U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : A. Alberts - De Zilveren Kogel.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/9462986/ en is laatst upgedate op 30/05/2002.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1796 woorden.


Ondertitel: -


Uitgeverij: G.A. van Oorschot/Amsterdam


Jaar van uitgave druk: 1984


ISDN-nummer: 90-282-0567-5


Aantal bladzijden: 141


Hoofdstuktitels:


· Een oud kind in de mist


· Griersons grafkelder


· De heks van Thornhill


· De opstand


· Het huwelijk


· De zilveren kogel




Motto




In dit boek is geen motto aanwezig.




Samenvatting




Het verhaal gaat over de tijd van de godsdienstoorlogen, van 1679 tot 1689.


Het verhaal speelt zich af in Schotland ten zuiden van Glasgow, in Glasgow en in de streek ten noorden van Edinburgh tot de pas van Killiecrankie. In het verhaal gaat het voornamelijk over dominee Peden en Isobel. Isobel probeert Peden te helpen en te waarschuwen als Claverhouse in de buurt is. Claverhouse zal als trouwe volgeling van de Engelse koning nooit van het geloof van de koning afwijken en is dus tegen de covenanters. Deze komen steeds vaker samen om te luisteren naar preken van hun dominees. Als de oude koning op een bepaald moment dood gaat komt er een vervanger die niet in de smaak valt bij de bevolking en de godsdienstoorlogen blijven. Als ook deze aftreedt komt er een koning waar de bevolking achterstaat. In elk geval de covenanters. De hele trouwe onderdanen van de Engelse koning blijven vechten, maar nu zijn ze in de minderheid. Als Claverhouse op het einde wordt vermoord - volgens de protestanten kon hij alleen worden gedood met een zilveren kogel- verdenken zijn soldaten Isobel. De reden hiervan is dat zij een zilveren knoop op haar jasje mist. De volgende dag gooien de soldaten van Claverhouse haar op de brandstapel. Net zoals haar moeder is Isobel als heks veroordeeld en verbrand, en volgens het verhaal beiden ten onrechte.






Titel en ondertitelverklaring




De titel wordt verklaard op blz. 112-114: iemand die een pakt met de duivel heeft gesloten, is onkwetsbaar, behalve voor een zilveren kogel (een zilveren jasknoop). Deze knoop wordt het corpus delicti, dat leidt tot scheiding van de hoofdpersonen, maar eigenlijk ook tot hun verbintenis in de eeuwigheid. De zilveren kogel is het instrument van het noodlot.


Claverhouse wordt vermoordt door een zilveren kogel en Isobel mist een zilveren knoop op haar jas, dus zij wordt verdacht.




Genre




Het hoofdgenre van dit boek is epiek, omdat het in dit boek gaat om de gebeurtenissen, de strijd tussen de godsdiensten. Toch kan het ook lyriek zijn, omdat het ook gaat om de emotionele gebeurtenissen, zoals tussen Isobel en Claverhouse. Ze zijn eigenlijk voor elkaar bestemd, maar ze staan politiek tegenover elkaar. De emotie speelt dus een belangrijke rol, maar er is emotie door de gebeurtenissen waardoor ze elkaar steeds tegenkomen. Epiek is dus het belangrijkste.


Het subgenre is een historische roman.




Thema




Het thema is de kracht van het noodlot, toeval. 1. Iemands carrière wordt in het politiek tumult bepaald door de onvermijdelijkheden van het toeval; 2. de ideale geliefde kom je tegen en je verliest haar weer door de omstandigheden: dus ook noodlot, toeval.


Het thema is dus de kracht van het noodlot.


Isobel en Claverhouse zullen elkaar pas krijgen als ze beide dood zijn, dan speelt de politiek geen rol meer.




Idee




De idee is dat het noodlot de wereld regeert, de mens kan er maar weinig tegen doen: als hij het geluk niet grijpt als het passeert, is het verloren; slechts de dood brengt het terug.






Motieven




1.Heksenvervolging


“Maar goed, die lachende vrouw ging tenslotte met de anderen naar de plaats, waar het zou gebeuren.


Met je moeder? Vroeg Claverhouse.


Met mijn moeder, zei ze. Naar de plaats van de verbranding. Het verbranden van hun lichaam was nodig om Satan te verhinderen ze weer naar de mensen te laten teruggaan. Het gebeurde in brandend teer in een bak op een kolenvuur. Hout was te duur. De heksen merkten het verschil trouwens niet, want ze werden eerst gewurgd.”


(blz. 62, na de witte regel)




“Isobel Gowdie is de dochter van een heks, die indertijd uit Nairn naar hier, naar Thornhill is gekomen. Een jaar of tien geleden zijn haar misdaden ontdekt. Ze is veroordeeld en verbrand. De dochter moet op de een of andere manier bij het proces betrokken zijn geweest, maar hoe, dat wist Margaret niet.


(blz. 34)




2. De bijbel


“De heer is nabij. De heer ziet toe uit de hemelen, maar hij is ook achter de horizon. Hij is nabij. Hij zal in het midden van Israël zijn. Hij zal zijn geest uitgieten over alle vlees. Uw zonen en dochters zullen profeteren. Uw jongeren zullen verschijningen zien.


(blz. 80, na de witte regel)




“Maar het duurt niet lang meer of God zal voor jullie aangezicht een dienst houden, een conventikel, dat Schotland zal doen beven.”


(blz. 5, einde eerste alinea)




3. Het heksmotief


“Ze maakt vaak een praatje als ze elkaar tegenkomen. Niet vaak, want Isobel zwerft vaak rond en ze komt alleen af en toe in Thornhill, in het huis, waar haar moeder heeft gewoond. Ze zien elkaar dus zelden en daar ben ik niet rouwig om. Volgens Margaret gaat ze bij de boeren rond om zieke dieren te genezen en u weet, wat daarvan kan komen. Precies. Het omgekeerde.”


(blz. 35, 2e alinea)




“Dominee Peden voelde in de zak van zijn jas. Hij wist, dat het koord erin zat, maar hij wist niet, of hij het aan Nehemia zou laten zien. Nehemia zou een onderzoek kunnen verlangen. Om vast te stellen, dat het hier om een tovermiddel ging. Dan zou hij, Peden, een verklaring moeten afleggen. In het nadeel van Isobel. En toen schoot hem ineens iets te binnen. Een verklaring voor de angst van Grierson. Hij zei: Ik heb het niet meer. Weggegooid natuurlijk. Maar Nehemia, zou die vrouw van de grafkelder misschien de echte heks geweest zijn? De moeder? De verbrande heks?”


(blz. 35 onderaan + blz. 36 eerste alinea)




4. Bijgeloof/Geloof


“Zoiets schijnt in golven te gaan. De verschrikking bereikt een hoogte punt en daarna lijken de mensen weer verzadigd. Dan hebben ze Satan opnieuw verslagen. Of God weet wat ze denken. En de heksen houden zich stil tot de volgende uitbarsting.”


(blz. 58)




“Ik heb tot Jezus gebeden en die heeft haar genezen. Denk je, dat de Here Christus luistert naar gebeden van jullie soort? Ja, juist naar die van Ons soort zondaren.


Daar moeten ze mee gezeten hebben, met dat antwoord. Maar toen vroegen ze weer. En zij maar ja, ja, ja. En ze is veroordeeld.


De anderen hebben het moeilijker gehad. Maar de meesten waren al gek geworden door de martelingen. Of dood. Verdronken in de Dee om te bewijzen, dat ze onschuldig waren.”


(blz. 61 onderaan + 62 eerste alinea)




5. De kracht van het noodlot


“Een vonnis hoefde niet meer te worden uitgesproken. Hout was er genoeg in het bos achter het huis. En de heks verzette zich niet. Toen de volgende ochtend het hout op het plein voor het huis was gestapeld, liep ze voor haar bewakers uit naar het vuur, dat al begon te branden. Ze liep naar zijn warmte, naar zijn liefde, naar zijn rust.


(blz. 141)




“Isobel wist, dat hij nu elk moment kon komen. Ik zal hem niet van de anderen kunnen onderscheiden, dacht ze, maar misschien toch wel, als hij vlak langs het huis rijdt.


Ze zag hem. Aan het hoofd van zijn ruiters, dicht achter de vluchtende vijand. Een van de voorste ruiters had haar gegroet. In een rode jas! Riep ze. De schurk! Ze lachte en ze huilde. Het doet er niet meer toe. Hij komt straks terug. Hij komt. Toen werd er van vlakbij geschoten. De man in het rood van zijn paard en verdween. De anderen vlogen verder.”




Structuur




De schrijver heeft zijn boek ingedeeld in 6 hoofdstukken met titels. De laatste hoofdstuktitel is dezelfde als die van het boek. De hoofdstukken zelf zijn gestructureerd met regels wit, die vaak een tijdsprong aangeven, het is dus fragmentarisch tijdverloop. Fabel en sujet zijn dus ook niet gelijk, door de tijdsprongen en terugblikken. Het verhaal van Isobel’s moeder is bijvoorbeeld ook een terugblik.


Als innerlijke organisatie zijn er 2 lijnen: de carrière van Claverhouse en de ontmoetingen die hij heeft met Isobel.


Hun 2 levenslijnen kruisen elkaar af en toe: ze zijn onvermijdelijk voor elkaar bestemd, maar staan politiek tegenover elkaar en krijgen elkaar dus pas in het gebied waar de politiek niets meer voorstelt: de dood.


In de historische zin is de volgorde in medias res, maar de vertelde tijd loopt van het leven en de dood als heks van Isobels moeder en later zijzelf, hierna de toekomstige vereniging met Claverhous (de dood). Hier is het dus weer ab ovo.


Het einde is gesloten, Isobel en Claverhouse zijn beide dood en zullen zich dus verenigen.




Personages




De voornaamste personen zijn Claverhouse en Isobel, minder belangrijk zijn de tritagonisten die tussen de bovengenoemde staan: Peden (geloof); Nehemia Welch en zijn vrouw Margaret; Grierson (die de moeder van Isobel heeft laten verbranden).


Ook nog meneer Fence, de fourageur van het leger; Jean Cochrane, de latere vrouw van Claverhouse; neef Kilsyth, die ook met Jean Cochrane wilde trouwen en achter het complot tegen Claverhouse zit; Robbie en James Stewart, de moordenaars van Claverhouse.


De verhouding tussen Claverhouse en Isobel is het aardigste om te bespreken: zij horen bij verschillende partijen, zijn van verschillende stand, maar voor elkaar bestemd: op blz. 64 blijkt dat Claverhouse meer voor haar voelt dan gepast zou zijn.


Claverhouse laat zich leiden door carrière en kiest voor de verkeerde, tweemaal: de vrouw die hij trouwt is voor hem uitgezocht en de vorst voor wie hij vecht is een verliezer. Het pad van Claverhouse kruist enkele malen dat van Isobel en hun relatie wordt vertrouwelijker; ze blijven echter daarbuiten tot twee verschillende werelden horen.


De karakters maken niet echt ontwikkelingen door in het verhaal. Ze maken natuurlijk wel veel mee, maar Isobel blijft hetzelfde, een soort heks, en Claverhouse blijft ook voor zijn carrière kiezen.




Tijd




De historische tijd loopt van 1679 tot 1689, dus eind 17e eeuw. De vertelde tijd loopt globaal van het leven en de dood als heks van Isobels moeder tot de dood als heks van Isobel zelf en haar toekomstige vereniging met Claverhouse. Het is continue omdat het aan een stuk doorloopt (globaal) maar er zijn wel terugblikken en tijdsprongen en vooruitzichten dus wat dat betreft is het niet-continue.


Het tijdsperspectief is vision avec, je volgt de ontwikkelingen gewoon stap voor stap tot aan de dood van Isobel toe.


Het handelingsverloop beslaat een aantal episoden van steeds enkele dagen uit de carrière van Claverhouse: zijn bekommernissen met de covenanters, met dominee Peden, ontmoeting met Isobel, zijn huwelijk, de slag bij Killiecrankie en zijn dood.




Perspectief/vertelsituatie




De vertelsituatie is auctorieel en wisselend personeel: de verteller is een overal aanwezige, hij is in het kamp van vriend en vijand, geeft de gedachten van voornamelijk claverhouse, Isobel en Peden. De vertelstijl is zakelijk of liever: onderdrukt emotioneel.




Ruimte




Het verhaal speelt hoofdzakelijk in het grensgebied tussen Engeland en Schotland. Sommige ruimten krijgen wat uitvoeriger aandacht: de grafkelder van Grierson met de haak (!) en het huis van meneer Fence, ook de herberg aan het slot.


De mist, met name in het begin van het boek, is symbolisch of subjectief: beschermende mantel voor vooral Alexander Peden. Door de mist krijgt hij de kans om te vluchten.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen