U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tim Krabbe - Het Gouden Ei.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=158 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2419 woorden.

Bibliografie
Derde druk, Bert Bakker, Amsterdam, sept. 1984, eerste druk: juni 1984


Samenvatting
1. Rex Hofman en Saskia Ehlvest waren op weg naar hun vakantiehuisje aan de Middellandse Zee. Onderweg kibbelden ze wat. Rex stopte bij een TOTAL-benzine-station aan de Autoroute om te tanken. Ze rustten nog wat uit, balden en begroe-ven twee muntjes onder een paal. Saskia ging wat te drinken halen; daarna zou zij rijden. Rex maakte een foto. Hij vroeg zich af of hij Saskia zo mocht plagen. Drie jaar geleden, tijdens hun eerste vakantie, was de benzine op geweest en had Saskia drie uur lang in de auto moeten blijven. De beklemming in het kleine zwarte hok van de auto had haar helemaal overstuur gemaakt; het herinnerde haar aan haar nachtmerrie van het Gouden Ei. "Toen ze klein was had ze eens gedroomd dat ze opgesloten zat in een gouden ei dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd in moeten zitten, en ze kon niet doodgaan. Er was maar één hoop. Er vloog nog zo'n gouden ei door de ruimte, als ze tegen elkaar botsten zouden ze allebei vernietigd zijn, dan was het afgelopen. Maar het heelal was zo groot!" (blz.14). Saskia kwam niet terug. Rex ging naar de service-winkel en vroeg aan iedereen of men zijn vriendin had gezien. Hij belde hun hotel en de politie, maar Saskia was weg en bleef weg en niemand wist waar ze was gebleven.

2. Tijdens een vakantie in Marina di Camerota (Italië) acht jaar later vroeg Rex Lieneke ten huwelijk. De uitslag van een spelletje badminton met twee Fransen gaf daarvoor de doorslag. Maar Saskia "keek vanaf de zijlijn toe" (blz.37). Rex wilde Lieneke eerlijk vertellen hoe hij over Saskia dacht: "Als ze terugkwam zou ik bij jou blijven, maar als ik terug mocht naar dat benzinestation dan zou in dàt doen" (blz.42). 's Nachts merkt Lieneke dat Rex een nachtmerrie had over het Gouden Ei.

3. In 1950 was Raymond Lemorne zestien jaar. Hij vroeg zich af wat er zou gebeuren als hij van een flat sprong. Het idee van de sprong was bij hem opgeko-men; hoe kon hij anders dan door te springen te weten komen of hij de mogelijk-heid had om te springen? Dus hij sprong en lag zes weken in het ziekenhuis. Eenentwintig jaar later kwam er iets dergelijks in hem op. Hij was toen leraar scheikunde, gertouwd en hij had twee dochters. Op een dag redde hij een kind van de verdrinkingsdood. Maar zou hij nu ook in staat zijn een misdaad te plegen? Het krijgen van deze gedachte verplichtte hem tot het doen van de eerst stap. Hij fabriceerde een pot chloroform en zette de fles op de zolder van zijn afgelegen vakantiehuisje. Om ongestoord verder te kunnen gaan met zijn voorbereidingen voor de misdaad, zei hij tegen zijn gezin dat hij dit huisje wilde opknappen. Hij verzekerde zich ervan dat niemand iets in de gaten kon krijgen als hij zijn slachtof-fer, dat volgens hem het beste een buitenlandse vrouw kon zijn, naar zijn huisje zou brengen. Hij kocht een oud matras en een pistool. Hij wilde zijn slachtoffer meelokken in zijn auto, en na heel veel voorbereidingen en mislukte experimenten vond hij de beste manier: bij een tankstation langs de Autoroute zou hij, met zijn ene arm in een mitella, aan een vrouw vragen of zij hem zou willen helpen met het aankoppelen van zijn aanhangwagentje. Dat ging nog een paar keer mis, omdat niemand in de auto durfde te stappen om naar het eind van de parkeerplaats te rijden. Ondertussen schoot Lemorne ook nog eens twee kampeerders dood die op zijn grasveldje waren gaan staan. Maar op een keer lukte het dan toch, min of meer toevallig. Een Nederlands meisje zag hem spelen met zijn sleutelhanger waar een grote R aanhing. Ze vroeg hem naar ook zo'n sleutelhanger en hij zei dat hij er vertegenwoordiger in was en dat hij er een hele lading van in zijn auto had liggen. Ze ging met hem mee; hij bedwelmde en ontvoerde haar.

4. Acht jaar later (maar na de vakantie in Italië) was Rex een opsporingscampagne gestart. Hij had grote advertenties laten zetten waarin hij diegene die toendertijd bij het tankstation of daarna Saskia gezien hadden, opriep hem te schrijven. Onder het raam van zijn flat in Buitenveldert had een zekere Sandra op een auto "Rex, ik vind je lief" geschreven. Lieneke belde; na de droevige terugrit uit Italië hadden ze elkaar maar één keer gezien. Er kwamen verschillende brieven uit Frankrijk, maar er was er niet een die uitsluitsel gaf over Saskia's geheimzinnige verdwijning. Op de ochtend van de vijfde dag kwam er een Franse man op Rex af, die zich voorstelde als Raymond Lemorne. Rex herkende hem als de man met de mitella, die hij acht jaar geleden bij het tankstation had gezien. Lemorne wilde precies vertellen wat er was gebeurd, maar op één manier: door Rex hetzelfde te laten ondergaan. Rex wist dat hij dan dood zou gaan; toch ging hij akkoord. Ze reden naar het benzinestation. Ondertussen at Rex van het lunchpakketje dat Lemorne had samengesteld. Bij het benzinestation moest Rex koffie met een slaapmiddel drinken. Daarna vertelde Lemorne wat er was gebeurd. Toen Rex wakker werd, lag hij op een matras in een doodskist.

5. Lieneke zocht Rex, maar hij was weg en kwam nooit meer terug. Van Saskia en Rex werd nooit meer iets vernomen.


Tijd & Ruimte
Het verhaal wordt niet-chronologisch verteld, waardoor de spanning wordt opgevoerd. Hoofdstuk 1 speelt zich af in 1975, hoofdstuk 2, 4 en 5 in 1983 en hoofdstuk 3 van 1950 tot 1975. Het eerste hoofdstuk beschrijft een avond en een nacht (op 28 juli 1975), hoofdstuk 2 enkele dagen tijdens een vakantie. De vertelde tijd in hoofdstuk 3 is 25 jaar, in hoofdstuk 4 vijf dagen en in hoofdstuk 5 enkele weken tot oneindig ("Van geen van beiden werd ooit nog iets vernomen", blz. 98). De totale vertelde tijd is 33 jaar. In hoofdstuk 1 verschillen verteltijd en vertelde tijd het minst; hiermee wordt tot uiting gebracht dat de verdwijning van Saskia bij het benzinestation de gebeurtenis is waar het hele boek om draait. Wat er tussen 1975 en 1983 allemaal is gebeurd, wordt niet uitvoerig beschreven. Alleen door korte aanduidingen in gesprekken of door gedachten van Rex weten we wanneer het hoofdstuk zich afspeelt: "Alsof ik die acht jaar voor niets zou hebben geleefd" (blz.42), "Acht jaar was genoeg om aan dergelijke verschijnselen te wennen" (blz.78). In hoofdstuk 3 wordt een nog grotere periode overgeslagen: 21 jaar. De vermelding van "de man met de mitella" op blz. 10 is een vooruitwij-zing naar het latere verhaal van Lemorne. Ook de laatste zinnen van het eerste hoofdstuk blijken een vooruitwijzing te zijn: "Het was alsof hij voelde wat zij nu voelde - de angst en de eenzaamheid van het Gouden Ei, en alsof daarmee zijn wens eindelijk in vervulling was gegaan: één met haar worden" (blz.25). Het tijdsperspectief is vision avec. Het boek is geschreven in de verleden tijd.


Het verhaal speelt zich af in Frankrijk (in de buurt van Autun), Italië (Marina di Camerota, "een dik uur rijden onder Napels") en Amsterdam (Buitenveldert). Een belangrijk thema in het verhaal in claustrofobie, de angst en beklemming die iemand kan voelen in besloten ruimten (zie Thematiek).


Vertel situatie
Het Gouden Ei is een korte, personale roman. De verhaalde gebeurtenissen worden verteld vanuit drie personages: een meervoudig personaal perspectief. In hoofdstuk 1, het grootste deel van hoofdstuk 2 en in hoofdstuk 4 is Rex het personale medium. Hoofdstuk 3 wordt geheel verteld door Lemorne. Uiteraard is en vision dedans bij de personale mediums. Bij Saskia is er vision dehors; zij wordt alleen beschreven zoals Rex haar ziet. Door het dubbele personale perspectief bij Rex en bij Lemorne krijgt de lezer inzicht in hun beider beweegredenen: zowel moordenaar als slachtoffer worden zodoende belicht. Het vision dedans bij Lieneke is een technische ingreep van de auteur om de nachtmerrie van Rex en het gebeuren na zijn verdwijning te beschrijven. Toch lijken de laatste vier alinea's van het boek eerder auctoriaal dan personaal vanuit Lieneke.


Personages
Raymond Lemorne is op het eind van het verhaal 49 jaar. Hij is een keurige Fransman, scheikundeleraar, getrouwd, twee dochters. Hij wordt geobsedeerd door de gedachte dat hij dingen zou kunnen doen die je normaal niet zou doen: van een flat springen, een misdaad plegen. Hij is volkomen gewetenloos: zonder enige schuldgevoelens schiet hij twee kampeerders dood en bereidt hij zijn perfecte misdaad voor. Het enige wat telt is het experiment. Hij vindt het een "ongelooflijk spannend gedachtenspel" (blz.51) en hij voelt zich "feestelijk slecht" (blz.53).

Rex Hofman is medewerker van een populair-wetenschappelijk jeugdtijdschrift. Hij is negen jaar ouder dan Saskia (in 1983 is hij 41). Hij houdt van spelletjes en net als Lemorne doet hij graag gedachtenspelletjes. "Dan krijg ik bij voorbeeld te horen dat ze ergens leeft, ze is heel gelukkig en zo. En dan mag ik kiezen: ze blijft zo doorleven, òf ik zal alles te weten komen, in ruil voor haar dood. Dan laat ik haar dood gaan," zegt hij tegen Lieneke. Hij vindt het vreselijk dat hij niet weet wat er met Saskia is gebeurd, dat hij dit raadsel niet kan oplossen. Als hij Lemorne ziet, valt er een kwellende angst van hem af: "de angst dat de moordenaar zelf dood was, het raadsel voorgoed onoplosbaar" (blz.78). Hij heeft verschillende vriendin-nen, waaronder Lieneke, maar alleen bij Saskia had hij er werkelijk naar verlangd één met haar te worden. Deze twee wensen - het raadsel oplossen en één met zijn Saskia - gaan op het eind van het boek op een griezelige manier in vervulling.

Saskia Ehlvest (24), Rex' vriendin, wordt niet zo uitvoerig beschreven. Ze heeft "roodgespoeld wriemelhaar", ze is "ongegeneerd ijdel", ze houdt niet van autorij-den en ze heeft een beetje last van claustrofobie. Hoewel Rex en Saskia in het begin van het verhaal kibbelen, is hun verhouding verder prima. Ze gaan al een jaar of vier met elkaar om. Soms voelt Rex de behoefte om haar te plagen, maar dat komt volgens hem alleen maar omdat hij echt van haar houdt.

Lieneke is net als Saskia niet zo'n belangrijk personage. Het gaat vooral om Rex' verhouding tot haar. Rex dacht eindelijk weer in staat te zijn tot een langdurige relatie met een vrouw, maar na een nachtmerrie blijkt dat Saskia altijd tussen hen in blijft staan.


Thematiek
Het Gouden Ei is in de eerste plaats een spannend verhaal. Centraal in dat verhaal staat de verdwijning van Saskia. Na de eerste twee hoofdstukken lijkt die nog steeds volkomen onverklaarbaar, totdat de lezer in hoofdstuk 3 begint te vermoe-den hoe het is gegaan. Dan wordt ook de overeenkomst tussen Rex en Lemorne duidelijk: ze zijn beiden gefascineerd door het slechte in de mens. Rex voelt "een griezelige wellust" als hij Saskia plaagt (blz.13). Maar hij vraagt zich tenminste wel af of het wel goed is dat hij haar plaagt. Lemorne is totaal gewetenloos. Bij hem gaat het alleen om het experiment: hij wil erachter komen tot hoever hij met zijn gruweldaden kan gaan, en dat blijkt - juist door het ontbreken van een geweten - tot het einde te zijn. Rex ondergaat iets dergelijks. Hij wil weten wat er met Saskia is gebeurd, en hoewel hij zich ervan bewust is dat dat zijn dood kan betekenen, drinkt hij toch de koffie met het slaapmiddel, terwijl hij denkt: "Nu heb ik het bekertje nog in mijn hand." Lemorne is zich er ook van bewust dat hij "onderweg kan stoppen" en ook hij denkt bij het doen van de eerste stap (de voorbereidingen voor het maken van de chloroform): "Nu heb ik deze enveloppe nog in mijn hand" (blz.50). Zowel hij als Rex gaan echter door tot het bittere eind. Je kunt deze roman dus zien als het verslag van een experiment van twee mannen die willen weten tot hoever ze kunnen gaan.


Boekbeschrijving & Titel
De omslag is geel, met de titel en de naam van de auteur in verschillende letterty-pen en met een kleine tekening van een tankstation uit de lucht gezien, van de hand van Piet Zuyderland. Op de achterkant staat een stukje tekst uit het boek. Er is geen motto of spreuk ter inleiding.

Het boek heeft 98 bladzijden. Er zijn vijf hoofdstukken, die worden gemarkeerd door bladzijden wit. Behalve het laatste (twee bladzijden) zijn ze ongeveer even lang. De hoofdstukken hebben geen titel, alleen een nummer. Binnen de hoofd-stukken worden afzonderlijk scènes gescheiden door regels wit. Elke hoofdstuk begint met een mooie kapitaal. Het boekje ziet er typografisch goed verzorgd uit.

In de titel wordt een belangrijk verhaaal element tot uitdrukking gebracht: claustro-fobie. Saskia had als kind een nachtmerrie over het Gouden Ei (zie het citaat bij Samenvatting van de Inhoud). Later krijgt Rex er ook een nachtmerrie over. De lezer wordt hier voorbereid op het gruwelijke einde van het boek waar - als je de lijn van het verhaal doortrekt - Rex' wens om één met Saskia te worden en Saskia's hoop op het verlossende tweede gouden ei in vervulling te laten gaan. De nachtmerrie over het gouden ei duidt ook op angst voor eenzaamheid, angst om nooit tot echt diepgaand contact met een ander te kunnen komen (nooit één met een ander te worden). Als dat wél gebeurt, betekent dat de verlossing, maar ook de dood. Of zoals "Sandra" op de auto schreef: "Als ik dit schrijf komen krassen in geluk" (zie blz.90). Maar doodgaan is veel beter dan voor eeuwig onwetend of eenzaam te zijn.


Stijl
De stijl vertoont weinig opmerkelijke eigenschappen. De zinnen zijn niet ingewikkeld, eerder kort en direct. Het woordgebruik is normaal en niet moeilijk. Dialogen komen af en toe voor; de gesprekken zijn natuurlijk.


Literatuur geschiedenis
Tim Krabbé werd geboren in 1943. Hij schrijft o.a. over schaken en wielrennen, twee sporten die hij zelf ook fanatiek heeft beoefend (Nieuwe schaakcuriosa, 1977, De renner, 1978, 43 Wielerverhalen, 1984). Krabbé debuteerde in 1967 met de pscychologische thriller De werkelijke moord op Kitty Duisenberg. Hij schrijft ook gedichten (Vijftien goede gedichten, 1974) en verhalen (De stad in het midden, 1978).

De meeste critici hadden wel wat aan te merken op Het Gouden Ei (iemand vond bijvoorbeeld dat de moord op de twee kampeerders nergens op sloeg), maar over het algemeen vond men het boek toch wel lezenswaard.


Eigen mening
Ik had voordat ik aan het boek begon, de film al twee keer gezien, maar het boek was, ondanks dat ik het eind al wist, heel mooi. Ik kan het iedereen aan raden. De film trouwens ook. Maar dan wel de Nederlandse versie!


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen