U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Frederik Van Eeden - De Kleine Johannes.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1216 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1527 woorden.

Titel

De kleine Johannes



Auteur

Frederick van Eeden



Eerste Druk

Amsterdam, 1905



Over de schrijver

Het boek is geschreven door Frederick van Eeden. Frederick van Eeden was schrijver, psychiater, huisarts en wereldverbete- raar. Hij interesseerde zich voor de ideeën vab Karl Marx en probeerde die in praktijk uit. (commune Walden) Experiment mislukt. In zijn laatste levensjaren treed hij toe tot de RK- kerk. Hij spreekt vergaderingen toe en ontmoet andere beroemd- heden, zoals Freud en Tagore. Als voorzitter van een interna- tionale club "Groten op geestelijk gebied" wil hij oorlogen en handelsconflicten voorkomen. Als jong literator zit van Eeden in de "Nieuwe gidsgroep". Hij behoorde tot de tachtigers: wilden nederlandse literatuur vernieuwen. Streefden naar zuiverheid, schoonheid en originaliteit. Wilden kunst om kunst en geen moraal er in stoppen. (Van Eeden wijkt hier van af) Tijdgenoten Kloos, Verwey, Perk, van Deyssel en van Looy. Ander werk: "Van de koele meren des doods" (1900), "Ellen, een lied van smart" (1890), "Het boek van de liefde" (1892), "Sirius en Siderius" (1912-1914) en "Grassprietjes" (1885) (Onder pseudoniem Cornelus Paradijs)



Opbouw

Het boek bestaat uit veertien genummerde hoofdstukken.



Samenvatting

"De kleine Johannes" is een symbolisch sprookje met een serieuze ondergrond.Het is het ontwikkelingsverhaal van een jongen die het grote leven leert kennen. Daar schrikt hij flink van. Onzeker klampt hij zich vast aan zijn fantasie. (elf Windekind) Maar de drang om alles te weten laat hem niet los. (kabouter Wistik) Telkens moet Johannes kiezen: tussen fantasie en werkelijkheid, tussen schoonheid en goedheid, tussen godsdienst en atheïsme en tussen leven en dood. Aan het eind van het boek kiest Johannes niet voor de fantasie, maar voor de sociale roeping. Hij gaat mee met een Christus-achtige figuur naar de mensheid en haar weedom.

In het eerste hoofdstuk maken we kennis met de kleine Johannes. In het tweede hoofdstuk ontmoet Johannes Windekind.Hij gaat met hem mee naar de krekelschool. Hij leert daar dat de mens schadelijk is. Hij lacht om het haasje over springen van de krekels en verraad daarmee dat hij een mens is. Ze gaan verder naar een konijnehol. Ook hier leert hij weer dat de mens schadelijk is. In het konijnehol ontmoet hij de elfenkoning Oberon. Deze geeft hem een gouden sleuteltje. Hij lacht om het dansen van de dieren en verraad hier weer mee dat hij een mens is. Als ze weggaan ontmoeten ze de glimworm. Deze vertelt hun een verhaal waardoor Johannes weer leert dat de mens schadelijk is.

In het derde hoofdstuk wordt Johannes op een duin wakker. Hij wordt gezocht door zijn vader. Hij vraagt zich af of hij gedroomd heeft. Als hij het gouden sleuteltje vind weet hij dat hij niet gedroomd heeft. Het gaat die dag slecht op school. Na de school ontmoet hij Windekind weer. Ze gaan samen het gouden sleuteltje begraven in de duinen. Ook krijgt hij het verhaal van de roeping van de meikever te horen.



In hoofdstuk vier gaat Johannes naar zolder. Daar ontmoet hij Windekind weer. Samen gaan ze naar de vredemieren, die net van plan zijn de strijdmieren aan te vallen. Daarna gaan ze naar de mensen kijken. Windekind lacht om de mensen,maar Johannes is treurig en verraad daarmee weer dat hij een mens is.

In het vijfde hoofdstuk blijft Johannes bij Windekind. Winde- kind stelt hem voor aan kabouter Wistik. Wistik weet veel, maar het boekje waar het juiste in staat heeft hij niet. (dit boekje bestaat niet)

In het zesde hoofdstuk vind Johannes niet meer genoeg voldoe- ning bij Windekind en gaat terug naar Wistik. Hij denkt het boekje waarin het juiste staat te kunnen vinden. Hij wil teug naar Windekind, maar hij is geen elf meer.

In het zevende hoofdstuk ontmoet hij de tuinder en zijn vrouw. Hij mag bij hun blijven omdat hij niet weet hoe hij thuis moet komen. Wistik komt weer bij hem en herinnert hem aan hun afspraak.

In het achtste hoofdstuk ontmoet hij Robinetta met haar rood- borstje. Robinetta heeft Windekinds lach en Johannes wordt verliefd op haar.

In het negende hoofdstuk laat Robinetta hem de bijbel zien in de veronderstelling dat dit het gezochte boekje is. Johannes zegt dat God slechts een uitgedoofde petroleumlamp is en wordt weggestuurd door de vader van Robinetta. Samen met Wistik zoekt hij naar het sleuteltje, maar ze kunnen hem niet vinden. Hierop verlaat Wistik hem. Johannes ontmoet Pluizer.

In het tiende hoofdstuk is Johannes bij Pluizer. Deze stelt hem voor aan Hein en Dr. Cijfer.

In het veertiende hoofdstuk leid Pluizer Johannes rond in de stad. Ze zien dansende mensen en daarna gaan ze graven bezoe- ken. Johannes ziet zichzelf in zijn graf liggen. Ook Robinetta ziet hij in haar graf liggen.

In het twaalfde hoofdstuk vraagt Johannes zich af of hij de graventocht heeft gedroomd of niet. Johannes leert van Dr. Cijfer en Pluizer. Pluizer laat hem allerlei mensen zien. In het dertiende hoofdstuk wil Johannes graag nog een keer zijn vader zien. Samen met Dr. Cijfer en Pluizer gaat hij naar zijn vader toe. Zijn vader is ziek en als hij sterft wil Pluizer hem gaan ontleden. Johannes is het hier niet mee eens en weerstaat hem.

In het veertiende hoofdstuk hoort Johannes buiten roepen. Het is Windekind. Ook ziet hij iemand anders aankomen. Hij moet kiezen tussen de mens en Windekind. Hij kiest de mens.



Tijd

Het verhaal is niet chronologisch, want er komt een flash- back voor in het begin van hoofdstuk 12. Het hele verhaal speelt zich af in de tijd dat Johannes opgroeit van 6 tot ongeveer 23 jaar. Volgens het boek echter duurt het hele verhaal maar twee jaar.



Ruimte

Enkele ruimtelijke elementen in dit boek zijn: het gouden sleuteltje, de tuin, de vijver, de duinen, de kamer van Johan- nes en de stad. In het Windekind-stadium is er veel bos en zijn er veel duinen. (staan voor dromen en fantasie) Als Johannes bij Robinetta is, is de tuin erg belangrijk. In de tijd van Pluizer is de stad erg belangrijk. (staat voor de wetenschap en de waarheid) Dit geeft de conclusie dat de ruimte een ondersteuning is van de verschillende levensfase's. In het begin van het verhaal bevindt Johannes zich in een paradijs en aan het eind zijn de duinen een gevangenis voor hem.



Personen

Johannes is een jongen die het verschil tussen fantasie en werkelijkheid niet kent. Hij maakt een ontwikkeling door. Hierbij laat hij zich leiden door anderen. Hij is op zoek naar een roeping. Hij is een open persoonlijkheid.

De vader van Windekind is de zon. Windekind staat symbolisch voor de fantasie. Hij lacht om de mensen. Windekind wil de mensen niet liefhebben en Johannes nu juist wel. Hij is een gesloten persoon..

Wistik is een heel wijze kabouter. Hij wil het boekje waarin het juiste staat vinden. Wistik staat voor de weetgierigheid. (puberstadium) Hij is een type.

Robinetta is een meisje dat Johannes wil helpen het boekje te vinden. Dit mislukt. Robinetta staat voor de liefde. Zij zorgt er voor dat Johannes weer met beide benen op de grond komt. Ze is een type.

Pluizer is een vleermuis-achtig persoon. Hij staat voor weten- schappelijk onderzoek. Hij is een gevoelloos persoon en vind dromen dwaasheid.

Dr. Cijfer is een leerling van Pluizer. Hij is een type. Hein staat voor de dood.

Johannes zijn vader is een wijs, maar streng man. Hij is een type.



Perspectief

Je hebt hier te maken met een alwetende verteller.



Motieven

Enkele motieven uit dit boek zijn: fantasie (dit is een levensstadium van Johannes), puberteit (dit is een levenssta- dium van Johannes), verliefdheid (het stadium van Robinetta) en de wetenschap. (de periode van Pluizer) Ook het moeten kiezen is een motief. In dit verhaal moet Johannes steeds kiezen: tussen Windekind en de Christusfiguur, tussen Windekind en Wistik, tussen Wistik en Robinetta, tussen Robinetta en Pluizer, tussen Pluizer en zijn vader, tussen zijn fantasie en de werkelijkheid en tussen goed en kwaad.



Thema

Het thema van dit boek is hoe een kind zich ontwikkeld tot volwassene. Jekan goed zien dat de schrijver psychiater is, want hij beschrijft alle geestelijke ontwikkelingsfasen die een kind doormaakt.



Stijl

De woordkeus en de spelling stammen nog uit 1887. Er worden weinig moeilijke woorden gebruikt. Er zit veel dialoog in en weinig beschrijvingen.



Genre

Dit is een sprookje met een psychologische achtergrond.



Mening

In het begin verwachtte ik dat het hele boek zou gaan over een sprookje met in de hoofdrol de kleine Johannes. Deze verwachting is gedeeltelijk uitgekomen. Het verhaal ging wel verder in sprookjesstijl, maar als je dieper op het verhaal ingaat dan ontdek je dat er toch wel een betekenis achter deze simpele vertelling schuilgaat. Ik had nooit verwacht dat dit verhaal zou gaan over de ontwikkeling van een kind. De schrij- ver heeft dit op een zeer goede manier in het boek verwerkt. Het moment dat Johannes met Pluizer op bezoek gaat bij de graven vind ik een aangrijpend moment.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen