U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tonke Dragt - Brief Voor De Koning.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1200 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1934 woorden.

Titel

De brief voor de koning



Auteur

Tonke Dragt



Eerste uitgave

1962



Uitgeverij

Leopold



Soort boek

Avonturenboek



Samenvatting

Dit boek gaat over een jongen die ridder wil worden, zijn naam is Tiuri. Net zoals alle andere jongens die ridder willen worden, moet Tiuri eerst een nacht zwijgend in een kapel doorbrengen. Als hij deze opdracht voltooid heeft kan hij de ridderslag ontvangen. Als hij in de kapel zit met nog drie andere jongens, hoort hij een zacht geklop op de deur en iemand die fluistert ‘in godsnaam doe de deur open’ Tiuri ziet dan dat zijn vrienden het niet gehoord hebben, hij twijfelt of hij de deur zal openmaken. Hij doet het. Buiten staat een man die vraagt of hij alsjeblieft een brief naar de zwarte ridder met het witte schild wil brengen. De man wijst hem de weg en geeft hem een paard. Tiuri gaat op stap. Als hij bij zijn doel aan komt ziet hij de zwarte ridder met het witte schild. Deze is ernstig gewond en hij hoort van de ridder, dat de rode ruiters hem in een valstrik hebben gelokt. Dan zegt de ridder dat hij een hele belangrijke opdracht te vervullen heeft. Hij moet een brief naar de koning van het rijk van Unauwen brengen. Wat er in de brief staat mag niemand weten. Maar de brief is van belang voor de koning van Eviellan (de vijand van het rijk van Unauwen). Als de brief niet aankomt gebeurt er iets heel ergs. Hij vraagt aan Tiuri of hij de brief wil wegbrengen. Hij vertelt erbij, dat er heel veel gevaren aan vast zitten. De ridder zegt dat hij de brief alleen mag lezen als er gevaar dreigt voor de brief. Tiuri zweert dat hij de brief zal beschermen met zijn leven. Dan sterft de ridder en Tiuri gaat op pad, met het paard van de zwarte ridder met het witte schild. Hij gaat in een snel tempo door het bos heen, totdat hij stemmen hoort. Het is te laat om te vluchten. Er vliegt een groep ruiters op hem af. Ze trekken hem van zijn paard. En Tiuri vlucht. Hij is zijn paard kwijt en hij moet lopend verder. Het gaat een stuk langzamer. Onderweg komt hij twee monniken tegen met wie hij een stuk meeloopt. Die nacht mag hij in het klooster blijven slapen. De volgende dag gaat hij weer vroeg op pad. Na een paar dagen lopen, komt hij op een avond bij het kasteel van Mistrinaut aan. Daar blijft hij logeren. Maar ‘s avonds wordt hij uit zijn bed gesleurd en vastgebonden. De kasteelheer zegt dat een paar vrienden van hem Tiuri willen spreken. Tiuri snapt er niks van, hij wordt mee naar buiten genomen. Daar ziet hij vier in het grijs geklede ridders. Ze lopen op hem af met getrokken zwaarden. Maar Tiuri roept, “mag ik in godsnaam weten waarom jullie mij willen vermoorden.” De ridders kijken verbaasd, en uiteindelijk wordt het hele verhaal opgehelderd. De Grauwe ridders dachtten, dat Tiuri de zwarte ridder met het witte schild had vermoord. Tiuri krijgt zijn paard terug wat de ridders van de rovers hebben afgepakt. De volgende dag vertrekt Tiuri en de Grauwe ridders reizen een stuk met hem mee. Tot bij de bergen, waar hij zolang zijn paard afstaat aan de Grauwe ridders, omdat het niet mee kan over de bergen waar Tiuri overheen moet. Tiuri reist alleen verder. Tot hij bij de hut van Menaurus de kluizenaar komt, die hem de weg over de bergen moet wijzen. Hij is de enige die de opdracht mag weten. Menaurus wijst hem de weg. Zijn knechtje, Piak, gaat mee om hem over de bergen te helpen. Onderweg worden Piak en Tiuri zulke goede vrienden, dat Piak besluit tot het paleis van de koning van Unauwen mee te gaan. Als ze na een paar de dagen de bergen over zijn, kunnen de twee vrienden bij de oom en tante van Piak logeren. Na nog een paar dagen reizen komen ze bij de stad Dangria aan, waar de burgemeester hun gevangen wil nemen (de burgemeester is een vriend van de koning van het rijk van Eviellan). Tiuri kan ontsnappen, maar is zo bang dat ze hem toch de brief afpakken, dat hij de brief leest. Er staat een geheimschrift in, wat Tiuri niet begrijpt, maar hij leert de tekst uit zijn hoofd. Om Piak te helpen zet Tiuri de hele stad op tegen de burgemeester, en de inwoners eisen dat hij Piak vrijlaat. Hij wordt ook vrijgelaten en ze trekken verder. Dan komen ze bij de plek waar ze de regenboogrivier moeten oversteken. Hier moeten ze tol betalen, ze hebben geen geld bij zich, maar nadat ze de tolheer een ring hebben laten zien, die Tiuri van de zwarte ridder met het witte schild heeft gekregen, mogen ze door. Als Tiuri en Piak verder trekken, komen ze te weten dat de zwarte ridder met het witte schild, ridder Edwinem heette en dat hij vele bijnamen had zoals heer van Forestera. Ook komen ze te weten dat de aanvoerder van de rode ridders Slupor heet en dat in zijn ogen slangetjes te zien zijn. En dan, komen ze eindelijk bij de stad van Unauwen aan. Voor de poort van de stadsmuur, valt Slupor, Tiuri aan. Maar de vrienden zijn al snel van hem af, want de wachters bij de poort stoppen hem in de kerker. Tiuri gaat naar de koning. Hij vertelt wat er in de brief stond en moet de boodschap ook opschrijven. Dan krijgt Tiuri te horen wat er aan de hand is. De koning van Unauwen, heeft twee zonen, een tweeling. De oudste zoon (hij was twee minuten eerder geboren) werd kroonprins. De andere broer was jaloers, en hij kreeg uiteindelijk een klein deel van het rijk van Unauwen, Eviellan. Maar de jongste zoon wilde meer. Hij begon oorlog te voeren tegen zijn vader. Maar hij kon niet winnen. Toen heeft hij een list bedacht, en ridder Edwinem is achter die list gekomen. Die list stond in de brief. De jongste broer wilde zogenaamd vrienden sluiten en dan stiekem zijn broer vermoorden, zodat hij kroonprins zou worden. Maar nu kan de list voorkomen worden, dankzij Tiuri en Piak. Maar Tiuri moet weer naar huis, naar het rijk van Dagonaut. Piak reist met hem mee tot over de bergen. Tiuri gaat naar huis, en wordt toch tot ridder geslagen, ondanks het feit dat hij geen nacht in de kapel heeft uitgezeten. Maar Piak mist Tiuri zo erg, dat hij op een dag naar de stad van Dagonaut reist. En hij wordt de schildknaap van Tiuri.



Hoofdpersoon

Tiuri

Tiuri is een jongen van 16 jaar, die er net zo uit ziet als andere jongens van zijn leeftijd. Hij is de zoon van Tiuri de dappere. Hij woont in een huis in de stad van Dagonaut. Tiuri is een erg dappere jongen.



Medepersonen

Ridder Edwinem

Hij een heel belangrijk persoon in het boek, maar toch kan ik hem geen hoofdpersoon noemen omdat hij dood is. Hij is de ridder die Tiuri de opdracht gaf de brief te brengen naar de koning van Unauwen. Hij is een heel bekend dapper ridder, hij is een van de trouwste paladijnen van zijn koning. Hij draagt altijd een zwart harnas met een wit schild.

Piak

Dit is een betrouwbare en verstandige jongen, al is hij erg verlegen. Hij is niet bepaald rijk en hij loopt in eenvoudige kleren rond. Piak zou je op zich ook een hoofdpersoon kunnen noemen.

Menaurus

Hij de kluizenaar in de bergen, hij woont er helemaal alleen, met zijn knechtje Piak. Menaurus ziet eruit als een verstandig man en heeft een vorstelijke uitstraling. Later in het verhaal blijkt ook dat hij de tweelingbroer is van de koning van Unauwen.

Koning van Unauwen

Dit is de man, waarnaar Tiuri de brief moet brengen. Van uiterlijk en uitstraling, lijkt hij precies op Menaurus.

Koning van Dagonaut

Dit is de koning van het rijk waar Tiuri vandaan komt. Het is nog een jonge koning, en hij ziet er niet zo ervaren uit als de koning van Unauwen. Ook is hij wat vechtlustiger.

De grauwe ridders

Dit zijn Ristridin, Ewijn, Arwaut en Bendoe. Zij willen wraak nemen op de rode ruiters, die ridder Edwinem vermoord hebben. Ristridin is de oudste, en is de leider van de vier. Ridder Bendoe is nogal wantrouwend, hij vertrouwt Tiuri ook niet meteen.

De rode ridders

Zij zijn ridders van de koning van Eviellan. Ze hebben ridder Edwinem vermoord, en willen Tiuri ook vermoorden. De aanvoerder van de rode ruiters is Slupor, hij is zo gemeen dat er slangen in zijn ogen te zien zijn.



Het onderwerp

Het onderwerp van het verhaal is de brief die Tiuri naar de koning van Unauwen moet brengen. Alles draait om spanning en avontuur. Het dreigt vaak mis te gaan. Maar het loopt toch nog goed af.



Wanneer speelt het verhaal

Het verhaal speelt zich af zich af in de tijd dat er nog ridders, jonkvrouwen en kastelen waren. Er staat geen precieze tijd beschreven. Maar Tiuri reist ongeveer 3 maanden. Ook staan er geen seizoenen in beschreven. Maar ik denk dat hij in de herfst heeft gereist, dit denk ik omdat er weersomstandigheden beschreven worden die bij de herfst passen.



Waar speelt het verhaal

Het verhaal speelt zich niet af in een bestaand(e) land of plaats. Het speelt zich af in het rijk van Dagonaut, het Rijk van Unauwen en in de bergen. Tiuri reist van de stad van Dagonaut, langs de eerste grote weg naar het westen, door het blauwe bos en het roversbos. Vanaf het kasteel van Mistinaut reist hij langs de Blauwe rivier tot bij de bergen. Hij rijdt verder naar de stad Dangria. Dan gaat hij over de Regenboogrivier waar tol wordt geheven. Als hij over de rivier is, rijdt hij door het bos van Ingewel, tot bij de stad van Unauwen. (Bij het verslag zit een beschrijving van de route die Tiuri heeft genomen.)



Mijn mening over het verhaal

Ik vond dit boek een heel erg spannend boek, omdat Tiuri veel meemaakt. Meer dan ik beschreven heb, maar anders zou het verslag te gedetailleerd worden. In het begin leek het boek een beetje langdradig, maar dat viel later mee. Je leeft echt met Tiuri en Piak mee. Hoe dichter hij bij z’n doel komt hoe spannender het wordt. Dit boek is geschreven voor kinderen van mijn leeftijd, en het is zeker niet te kinderachtig. Het is een verrassend verhaal omdat je sommige dingen die Tiuri doet in een situatie totaal niet verwacht



Tonke Dragt

Tonke Dragt is niet alleen schrijfster maar ze is ook tekenares, ze is geboren in Djakarta op12 november 1930. Het grootste deel van haar jeugd bracht ze door in Indonesie, waarvan drie jaar in een Japans gevangenkamp. Daar verveelde zij zich zo erg, dat ze samen met een vriendinnetje op het idee kwam een boek te schrijven. Een vreemd boek; het speelde in Arabie. Zij schreven op allerlei papier zelfs op wc-papier, omdat er te weinig schrijfpapier te vinden was. Na haar studie aan de academie voor beeldende kunsten in Den Haag werd Tonke Dragt tekenlerares op een middelbare school. Ze woont nu in Den Haag, dichtbij de zee en de duinen. Tonke Dragt tekent de plaatjes in het boek vaak zelf. Ook in ‘De brief voor de koning’. Tonke Dragt heeft vele andere boeken geschreven, waarvan onder andere; ‘De zevensprong’ ‘Torenhoog mijlen breed’ en ‘ De verhalen van de tweelingbroeders’. Ook heeft ze een vervolg op het boek ‘De brief voor de koning’ geschreven. En in dit boek, ‘Geheimen van het wilde woud’ beleeft Tiuri meer avonturen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen