U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J.k. Rowling - Harry Potter De Steen Der Wijzen.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20201/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1875 woorden.

Datum voltooiing van dit boekverslag: 31 oktober 2000



Naam van de schrijver\schrijfster: J.K. Rowling



Titel van het boek: Harry Potter, De Steen der Wijzen



Plaats van uitgave: Amsterdam (oorspronkelijk Londen)



Jaar van eerste druk: Augustus 1998



Welke druk heb jij gelezen? 12e druk van Augustus 2000



Aantal pagina’s: 228 pagina’s







Cijfer:





Beantwoord deze vragen voordat je het boek leest!









1a Schrijf hieronder de achterkanttekst, de korte beschrijving van het boek of het

kaartje van de bibliotheek over.



Harry Potter is een doodgewone, maar ongelukkige jongen die sinds de dood van zij ouders bij zijn saaie en hardvochtige oom en tante woont, in de bezemkast onder de trap. Op een dag arriveert er een geheimzinnige brief voor hem. En daarna nog één en nog één. De brieven veranderen Harry’s hele leven: hij wordt gered door een woeste figuur op een vliegende motorfiets en hij komt erachter wie zijn verongelukte ouders waren. Met een speciale trein die vertrekt van Perron 9¾ belandt hij op Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus, waar hij alles leert over bezemstelen, toverdranken en monsters. En uiteindelijk moet Harry het opnemen tegen zijn aartsvijand Voldemort, een levensgevaarlijke tovenaar.







1b Schrijf op wat je op grond hiervan verwacht van het boek.



Dat het boek gaat over een jongen die eerst bij zijn ouders woont, maar dan na een brief naar een toverschool gaat en daar een hele boel avonturen beleeft.







1c Wat weet je zelf al van het onderwerp waar het boek over gaat? Als je

bijvoorbeeld Afblijven van Carry Slee hebt gelezen, kun je opschrijven wat je al

over drugs weet. Als je Oorlogswinter van Jan Terlouw hebt gelezen, moet je

vermelden wat je over de Tweede Wereldoorlog weet.



Van naar school gaan weet ik wel wat maar van toveren weet ik helemaal niks

























De vragen op de volgende bladzijdes beantwoord je pas nadat je het boek gelezen hebt.



2a Schrijf uit het boek een fragment over dat jou bijzonder aanspreekt en vermeld

het nummer van de bladzijde.



Blz. 174-175. Zijn stekelige vleugels waren reusachtig, vergleken met zijn magere, gitzwarte lichaam, hij had een lange snuit met grote neusgaten, twee hoornstompjes en uitpuilende oranje ogen. Hij nieste en er vlogen een paar vonken uit zijn snuit. Ís t geen plaatje?’ murmelde Hagrid. Hij stak zijn hand uit om de kop van de draak te strelen en die hapte naar zijn vingers zodat zijn lange scherpe, tanden blootkwamen. Ách ‘t schatje het kent z’n baasje!’



2b Leg zo uitgebreid mogelijk uit waarom je juist dit fragment hebt uitgekozen.



Het is erg grappig dat Hagrid een nogal lelijke draak een ‘schatje’ noemt en als de draak naar zijn hand hapt dat hij dan zegt dat hij zijn baasje kent. Het is net zo’n iemand die een valse hond heeft waar hij veel van houdt.



3 Hoe ziet de hoofdpersoon van het boek eruit (lengte, gewicht, leeftijd, haarkleur, huidskleur, kleding, kleur ogen, enz.)?



Een voor zijn leeftijd; 11 jaar kleine jongen met donker haar dat altijd alle kanten opstaat. Hij draagt een bril en op zijn voorhoofd heeft hij een litteken in de vorm van een bliksemschicht. Hij heeft groene ogen. Thuis bij zijn oom en tante draagt hij de afdankertjes van zijn broer, maar op Zweinstein draagt hij een zwart Zweinsteingewaad en een puntmuts



4 Welke eigenschappen heeft de hoofdpersoon (hardwerkend, eerlijk, gelukkig, volhardend, zelfverzekerd, zorgzaam, tactisch, humoristisch, creatief, vrolijk, verantwoordelijk, sociaal, origineel, enz.)? Noem tenminste twee eigenschappen en laat met voorbeelden uit het boek zien dat de hoofdpersoon deze eigenschappen duidelijk bezit.



In het begin is hij erg ongelukkig want dan krijgt Dirk zijn ‘broer’ wel 39 cadeautjes en hij helemaal niks. Op Harry’s verjaardag geeft de vader van Dirk een etentje en moet hij doen alsof hij er niet is. Later in het boek is hij moedig want hij heeft het opgenomen tegen de beveiliging van de Steen der Wijzen en tegen Voldemort. Nog wat later is hij erg gelukkig omdat hij de afdelingsbeker voor Griffoendor wint.



5 Geef in een paar zinnen een samenvatting van het boek.



Harry, een jongen van 11 jaar blijkt de zoon van een tovenaar te zijn. Zijn ouders zijn gedood door Voldemort: ook een tovenaar. Hij gaat na een brief van een toverschool gaat hij naar Zweinstein een school voor Hekserij en Hocus-Pocus. Tijdens de zoektocht naar de Steen der Wijzen gebeuren er allemaal vreemde dingen. Op het laatst probeert Voldemort Harry te doden, maar dat lukt niet.







6 Wat is het ‘probleem’ in dit verhaal? Waar draait het verhaal om? Wat is het belangrijkste?



Dit deel draait om de Steen der Wijzen die Voldemort nodig heeft om weer een eigen lichaam te creëren. Door Perkamentus en de en de andere docenten van Zweinstein wordt de Steen verborgen en bewaakt door toverkracht. Harry wil voorkomen dat Voldemort de Steen in handen krijgt.





7 Hoe zou jij zelf omgaan met dit probleem? Zou jij hetzelfde doe of zou jij het anders aanpakken? Geef zo goed mogelijk aan waarom jij het ook zo of juist anders zou doen.



Ik zou zelf de Steen niet bewaken met toverkracht omdat ik niet kan toveren. (of heksen)





8 Dit boek heeft deze titel, omdat



De hoofdpersoon Harry Potter heet en het hele verhaal draait om hem en de zoektocht naar de Steen der Wijzen.





9 Is dit boek een detective, sciencefiction, een historisch verhaal, een sprookje, een avonturenverhaal, een romantisch verhaal, een griezelverhaal, een verhaal over problemen (van volwassenen, van kinderen, pubers, milieuproblemen, enz.) of is het een combinatie van een aantal van de genoemde onderwerpen. Leg je antwoord uit met behulp van enkele voorbeelden uit het boek.



Het is een fantasieverhaal omdat Harry een tovenaar is die heel goed kan zwerkballen en op een gegeven moment een Zwerkbalwedstrijd moet spelen. Een zwerkbalwedstrijd is een wedstrijd op grote hoogte want je vliegt op een bezemsteel (Harry heeft een ‘NIMBUS 2000’) met vier vliegende ballen (twee harde Beukers, de Slurk en de gouden Snaai) en twee doelpalen voor elk team. Verder gebeuren er in het verhaal allemaal dingen die in het echt niet kunnen.Het is ook een spannend verhaal, er komt een hond met drie koppen in voor die Pluisje heet en de steen der wijzen bewaakt. Harry heeft een vijand, die Voldemort heet en zijn ouders vermoord heeft en nu probeert om Harry te pakken. Op het eind van het verhaal moet Harry langs Pluisje en door een aantal gevaarlijke kamers en dan ontmoet hij Voldemort. Hij wordt op het laatste moment gered door Perkamentus, het schoolhoofd, en de steen der wijzen wordt vernietigd.



















10a Zoek een gedicht dat volgens jou goed bij dit boek past en schrijf het over. (als je geen geschikt gedicht kunt vinden, moet je er zelf één schrijven; dit gedicht moet minstens acht regels lang zijn.)



Er staan verschillende gedichten in het boek. Een gedicht dat goed bij het verhaal past is het lied van de Sorteerhoed.Ik ben misschien wat sjofel,Maar dat is aan de buitenkant,Niemand weet zo goed als ik,Van de hoed en van de rand.Op gebreide mutsen kijk ik neer,En ook op hoge hoedenÍk ben Sorteerhoed van de school,En weet meer dan je zou vermoeden.Al puilen de geheimen uit je hoofd,De Sorteerhoed ziet ze vast,Dus zet me op, dan zeg ik je,Wat het beste bij je past.Misschien hoor je bij Griffoendor,Bekend om zijn dapperheid,Ja, ridderlijkheid en durf en lef,Is wat Griffoendor onderscheid.Misschien hoor je bij Huffelpuf,Vind je hard werken oké,Huffelpuffers blinken uit door trouw,En hebben geduld voor twee.En bij het wijze Ravenklauw,Vindenm mensen met verstand,Die geleerd en bij de pinken zijn,Altijd wel een geestverwant.Misschien voel je pas werkelijk thuis,Als je naam bij Zwadderich prijkt.Die sluwe lui,Schuwen echt niets,Als hun doel maar wordt bereikt.Dus raak vooral niet in paniek,Zet mij rustig op je kop,Al ben ik een hoed, ik heb van jou,Vast een vrij hoog petje op!



10b Waarom vind je dit gedicht zo goed bij het verhaal passen? Licht je antwoord duidelijk toe?



Het gaat over de vier afdelingen van de school. Door een toverhoed, de Sorteerhoed worden de eerstejaars leerlingen over de afdelingen verdeeld. Het laat zien dat het verhaal een spannend fantasie verhaal is.



11a Hoe is het boek opgebouwd, kies minstens één woord (eenvoudig, ingewikkeld, onsamenhangend, goed einde, slecht einde, vlot verteld, traag, spannend, boeiend).



Het verhaal is spannend en boeiend en heeft een goed einde. Je wil het graag in één keer uitlezen.





11b Leg duidelijk uit waarom je dat woord/die woorden hebt gekozen.



Spannend omdat er een vijand in voorkomt “Voldemort”, die verslagen moet worden.Boeiend omdat er heel veel verschillende gebeurtenissen in het boek verteld worden.Het heeft een goed einde, “Voldemort”wordt voorlopig verslagen en Harry wordt gered door Perkamentus. Griffoendor, de afdeling waarin Harry en zijn vrienden zitten winnen de afdelingsbeker.





12a Welk effect heeft het boek op je gehad? Kies minstens één woord (blij, boos,

verdrietig, nieuwsgierig, opstandig, zet me aan het denken, shockerend, grappig of mooi).



Nieuwsgierig, naar het vervolg in het volgende boek. (Deel 2 en 3 heb ik ook al gelezen en deel 4 heb ik besteld)





12b Leg duidelijk uit waarom je voor dat woord/die woorden hebt gekozen?



Omdat het een fantasieverhaal is kan je niet bedenken wat er in een volgend hoofdstuk gaat gebeuren en dat maakt je nieuwsgierig.Aan het eind van het verhaal weet je dat “Voldemort” wel voorlopig verslagen is, maar wel weer terug komt. Het verhaal is dus nog niet af en dat maakt je nieuwsgierig.





13 Zou dit verhaal echt gebeurd kunnen zijn? Noem tenminste één ding dat in het echt niet kan gebeuren, dat niet zo geloofwaardig of dat erg toevallig is.



Nee, ze kunnen toveren en van een niet bestaand perron 9 ¾ met een trein vertrekken, op bezemstelen vliegen en er komen draken, kobolden, honden met drie koppen en levende schaakstukken in voor.





14 Wat heeft dit boek je voor nieuws geleerd? Waarover ben je door het lezen van dit boek anders gaan denken? Je moet tenminste één ding noemen! Leg je antwoord duidelijk uit.



Het is niet echt iets nieuws, want ik vond lezen al heel leuk. Maar deze boeken vind ik wel héél erg leuk en het is ontspannend om ze in twee dagen uit te lezen.



15 Zou jij dit boek aan een klasgenoot aanraden? Geef nauwkeurig aan waarom wel of waarom niet.

Ja, tenminste als die klasgenoot van lezen houdt. Want het zijn best dikke boeken.Ik vind het zelf een geweldig leuk verhaal en kan er enthousiast over vertellen.De ander moet wel van fantasieverhalen houden, ik denk niet dat iedereen dat leuk vindt.



16 Teken een ruimte die in het verhaal een belangrijke plaats inneemt. Dat kan de slaapkamer van de hoofdpersoon zijn, maar ook een klaslokaal, een fabrieksterrein of een natuurgebied.







17 Geef hieronder kort aan waarom je deze ruimte hebt gekozen.



In Zweinstein, Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus speelt het belangrijkste deel van het verhaal zich af.





18 Kan dit verhaal zich in 1900 afspelen? Noem tenminste drie dingen waarom dat wel mogelijk is of waarom dat absoluut niet mogelijk is.



Omdat het een fantasieverhaal is, zou het zich wel in 1900 kunnen afspelen maar dan zouden een aantal moderne dingen die nu in het verhaal voorkomen aangepast moeten worden.Wat niet kan in 1900, zijn de treinen, auto’s, motorfietsen, de boormachinefabriek de televisie, computerspelletjes en een op afstandbestuurbaar vliegtuigje enz.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen