U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : A. F. Th. Van Der Heijden - De Sandwich.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7801 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1860 woorden.

A. F. Th. van der Heijden - De sandwich

Beoordeling Ornée & Vermeer Tekstbureau



titel en ondertitel

De Sandwich; een requiem



auteur

A.F.Th. van der Heijden



jaar van uitgave

1992



jaar van eerste druk

1986



aantal bladzijden

139



titelverklaring

Het gaat in het boek om drie personen: de auteur en de twee mensen voor wie hij dit

requiem geschreven heeft. De titel verwijst naar die "driehoeksverhouding":

"De sandwich" is immers de scène waarin alledrie tezamen komen. Bovendien heeft

de opbouw van de roman met deze "sandwich" te maken.



Een requiem is de muziek en zang bij een dodenmis. De verteller presenteert zijn

verhaal als "een soort rouwdienst" voor zijn overleden vrienden.



opdracht

De opdracht van het boek luidt: "Opgedragen aan de nagedachtenis van M.A.(+1979) en

F.v.H. (+1981)". Deze opdracht lijkt te verwijzen naar de twee personen die in de

roman worden opgevoerd. De auteur treedt in het boek op onder zijn eigen naam. En in de

verantwoording geeft hij aan, dat de romanfiguren gefingeerde namen hebben, wat erop

wijst, dat de personen zelf echt hebben bestaan.



inhoud

(1). Op een februarimorgen leest de auteur in "De Volkskrant" de rouwadvertentie

van Karine Palincx, geboren 14 augustus 1954. Zij was het meisje dat hem, onopzettelijk,

in de vier plaatsen waar hij gewoond had, gevolgd was. Tijdens haar leven dacht hij

nauwelijks aan haar. Nu ze dood is, bestaat ze voor hem. Tweeëneenhalf jaar later,

begin juli 1981, heeft de auteur een afspraak met zijn moeder op een Amsterdams terras.

Zijn vriendin is er ook bij. Hij krijgt van zijn moeder een paar witte sportschoenen. Om

ze te showen maakt hij een dansje; terwijl hij daarmee bezig is, vertelt zijn moeder, dat

Frank Rastering dood is. Zeven hoog van een flat gesprongen, of gegooid. Frank is niet

echt een goede bekende, volgens de moeder. Maar de auteur ziet hem voor zich: trots en

gewond.



Door de dood van Frank moet de auteur ook weer aan Karine denken. Hij heeft aan beiden

herinneringen, maar niet één herinnering betreft hen samen, hoe hij ook in zijn geheugen

zoekt. Frank was iemand die altijd opdook, hij kwam steeds onverwacht. Zo ook die keer in 1971 toen het broertje van de auteur een concert van Neil Young vanaf de TV wilde opnemen.

Frank moest stil zijn om de opnamen niet te verstoren. Hij ving een vlieg. Er klonk een

klap en hij riep uit: "Dood! Zag je dat? Op het woedende kijken van het broertje reageerde hij met: “O, pardon". Omdat het broertje de komende dagen het bandje steeds weer afdraaide,

etste die zin zich in het geheugen van de auteur: “Dood. Zag je dat... O, pardon”. Later

hoort de auteur van een meisje hoe Frank aan zijn eind gekomen is: hij kwam om half drie

uit de kroeg, had last van zijn astma, en was luisterend naar muziek op de balustrade van

de galerij gaan zitten. Zo was hij, misschien ten gevolge van een benauwdheid, achterover

geklapt.



(2). Het tweede deel van de roman speelt afwisselend in het heden (dat wil zeggen:

1979) en in het verleden (dat is: de jeugd en studententijd van de auteur).



Een dag nadat de schrijver de rouwadvertentie van Karine gelezen heeft, komt hij haar

zus Lucia tegen. Hij heeft haar in zes, zeven jaar niet gezien. Ze vraagt hem eens langs

te komen, ze woont vlakbij.

Hoewel hij het eerst niet van plan was, gaat de auteur toch bij Lucia op bezoek. Zij

vertelt hem van de dood van Karine. Er was sprake van een voortdurende zelfmoordneiging. Ze at bijna niet. Ze zat in Santpoort, maar was daar uitgebroken en had toen een paar dagen

kriskras door Nederland gereisd. Ten slotte had men haar in Nijmegen, in het

Kronenburgerpark, gevonden. Daar was het gebeurd.

Vroeger, op het Eindhovense lyceum, was Lucia hèt stuk: blond en altijd opgemaakt. Eens had ze Adriën (=de auteur) opgewacht bij de fietsenstalling en hem gevraagd, of hij met haar zusje naar een feest wilde. Hij stemde daarin toe. Nadat Adriën in de afspraak had

toegestemd, werd hij min of meer verliefd op Karine, hoewel hij haar nog nooit gezien had.

Hij verzon een hele toneelconversatie voor als ze samen uit zouden gaan.



Terwijl hij nog bij Lucia op bezoek is, komen haar ouders langs. De auteur is

nieuwsgierig naar de vader, de man die zich altijd afsloot voor zijn gezin. Zo zit men

daar bijeen, drinkt sherry, praat wat. En onvermijdelijk dringt de overleden Karine.zich

bijna lijfelijk aan het gezelschap op.



Het feest was nogal stijfjes verlopen. Adriën had al zijn vooruitbedachte

conversatiezinnen gebruikt. Wel kusten ze elkaar, maar Adriën hoefde maar diep in haar

ogen te kijken om een Karine te zien die niet van hem was. Ze ontmoetten elkaar daarna in

discotheken. Maar op een zolderfeestje waar Karine niet aanwezig was, zoende Adriën een

ander meisje.

Dat werd aan Karine overgebriefd en zo ontstond er een verwijdering tussen hen. Iets

later verhuisde de familie Palincx naar Naarden. In zijn derde studiejaar in Nijmegen

ontmoette Adriën Karine opnieuw. Ze was studente aan de opleiding voor verpleegkundigen.

Eens was Adriën vlak na elkaar met twee meisjes naar bed geweest: een "laffe, kleine

orgie" die alleen goed te maken was (vond hij zelf) door er een derde meisje aan toe

te voegen. Daarom ging hij naar Karine. Maar hoewel hij die nacht bij haar mocht blijven

slapen, wilde zij niet met hem vrijen, omdat ze ongesteld was. In het daarop volgende

voorjaar vroeg Karine aan Adriën of hij op een feestje van Rudy, een gehandicapt meisje,

wilde komen. Zelf was ze in gezelschap van Ytzen, een wat zielige studiegenoot van haar.

Tijdens het feestje legde Adriën het aan met Rudy, eigenlijk alleen om Karine een spiegel

voor te houden: als jij je steeds met zielepoten ophoudt, dan ik ook. De ouders van

Karine praten nog wat over haar doodsoorzaak. Ze houden het op anorexia nervosa, eigenlijk

om eigen verantwoordelijkheid te ontgaan. De auteur stelt zich haar dood voor: hoe ze door

Nederland reisde en zich ten slotte ophing in het park.



(3). Als kind al ontwikkelde de auteur het vermogen situaties te onthouden. Dat deed

hij door middel van één woord. Zo'n woord, zacht voor zichzelf uitgesproken, riep dan de

hele situatie terug: één voorval, zonder uitlopers in andere geschiedenissen. Verwend

door zijn vele herinneringen, was hij zich nauwelijks bewust, dat gebeurtenissen ook

verdrongen konden worden. Toch moest dat het geval zijn: hij herinnerde zich geen

situatuatie met Frank en Karine samen en zo'n situatie moest er ongetwijfeld wel geweest

zijn. Dan brengt een veelbetekenende gebeurtenis die herinnering plotseling terug. Het

begint met lichamelijke klachten, die steeds heviger worden. De dokter wijt dat aan

stress: het werk aan de reeks romans legt teveel beslag op de auteur. Hij laat dan door

een neuroloog een foto van zijn hersenen maken. Als hij de uitslag gaat halen, is hij zo

gespannen, dat hij plotseling het beeld ziet met Frank en Karine samen. Het zusje van

Adriën, Marlies, was geslaagd. Karine kwam bij haar logeren. Na een tuinfeest dwaalde een

groepje, midden in de nacht, door de stad: men kon er niet toe komen naar huis te gaan.

Frank ging languit op de stenen liggen. Karine die het koud had, vlijde zich op hem en

vroeg Adriën op háár te gaan liggen. Maar zo'n "sandwich" was Adriëns

intiemste erotische droom (twee mannen die tegelijk een vrouw "bezitten") en hij

weigerde. Nadat ze door twee politieagenten waren weggestuurd, bracht hij met Karine een

tijd in een schuur door. Vergeefs probeerde hij haar op een tedere manier te benaderen.

Het enige wat Karine deed was hem vragen het niet verder te vertellen.



Die zomer reisde hij met Henk Ligters naar Oostenrijk. Deze woeste chauffeur

veroorzaakte eens bijna een ongeluk. Toen het gevaar voorbij was, zei Henk: "Goh, jij

schreeuwde, hè?". Adriën kon zich daar niets van herinneren, maar hij wist dat Henk

gelijk had.



personen

Adriën (auteur): Hij dringt aan op intimiteit bij Karine; hij staat open voor iedereen;

hij gaat in op het leven. Oppervlakkig gezien is Adriën tot intimiteit bereid, zoekt hij

dat zelfs, maar als het erop aankomt, deinst hij terug, omdat Karine's wens

ongewild zijn intiemste gedachten benadert: een erotische droom, die hem, nu hij dicht bij

de werkelijkheid komt, met walging vervult.



Karine: Zij durft zich niet aan anderen over te geven, is gesloten en zoekt

de dood. Uiteindelijk vraagt Karine zelf om intimiteit, ze schijnt iets goed te willen

maken. Ze toont nu in ieder geval vertrouwen.



Frank: Hij duikt altijd onverwacht op, is nadrukkelijk aanwezig en heeft moeite stil te

zijn.



indeling

Het verhaal is opgebouwd uit drie lange "episoden". "De zwakste

schakel", "De kinderbruiloft" en "Kiliboe, kiliboe". Natuurlijk

gaat het de gehele roman door om alle drie de personen, maar er zijn wel

accentverschillen. Het eerste deel bevat vooral herinneringen aan Frank, het tweede aan

Karine, terwijl in het derde deel de auteur in het middelpunt staat. Die volgorde (Frank,

Karine, Adriën) is precies de zogenaamde "sandwich".



ruimte

"De Sandwich" is geen lineair verteld verhaal, maar meer een soort vlechtwerk,

waarin heden en verleden, beschouwingen en herinneringen door elkaar lopen. Hierdoor

worden geen specifieke plaatsen genoemd. (Amsterdam-Nijmegen-Geldrop-Amsterdam)



tijd

Het verhaal speelt afwisselend in het heden (1981) en in het verleden (de jeugd en

studententijd van de auteur)



perspectief

Het verhaal is geschreven vanuit het ikperspectief. "De Sandwich" is sterk

autobiografisch. De auteur treedt in het boek op onder zijn eigen naam.



thema en motieven

Het eerste thema is dat van de intimiteit. Dat komt vooral tot uiting in de relatie tussen

Adriën en Karine. Karine is een meisje dat geen intimiteit toelaat. Ze durft zich niet

aan anderen over te geven. Adriën lijkt totaal anders. Hij is degene die op

intimiteit aandringt. Maar als het op het intiemste aankomt, deinst hij

terug. Het ellendige van de situatie is, dat nu eindelijk Karine om een intimiteit vraagt,

iets goed schijnt te willen maken, in ieder geval vertrouwen toont, Adriën het laat

afweten. Juist om dit navrante aspect is de sandwich het belangrijkste moment in de relatie

tussen die twee. Het tweede thema is dat van de aanwezigheid. Hierbij is Frank het

tegendeel van Karine. Frank duikt altijd onverwacht op en is dan nadrukkelijk aanwezig.

Karine houdt zich het liefst achteraf.



Als motieven komen voor de dood (rouwdienst), herinnering (voorbije voorval nog

steeds aanwezig), verdringing (het voorval was voor de schrijver een blijk van

tekortkoming).



genre en stroming

Het verhaal behoort tot de epiek. "De Sandwich is ook een "requiem", zoals

de genreaanduiding luidt. Een requiem is de muziek en zang bij een dodenmis. De verteller

presenteert zijn verhaal als "een soort rouwdienst" voor zijn overleden

vrienden.



A.F.Th. van der Heijden is een van de auteurs van deze tijd die bij het schrijven sterk door zijn eigen leven wordt geïnspireerd - en vaak zelfs geobsedeerd. Hij is er daarbij vooral op uit door de confrontatie met zijn herinneringen erachter te komen, welke invloeden zijn bestaan bepaald hebben.



mening

De gevoelens van de personen worden uitgebreid beschreven, waardoor je je heel goed kunt

inleven in die personen. Alleen alle gebeurtenissen en betekenissen hangen zo met elkaar

samen, dat het niet realistisch meer is.



Voor Wim Sanders (literair criticus) is "De Sandwich" vooral "een

verslag van de worsteling van de schrijver met de werkelijkheid" - een gevecht dat de

schrijver wint. Sanders besluit zijn bespreking in "Elseviers magazine" als-

volgt: "Het is de schrijver weer gelukt een op het eerste gezicht losse en

ongelijksoortige verzameling feitjes en gedachten om te smeden tot een hecht verband, tot

een vertelling waarin niets voor niets gebeurt. Met al zijn krachten heeft de schrijver de

werkelijkheid tot een knieval gedwongen. En zo hoort het ook.”



auteur

A.F.Th. (Adrianus Franciscus Theodorus) van der Heijden wordt op 15 oktober 1951 geboren

in een arbeidersgezin in Geldrop. Na zijn middelbare-schooltijd in Eindhoven vertrekt hij

naar Nijmegen, waar hij psychologie en filosofie studeert, welke studie hij later

voortzet in Amsterdam. Andere werken: o.a. "Een gondel in de Herengracht"

(1978); "De draaideur" (1979), beiden onder de schuilnaam Patrizio Canaponi;

romancyclus "De tandloze tijd" (1983-1990), deze kreeg in 1986 zowel de

"Multatuliprijs" als de "F.Bordewijk-prijs" ; "Het leven uit een

dag" (1988).
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen