdduizend exemplaren van het Wereldtijdschrift, maakt de fotograaf opnamen van de smederij en het personeel. De betaling zal voor een deel bij levering en voor een deel in termijnen plaatsvinden. Mevrouw Lauwereyssen vraagt Boorman nog hoe het zit met de NV, maar hier gaat hij voorlopig niet op in.

Terwijl Laarmans en Boorman bezig zijn de druk van alle tijdschriften te regelen, belt meneer Lauwereyssen aan om de aankoop ongedaan te maken, maar door een optreden van Boorman moet hij onverrichter zake huiswaarts keren. Mevrouw Lauwereyssens poging om per telefoon het aantal tijdschriften te verminderen mislukt ook. Hoewel de firma Lauwereyssen via een advocaat probeert de levering ongedaan te maken, gaat de levering van het tijdschriften gewoon door. Het incasseren van de termijnen valt Laarmans zwaar. Omdat Laarmans nog niet de keiharde mentaliteit van Boorman heeft, drinkt hij zich meestal eerst moet in bij een café in de buurt van de smederij. Desondanks blijkt dat mevrouw Lauwereyssen betaalt, tot de laatste cent. Dan vertelt Boorman aan Laarmans dat hij binnenkort een eigen bedrijfje in hoestpillen gaat starten, en dat Laarmans dus alleen het Wereldtijdschrift moet gaan runnen.



Dan neemt de eigenlijke verteller weer het woord: hij vraagt naar de poëzie die Laarmans vroeger schreef. Laarmans blijft een antwoord schuldig, maar geeft vervolgens aan dat hij nog wel een secretaris kan gebruiken voor het tijdschrift, en vraagt aan de verteller of hij, precies zoals Boorman aan hem zelf ooit vroeg, of hij mee wil werken aan het Lijmen. Nadat Laarmans hem een contract overlegt, staat de verteller op en vlucht het huis uit.



Dan volgt de inhoud van Het been, dat overduidelijk een vervolg op Lijmen is, hoewel het pas enkele jaren later geschreven werd.



De anonieme verteller wil de directeur van de General Marine and Shipbuilding Company spreken, en wordt in deze scheepswerf naar een loket verwezen waarachter Laarmans blijkt te zitten. Laarmans blijkt een terugmetamorfose te hebben ondergaan: hij rookt weer pijp heeft weer een beginnende baard, enz. Laarmans geeft aan dat dezelfde Boorman die hem in het zakenleven had ingeleid, hem ook weer 'afgebroken' heeft. Laarmans nodigt de verteller weer uit om hem te vertellen wat er is gebeurd.



Laarmans begint zijn verhaal. Op een dag liep hij samen met Boorman, wiens vrouw pas wal overleden, over de markt, waar hij uitgleed over een tomaat, en daarbij een oude vrouw meesleurde. Tot hun schrik bleek het mevrouw Lauwereyssen te zijn, en bovendien bleek haar been te zijn afgezet. Boorman wil haar een taxi aanbieden, maar zij weigert hulp van Boorman.

Boorman keert, veel eerder dan normaal, weer terug naar Brussel. Het been van mevrouw Lauwereyssen blijkt een ware obsessie voor hem te zijn geworden. Piet Lauwereyssen is inmiddels overleden; en mevrouw Lauwereyssen staat op het punt de smederij op te doeken. Boorman denkt dat het faillissement van de smederij mede aan zijn afzetterpraktijken te danken is: door de hoge kosten van de tijdschriften zou Het been van mevrouw Lauwereyssen geen behandeling meer kunnen hebben gehad. Boorman laat merken dat hij Laarmans op een bepaalde manier medeverantwoordelijk acht, maar deze wil hiermee niks te maken hebben.

Boorman zit duidelijk met zijn geweten, en Laarmans stelt hem voor zijn halve neef te bezoeken, die pastoor is. Deze prijst Boorman omdat hij eindelijk aan zijn geweten heeft toegegeven, maar is minder te spreken over Laarmans, die er 'als een Petrus bijzit' zonder iets te doen. Hij stelt Boorman voor het volle bedrag terug te geven aan mevrouw Lauwereyssen. Laarmans herinnert Boorman eraan dat mevrouw Lauwereyssen een koppig mens is, die maar zeer moeilijk zal toegeven aan Boorman. Volgens Boorman bezwijkt echter ieder mens bij " het juiste aantal nullen". Boorman besluit het geld met een creditnota te overhandigen, met als voorwendsel dat er een vergissing zou zijn gemaakt bij de prijsopgave. Mevrouw Lauwereyssen blijkt, zoals verwacht, geen enkele cent terug te willen nemen. Bovendien geeft ze aan nooit meer iets met het tweetal te maken willen hebben. Boorman geeft nog niet op: hij schakelt zijn deurwaarder in. Deze luistert vol verbazing naar de zaak, maar is bereid mee te helpen. Wederom neemt mevrouw Lauwereyssen niks aan, de deurwaarder stort het geld voorlopig in de Consignatiekas. Mevrouw Lauwereyssen zal worden gedagvaard. De rechtszaak vind op een snikhete dag plaats, maar wordt uiteindelijk uitgesteld. In de rechtzaal hangt, vanwege de opmerkelijke zaak, een hilarische sfeer. Dan blijkt dat mevrouw Lauwereyssen de inventaris van de smederij, waaronder 'een partij oud papier ( =de tijdschriften)' publiek zal verkopen. Boorman ziet zijn kans schoon. Hij doet tijdens de verkoop een absurd hoog bod op het papier, dan breekt in de veilingzaal de hel los. Boorman wordt geboeid door agenten, en afgevoerd naar het gasthuis. Jan Laarmans haalt Boorman uit het gasthuis, en nodigt hem en Laarmans uit voor een "slotceremonie". In de pastorie blijkt mevrouw Lauwereyssen ook aanwezig. Uiteindelijk neemt zij het geld van Boorman alsnog aan, en geeft hem een zoen. Het verhaal van Laarmans is nagenoeg voorbij. Zijn neef Jan regelde voor hem deze eenvoudige baan bij de scheepswerf, Boorman nam het Wereldtijdschrift zelf weer over. Laarmans is echter nog altijd bang Boorman nog eens tegen te komen…



Tsjip:

Frans Laarmans, de verteller, begint te vertellen over de relatie van zijn dochter Adele met Bennek Maniewski. Beiden studeerden zij aan de Handelshogeschool. Aanvankelijk werkte Bennek alleen samen met Adele, maar weldra werd de verhouding intiemer, en nu wacht iedereen in huize Laarmans op het moment dat Bennek een aanzoek doet. Zes weken voor de afsluiting van zijn studie vraagt Bennek dan toch aan Laarmans of hij met Adele mag trouwen. Dit laat de gemoederen thuis niet ongemoeid, en op een dag verschijnt Benneks vader voor de deur. Hij dineert bij de familie Laarmans, en uiteraard is de sfeer gespannen. Benneks vader spreekt echter met geen woord over Het huwelijk. Na een tijdje komt er een brief uit polen, waarin Benneks vader vertelt dat Het huwelijk niet doorgaat, en dat Bennek in Polen blijft, en waarin hij Laarmans verzoekt Bennek niet meer binnen te laten. Direct schrijft Laarmans een boze, en bijzonder onbeschofte brief terug aan Benneks vader. Hij krijgt al vrij kort na het verzenden ervan spijt, maar dan is de brief al onderweg.

Na het examen, waarvoor Bennek en Adele beide slagen, is er een feest bij Laarmans thuis. Bennek vertrekt echter toch naar Polen, Adele blijft alleen achter, waar ze duidelijk verdriet om heeft. Dan komt er nog een brief uit Polen waarin bennek schrijft alsnog te willen trouwen. Het huwelijk vindt plaats in een klein plaatsje aan zee Coxijde, waar Laarmans een huisje heeft. Hoewel beiden ook in de kerk willen trouwen, gaat dit niet door omdat de pastoor aldaar geen medewerking wil verlenen. Adele en Bennek vertrekken naar Polen, Laarmans gaat terug naar Antwerpen. Zijn vrouw en kinderen blijven nog een tijdje in Coxijde. Adele verschijnt plotseling aan weer bij Laarmans aan de deur, ze wil alsnog een kerkelijke inzegening. Hoewel de familie Laarmans niet kerkelijk is, vraagt Laarmans de pastoor medewerking, en een half uur later wordt Adele gedoopt. Na de biecht wordt Het huwelijk alsnog ingezegend.

Bennek en Adele vertrekken naar Polen, waar ze in Gdynia gaan wonen. Dan komt al snel het bericht dat Adele haar eerste kind verwacht. Het wordt een zoon: Jan, genoemd naar een broer van Adele. Direct gaat de vrouw van Laarmans naar Polen om haar dochter te helpen. Als ze terugkomt, blijkt ze dolenthousiast over haar kleinzoon, en dus komt jan al gauw naar België, om in het huisje in Coxijde kennis te maken met de rest van de familie. Laarmans kan haast niet wachten van spanning. Meteen geeft hij Jan al zijn eerste bijnaam: 'Tsjip'. " Jij wordt door onze mussen begroet. Ik blijf staan en zeg 'Tsjip'. En in zijn mondhoeken verschijnt een glimlach. Ja jongen, voortaan heet jij Tsjip."



Dit verhaal wordt opgevolgd door een korte passage, getiteld " Achter de schermen; Ontleding van de inleiding tot Tsjip". Hierin probeert de auteur op humoristische wijze toe te lichten hoe de inleiding tot stand is gekomen.



De leeuwentemmer:

Het verhaal van De leeuwentemmer is geschreven als een soort aaneengesloten brief van Laarmans aan zijn zoon Walter, die in Parijs is. Laarmans vertelt veel over zijn kleinzoon, die nu de bijnaam 'leeuwentemmer' heeft gekregen, omdat hij het is zijn constante gesprekken met zijn grootvader constant over leeuwen heeft. Adele, Laarmans' dochter, is nog altijd getrouwd met Bennek Maniewski. Bennek heeft zich als een eerzuchtig zakenman ontpopt, die graag hogerop de ladder wil. Adele, die liever eenvoudig van persoon blijft, en zich niet graag als 'chic' wil voordoen, is Bennek dan ook een doorn in het oog.

Dan brengt Bennek een bezoek aan Laarmans, en tijdens een wandeling vertelt hij dat hij van Adele wil scheiden. Probleem is in dit geval dat scheiden met onderlinge goedkeuring in Polen niet toegestaan is. Daarom willen Adele en Bennek scheiden met als voorwendsel dat Adele "geen echtelijk verkeer" meer wil hebben met Bennek, en ook geen "kinderen te kweken". Adele mag het kind houden, De leeuwentemmer zal een paar maal per jaar naar Polen gaan. Adele en De leeuwentemmer keren terug naar België, en Adele past zich snel weer aan in de nieuwe situatie. Later zal Adele hertrouwen met ene Albert, De leeuwentemmer vertrekt met mevrouw Landau voor een maand naar Polen. Mevrouw Landau zou ook weer met hem terugkeren, maar als zijn weer terug is, heeft zij De leeuwentemmer niet bij zich. In huize Laarmans is men geschokt. Laarmans zelf schrijft vele brieven naar Polen, maar krijgt geen respons. Dan komt er wel een brief terug: De leeuwentemmer zal in Polen blijven, waar hij een katholieke opvoeding krijgt ( bij Laarmans is men niet kerkelijk). Adele is ontroostbaar. Na een familieberaad in huize Laarmans besluit Adele zelf naar Polen te vertrekken. In Danzig blijkt De leeuwentemmer met mazelen in bed te liggen. Adele verblijft korte tijd in een hotel, als hij weer genezen is, gaat ze er met hem vandoor. Thuis wordt het tweetal met enthousiasme ontvangen.



Hoofdfiguren

Frans Laarmans: Frans Laarmans is zowel in LB als in TL de eigenlijke hoofdpersoon. Hoewel het verhaal in LB eigenlijk door de naamloze ik-figuur uit het eerste hoofdstuk wordt verteld, is de vertelling een weergave van Laarmans' persoonlijke ervaringen.



In Lijmen begint de persoon Laarmans als een duidelijke idealist. Hij schrijft gedichten, is actief in de Vlaamse Beweging, en is regelmatig bij bijeenkomsten aanwezig. Qua uiterlijk ziet hij er overeenkomstig uit: hij rookt pijp, draagt een vilten hoed, en bij demonstraties draagt hij een houten knuppel bij zich, waarmee hij dreigend rondzwaait.



Dit alles verandert echter wanneer hij in contact komt met de persoon Boorman. Door zijn moedeloosheid, en omdat hij erg onder de indruk is van deze man, breekt hij met zijn verleden door de eerdergenoemde symbolen ervoor af te danken.



Laarmans geeft in de gesprekken met de verteller toe dat hij, in zijn 'proeftijd' bij Boorman, innerlijk nog een gevoelsmens was. Hoewel hij emotioneel moeite heeft met de lijmpraktijken van de keiharde Boorman, is Laarmans deze wel behulpzaam, al is zijn rol in het begin nog maar gering.

Na tien jaar bij Boorman, dus op het moment van de eigenlijke ontmoeting met de verteller in Lijmen, is Laarmans echter een volledige kopie van Boorman. Dit gegeven is dan ook de eigenlijke reden dat de verteller aan het begin van het verhaal geïnteresseerd raakt in de geschiedenis van Laarmans. Maar aan het einde van Lijmen begint de verteller te vermoeden dat Laarmans blijkbaar onherstelbaar 'beschadigd' is door de praktijken van Boorman. Wanneer de verteller Laarmans naar de verzen vraagt die hij vroeger schreef, antwoordt hij dat hij alleen nog maar publicaties voor het Wereldtijdschrift verzint:



" Uit beleefdheid voldeed ik aan zijn verlangen [om verder te gaan met het citeren van Laarmans' vroegere gedichten, IvdA], alhoewel ik voelde dat toegeven aan de nieuwe Laarmans een helling afvoerde, aan de voet waarvan het Wereldtijdschrift zijn monsterachtige muil opensperde."



De totale afkeer van de verteller voor de nieuwe Laarmans blijkt wanneer het contract om mee te helpen aan het Wereldtijdschrift, aan hem aangeboden door Laarmans, de verteller zo doet schrikken dat hij de plaats van de ontmoeting ontvlucht.



Weer is de verteller verbaasd als hij, aan het begin van Het been, Laarmans op toevallige wijze ontmoet. Hij blijkt van zakenman tot een eenvoudige klerk bij een scheepswerf te zijn gedegradeerd. Uiteraard is de verteller benieuwd naar de geschiedenis achter deze transformatie, en wederom wordt de verteller dan ook uitgenodigd voor een borrel, waarbij Laarmans zijn verhaal doet.



Tijdens het verhaal van Het been blijkt Laarmans nog de trouwe metgezel van Boorman, in het hier en nu van de vertelling heeft hij met Boorman afgerekend, mede op aanraden van zijn neef, Jan Laarmans. Na de bekentenis van Boorman heeft deze zijn minachting voor de rol van Laarmans in de lijmgeschiedenis laten blijken, en voor hem een eenvoudige baan en een vrouw opgezocht:



" Nu Boorman zijn deel had ontvangen, ging neef Jan zich met mij bemoeien, want hij was er zeker van dat ik anders vroeg of laat achter het slot zou worden gezet."



Dankzij het ingrijpen van de pastoor, die Laarmans op zijn beklagenswaardige gedrag wijst, komt Laarmans weer op het goede pad. Hoewel Boorman het Wereldtijdschrift weer ter hand heeft genomen, is Laarmans nog altijd bang hem weer te ontmoeten…



Laarmans is, in veel van Elsschots werken, een soort alter ego van de auteur zelf: Laarmans vertegenwoordigt vaak de idealist, die zich desondanks in situaties werkt waarin hij al snel met zijn geweten in de knoop komt (vergelijk Kaas en Het dwaallicht). Hoewel het er aan het einde van Lijmen op lijkt dat Laarmans onherstelbaar veranderd is, verandert hij dankzij de morele hulp van zijn neef Jan weer in de persoon die hij eigenlijk altijd was. In LB vertoont Laarmans dus een duidelijke (cyclische) ontwikkeling: van idealist/gevoelsmens naar keiharde zakenman en weer terug.



Laarmans heeft weliswaar in LB en TL overeenkomstige eigenschappen, toch heb ik ervoor gekozen om de Laarmans-figuur in TL apart te behandelen, omdat de situatie in TL verschilt van die in LB.



Boorman, de geslepen zakenman, die nergens voor terugdeinst in zijn oplichterpraktijken. Boorman redeneert dat in een wereld waarin iedereen elkaar bedriegt, Homo homini lupus, hij geen excuus nodig heeft om mee te doen. Boorman profiteert bij het Lijmen van zijn grote mensenkennis: hij weet feilloos de zwakke plekken van zijn klanten/'vijanden' aan te boren. Vervolgens weet hij door handig te praten, zijn slachtoffers bewust te laten instemmen met de aankoop van een buitengewoon grote hoeveelheid tijdschriften. Boorman maakt bij zijn slachtoffers gebruik van hun zucht naar aandacht en publiciteit, en speelt hier feilloos op in. Niet verwonderlijk dus dat Boorman, in de proeftijd van Laarmans, nogal een struikelt over de 'beginnersfouten' van Laarmans, zoals bij de heer Wilkinson. Toch gunt hij hem een nieuwe kans. Aan het einde van Lijmen begint Boorman een nieuw bedrijfje, en laat het Tijdschrift aan Laarmans over. In Het been keert hij echter plotseling terug naar Brussel. Het overlijden van zijn vrouw blijkt Boorman kwetsbaarder te hebben gemaakt. De kwestie Lauwereyssen maakt de veranderde Boorman een stuk minder egoïstisch dan voorheen: hij is tot het uiterste bereid om mevrouw Lauwereyssen het geld terug te storten. Opvallend is hierbij dat de twee vijanden elkaar met dezelfde wapens te lijf gaan: koppigheid. Uiteindelijk verzoenen de twee rivalen elkaar alsnog: Boorman is, tot het uiterste geprikkeld door zijn geweten en de koppigheid van mevrouw Lauwereyssen, toch geslaagd in zijn doel. Hoewel voor Boorman de figuur Jules Valenpint model stond, is Boorman in veel van de werken van Elsschot een soort tweede alter-ego van de auteur: hij vertegenwoordigt de zakenmentaliteit die Elsschot eigenlijk verafschuwde. Boorman is een karakter, hij ontwikkelt zich van een ultra-zakelijk figuur tot een persoon met enig gevoel voor medemenselijkheid, hoewel hij het Wereldtijdschrift uiteindelijk wel weer zelf overneemt.



Lijmenbeenelsschot2.jpg">

Jules Valenpint, de man die model stond voor Boorman



In TL neemt de persoon van Laarmans weer een belangrijke plaats in. In dit verhaal treffen we niet de anonieme verteller aan van LB, maar vertelt Laarmans de geschiedenis rond zijn kleinzoon in een soort lange brief aan zijn zoon Walter.



In Tsjip draait het verhaal om de manier waarop Het huwelijk van de dochter van de verteller tot stand komt, en daarin spelen de gevoelens van Laarmans een belangrijke rol.



Als het in het begin van het verhaal nagenoeg zeker is dat er een relatie is ontstaan tussen Adele en Bennek, en iedereen Het huwelijksaanzoek verwacht, geeft Laarmans toe dat hij zich met deze situatie geen raad weet. Laarmans weet zeker dat het aanzoek zal gaan komen, maar hoe Bennek erop aan te spreken? Als blijkt dat de vader van Bennek niets ziet in Het huwelijk, laat Laarmans opnieuw zien dat hij zijn gevoelens soms slecht in de hand heeft. Vol woede over de abrupte tussenkomst van de oude Maniewski, stuurt Laarmans een uitermate felle en ook botte brief naar Polen, waar hij vrijwel meteen spijt heeft. Dan is het al te laat, de brief is al onderweg. Als de kleinzoon van Laarmans geboren wordt, toont Laarmans zijn vertedering. Hij laat duidelijk weten dat het nieuwe leven in de vorm van zijn kleinzoon een soort opluchting is: hij voelde al geruime tijd een soort van verstarring in zichzelf. In De leeuwentemmer wordt de lijn als het ware doorgetrokken: Laarmans vertelt zeer gedetailleerd over de gesprekken met zijn kleinzoon, en probeert daarbij door te dringen tot de denkwijze van iemand van Jans leeftijd. Maar al snel komt de familie Laarmans weer in een vervelende situatie: Bennek en Adele willen scheiden, bovendien eist Bennek Jan opeens voor zich op. Laarmans is in de eerste instantie overrompeld, wil vervolgens zijn woede uiten, bijv. in een brief aan Bennek, maar mist de daadkracht om echt zijn woede te tonen.



Bijfiguren

In LB treffen we de volgende bijfiguren aan:

De ik-figuur (de eigenlijke verteller) : hoewel de verteller in LB al snel op de achtergrond verdwijnt, is het hele verhaal in feite een weergave van de verteller uit het eerste hoofdstuk, niet die van Laarmans. De verteller is een eenvoudig man, die tevreden is met een simpele baan. Hij vertoonde vroeger sterke sympathie met de Vlaamse Beweging, in het heden van de vertelling zijn daar nog sporen van merkbaar. Op het einde van Lijmen probeert de verteller Laarmans te herinneren aan de poëzie die hij vroeger schreef. Als Laarmans eenvoudig aangeeft dat hij alleen nog maar voor het Wereldtijdschrift schrijft, is dit als het ware een bevestiging voor de verteller dat Laarmans niet meer de oude is: hij vlucht weg van de ontmoetingsplaats.



Mevrouw Lauwereyssen: een van de lijmslachtoffers van Boorman. Door haar goedgelovigheid en haar sterke behoefte om aandacht ( o.a. voor haar pijnlijke been), is ze gemakkelijk te Lijmen. Haar broer Piet is wat achterdochtiger tegenover Boorman, desondanks laat de firma Lauw zich opschepen met ongeveer honderdduizend tijdschrift. In Het been blijkt dat mevrouw Lauwereyssen haar been heeft laten afzetten; Boorman komt in gewetensnood. Mevrouw Lauwereyssen blijkt koppig: van Boorman wenst zij niets meer te vernemen. Uiteindelijk zal zij zich alsnog verzoenen met Boorman. Mevrouw Lauwereyssen is degene die Boormans andere kant laat zien: de keiharde zakenman gaat opeens tot het uiterste om een ander te helpen, ook al is deze 'ander' daar niet van gediend.



Neef Jan: de broer van Laarmans. Hij is pastoor en is niet te spreken over de nieuwe identiek van Laarmans. Hij vermoedt dat Laarmans zich op het verkeerde pad begeeft, en zorgde ervoor dat Laarmans een gewone baan kreeg als klerk, bovendien 'regelde' hij een vrouw voor hem. Dankzij neef Jan verandert Laarmans dus weer in een eenvoudig figuur, zij het 'sadder and wiser'.



In TL zijn de belangrijkste bijfiguren:

Adele Laarmans: de dochter van de verteller. In feite is zij degene om wie alles draait: Het huwelijk met Bennek, de geboorte van Jan, de scheiding, en de uiteindelijke terugkeer van jan in huize Laarmans. Adele is, evenals de verteller, een eenvoudig persoon; zij voelt er dan ook niets voor de deftige levensstijl aan te nemen die Bennek haar voorschrijft wanneer zij eenmaal in Polen wonen.



Bennek Maniewski, de man van Adele en later vader van Jan Maniewski. Bennek en Adele zaten op dezelfde hogeschool, nadat ze beiden zijn geslaagd vertrekt Bennek naar Polen. Na Het huwelijk met Adele blijkt dat Bennek graag hogerop wil; hij gaat zich als een zakenman gedragen en kan er niet tegen dat Adele hierin niet meegaat. Bovendien blijkt in De leeuwentemmer dat Bennek de invloed van de familie Laarmans niet zo kan waarderen: hij besluit dat Jan naar Polen gaat om daar te blijven. Bovendien zal Jan een strenge, katholieke opvoeding krijgen. Uiteindelijk kiest Adele niet voor Bennek, maar voor Jan. Tijdens een soort 'strafexpeditie' naar Polen neemt ze Jan mee, al eerder koos ze om van Bennek te scheiden.



Jan Maniewski; de kleinzoon van Laarmans. Van Jan wordt door Laarmans een zeer positief beeld geschetst, dit komt natuurlijk vooral door de vertedering die de verstarde Laarmans ineens voelt bij het zien van zijn kleinzoon. Jan speelt niet echt een actieve rol, hij heeft vooral in De leeuwentemmer een dubbele functie: hij is het element dat de twee families verenigt, maar ook weer uiteendrijft.



Lijmenbeenelsschot3.jpg">

Alfons de Ridder met zijn kleinzoon Jan Maniewski







Plaats/tijd

in Lijmen speelt het verhaal zich grotendeels af in Brussel, uitgezonderd de reis naar Gent om Korthals te wreken. Hoewel de aandacht voor uiterlijke details over het algemeen laag is, valt de beschrijving van het kantoor van Boorman uit de toon: de auteur legt de nadruk op de leegte binnenin het huis: het kantoor heeft net zo weinig inhoud als het Wereldtijdschrift. De vertelde tijd in Lijmen is gelijk aan tien jaar. De vertelde tijd van de gebeurtenissen rondom het tijdschrift bedraagt ongeveer een half jaar, de ontmoeting tussen de verteller en Laarmans duurt twee dagen. Lijmen speelt zich af in de jaren 1922-'23.



De ruimte waarin het verhaal van Het been zich afspeelt, is niet wezenlijk anders dan die van Lijmen. In Het been bedraagt de vertelde tijd vijf jaar. Ook hier duurt de ontmoeting tussen verteller en Laarmans enkele dagen. Het verhaal vindt plaats in de jaren twintig of dertig van deze eeuw.



De periode waarin TL zich afspeelt is niet echt duidelijk. Uit het sterk autobiografische karakter zou je enkele data kunnen afleiden, tussen Tsjip en De leeuwentemmer heeft Elsschot echter een tijdsprong genomen die niet overeenstemt met de tijd die tussen het uitkomen van de verhalen inlag. Globaal zou je kunnen zeggen dat TL in de jaren '30-'40 speelt. Plaats van handeling is vooral België. Van het gedeelte van het verhaal dat zich in Polen afspeelt wordt minder verteld dan datgene wat zich bij Laarmans in België voltrekt.



Opvallende vormaspecten

bij LB is er sprake van een kaderverhaal: een verhaal van een verteller aan een verteller. Laarmans beschrijft het verhaal wat hij samen met Boorman meemaakte, de eigenlijke verteller van het boek is anoniem, en verdwijnt als snel op de achtergrond. Aan het einde van Lijmen keert de verteller terug op de voorgrond: na het verhaal van Laarmans aangehoord te hebben, probeert hij te ontwaren of er nog iets van de oude Laarmans over is. Geschrokken en teleurgesteld vlucht de verteller weg, wanneer blijkt dat er van de vroegere Laarmans vrijwel niets meer over is. Dit is dan ook de eigenlijke rol van de verteller: kritiek uitoefenen op de veranderde Laarmans. In Het been treedt hetzelfde op; alleen is de rol van de verteller nu van minder groot belang bij het verhaal, hij hoort eigenlijk alleen maar toe, en grijpt niet echt in.



Opvallend aan De leeuwentemmer is dat het verhaal, net zoals in Kaas, een soort aaneengesloten brief is aan de zoon van de verteller, Walter. Ook hierbij geldt dat deze vorm geleidelijk naar de achtergrond verdwijnt, en het lijkt alsof Laarmans zich direct tot de verteller richt.



Thema

De thematiek van Elsschot wordt over het algemeen eenzijdig gevonden, toch is in LB en TL natuurlijk een duidelijk verschil.



Een belangrijk thema in Lijmen is de tegenstelling tussen het idealisme van Laarmans en het egoïsme van Boorman. In Lijmen komt de lezer langzaam te weten hoe Laarmans van een idealist in een zakenman is veranderd. Laarmans moet als gevoelsmens duidelijk veranderen om succes te hebben zoals Boorman. In de zakenwereld is geen plaats voor gevoel voor de medemens, en Laarmans ziet zichzelf dan ook gedwongen met zijn verleden te breken, bijv. door zijn pijp te vermorzelen, zijn baard af te scheren, etc. Maar hiermee is Laarmans er nog niet. In het voorbeeld met dhr. Wilkinson blijkt al gauw dat Laarmans nog altijd moeite heeft om zich in te houden: hij aarzelt te lang, en daardoor komt Wilkinson erachter wat het Wereldtijdschrift voorstelt: helemaal niets. De metamorfose van Laarmans is compleet aan het einde van Lijmen, als hij afstand neemt van zijn verzen.



Deze thema's zijn ook terug te vinden in Het been, maar in dit verhaal wordt bovendien onderstreept dat ethiek en zaken niet samengaan. We zien hier een kwetsbare Boorman (o.a. door de dood van zijn vrouw), die zich door gewetensnood laat meeslepen. Even lijkt het alsof Boorman totaal veranderd is, maar al gauw blijkt dat Boorman met evenveel koppigheid geld weggeeft als dat hij het van anderen afhandig maakt: niets wordt gespaard om mevrouw Lauwereyssen het geld in ontvangst te laten nemen. Laarmans daarentegen komt er mede dankzij neef Jan achter dat zijn plaats niet in het kantoor van het Wereldtijdschrift is: Laarmans wordt klerk bij een werf, en ruilt het zakenleven in voor een gewoon burgerbestaan. Boorman gaat weer alleen verder met het tijdschrift: uiteindelijk heeft Laarmans geen stand weten te houden; Boorman wel.



Dit thema verschilt uiteraard sterk met de problematiek van TL. Laarmans is hier weer verteller. Het gezin Laarmans wordt gekenmerkt door eenvoud: hierin ligt het verschil met de familie Maniewski. Bij Laarmans is men niet kerkelijk; maar van de kant van Maniewski wordt er sterk op een inzegening van Het huwelijk aangedrongen; Adele blijft na haar examen werkeloos; Bennek keert terug naar Polen.



De persoon Laarmans weet zich ook in dit verhaal niet altijd te beheersen: hij laat zijn gevoelens jegens Benneks vader de vrije loop, maar heeft daar al snel spijt van. Laarmans schaamt zich vervolgens diep, maar de oude Maniewski blijkt zich nobel te gedragen: een fel weerwoord uit Polen blijft uit. Als het bericht dat Jan definitief in Polen blijft totaal onbegrip in huize Laarmans opwekt, wil Laarmans een verontwaardigde brief schrijven, die enkel ontaardt in een korte mededeling:



Liefste Bennek. Het heeft ons veel genoegen gedaan dat je het kind nog enkele dagen wenst te houden. (pag. 155)



Ook hier weet Laarmans zich dus geen raad met de werkelijkheid, die soms bitterhard aankomt.



Als je de twee boeken vergelijkt, komen bepaalde thematische onderdelen in zekere mate overeen. Omdat TL later geschreven werd dan LB, is in deze twee boeken de verandering van toon van Elsschot goed te merken: de humor blijft in TL aanwezig, maar is milder, ironischer dan in LB. Bovendien is er in TL geen sterk karikaturale figuur zoals Boorman aanwezig. De zakelijke, harde kant van de mens wordt in TL nog wel naar voren gebracht, maar ditmaal in een geloofwaardiger, realistischer figuur, nl die van Bennek.



Titelverklaring

Lijmen houdt direct verband met de werkwijze van Boorman in het verhaal: het misleiden van klanten, om hen tot de aankoop van tijdschriften over te halen. De techniek, die vooral neer komt op handig praten, wordt door Boorman letterlijk met het 'Lijmen van klanten' aangeduid. De diepere betekenis van Lijmen heeft vooral te maken met de houding van Laarmans tegenover de praktijken van Boorman: hoewel hij gewetensproblemen heeft bij het bedrog van Boorman, werkt hij er toch aan mee, mede omdat hij Boorman als een soort leidsman beschouwt.

Het been heeft betrekking op Het been van mevrouw Lauwereyssen. Mevrouw Lauwereyssen heeft een sterke behoefte aan aandacht, en jammert voortdurend over haar been, dat pijnlijk gezwollen is. Aan het begin van Het been blijkt dat haar been is afgezet: hierdoor komt Boorman in gewetensnood, hij vermoedt dat zijn afzetterij ertoe heeft bijgedragen dat een behandeling voor Het been onmogelijk werd. De gebeurtenissen daarna laten blijken dat Boorman veranderd is: hij is tot het uiterste bereid om het geld terug te geven aan mevrouw Lauwereyssen.



Tsjip houdt direct verband met de bijnaam die Laarmans zijn kleinzoon geeft aan het eind van het gelijknamige deel. Als Laarmans voor het eerst zijn kleinzoon ziet, zegt hij 'Tsjip'. Als op het gezicht van Jan een glimlach verschijnt, zegt Laarmans dat hij voortaan 'Tsjip' zal heten. Enigszins vreemd is dat deze bijnaam in het vervolg, De leeuwentemmer, opeens niet meer wordt gebruikt, vanaf dat moment duidt Laarmans zijn kleinzoon met "De leeuwentemmer" aan, omdat Jan in zijn gesprekken met zijn grootvader constant over leeuwen vraagt.



Over de auteur

Alfons J. de Ridder werd in 1882 in Antwerpen geboren. Op het gymnasium viel hij op door baldadigheid, alleen bij de vakken Nederlands (waar hij les kreeg van Pol de Mont) en gymnastiek was hij bij de les. Uiteindelijk werd hij van school verwijderd, maar haalde later met lof zijn diploma op de Handelshogeschool. Hierna was hij werkzaam bij verscheidene bedrijven, later startte hij zijn eigen reclamebedrijf. De Ridder startte zijn schrijversloopbaan met de novelle Villa des Roses. Naast de hier besproken werken schreef hij o.a. Kaas, dat ook over de handel gaat, en Het dwaallicht. De Ridder laat de figuren Laarmans en Boorman regelmatig terugkeren in zijn verhalen, meestal speelt Laarmans de hoofdrol als eenvoudige burgerman die constant de spanning tussen droom en daad ervaart, terwijl Boorman degene is die tot alles in staat is om maar zaken te kunnen doen.



Naast proza schreef Elsschot ook verzen, al zijn deze minder bekend dan zijn verhalen. Na het verschijnen van Het dwaallicht ging Elsschot zich weer volledig op de reclame richten, waarin hij een eigen bedrijf had. Elsschot stierf op 31 mei 1960. Voor zijn literaire werk ontving Elsschot onder andere de Staatsprijs voor een schrijversloopbaan, en in 1960 de Constantijn Huygensprijs (postuum).



LB en TL en de werkelijkheid van Elsschot

Wanneer men de romans van Elsschot vergelijkt met de persoonlijke ervaringen van de auteur m.b.t. de handel, gezinsleven e.d., komt al snel tot de conclusie dat Elsschot vaak sterk autobiografisch te werk gaat.



" Ik schrijf dat zomaar op. Ik heb toch geen fantasie ". Wie zich deze uitspraak van Elsschot in gedachten neemt, zal haast denken dat Elsschot alleen maar autobiografieën heeft geschreven. Het 'Wereldtijdschrift' heeft, zij het met een andere naam, nl. de 'Revue Continentale Illustréé' echt bestaan. Elsschot heeft hierover in interviews aanwijzingen gegeven, en er zijn ook daadwerkelijk bladen teruggevonden die soms haast perfect op het Wereldtijdschrift leken: clichézinnen en lovende artikelen. Ik vermeldde onder hoofdpersonen al dat voor Boorman Jules Valenpint, een van de vrienden van Elsschot, model heeft gestaan. Elsschot heeft ooit met Valenpint en anderen, het tijdschrift 'Revue Continentale' gerund. Uit de haatliefde verhouding van Elsschot met het reclamevak komt de tegenstelling Boorman-Laarmans naar voren: eigenlijk is een persoon zoals Elsschot/Laarmans niet geschikt voor een vak als de reclamebranche.



Van de twee in dit verslag behandelde werken komt TL echter nog het dichtst bij de werkelijkheid. Bijna alle personages (o.a. Adele, Bennek, Jan Maniewski) hebben echt bestaan, en ook de 'Walter' waartegen Laarmans zich in De leeuwentemmer richt, vertoont sterke overeenkomsten met Walter de Ridder, een zoon van Elsschot. Bovendien is Tsjip opgedragen aan Jan Maniewski, wat uiteraard overduidelijk het autobiografische karakter van dit boek onderstreept.



Toch is het niet zo dat Elsschot zuiver en alleen zijn eigen ervaringen heeft verwerkt in zijn boeken. Walter de Ridder heeft duidelijk aangegeven dat Elsschot voor zijn verhalen ervaringen van zichzelf en anderen gebruikte, en deze twee als het ware samenbracht tot de werkelijkheid in zijn boeken.



Genre

Omdat ik in de gebruikte bronnen geen duidelijke en goed onderbouwde omschrijving van het genre heb gevonden, heb ik besloten hierover niets concreets te vermelden. (zie ook: "eigen oordeel gebruikte bronnen")



Bronvermelding

Voor dit leesverslag heb ik de volgende bronnen gebruikt:
    ·
  • Literama, V. Kerk-Poolland, pagina's 244 / 245 ·
  • http://www.geocities.com/Athens/Acropolis/4675/elsschot.html ·
  • Brandpunten, door C. Gerritsma, pagina's 253 t/m 257. ·
  • Lexicon van Literaire werken, alle pagina's over LB ·
  • Uit de Synthese-reeks: Over LB, door Geertrui Marks-van Lakerveld, pagina 49. ·
  • 'Grote ontmoetingen: Willem Elsschot', door B.F. van Vlierden, pagina 26. ·
  • 'Willem Elsschot', speciale Bzzletin-uitgave, door Ph. Muyssen ( ill. Valenpint, Elsschot met Jan Maniewski, handschrift en foto van de auteur op de voorzijde). ·
  • 'Ontmoetingen met Willem Elsschot', door Simon Carmiggelt, uitgeverij de Arbeiderspers, 1985. ·
  • Prisma uittrekselboek 1880-1945, pagina's 149 t/m 161.




Eigen oordeel gebruikte bronnen

1 ) Nadat ik verschillende zgn. 'zoekmachines' op het Internet had geraadpleegd om naar informatie te zoeken over de besproken werken en de auteur, kreeg ik al snel de indruk dat het aanbod aan uittreksels en literatuurinformatie op het Internet van gemiddeld lage kwaliteit was.

Speciale scholierenhomepages, waarvan sommigen de aangeboden uittreksels zelfs met 'sterren' kwalificeerden, bleken vaak een verzameling halve en/of onbetrouwbare informatie. Bronvermeldingen of uitleg bij bepaalde beweringen ontbraken vaak, zelfs bij de uittreksels die met vier of vijf sterren waren beloond. Bovendien was de uiterlijke verzorging en de overzichtelijkheid vaak ver te zoeken.

Uitzondering op de regel: de pagina's op http://www.geocities.com/Athens/Acropolis/4675/elsschot.html. Hier bevonden zich vaak heel degelijke werkstukken over de auteur en zijn werken. Bovendien was hierop een samenvatting aanwezig van de personen uit Elsschots omgeving die voor zijn personages model hebben gestaan. Jammer alleen dat een korte beschrijving van deze personen vaak achterwege bleef.



2 ) Voor LB heb ik de samenvatting in het Prisma-boek het waardevolst gevonden. De verschillende aspecten waren goed en overzichtelijk behandeld. Jammer dat TL niet in deze serie is opgenomen, überhaupt viel het mij op dat er in het reguliere uittrekselregister in de bibliotheek maar weinig verwijzingen naar TL stonden.



3 ) Het boek uit de Synthese-reeks was zeer gedetailleerd, maar dan ook duidelijk niet gericht op een middelbare-school-lezer. Uit dit boek heb ik voornamelijk enkele details rondom het thema en de persoon Laarmans gehaald die in andere bronnen niet werden vermeld.



4 ) In twee bibliotheken, in de gangbare uitrekselboeken, op het Internet noch in specialistische boeken als de Synthese-reeks trof ik een goede omschrijving van het genre van beide boeken aan. Op zich zou je TL een 'autobiografische roman' kunnen noemen, maar nergens werd het genre echt duidelijk beantwoord. LB werd in een van de minder geschikte internetpagina's als een 'geestige roman' omschreven, maar omdat ik mijn twijfels had bij deze omschrijving heb ik hem niet gebruikt.



5 ) 'Brandpunten' en 'Literama' gaven op zich een vrij goede en beknopte weergave van de inhoud, maar de verdere aandacht die deze bronnen besteedden aan zowel TL als LB was marginaal. Voor de onderdelen buiten 'inhoud' heb ik deze bronnen nauwelijks kunnen gebruiken.



6 ) Voor de illustraties heb ik vooral de Bzzletin-uitgave goed kunnen gebruiken. Wat ik vooral goed vond waren de afbeeldingen van Elsschot met zijn kleinzoon, en die van Valenpint.



7 ) Het Lexicon van literaire werken was op zich een duidelijke en gedetailleerde bron. Op de verschillende aspecten van LB werd goed ingegaan, alleen is de bron wat minder overzichtelijk ingedeeld dan bijv. het Prisma-boek. Jammer alleen dat ook in deze bron een analyse van TL ontbrak.



Eigen oordeel gelezen werken

Na het lezen van Kaas en Het dwaallicht was ik al onder de indruk van de eigen stijl van Elsschot, die ervoor weet te zorgen dat zijn werken, al zijn ze al gemiddeld een jaar of vijftig oud, door een lezer van nu met plezier kunnen worden gelezen. Elsschots stijl zorgde er aan de ene kant voor dat zijn boeken als het ware soepel 'weglezen', maar bij het zoeken in de twee werken naar bepaalde fragmenten viel het mij op dat ik juist doordat het verhaal zich makkelijk liet lezen, bepaalde constructies van Elsschot duidelijk over het hoofd heb gezien. Elsschot kan, als je de zinnen beter bestudeert, zijn taal zeer creatief en doelmatig gebruiken, maar dit heb ik in sommige stukken niet meteen gemerkt doordat ik te vlug over bepaalde zinnen heen las.



Zelf heb ik, van de twee besproken boeken, LB het leukst gevonden. Hoewel Elsschot ook erg goed is in het beschrijven van de meer 'gevoelige' familiesituaties, vind ik hem op zijn sterkst wanneer hij bijvoorbeeld de geslepen technieken van Boorman beschrijft. De passages waarin Boorman aan Laarmans uitlegt wie het beste te 'Lijmen' zijn, waren voor mij absoluut de hoogtepunten van dit boek.



Ook TL heb ik met veel plezier gelezen, maar het duidelijke contrast tussen de twee boeken in thematiek zorgde er wel voor dat ik mijn voorkeur bij LB leg. De stijl van Elsschot verschilt weliswaar niet zo veel, maar de gekozen situatie, namelijk gezinsperikelen, trok mij minder aan dan de komische sfeer die in Lijmen aanwezig is. Van De leeuwentemmer vond ik het alleen jammer dat het verhaal niet echt een sterk einde heeft.



Wat niet wil zeggen dat ik het hele boek TL 'slecht' of 'saai' heb gevonden. Uit met name De leeuwentemmer bepaalde stukken erg realistisch en sterk geschreven. Van dit afzonderlijke deel vond ik de beschrijving van de gesprekken van Laarmans met zijn kleinzoon een van de mooiste stukken uit het boek. Ook in de ontroerende momenten, zoals wanneer Jan het Vlaams bijna vergeten is, behalve "de mannen van de dorre bladeren", vond ik Elsschot ijzersterk.



Over het algemeen vond ik de twee besproken werken dus plezierig en toegankelijk om te lezen. Hoewel de auteur qua thematiek vrij eenzijdig is, vormden deze twee boeken een duidelijk contrast. Hierdoor heb ik het gevoel echt meerdere kanten van Elsschot gezien te hebben. Wat dit laatste betreft had ik de combinatie Kaas-TL-Het dwaallicht ook leuk gevonden, al zou een verslag hierover met name door de complexiteit van Het dwaallicht wat te uitgebreid worden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen