U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Van Aken - De Valse Dageraad : Het Leven Van Hroswithus Wikalensis, Wereldreiziger En Geleerde.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/8459822/ en is laatst upgedate op 15/03/2002.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4504 woorden.


Amsterdam 2001




Externe gegevens:


Biografische gegevens:


Jan van Aken werd in 1961 geboren. Hij werd geboren in de buurt van Lobith.


Hij droomde al sinds zijn jeugd van het schrijverschap, maar verwachte niet dat dat voor hem ooit haalbaar zou zijn. Zijn eigen werk deed hij af als ‘verhaaltjes’. Midden jaren negentig stuurde hij een kort verhaal op naar het Nieuw Wereld Tijdschrift, een zeer gerespecteerd tijdschrift uit Vlaanderen. Hij kreeg een enthousiaste brief terug van redacteur, dichter en criticus Herman de Coninck en zijn verhaal werd geplaatst.




Andere werken:


Van Aken begon met het schrijven van losse fragmenten, die hij uiteindelijk tien jaar later bijeenbracht in De valse dageraad. In de tussentijd schreef hij verschillende verhalen, een filmscenario en een novelle. In 2000 kwam zijn debuutroman Het oog van de basiliek uit, een vrolijk boek over de ontmoeting van paus Leo de Grote en Attila de Hun (541). In 2001 kwam zijn tweede roman, De valse dageraad uit.




Algemene thematiek/ontwikkeling:


Zowel Het oog van de basiliek als De valse dageraad zijn historische romans. Van Aken probeert de geschiedenis zo waarheidsgetrouw mogelijk over te brengen.




Algemeen oordeel kritiek:


Van Aken is nog niet erg bekend bij het grote publiek. Het oog van de basiliek werd overwegend goed ontvangen door critici. Over De valse dageraad zijn de meesten zelfs zeer te spreken. Van Aken wordt door velen vergeleken met Umberto Eco en er wordt hem een zeer succesvolle toekomst voorspeld.


In recensies worden Van Aken al prijzen toegekend die hij in de toekomst zal krijgen.




Interne gegevens:


Samenvatting:


Op 99-jarige leeftijd krijgt de monnik Hroswith te horen dat zijn vriend Albertus is overleden. Hij krijgt een boek waarin deze het levensverhaal van Hroswith enkele jaren geleden heeft opgeschreven. Hroswith is ontevreden over de kwaliteit en begint een bijbel uit te krabben om zijn levensverhaal zelf op te schrijven.


Hroswith wordt geboren in een het kleine dorpje Wikala in de Oostelijke Lage Landen. Hij leert lezen en Latijn spreken van de dorpspriester. ’s Nachts houden stemmen die een vreemde taal spreken hem uit zijn slaap. Als hij in een kerkdienst moet zingen, komen plotseling vreemde woorden in die taal uit zijn mond. De dorpsbewoners worden bang en willen hem doden. Hij wordt gered door zijn vader, maar zijn moeder komt om wanneer de dorpsbewoners hun huis in brand steken.





Fritherik vindt werk op het kasteel van graaf Wichman. Hroswith krijgt samen met Adela, de jongste dochter van de graaf, onderwijs van een monnik. Ook leert hij het vak van smid van zijn vader. Hij krijgt een geheime verhouding met Adela, maar zij trouwt Imed. Als ze zwanger blijkt te zin van Hroswith wordt deze verbannen. Hij laat zich naar Engeland varen, maar lijdt schipbreuk. Hij spoelt aan op onbekend land en hier wordt hij overvallen door Deense vikingen die hem als slaaf meenemen. Op de slavenmarkt wordt hij door koning Harald gekocht om zijn smidscapaciteiten. Hij weigert echter zwaarden te maken als slaaf, dus laat Harald hem vrij en werkt Hroswith als vrij man voor hem. Hij raakt bevriend met koningszoon Svein en zijn vrienden. Hij wordt ingewijd in de Deense godsdienst. Hij krijgt daarvoor de opdracht iets te stelen. In het bos steelt hij van twee mannen een boek en hun slaaf.


Als Hroswith met zijn vrienden in de handelsstad Haithabu is, wordt hij ontvoerd door deze twee. Hij wordt als slaaf meegenomen op hun schip. De mannen blijken Arabisch te zijn en hun leider is Abu al-Fath al-Iskandari. Als de boten worden overvallen, wordt Abu gevangen genomen, maar Hroswith redt hem en de andere gevangen. Hij leert Abu dobbelen en wint zijn vrijheid terug door met hem te spelen.


In een Slavisch dorpje laden ze hun spullen uit, van plan om over land verder te trekken. Ze raken in gevecht met de dorpelingen en vermoorden vrijwel alle mannelijke dorpsbewoners. De vrouwen en overgebleven mannen helpen met het vervoeren van de goederen met wagens. Ze komen aan in de versterkte Roesstad Kiev, waar ze de dichter en neef van Abu, Badi Azzaman al-Hammadani tegenkomen. De handelaar Kyriakos neemt het gezelschap mee naar de markt. Op de slavenmarkt ontdekken zij een beeldschone slavin, die beweert een purpergeborene te zijn. Ze hebben te weinig geld om haar te kunnen kopen en Hroswith vermoordt de slavenhandelaar. Ze nemen Sophia mee en vluchten op het schip van Kyriakos.


Hroswith wordt verliefd op Sophia, maar weet dat zij onbereikbaar voor hem is aangezien ze van Abu is. ’s Nachts vlucht hij met haar en ze trekken naar Damascus. Hij gaat als smid werken en ze krijgen twee kinderen. Hij raakt bevriend met de geleerde Sleimann die net als hij zeer geïnteresseerd is in boeken. Als er pest uitbreekt in de stad, krijgt Hroswith als vreemdeling de schuld. Voor hij zijn huis kan bereiken, wordt deze al afgebrand en zijn vrouw en dochters komen hierbij om. Hroswith vlucht weg en is enkele weken constant dronken. Verzwakt wordt hij gevangen genomen door, zo blijkt later, Abu. Hroswith krijgt een galgemaal dat door Hosseyn is klaargemaakt en overlegt met Abu over hoe hij om het leven gebracht moet worden. Abu besluit hem op te sluiten in een diepe put. Terwijl hij hier zit krijgt Hroswith eten, drinken en zelfs een vrouw van, zo blijkt later, Hosseyn. Met slecht weer loopt de put vol water en Hroswith herwint zwemmend zijn vrijheid.


Hroswith bereikt de zee en vaart met een aantal vissers mee naar Cyprus. Hosseyn zegt hem gedag. In Cyprus monstert Hroswith aan op een Siciliaans schip dat in een storm belandt en in Cordoba terechtkomt. Hier vindt hij een baantje bij de paleiswacht, waar hij zich in de volgende jaren omhoog werkt. Na een aantal jaren komen Abu en de Catalaan Mounain in de stad. Zij krijgen problemen met de koning en worden opgesloten. Hroswith gebruikt zijn macht om ze te bevrijden en ze vluchten gedrieën. Ze worden achtervolgd door mannen van de koning en verschansen zich in een gebouw aan de rand van een diepe kloof. Abu vindt een parachute uit waarmee ze naar beneden springen. Mounain komt hierbij om het leven.





Abu en Hroswith trekken de Pyreneeën over naar Frankrijk. In het slechte weer komt Abu om het leven. Hroswith trekt verder in een monnikspij op weg naar zijn geboortegrond. In Trecht koopt hij een huisje, waar Gisela hem helpt met het huishouden. Als hij haar zwanger maakt, trouwt hij met haar.


Hroswith wordt in opdracht van Adela thuis opgehaald; hij moet haar verdedigen in een proces waarin ze wordt beschuldigd van de moord op haar zus. Op weg naar Nimwegen zien ze hoe een menigte een familie wat aan wil doen omdat de moeder een kind heeft gekregen met één oog. Hroswith redt een meisje met een bochel en neemt haar in huis als huishoudster. In Nimwegen verdedigt Hroswith Adela en maakt kennis met keizer Otto en diens leermeester Gerbert. Hij maakt indruk op de keizer en krijgt het aanbod zich bij het hof te voegen en mee te reizen. Hroswith besluit eerst nog naar huis te gaan en later het hof achterna te reizen richting Rome. Daar wordt hij bij de poort aangehouden en vastgezet in de Engelenburcht bij de ondergrondse paus Profundus en zijn zoon Pecatto. Hij wordt bevrijd door Otto wanneer deze orde op zaken komt stellen in Rome. Hroswith krijgt van Otto en Gerbert de taak een keizerlijke bibliotheek op te richten en te beheren.


Hroswith wordt uitgenodigd voor een jachtpartij. Dan krijgen zij te horen dat paus Gregorius is overleden. In Rome laait een strijd op tussen verschillende partijen die voor de opvolging willen zorgen. Otto maakt Gerbert paus onder de naam Sylvester II. Hroswith krijgt de tijd om naar huis te gaan. Onderweg doet hij het klooster Sint-Gallen aan. Als hij vlak bij huis is komt hij zijn oude Deense vrienden tegen die op rooftocht zijn. Hij raadt hen aan Wikala te overvallen en dat doen ze.


Bij thuiskomst blijkt Theckla zwanger van Hroswith te zijn en hij neemt haar als tweede vrouw. Al snel wordt Hroswith onrustig en hij vertrekt naar Aken, waar de keizer ook blijkt te zijn. Otto wil het graf van keizer Karel openen en roept daarbij de hulp in van graaf Tammo en Hroswith. Hroswith wordt onrustig en besluit naar Rome te trekken en onderweg de bibliotheken van kloosters aan te doen. Twee weken na hem komt ook het hof aan in Rome. Otto wil dat de oudste zoon van Adela, Meginwerk, Hroswith gaat helpen met de bibliotheek. Hij lijkt zo erg op Hroswith dat het zijn zoon wel móét zijn. De bibliotheek krijgt een eigen gebouw.


In Rome breekt een opstand tegen Otto uit, die hij met hulp van Hroswith zonder bloedvergieten weet neer te slaan. Het hof neemt zijn intrek in burchten nabij Rome, omdat de stad zelf te gevaarlijk wordt. Hroswith blijft in Rome maar wordt beroofd van al zijn bezittingen en wordt de stad uit gezet door vijanden van Otto. Hij reist het hof achterna naar Ravenna, onderweg geholpen door heremieten. Hij ontmoet Gerbert, maar om Otto te zien moet hij doorreizen naar de ascetengemeenschap in Pereum. Hun leider Romuald misleidt hem waardoor hij oponthoud ondervindt en Hroswith moet weer achter het hof aan trekken naar Rome. Hij loopt Otto mis en hoort dat deze weer is vertrokken naar Ravenna.


Als er weer onrusten uitbreken in Rome besluit Hroswith de bibliotheek te verplaatsen naar Ravenna. Hij rijdt eerst zelf daarheen. Hier ontmoet hij Gerbert en Otto, met deze laatste gaat het niet goed. Hroswith trekt met het hof en het leger mee naar Rome om hier de orde weer te herstellen. Wanneer ze buiten Rome wachten op troepen die nog moeten komen, overlijdt Otto. Uit angst voor de te verwachten opstanden in Rome, besluit het leger zich terug te trekken in Duitsland. Hroswith wordt vooruitgestuurd met de Heilige Lans, een belangrijk machtsinstrument van de keizer. Hertog Hendrik vermoedt dat Hroswith de lans heeft en probeert hem te krijgen. Wanneer beiden met de lijkstoet meereizen, eist Hendrik nogmaals de lans op. Meginwerk zegt Hroswith de lans aan Hendrik te geven. Na de twisten rond de troonopvolging, wordt Hendrik gekroond in Mainz.





Thuis wijdt Hroswith zich aan zijn gezin en het schrijven. Wanneer zijn vrouwen overlijden, brengen zijn kinderen hem naar een klooster waar hij de rest van zijn leven slijt.


Bodo, de novice die als taak heeft voor Hroswith te zorgen, heeft meegelezen. Het verhaal inspireert hem er op uit trekken voordat hij zijn gelofte af zal leggen.




Thematiek:


Het boek gaat over de reislust van Hroswith. Hij kan niet stilzitten en wil de hele wereld zien en er alles vanaf weten. Zijn hele leven wordt hierdoor bepaald. De meeste mensen van zijn komaf bleven in die tijd hun hele leven op een plek wonen en maakten weinig bijzonders mee. Hroswith ziet vrijwel heel Europa en beleeft een hoop. En wanneer hij ergens een tijdje woont, gaat het kriebelen en gaat hij weer weg.




Titelverklaring:


De volledige titel is De valse dageraad. Het leven van Hroswithus Wikalensis, wereldreiziger en geleerde.




Keizer Otto III en paus Sylvester II proberen de wereld te veranderen. Zij willen heel Europa samenvoegen en er een groot land van maken onder het gezag van Otto. Er zal rust heersen en er zijn mogelijkheden voor onderzoek en verbeteringen, bijvoorbeeld in de wetenschap en literatuur. Dit idee blijkt uiteindelijk niet uitgevoerd te kunnen worden; het blijkt een valse dageraad te zijn.


De ondertitel geeft heel kort het onderwerp van het boek aan.




Belangrijkste motieven:


Macht Macht bepaalde in de Middeleeuwen sterk wat voor leven je hebt. Als je macht hebt kun je veel bereiken en zelf bepalen wat je doet. Zonder macht heb je weinig in te brengen. Dit komt veel terug in De valse dageraad.


Godsdienst Vooral de macht van de kerk speelt nog een belangrijke rol in de tijd waarin het boek speelt. Door de samenwerking van keizer Otto met paus Sylvester, wordt een sterk machtsblok gemaakt, dat voor een deel op de macht van de paus berust. In het leven van keizer Otto speelt godsdienst ook een belangrijke rol; hij vindt het zelfs zo belangrijk dat hij het boven zijn gezondheid verkiest en hierdoor uiteindelijk overlijdt.


Voor Hroswith is godsdienst niet zo belangrijk. Hij is oorspronkelijk christelijk, maar als hij bij de Denen woont, laat hij zich inwijden in de Deense godsdienst omdat hij dat makkelijker voor hem is.


Vrijheid Vrijheid is erg belangrijk in het leven van Hroswith. Hij doet precies waar hij zelf zin in heeft en wil geen rekening houden met anderen. Door het sterke rollenpatroon in de Middeleeuwse samenleving krijgen individuen erg weinig bewegingsvrijheid. Sommige personages houden zich hier strak aan, maar anderen zoals Hroswith proberen hier onderuit te komen en zelf te bepalen wat ze doen.





Onwetendheid en Door zijn mysterieuze verdwijning als baby, staan de


bijgeloof dorpelingen al wantrouwend tegenover Hroswith en zijn ouders. Dit resulteert uiteindelijk in het afbranden van hun huis, het vermoorden van Frijonde en de vlucht van Fritherik en Hroswith. Ook Teckla en haar familie worden verketterd. Uit begrip redt Hroswith haar.


Geschiedenis Het verhaal speelt zich af in de Middeleeuwen en er is geprobeerd een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld te geven. Er zijn veel personages die echt hebben bestaan en gebeurtenissen die echt hebben plaatsgevonden.




Karakterbeschrijvingen:


Hrowithus Wikalensis is de hoofdpersoon van het boek. Hij komt uit het dorpje Wikala. In het boek wordt vrijwel zijn hele leven beschreven. Je leert hem al kennen als een kleine jongen die nog bij zijn ouders woont en volgt hem tot hij oud is en in een klooster woont. Het is een sterke man, die lang jong blijft. Hij is vrij klein van stuk, maar zijn uiterlijk wordt verder niet uitgewerkt. Hij zal ongetwijfeld een knap uiterlijk hebben, gemeten aan de aandacht die hij van vrouwen krijgt.


Hoewel je Hroswith lang volgt, blijft hij toch een flat character. Hij heeft maar een aantal eigenschappen en is voorspelbaar. Hij is zeer vindingrijk en weet zich vaak uit benarde situaties te redden. Ook maakt hij makkelijk contact en vrienden. Lang stil zitten kan Hroswith niet. Als hij ergens is moet hij iets te doen hebben en als hij te lang op een plek woont waar niet veel gebeurt, krijgt hij de kriebels en vlucht weer weg. Hij hecht zich niet aan plaatsen en is alleen maar nieuwsgierig om nieuwe gebieden te ontdekken en zo veel mogelijk te leren. Hij heeft een obsessie voor boeken. Als hij van Otto en Sylvester de opdracht krijgt een bibliotheek op te richten is hij dan ook helemaal gelukkig. Ook heeft hij een opvallende gave om talen razendsnel te leren. Hij komt in vele landen en leert een hoop talen spreken en lezen. Dit is soms zijn redding en helpt hem bij het lezen van buitenlandse boeken (hij kan zelfs het Arabische schrift lezen). Hroswith is zeker geen gevoelsmens. Als zijn vrouw en kinderen, om wie toch voor zijn doen erg veel gaf, omkomen in een brand is hij enkele weken constant dronken, maar daar blijft het bij. Hij lijkt geen diepe gevoelens te hebben. Althans; die komen niet naar buiten en hij praat er niet over.




Fritherik is de vader van Hroswith. Hij smid van beroep en is een leerling van Ulfberth geweest, een smid die alom bekend is vanwege zijn uitmuntende zwaarden. Hierdoor komt hij gemakkelijk aan werk. Het is een sterke en eerlijke man met verantwoordelijkheidsgevoel. Hij geeft veel om zijn vrouw en kind.




“Fritherik was een grote man, hij zwaaide voorhamer met evenveel gemak als het zwaard, en zijn wapens waren wijd en zijd vermaard vanwege hun scherpte en trefzekerheid…


Naar Fretherik luisteren was als een betovering. Hij vertelde met luide stem, zonder een ogenblik om stof verlegen te zitten, onderwijl zijn zinnen met regelmatige hamerslagen onderstrepend.” (blz. 19)







Frijonde is de moeder van Hroswith. Zij is een Deense prinses en is door haar onbekende afkomst en verschillen met de plaatselijke bevolking beangstigend. Er wordt veel over haar gepraat en men is bang voor haar.




“Er gingen geruchten in de omringende dorpen dat Frijonde de wapens betoverde met haar vreemde kunsten, maar niemand die daar aanstoot aan nam, want wat in ons voordeel is stoort ons niet, op welke wijze het ook tot stand is gebracht, terwijl zij die nadeel ondervonden van de door mijn vader gesmede wapens het niet konden navertellen.” (blz. 19)




Abu al-Fath al-Iskandari is een Arabische koopman. De manier waarop hij aan zijn geld komt is niet altijd even netjes, maar zijn vrienden en slaven behandelt hij goed. Hroswith haalt zich de toorn van Abu op de hals door hem te bestelen. Deze zet hem dit betaald door hem te ontvoeren en tot slaaf te maken; hij laat niet met zich sollen! Maar als Hroswith weer een vrij man is, worden het al snel de beste vrienden. Hroswith en Abu zijn de twee schelmen van het verhaal. Ze houden allebei van avontuur, zijn niet altijd even netjes en zetten de boel op stelten. Abu is zeer vindingrijk; als Hroswith, Mounain en Abu belegerd worden als ze in een gebouw boven aan een steile rots zitten, vindt hij een soort parachute uit waarmee ze naar beneden proberen te komen.




Keizer Otto komt al zeer jong op de troon. Hij wil Europa tot een groot en evenwichtig rijk maken en denkt dat te kunnen bereiken doordat hij zeer jong op de troon terecht is gekomen en in zijn lange regeringstijd een zware stempel op de geschiedenis kan drukken. Zijn grote voorbeeld is Karel. Otto zit vol idealen en probeert veel vernieuwingen door te voeren. Hij is makkelijk te beïnvloeden, onder andere door zijn leeftijd. Hij is zeer leergierig, want hij denkt met kennis zijn land nog beter te kunnen besturen. Ook is hij zeer godsdienstig; hij zet zelfs zijn gezondheid hiervoor op het spel en uiteindelijk sterft hij dan ook al zeer jong.




Gerbert van Aurillac is een geleerde en de raadsheer van keizer Otto. Hij was aartsbisschop van Ravenna, maar raakt dit gebied kwijt. Hij kan goed met Hroswith opschieten en zij praten samen over wetenschap en literatuur. Als de paus in Rome overlijdt, wordt hij zijn opvolger onder de naam Sylvester II. Hij vormt samen met Otto een zeer sterk machtsduo, waardoor zij samen een hoop kunnen bereiken.




· Adela: jongste dochter van graaf Wichman. Ze is beeldschoon en krijgt een relatie met de jonge Hroswith. Ze is erg berekenend en doet alles voor macht en land.


· Meginwerk: de oudste zoon van Adela. Hij lijkt sprekend op zijn buitenechtelijke vader Hroswith (hij dacht eerst dat Imed zijn vader was). Hij heeft een grote hekel aan zijn moeder en haar berekendheid.


· Graaf Balderik: Adela’s tweede man. Gaat vriendschappelijk met Hroswith om.


· Harald: Deense koning, koopt Hroswith als slaaf, maar laat hem vrij als deze anders weigert te werken. Vader van Frijonde.


· Svein: de zoon van de Deense koning, werd een vriend van Hroswith, trokken er vaak met een aantal anderen op uit.


· Ahmad: vriend van Abu, reisde met hem mee.


· Hosseyn: slaaf van Abu, is al zo lang slaaf dat hij er vrede mee heeft en hij is gelukkig bij Abu.


Badi Azzaman al-Hammadani: neef van Abu, dichter.


· Kyriakos: handelaar uit Constantinopel die in Kiev is om allerlei handelswaar in te kopen voor de markt in zijn thuisplaats.


· Sophia: zij zegt een purpergeborene uit Constantinopel te zijn, zodat zij wordt vrijgekocht op de slavenmarkt. Ze is beeldschoon en Hroswith is zo verliefd op haar dat hij zijn vriendschap met Abu er voor opgeeft. Ze trouwen en gaan in Damascus wonen.


· Constantina en Frijonde: de tweeling die Hroswith met Sophia kreeg. Zij stierven al jong in Damascus.


· Gisela: doet het huishouden van Hroswith, trouwt later met hem. Ze is zeer zelfstandig en onafhankelijk, gedraagt zich niet zoals andere vrouwen in die tijd deden. Krijgt samen met Teckla vier zonen en een dochter van Hroswith.


· Teckla: een meisje dat door Hroswith gered wordt van het bange Middeleeuwse volk. Ze heeft een bochel. Ze komt als huishoudster is huis bij Hroswith en Gisela en wordt later zijn tweede vrouw.


· Hendrik: de opvolger van keizer Otto. Zoon van Hendrik de Twistzoeker.


· Bodo: een brave monnik met weinig levenservaring. Hij zorgt voor de oude Hroswith en leest mee over zijn schouder terwijl deze zijn levensverhaal opschrijft. Hij raakt geïnspireerd door het verhaal en besluit er zelf ook op uit te trekken.




Opbouw:


Het verhaal wordt verteld door Hroswith zelf wanneer deze 99 jaar oud is. Er is gebruik gemaakt van een ikvertelsituatie. Je volgt het verhaal constant vanuit zijn visie en krijgt alleen informatie over wat hij persoonlijk heeft meegemaakt of hoorde van anderen.


Wanneer Hroswith zijn levensverhaal opschrijft is het ongeveer 1065 na Christus. Hij vertelt voornamelijk over de tijd tussen zijn tiende en veertigste levensjaar. Dat speelt dus ongeveer tussen 975 en 1005. De verteltijd is 531 bladzijdes. Zowel de verhaallijn van de oude Hroswith als wat hij schrijft, staan in de verledentijd. Het eigenlijke verhaal is één grote terugblik van Hroswith op zijn leven. Wat hij daarover vertelt, is chronologisch opgebouwd.


De oude Hroswith en Bodo maken soms opmerkingen over iets waar je nog niets over hebt gelezen. Soms komt dit later nog terug, soms niet.




“ Gerbert had deze verduistering lang geleden voorspeld. Ik weet nog dat hij mij de precieze datum gaf. ‘Niet dat jij dat nog zult meemaken, Hroswith,’ had hij gezegd, ‘maar jou kinderen zijn tegen die tijd wellicht nog in leven, en anders wel hun kinderen of kindskinderen.’


Hij vergiste zich. “ (blz. 11)




Je weet hier nog niet wie Gerbert is en wat voor rol hij heeft gespeeld in het leven van Hroswith.


Je leeft met de hoofdpersoon mee en beleeft zijn spanningen. Maar door de gekozen opbouw is het wel duidelijk dat Hroswith alles zal overleven. Hij kan zijn levensverhaal nog vertellen als hij 99 is, dus hij zal zelfs uit de meest benarde situaties komen. Dit neemt een stukje spanning weg.







Stijl:


“ razendsnel, onnavolgbaar en niet te stoppen”


“ humoristischer dan Eco, bijzonder geestige dialogen, subtiel”


“ Van Aken brengt het hoogtij der Middeleeuwen even beeldend als natuurlijk tot leven”


“ aanstekelijke, ironisch-archaïsche stijl”




Het verhaal wordt met een grote snelheid verteld. Er wordt niet lang stilgestaan bij gebeurtenissen en als je niet oplet heb je alweer van alles gemist.


Van Akens stijl is niet bijzonder beeldend, maar hij weet toch een goed beeld te schetsen van de omgeving, de omstandigheden en de personen.


Ook maakt hij gebruik van woorden en gezegdes uit de tijd waarover hij schrijft: ‘galgenaas’, ‘kinkel’, ‘vertrekken voor het aangrauwen’ en ‘een kapoets over het hoofd trekken’.




Persoonlijke mening:


Motivatie boekkeuze:


Meneer Noyens had het in de klas over dit boek, dat hij net zelf had gelezen. Hij omschreef het als een spannend boek waarin een hoop gebeurt en niet teveel psychologie zit. Dit sprak mij erg aan.




Persoonlijke reactie:


Het verhaal gaat over het leven van Hroswith. Hij leeft in de Middeleeuwen, iets dat zijn levensloop sterk bepaald. Ik heb me altijd erg geïnteresseerd in geschiedenis en vond het leuk om er boeken over te lezen. Over de Middeleeuwen heb ik ook wel verhalen gelezen, vooral jeugdboeken. Zij hadden vaak net als De valse dageraad een spannende verhaallijn waarin veel gebeurde. Een boek hoeft voor mij niet veel (psychologische) diepgang te hebben, als het maar spannend is of er onverwachte dingen gebeuren. Dit is zeker het geval met De valse dageraad en het boek heeft me dan ook vanaf de eerste bladzijde geboeid. Het verhaal is niet altijd even geloofwaardig; Hroswith heeft wel extreem veel geluk en schopt het wel erg ver in het leven. Dit zorgt er echter voor dat het wel een mooi verhaal wordt, iets wat ik belangrijker vind.




Er gebeurt ontzettend veel; Hroswith heeft een zeer bewogen leven gehad. Op iedere bladzijde gebeurt weer iets nieuws wat spannend en interessant is. Het was dan ook heel moeilijk om een goede samenvatting te maken. Als je alles erin wilt zetten wordt het veel te lang, maar als je te veel weglaat, doe je het verhaal geen recht meer aan. De manier waarop alle gebeurtenissen in elkaar grijpen is de kracht van het boek. Vaak komt Hroswith weer oude bekenden tegen of komt ergens waar hij eerder al was. Dit maakt een geheel van alles.


Wanneer Hroswith bevriend raakt met keizer Otto en Gerbert en voor hen een bibliotheek op gaat zetten, vind ik de gebeurtenissen iets minder interessant worden. Er gebeurt minder en het gaat allemaal om hetzelfde. Hroswith wordt natuurlijk al wat ouder en beleeft minder spannende avonturen. Het verhaal neemt minder onverwachte wendingen waardoor het weer helemaal wordt omgegooid.







De hoofdpersoon Hroswith is de schelm en held van het boek. Hij beleeft avonturen, bereikt hoewel hij van lage komaf is een hoop in het leven en haalt streken en kattenkwaad uit. Er zijn een hoop karaktertrekken van hem op te noemen, maar toch blijft hij een flat character. Dit is absoluut geen probleem; hij vormt de perfecte personage voor dit spannende verhaal en vervult zijn taak goed. Ik vind boeken waarin de hoofdpersoon te veel wordt uitgewerkt vaak alleen maar langdradig en saai worden. Om Hroswith en Abu kan je lachen; ze zijn niet bang, vindingrijk en avontuurlijk.


De personages van De valse dageraad zijn bijna allemaal in een hokje te plaatsen. Ze zijn vaak met een paar woorden helemaal te beschrijven. Abu is de schelm, Adela is een sluwe en egoïstische vrouw, Gerbert een intellectueel, Otto een naïeve doorzetter, Hosseyn een loyale goedzak, Gisela een onafhankelijke, sterke vrouw en zo is dat bij ieder personage mogelijk om te zeggen. Zij zijn stereotypen.




Het verhaal is een terugblik van Hroswith op zijn leven. Hierdoor beleef je de gebeurtenissen niet samen met de personages voor het eerst, maar heeft de hoofdpersoon al de tijd gehad erover na te denken en kan hij meteen ook commentaar geven.


Het is over het algemeen goed te volgen. Soms merk je alleen niet direct aan het begin van een hoofdstuk dat het verhaal de oude Hroswith weer volgt. Ik snapte dan niet direct meer waar het over ging en moest er even achter komen dat er weer een tijdsverschuiving had plaatsgevonden.




Van Aken gebruikt duidelijke en goed te volgen taal. Hij schrijft to the point. Soms zitten er Middeleeuwse uitdrukkingen of woorden tussendoor, maar deze zijn ook nu nog wel bekend of makkelijk af te leiden. Het geeft het verhaal nog meer ‘echtheid’.




Kritiek:


Artikel 1:


Pieter Steinz, Een Uilenspiegel op wereldschaal. Nrc Handelsblad, 22 juni 2001




De valse dageraad lijkt wat opbouw betreft sterk op Baudolino van Umberto Eco. Het is een stuk beter dan Het oog van de basiliek.


De bewogen Middeleeuwen worden beeldend en luchtig tot leven gebracht. De lezer verliest zichzelf daardoor in het boek. Van Aken beroept zich wel erg veel op het toeval om het verhaal spannend te houden. Daardoor wordt het boek minder geloofwaardig. Dit doet alleen niets af aan het plezier waarmee je het boek leest.




Artikel 2:


Onno Blom, Schelmen onder elkaar. Vrij Nederland, 26 mei 2001




De valse dageraad is een onvervalste schelmenroman, stampvol gebeurtenissen en met een grote vaart geschreven. Van Aken heeft hierbij veel historische feiten gecombineerd met fantasy-achtige elementen. Zowel Vestdijk en Couperus als de sciencefictionschrijver Vance zijn te herkennen, maar Van Aken kan na dit boek natuurlijk het best vergeleken worden met Umberto Eco. Door humoristische passages blijft het verhaal luchtig.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen