U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hugo Claus - De Metsiers.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7798 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1838 woorden.

Hugo Claus - Metsiers

Beoordeling door Ornée & Vermeer Tekstbureau



Drukgegevens

Druk : Amsterdam 1986, 24e druk; eerste druk: 1951

Aantal pagina's : 125 pagina's

Titelverklaring

Metsiers is de naam van het gezin waarover het boek handelt. Het boek vertelt een verhaal over een onmogelijke relatie tussen een stiefbroer en stiefzus.

Thema

Hoe een relatie tussen een stiefbroer en stiefzus leidt tot een ramzalige afloop.

Motieven

Incest, afzondering, moord, buitenechtelijke relatie, boerenfamilie.

Samenvatting

Vijfentwintig jaar zijn voorbijgegaan sedert de dag waarop Mon Verkindere zich als knecht aanbood op de hoeve van Metsiers, even buiten het dorp Zedelgem in West-Vlaanderen. De knappe, energieke en levenslustige boerin gaf steeds meer de voorkeur aan de stoere Mon boven haar schaapachtige echtgenoot. Mon was al enige jaren haar minnaar, toen hun zwakzinnige zoon Bennie geboren werd. Er tussendoor had de moeder ook nog een kortstondige verhouding gehad met Jules Goossens, de andere knecht.

De Moeder en Mon keerden zich gezamenlijk tegen de onbenullige Metsiers. Mon schoot hem op de eendenjacht eens de benen vol hagel. Mon deed dat om een tijd lang ongestoord met de Moeder samen te zijn, maar hij schiep er bovendien een sadistisch genoegen in haar echtgenoot hulpeloos te zien rond strompelen.

Het was Metsiers' ongeluk, dat hij ontdekte dat Bennie zijn zoon niet was. Zoals de zaken stonden, zagen de Moeder en Mon zich genoodzaakt hem uit de weg te ruimen. Mon is nu voorgoed geketend aan de vrouw, die hij als zijn kwade geest is gaan beschouwen. Samen met haar eenentwintigjarige dochter Ana, de twee jaar jongere Bennie en de knecht Jules wonen ze op de hoeve die langzaam maar zeker vervalt.

De mensen uit het dorp haten en vrezen de Metsiers. De enigen met wie ze in contact staan, zijn de oude weduwnaar Smelders en zijn dikke zoon Frank, die een tijdlang verkering met Ana heeft gehad.

Toen bleek dat Ana zwanger van hem was, stuurde Frank haar naar Madame Sassen, de abortrice in de stad, en vertoonde zich niet meer op de hoeve. Vader en zoon Smelders scheppen er genoegen in de weerloze Bennie te kwellen. Ze maken hem wijs dat Ana vermoord is. Als Bennie in paniek raakt en gevaarlijk dreigt te worden, binden ze hem vast aan een stoel, tot Jules hem komt bevrijden.

Er is een heel hechte band tussen Ana en Bennie. Zij beschouwt hem als veel meer dan haar broer en voelt zich bij hem echt gelukkig. Bennie bewondert zijn zuster. Ana spiegelt Bennie voor dat ze eens de hoeve zullen verlaten om in de stad te gaan wonen. Ana zal voor Bennie blijven zorgen, er zal nooit iemand anders tussen komen. Op de terugweg van Madame Sassen ontmoet Ana de Amerikaanse officier van Nederlandse afkomst, Jim Braddok, die met zijn detachement bij Zedelgem is gelegerd.

Samen schuilen ze voor de regen in het tuinpaviljoentje van Baron Vervinck. Hier laat Ana zich door Jim verleiden. Ondanks het verzet van de Moeder, Mon en Jules, ziet Jim kans zich met zijn oppasser, Eddie Carter, bij de Metsiers te laten inkwartieren.

Ana voelt de aanwezigheid van Jim als een bedreiging voor haar relatie met Bennie. De Moeder voert iets in haar schild tegen de beide Amerikanen. Als Jules hoort dat Bennie bij Franse Miet, een prostituee, is geweest, die een perverse belangstelling voor de jongen koestert, tracht hij Bennies ziel te redden.

Ana, onthutst door Bennies avontuur, overtuigt Bennie ervan dat Franse Miet hem alleen maar belachelijk heeft willen maken.

Hij steelt Eddie Carters revolver, sluipt naar het café van Franse Miet en schiet de ramen stuk.

Op een nacht probeert Jim Ana over te halen met hem naar Amerika te gaan. Hij houdt haar voor dat haar verstandhouding met Bennie immoreel is en geen stand kan houden. Het enige wat hij hiermee bereikt, is dat Ana hem als vijand gaat zien. Geschokt door de confrontatie met Jim, zoekt Ana haar troost bij Bennie. Ze belooft hem dat ze nu toch werkelijk weg zullen gaan naar de stad om daar voorgoed bij elkaar te blijven. Maar, zo vertelt ze Bennie, ze moet eerst genezen van de schoppen en slagen die Jim haar heeft gegeven, omdat ze niet met hem mee wilde naar Amerika. Bennie besluit onmiddellijk wraak te nemen op Jim. De volgende dag gaan Mon, Jim, Eddie en Bennie op eendenjacht in het moeras. Bennie richt plotseling zijn geweer op Jim, maar Eddie is sneller en schiet Bennie van korte afstand morsdood.

De beide Amerikanen maken zich uit de voeten. Op de hoeve wordt Bennie naast Ana in het grote bed van Moeder gelegd. Ana kijkt versuft naar het laken waarin hij gehuld ligt en denkt "Ik en Bennie … het mag niet".



Karakterisering van de hoofdpersonen

In het boek staan de Metsiers, een primitieve Vlaamse boerenfamilie, centraal. Zij staan apart van de rest van het dorp. In tegenstelling tot wat je zou denken zijn ze daar trots op. Dit blijkt ook uit dit citaat. 'Wij waren er trots op, dat wij niemand uit het dorp nodig hadden, wij waren er trots op, dat wij de uitgestotenen waren, de verachte Metsiers, sedert jaren.' (Pagina 12).

Omdat dit boek door een aantal mensen verteld wordt, heb ik gekozen om alle personen die een keer hun visie laten zien, te beschrijven.

Ana Metsiers is een 21 jarig meisje. Ze is zwanger van Smelders. Ze is vrij kinderlijk en ze is erg gesteld op haar halfbroer Bennie. Ze heeft een sterk karakter, maar het lijkt of ze een slechte gezondheid heeft. Ze zet Bennie tegen Jim op. Ze wil een abortus laten plegen. Ze heeft een korte relatie met Jim Braddok. Ze speelt een belangrijke rol in het verhaal. Ze zorgt vaak voor reacties van andere personages, zoals ze er ook voor zorgt dat Bennie Jim probeert te vermoorden. Over haar uiterlijk wordt niets vermeld. Ze is een duidelijk karakter, er wordt veel aandacht aan haar gevoelens en gedachten gegeven.

Bennie Metsiers is 19 jaar oud. Bennie is lichtjes mentaal gehandicapt. Hij wordt hierdoor ook wel bespot door de dorpelingen, maar tegelijk lijkt hij door deze handicap wat meer vrijheid te krijgen. Hij houdt zich niet aan de regels, hij zwerft rond en wordt daar niet voor bestraft. Hij is de zoon van Mon en Moeder. Over zijn uiterlijk wordt verder niets gemeld. Ook hij is een karakter, omdat bij hem er ook veel aandacht aan zijn gedachten en gevoelens wordt besteed.

De Moeder is de enige persoon in het boek die geen naam krijgt. Ze is een wat overheersend figuur. Zij is de baas in het gezin. Ze heeft last van veel herinneringen en gevoelens uit het verleden. Ze heeft eigenlijk een hekel aan het leven. Het wordt duidelijk dat ze samen met Mon, door middel van vergiftiging, haar man heeft vermoord. Over haar uiterlijk of leeftijd wordt verder ook niets vermeld. Maar omdat ze al een aantal kinderen heeft die al vrij oud zijn, zal ze tussen de 40 en de 50 zijn. Ze is een duidelijk karakter, er wordt veel aandacht aan haar gevoelens en gedachten gegeven.

Jim Braddok is een Amerikaanse soldaat van Nederlandse afkomst, hij is getrouwd en heeft kinderen. Hij staat voor de buitenwereld, samen met zijn oppasser Eddie. Hij heeft veel last van herinneringen aan zijn vrouw en kind, maar hij wordt verliefd op Ana. Hij gaat bij de Metsiers wonen. Over zijn uiterlijk wordt niets gemeld. Jim is ook weer een karakter. Ook bij hem wordt er veel aandacht aan zijn gedachten en gevoelens besteed.

Jules Goossens is 60 jaar oud. Hij had vroeger ook iets met de Moeder, nu is hij bekeerd katholiek met fanatieke trekjes. Ook over zijn uiterlijk wordt niets gemeld. Ook hij is een karakter. Ook bij hem wordt er veel aandacht aan zijn gedachten en gevoelens besteed.

Mon Verkindere heeft een verhouding met moeder Metsiers. Hij is ruw en vrij zwijgzaam. Hij heeft een gevangenisstraf uitgezeten. Ook hij is een karakter. Ook bij hem wordt er veel aandacht aan zijn gedachten en gevoelens besteed.

Opbouw

De plaats waar het verhaal zich afspeelt is een geïsoleerde boerderij in Zedelgem op het Vlaamse platteland. De tijd waarin het verhaal speelt is vlak na de Tweede Wereldoorlog, want er zijn Amerikaanse soldaten die het over de landing bij Normandië hebben. Het verhaal is ingedeeld in hoofdstukken, met als titel de naam van de persoon die het desbetreffende hoofdstuk vertelt (zie ook Vertelwijze).

Het verhaal heeft niet een echt duidelijke climax: het hele verhaal is als het ware een soap, maar als ik toch moet kiezen, zit zij net voor het einde, wanneer Bennie in zijn gezicht geschoten wordt. Een anticlimax zit in het einde, wanneer Ana beseft dat haar broer écht dood is. Het boek eindigt zo: 'Bennie,' zeg ik, en ik kijk naar de evenwijdige bruine balken, met de roetvlekken boven mij. Hoe kan ik nog geloven, dat hij naast me ligt? … Ik leg het laken af tot aan zijn schouder, en kijk. Wie zal ons nu helpen? En morgen moet ik naar mevrouw Sassen.

Het hele verhaal is chronologisch behalve de terugblikken, waarin je de geschiedenis van de familie te weten komt.

Schrijfwijze

Vertelwijze

Het hele boek wordt verteld vanuit de ikpersoon. Zoals ik al zei is het ingedeeld in hoofdstukken, met als titel de naam van de persoon die het vertelt (5x Mon, 4x Bennie, 5x Ana, 4x Jules, 4x Jim Braddok en 3x Moeder). Je krijgt zo per hoofdstuk een beperkt beeld, maar in het hele boek zo een breed beeld, want je kunt alle gedachten en uitspraken aan elkaar koppelen.

Ruimte

De plaats waar het verhaal zich afspeelt is een geïsoleerde boerderij in Zedelgem op het Vlaamse platteland. Het dorpskarakter is erg belangrijk, het bepaalt het leven en de handelingen van de personages. De sfeer is erg donker. De sfeer heeft het gehele boek iets weg van wantrouwen en een gebrek aan liefde. De enige keer dat een ruimte-element pas echt de handeling ondersteunt, is de regen wanneer Ana Jim ontmoet. Die regen is een slecht voorteken, want die ontmoeting zal uiteindelijk tot de dood van Bennie leiden.

Vertelritme, vertelde tijd, verteltijd

In de verteltijd van 126 pagina's wordt een vertelde tijd van zes dagen beschreven

Stijlmiddelen

Hugo Claus is een Vlaamse schrijver, het verhaal speelt zich niet alleen in Vlaanderen af, maar bevat ook nog eens echte Vlaamse taal. Daarbij komt ook nog eens dat het verhaal uit 1950 komt. Hierdoor krijg je een typische schrijfwijze, het benadrukt dat het gaat om een boerenfamilie. Hij gebruikt korte zinnen en heeft af en toe omslachtige beschrijvingen. Het volgende citaat is afkomstig uit een van de hoofdstukken die verteld zijn door Bennie. Dit stuk is te vinden op bladzijde 23 van het boek:

'Doet het nog pijn Ana?' vraag ik. 'Is het hier dat het pijn doet?' 'Het is nu al over,' zegt zij. 'Maar blijf nog wat.' Vlak voor mij, langs Ana's kleed met roze strepen, loopt er een mier, scheef, recht, en dan weer scheef, maar altijd blijft de mier in de witte streep. Ik blaas er op, de mier waait weg. Ik houd van Ana, maar ik mag het niet zeggen van Mon.





Genre

Dit boek is een psychologische roman en behoort tot de epiek. Het is geschreven in proza in 1950.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen