U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Elsschot - Kaas.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1229 en is laatst upgedate op 25/11/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3352 woorden.

KOP

Willem Elsschot: Kaas, Amsterdam: Querido, 1987 (24e druk, eerste druk 1933)



Opdracht

AAN JAN GRESHOFF



Jan Greshoff was er min of meer de aanleiding toe, dat Elsschot in 1933 na tien jaar zwijgen weer begon te schrijven. Kaas is dan ook aan hem opgedragen: een 'Opdracht aan Jan Greshoff' in vorm van een gedicht opent het boek.

Bron: Literama; K.J v.d. Kerk & H.A. Poolland



MOTTO

Ik luister zwijgend naar die stem

Die hijgt en hees is, maar vol klem

Die in mineur zingt bij 't verwensen

Van 't alledaagse in de mensen.



IK volg de hoeken van die mond,

Een kwalijk toegegroeide wond

Die alles uitdrukt, als hij lacht,

Wat hij zo fel in woorden bracht.



Hij heeft een vrouw en kroost en vrinden

Hij heeft een hele joop beminden

Waar hij plezier aan heeft als geen

Toch staat Jan Greshoff heel alleen



Hij zoekt en kijkt, hij hoopt en wacht

Van d' ene nacht tot d'andere nacht.

Hij hoort iets en komt overeind:

Hij wacht in Brussel op zijn eind



Vooruit Janlief, hanteer de riem,

En geef die rotzooi striem op striem!

Vaag al dat vee van uwe baan

Zo lang dat vee van uwe baan

Zo lang uw hart nog mee wil gaan.




In de opdracht aan Jan Greshoff treft ons de uitdrukking: het verwensen van het alledaagse in de mensen. Dit wijst op Een ontgoocheling ten opzichte van leven en mensheid, die, wanneer ze scherp wordt geuit (hanteer de riem!), tot cynisme leidt.

Bron: Belangrijke letterkundige werken; dr. Jos J. Gielen & J. G. W. Gielen



GENRE

'Kaas, is een ironisch-realistische roman in briefvorm met auto-biografische elementen, in sobere stijl geschreven

Bron: Panorama van de Nederlandse letterkunde; Drs. C. Gerritsma



SAMENVATTING

In de inleiding over de stijl vergelijkt Elsschot deze met muziek en vervolgens komt er een breder opgezette vergelijking: een blauwe lucht die langzamerhand met wolken wordt bedekt, terwijl gongslagen weerklinken. Uit deze uitvoerige bergelijking kan men opmaken dat de schrijver het begrip stijl opvat als de kunst een boek zo te 'componeren' dat het de lezer doorlopend boeit; de lezer moet voortdurend in spanning uitzien naar wat komt en de schrijver moet hem telkens weer verrassen met onverwachte dingen.

Merkwaardig, want afwijkend van wat in romans gebruikelijk is, is de opsomming van personages en elementen, vóór het eigenlijke verhaal begint. Iets dergelijks verwacht men eerder bij een toneelstuk. Bij Frans Laarmans staat: klerk, daarna koopman, daarna weder klerk. Dit is eigenlijk heel in het kort de inhoud van de roman.

Laarmans' moeder sterft. Op de begrafenis maakt het kennis met Van Schoonbeke, die hem uitnodigt tot een bezoek. Wekelijks is er bij deze rijkaard een bijeenkomst van rijke, invloedrijke, gewichtige lieden; althans zij doen zich zo voor. Laarmans, die een pennelikker is, voelt zich in dit milieu misplaatst. Van Schoonbeke biedt hem nu aan, vertegenwoordiger van een Hollandse kaasfirma te worden. Laarmans stemt toe. Hij gaat naar Amsterdam en krijgt daar bij de firma Hornstra een contract. In Schoonbeke's vriendenkring kan hij nu doorgaan voor groothandelaar in voedingswaren!

Frans krijgt van zijn broer, de dokter, een schriftelijke verklaring, dat hij een maand niet kan werken. Hij krijgt die maand ziekteverlof, maar zonder behoud van salaris. Hij richt zijn kantoor in en bestelt brievenpapier. De 10.000 kazen arriveren en worden in een veem opgeslagen. Laarmans gaat op zoek naar een bureau en een schrijfmachine. Op de club van Schoonbeke verkoopt hij aan ieder der aanwezigen één bol… voor de prijs van de groothandel. In een advertentie vraagt hij om agenten en krijgt 164 brieven, die hij alle beantwoordt. Mensen van het kantoor komen hun 'zieke' collega een geschenk aan bieden.

Van de 30 agenten die hij aanstelt, hoort hij voorlopig niets. Hij wordt tot plaatsvervangend voorzitter gekozen van de Vakbond van Belgische kaashandelaren en moet met enkele andere kaas-prominenten naar het Departement van Handel om ver mindering van invoerrechten te bepleiten. Van het onderhoud met de directeur-generaal begrijpt hij niets, maar als hij in wanhoop uitroept dat hij er genoeg van heeft, raakt de directeur-generaal, die zijn woorden verkeerd opvat, zo onder de indruk dat de verlaging wordt toegestaan.

Ten- einde raad – er is praktisch nog geen kaas verkocht – gaat Laarmans advies vragen bij Boorman, adviseur voor kooplieden, wonend in Villa des Roses (!) te Brasschaet. Diens goede raad helpt niet. Als Laarmans eindelijk een winkel durft te betreden om zijn kaas te slijten, blijkt de winkelier de vorige agent van Hornstra te zijn.

Laarmans geeft het op. Als Hornstra komt , durft hij zelfs de deur niet te openen. Hij wordt weer klerk. En dan ontvangt hij van een agent uit Brugge een bestelling van 4200 kilo! Te laat!

Bron: Belangrijke letterkundige werken; dr. Jos J. gielen & J. G. W. Gielen



Plaats en tijd

Plaats van handeling is Vlaanderen, met name Antwerpen. De vertelde tijd is ruim 2 maanden in 1933 en het tijdsverloop is chronologisch.

Bron: Panorama van de Nederlandse letterkunde; Drs. C. Gerritsma



Spanningsverloop

DE PERSONEN: Het volle licht valt in dit boek op de ik-figuur: Laarmans. De anderen blijven op de achtergrond. Laarmans kan zich in het harde , zakelijke leven niet doen gelden. Het is altijd de dupe. Het liefst is hij in de beschermende omgeving van gezin en kantoor. Hij is te bescheiden en nederig zoals klerken, zegt hij, nu eenmaal zijn. Als hij op de club bij Van Schoonbeke eens iets zegt, schrikt hij van zijn eigen stem. Hij durft de dokterverklaring niet aan mijnheer Henri te laten zien en regelt zijn ziekteverlof met een hoofdboekhouder. Hij durft geen winkel binnen zonder iets gekocht te hebben. Op zoek naar een bureau komt hij thuis met een karaf en een zakmes! En zo komt hij eigenlijk in de kaas terecht, ondanks hij eigenlijk een grote afkeer heeft van kaas: hij is te meegaand, te laf, durft zich niet tegen Van Schoonbeke's plannen te verzetten.



Hij wordt dan ook in zijn omgeving niet voor vol aangezien: als zijn broer van de kaasplannen hoort, komt hij overleggen met… Laarman's vrouw.

Het meest aan hem tegengesteld is Boorman, die gewetenloos en gewiekst is, maar in dit boek nauwelijks aan bod komt. Ook de personen in Laarmans' onmiddelijke omgeving doen door hun nuchtere zakelijkheid het onzakelijke van Laarmans' karakter des te beter uitkomen. Zijn vrouw bv. Ziet onmiddellijk dat zijn contract met Hornstra voor hem onvoordelig is. Zijn broer waagt telkens weer, of hij nu al kazen heeft verkocht. Zijn zoon Jan slaagt er wel in iets te verkopen.



Merken we tenslotte op dat in Elsschot's boeken alles draait om de personen en hun belevenissen. Natuur- en milieubeschrijving komen er praktisch niet in voor.

Bron: Belangrijke letterkundige werken; dr. Jos J. Gielen & J. G. W. Gielen



PERSPECTIEF

Het verhalen wordt geschreven vanuit een ik-persoon. Je weet alleen wat de ik-persoon ook weet, meer niet.



STRUCTUUR

Het verhaal heeft in dubbel opzicht een cyclische bouw: Laarmans is achtereenvolgens klerk – koopman –klerk; het verhaal begint met een begrafenis en eindigt met een bezoek aan het kerkhof. Aan het verhaal, dat bestaat uit 24 hoofdstukken, gaan vooraf: a) een inleiding over de stijl (vergelijking met muziek en lucht die betrekt) en b) een opsomming van personen en elemneten van het verhaal (vgl. een toneelstuk!)

Bron: Panorama van de Nederlandse letterkunde; Drs. C. Gerritsma



Wat de structuur van het structuur van het boek betreft, verwijzen we nogmaals naar Elsschot's inleiding over de stijl. Lees nog eens de beschrijving van de blauwe lucht die langzaam met wolken wordt overdekt. In de roman beginnen we met iets dat met de kaasgeschiedenis als zodanig niets te maken heeft, maar nochtans de aandacht van de lezers onmiddellijk boeit: het sterven van zijn moeder. Toevallig ontmoet Laarmans Van Schoonbeke op de begrafenis en nu begint de kaasellende: de eerste wolken schuiven aan. Steeds wordt de toestand bedenkelijker. Maar steeds ook worden we even aan dat sterven herinnerd. OP de club bij Van Schoonbeke zweet Frans meer dan bij het sterven van zijn moeder. Als hij na zijn Amsterdamse reis trots op de club komt, vindt hij het jammer dat zijn moeder dit niet meer heeft meegemaakt. Maar als alles mislukt is, vindt hij het nog een geluk dat zijn moeder deze kaasramp niet meer heeft beleefd. En het boek eindigt met een bezoek aan het graf en een prijzend woord voor zijn gezin: Brave, beste kinderen! Lieve, lieve vrouw!…De wolken zijn verdwenen. De lucht is weer blauw.

Bron: Belangrijke letterkundige werken; dr. Jos J. Gielen & J. G. W. Gielen



THEMATIEK

Het thema van deze novelle is door F. Smith in zijn biografie over Elsschot als volgt geformuleerd: 'In Kaas behandelt Elsschot hetzelfde thema als in Een ontgoocheling, namelijk de tragedie van een levens mislukking, hier de instorting van de droom van een eenvoudige bediende, die gehoopt had zich op te werken tot een zelfstandig koopman in kaas.

Bron: Literama; K.J. v.d. Kerk & H.A. Poolland



De roman heeft verschillende thema's: zoeken naar een houding tegenover verlies en dood; menselijke onmacht en onvolmaaktheid; tragedie in het leven van de mens; droom tegenover daad. Een belangrijke rol spelen:

- het zakenleven

- ironie, sarcasme en cynisme

- zenuwoverspanning, bitterheid en triestheid;

- dood, begrafenis, ontbinding (vgl. opgeslagen kaas).

Bron: Panorama van de Nederlandse letterkunde; Drs. C. Gerritsma



TITELVERKLARING

Kaas speelt een belnagrijke rol in het verhaal en bezorgt de hoofdpersoon veel ellende. Kaas, opgeslagen in een pakhuis, is tevens symbolisch voor begraven, dood en ontbinding.

Bron: Panorama van de Nederlandse letterkunde; Drs. C. Gerritsma



TAALGEBRUIK

Elsschots's stijl is een model van eenvoud en ongekusteldheid. Hij schrijft nuchter, precies, zonder omhaal, zonder mooidoenerij of aanstellerij, trefzeker; er staat geen woord teveel of te weinig. Zijn zinnen zijn kort, zakelijk. Zijn beeldspraak is treffend, maar sober. Bv.: door iedereen verlaten moet ik zelf kaasdraak te lijf.



Het is te begrijpen, dat zijn stijl, niet alleen die van zijn gedichten, maar ook die van zijn romans, juist in de Forum-jaren, 1930-1940, zoveel waardering vond.



Elsschot schrijft zuiver Nederlands, practisch zonder Vlaamse inslag en maar met een enkel gallicisme (zich aan iets verwachten).

Bron: Belangrijke letterkundige werken; dr. Jos J. Gielen & J. G. W. Gielen



Secundaire informatie

Gegevens over de auteur: In 1982 zal het honderd jaar geleden zijn dat Alfons de Ridder geboren werd. De Ridder had Handels- en Consulaire wetenschappen gestudeerd, werd zakenman en maakte naam in de reclamewereld.

Vanaf 1918 tot 1960 leidde hij een publiciteitszaak. Bekend werd hij echter onder het pseudoniem: Willem Elsschot.

Elsschot werd de gevierde Vlaamse schrijver voor Noord-Nederland en tegelijk ook gangmaker voor een hele reeks schrijvers die zijn ironisch, "realisme vol absurde heroiek op huiskamersterkte" navolgen (A. Nuis), de kritiek omschreef hem als "de patroon" van de eerste helft van de jaren zeventig. Een patroon naar wiens werk voortdurend verwezen werd. Zijn huis werd een bedevaartoord en zijn stijl een maatstaf: "een nieuwe Elsschot" werd een reclameslogan om aankomend talent te roepen.

Bron: De Morgen 31-12-1981



Het is vreemd te bedenken, dat de Antwerpse schrijver Willem Elsschot (1882-1960), die thans tot onze meest geliefde auteurs behoort, tot zijn vijftigste jaar heeft moeten wachten, voordat er bij het publiek van enig enthousiasme voor zijn werk sprake was. Zijn eerste boeken, die kort voor en na de eerste wereldoorlog verschenen, weken zo sterk af van wat door de literaire smaak van die tijd werd voorgeschreven, dat ze in het algemeen maar weinig lezers vonden. Terwijl de meeste Nederlandse schrijvers zich in navolging van de Tachtigers toelegden op mooie , dichterlijke taal, onderscheidde het proza van Elsschot zich vanaf het begin door een voorkeur voor het gewone woord, een taal die op geen enkel wijze is opgesierd. Daarbij komt dat Elsschot zijn inspiratie niet zocht in verheven fantasieën, maar dat hij uitging van het alledaagse leven, zoals hij het om zich heen waarnam. Pas met de opkomst van de 'Forum'-generatie omreeks 1930, die ook aan het gewone woord de voorkeur gaf boven een 'poëtische' manier van schrijven, ontstond er in brede kring belangstelling voor zijn werk.

Bron: Literatuurboek



Willem Elsschot is het pseudoniem (afgeleid van Helschot, een buurtschap in het Vlaamse Herselt) van Alphonsus Josephus de Ridder: 1882-1960; geboren in Antwerpen; volgde enkele jaren atheneum (werd van school verwijderd); studeerde aan het Hoger Handelsinstituut; was werkzaam op kantoren in Parijs, Rotterdam en Brussel; trouwde na de geboorte van een zoon; had een eigen reclamebureau.

De ridder was medeoprichter van het tijdschrift 'Alvoorder' en de 'Revue continentale illustre' (1912); kreeg diverse prijzen, o.a. de C. Huygensprijs (1951). Hij werd 'ontdekt' door de schrijvers van het tijdschrift 'Forum' (M. ter Braak, E. du Perron, J. Greshoff, S. Vestdijk e.a.). Zijn werk is sterk autobiografisch en persiflerend, vaak gesitueerd in de zakenwereld of het huishoudelijk milieu.

Andere werken: o.a. 'Villa des Roses' (1913); 'Een ontgoocheling' (1921); 'De verlossing' (1921); 'Lijmen' (1924); 'Tsjip' (1934); 'Pensioen' (1937); 'Het been' (1938); 'De leeuwentemmer' (1940, een vervolg op 'Tsjip'); 'Het tankschip' (1942); 'Het dwaallicht' (1946); 'Verzameld werk' (1957). In 1979 verscheen Elsschots ongebundeld werk onder de titel 'Zwijgen kan niet verbeterd worden' (samengesteld door A. Kets)

Bron: Panorama van de Nederlandse letterkunde; drs. C. Gerritsma



Plaats van de roman in de literatuur: Voor een deel als reactie op het expressionisme, waarin het gevoel soms een overheersende plaats had ingenomen, ontstond omreeks 1930 in onze literatuur een stroming die gekenmerkt wordt door een sobere, nuchtere manier van schrijven. Een belangrijke invloed werd hierbij uigeoefend door architectuur, waar na de eerste wereldoorlog het modernisme naar voren was gekomen. Dit modernisme, dat ook wel functionalisme of nieuwe zakelijkheid werd genoemd, was ontstaan in de Verenigde Staten, waar de toepassing van staal, glas en beton bij de bouw van wolkenkrabbers had geleid tot een strakke vormgeving, die als een symbool van zuiverheid werd beschouwd.

Ook in de literatuur van deze periode kan het streven naar een strakkere vormgeving worden opgemerkt. Typerend in dit opzicht is bij vele schrijvers hun voorkeur voor het gewone woord, de korte zin en de ironische wending, waardoor al te hoogdravende gevoelens gemakkelijk kunnen worden ondergraven. Vooral in het tijdschrift 'Forum' werd er een nuchtere houding tegenover de literatuur gepropageerd. Een van de schrijvers die hierdoor werd beïnvloed is Willem Elsschot.



Willen Elsschot was de belangrijkste Zuidnederlandse schrijvers in deze periode. Hij onderscheidde zich al omstreeks 1910 door zijn voorkeur voor het gewone woord. Zijn eerste boeken werden nauwelijks opgemerkt. Pas omstreeks 1930 toen de 'Forum'-generatie soortgelijke opvattingen verdedigde, werd Elsschot ontdekt. Typerend is dat deze schrijver zijn inspiratie niet zocht in verheven fantasieën, maar dat hij uitging van het alledaagse leven. Zijn werk is vaak buitengewoon humoristisch.

Bron: Literatuurboek



Verwerking van de recensies

1. Jan C. Villerius: Van Lijmen tot kaas, Elsschot uit Elsschot verklaren; N.R.C. 21-3-1962



Het heeft Willem Elsschot tijdens zijn leven op den duur niet aan belangstelling en waardering ontbroken. Critici als Vestdijk, Ter Braak, en Greshoff wijdden zijn werk in de jaren dertig instemmende beschouwingen; Buyens, Smits en Van Vlierden publiceerden later hun visie op persoon en oeuvre ieder in boekvorm; en het verschijnen van het Verzameld Werk zette de viering van Elsschots vijfenzeventigste verjaardag gepaste luister bij. Ook na zijn dood bleek zijn ster nog steeds te strijgen. Twee gedenkplaten werden onthuld, waarvan een dezer dagen in Rotterdam, en op het ogenblik is in dezelfde stad een tentoonstelling over zijn leven en werk te zien. Een toneelbewerking van Lijmen en Het been bereikte een nieuw publiek; er verscheen een vierde boekje onder titel Willem Elsschot, nu van Garmt Stuiveling; en de verzameluitgave vindt nog steeds gretig aftrek.



De roman wordt positief beoordeeld, omdat hij schrijft:

-In het hierna volgende wordt getracht enig nieuw licht te geven op het boekje, uitgaande van het eenvoudige feit dat Elsschots hele oeuvre een doorlopende autobiografie is en dat bijgevolg Elsschot alleen uit Elsschot verklaard kan worden.

-Het merkwaardige verschijnsel doet zich hierbij echter voor, dat de kritiek er in het algemeen nooit bijster veel begrip voor getoond heeft.

-Kaas wordt niet, zoals Stuiveling wil, beheerst door maar een motief, het vertoont geen toespitsing op het zakelijke. De beide slothoofdstukken verwijzen nadrukkelijk naar de beide aanvangshoofdstukken.

Jan C. Villerius vindt de compositie van het boek erg goed.



Ik ben het totaal met C. Villerius eens. De eerste de aba- opbouw vind ik erg goed.



2. C.J. Kelk: Kroniek van het proza; N.R.C. 2-12-1933

In het boek kaas gaat het puur om de karakterisering van de personen en niet om de zaken (milieu, ruimte, plaats, tijd enz.).



De roman wordt positief beoordeeld:

'Elsschot is misschien wel de eerste schrijver ter wereld die uit het zakenleven het essentiële gevoel heeft geput dat erin zit. Het leed, dat erin schuilt, die ontgoocheling die het schenkt, de liefde die het verspilt. In deze omstandigheden ligt ten dele de verklaring voor zijn weerklank bij de lezers. Velen zullen zich voor het eerst begrepen voelen, velen zullen het onpersoonlijke hier verpersoonlijkt vinden. Tot dusver was dit deel van het menselijk bestaan nog niet in de poëzie gebracht. Dat was de nuchtere kant, dat was de prozaïsche kant. Welnu als het prozaïsch is, dan is er ook proza van te maken en dat is was Elsschot heeft gedaan en daarom alleen al is hij de origineelste schrijver van de wereld'



Niet veel informatie, maar wel een zeer sterk argument.



De persoonlijke verwerking

Ik heb deze roman gedeeltelijk gekozen, omdat ik er al recensies en uittreksels van had, maar dat was natuurlijk niet de doorslaggevende keuze. Ten eerste sprak de voorkant van het boek me al aan. En de titel kaas maakte me nieuwsgierig hoe je een compleet boek met als onderwerp kaas kan schrijven. Verder had ik al van mijn broer gehoord dat deze roman aan te raden was en heb ik al wel meer van deze schrijver gehoord. Wat natuurlijk ook meespeelde was de tijd waarin dit boek geschreven was, aangezien dit verplicht was.



Wat ik positief aan de roman vond is dat het begint met een motto en een interessante inleiding. De compositie van het werkelijke verhaal vond ik ook goed, ondanks dat de meeste vroegere critici van niet vonden. Zij beweren dat het begin en het eind van het boek te veel afdwalen van het werkelijke verhaal, maar in het verhaal worden steeds korte verbanden gelegd met het begin en het eind van het verhaal, zoals als hij na zijn Amsterdamse reis trots op de club komt, vindt hij het jammer dat zijn moeder dit niet meer heeft meegemaakt. Doordat ze dit steeds gebruiken laten ze het juist zien dat Laarmans veel om zijn familie geeft en dit is toch een zeer belangrijk aspect in het boek, want omdat hij zoveel van zijn familie houdt, maakt hij uiteindelijk de keuze om met de kaashandel te stoppen.



Verder vond ik het taalgebruik ook goed. Het is een model van eenvoud en ongekusteldheid. Hij schrijft nuchter, precies, zonder omhaal, zonder mooidoenerij of aanstellerij. Ten eerste leest dit heel makkelijk en plezierig. In tegenstelling tot een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart wordt het milieu tenminste niet steeds superuitvoerig beschreven. Ten tweede vind ik het heel knap om zonder deze dingen een goede roman te schrijven.



Ik vond het ook een interessant thema vooral omdat het een werkelijk thema is die in het dagelijks leven voorkomt en daardoor extra interessant is.



Het onderwerp vind ik zeer origineel (zie recensie 2, blz 7) en boeiend, omdat nog nooit iemand anders over het nuchtere zakelijke leven heeft geschreven. Ik zal zeker wel meer van deze schrijver willen lezen, omdat hij altijd in deze stijl schrijft en dat bevalt me goed. Zijn boeken zijn ook niet zo dik en tenminste niet langdradig zoals de meeste ander boeken. Ze gaan puur over de karakters en niet om de zaken er omheen. Om dezelfde redenen kan de roman ook aan iemand anders aanraden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen