U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Renate Dorrestein - Buitenstaanders.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1172 en is laatst upgedate op 13/04/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2461 woorden.

Buitenstaanders

Renate Dorrestein

176 pagina's

Uitgeverij Contact, 1983



Als Max en Larie met hun twee zoontjes op vakantie gaan, raakt de auto van de weg en rijden ze een rivier in. Als Larie zit te piekeren wat ze noe moeten doen, komt er een klein mongloïde meisje aanlopen. Het gezin volgt het meisje, en ze komen uit bij het huis waar Agrippina met haar 'familie' woont. De familie wordt goed opgevangen door deze, enigszins vreemde, familie.

Lupo, de zoon, wil het gezin weg hebben voor Sterre's feest. Wibbe, de klusjesman, repareert de auto, en het gezin vertrekt weer. Maar na 100 meter slaat de motor af, en zijn ze dus gedwongen om Sterre's feest bij te wonen.

Sterre is de derde van een drieling. Ze had jaren geleden zelfmoord gepleegd omdat ze wilde leven als een zwaan, zonder de maandelijkse walging in zichzelf. Ze was bang dat ze haar zusjes zou besmetten met deze walging. Om zo dicht mogelijk bij Sterre te zijn op Sterre's dag, gingen Ebbe en Biba, de zusjes van Sterre, naar de plek waar Sterre zelfmoord had gepleegd: het dak. Wibbe kreeg plotseling het idee dat Ebbe en Biba ook zouden gaan springen, en rende naar het dak om ze tegen te houden. Omdat Ebbe en Biba vonden dat hij de ceremonie verstoorde, sloten ze hem op op zolder.

Ondertussen ging de vampiristische Agrippina even de benen strekken in het bos. De zoontjes waren echter ook in het bos, aan het 'spelen' met het mongooltje Marrie. Ebbe en Biba vonden dit te gevaarlijk, en gingen de jongetjes zoeken in het bos. Max sloten ze op in de kelder. Larie, die niets wist van het vampirisme van Agrippina, hielp mee zoeken naar haar zoontjes.

Larie verdwaalde, en kwam uit bij een psychiatrische inrichting. Daar legde men haar uit dat het huis van Agrippina een dependance was van de psychiatrische inrichting. Ondertussen werd Agrippina gevonden. Wibbe brengt haar snel naar de inrichting, ze heeft medische zorg nodig vanwege het gezwel in haar hoofd. De jongetjes en Marrie waren nog steeds niet terecht.

Die nacht heeft Laurie, die een nacht in de psychiatrische inrichting is gehouden, een nachtmerrie. Ze droomt over drie dwergen: de kleinste werd door de andere twee gevild met een mes. Max zei dat dat kwam door de verdoving, en hij beweerde niets te weten van alle gebeurtenissen in het huis van Agrippina.

Larie moet kiezen: of alles is waar gebeurd, inclusief haar nachtmerrie, of alles was een droom geweest. Een keus tussen de echtheid van het bestaan en het tot een illusie verklaren van haar hele leven.



Dit verhaal heeft een auctoriale, alwetende verteller. Er is sprake van perspectiefwisseling. Je kijkt als lezer afwisselend met verschillende verhaalfiguren mee. Dit voegt heel veel toe aan het verhaal. Dezelfde gebeurtenis wordt vaak vanuit verschillende personen beschreven. Je weet dan niet meer wie je moet geloven. Dit helpt ook een beetje objectief te blijven.

Deze vertelwijze vind ik heel goed bij het verhaal passen. Dat de verteller alwetend is is hier eigenlijk noodzakelijk. Het is een erg ingewikkeld verhaal, dus je hebt heel wat achtergrondinformatie nodig over de verschillende figuren. De perspectiefwisseling is heel misleidend en daarom zo leuk. Ik was steeds geneigd om een verhaalfiguur te geloven. Maar als je dan later dezelfde gebeurtenis door de ogen van iemand anders bekijkt, ga je weer heel erg twijfelen aan de mening die je zojuist gevormd had. Het enige probleem van deze perspectiefwisseling, vind ik dat je heel aandachtig moet lezen om goed te kunnen blijven volgen vanuit wie je aan het lezen bent. Het is soms moeilijk om, als je net helemaal in de denkwijze van ee van de figuren zit, weer om moet schakelen.



Het verhaal is niet chronologisch verteld. Het verhaal begint bijvoorbeeld met het ongeluk van het gezin, en begint daarna eigenlijk weer opnieuw met de ochtendwandeling van Agrippina. Er wordt veel gebruik gemaakt van tijdsvertraging. De gebeurtenissen lijken langer te duren, doordat ze zo precies worden beschreven. Ook zitten er veel flashbacks en terug- en vooruitwijzingen in het verhaal.

Deze tijdsindeling is goed gekozen, in combinatie met de alwetende verteller, en de hoeveelheid benodigde achtergrondinformatie betreffende de personen. Een verhaal zonder chronologie is vaak moeilijk te volgen, maar dat vond ik hier absoluut niet het geval. Het verhaal heeft een open einde en laat veel te raden over. Dat vind ik leuk, een boek waarmee je nog lang niet klaar bent als je het uit hebt.



De gebeurtenissen spelen zich af op een afgelegen plek. Dat het afgelegen is maakt het verhaal extra spannend: als het fout gaat is er niemand in de buurt om te helpen. De beschrijving van de omgeving geeft een erg onheilspellend beeld: "De waterkant rook naar bederf. Het gistte en broeide er. Het dampte. Het aonlicht achter zich latend, stapte Agrippina de schimmenwereld van de hoge rietkraag binnen. Het gorgelde onder haar voeten." De weersomstandigheden (broeierig weer en op het einde onweer) dragen ook hun steentje bij aan de onheilspellende sfeer.

De belangrijkste ruimte in het verhaal is het huis van Agrippina. Het is donkerrood met geblindeerde ramen. Het ligt verscholen achter een dichtbegroeide oprijlaan. Het heeft zo iets weg van een spookhuis. Dat het in een bos staat en afgelegen is, maakt het nog spookachtiger.

Deze onheilspellende sfeer in het verhaal voert de spanning op, en dat maakt het leuker om het boek te lezen.



De hoofdpersoon in dit boek is Laurie. Ze is het type vrouw dat wordt onderdrukt door haar man. Ze vertoont allerlei traditionele vrouwelijke kemerken. Ze heeft duidelijk een minderwaardigheidscomplex. Ze probeert alles goed te doen, maar alles loopt juist fout. Wibbe noemt haar een hysterica die stijf staat van de stress. Laurie is de enige persoon in het verhaal die een ontwikkeling doormaakt. Ze denkt na over zichzelf en over haar huwelijk met Max. Ze komt erachter dat ze niet gelukkig is met het leven dat ze leidt, maar weet niet wat ze moet doen om dat te verbeteren. Ook blijkt zij de enige die afstand kan doen van haar vooroordelen tegenover mensen die buiten de maatschappij vallen.

Ik vind Laurie een erg zielig figuur. Ze heeft een leven wat ik niet graag zou willen hebben, met een klootzak van een man en twee etterbakjes van zoontjes. Ik herken wel veel in haar persoon. Ik deel een aantal van haar zwaktes, zoals altijd alles goed willen doen en weinig zelfvertrouwen hebben. Laurie's relatie met Max draagt veel bij aan haar persoonlijkheid. Als je een relatie hebt waar je je niet gelukkig bij voelt, zit je al snel niet meer lekker in je vel. Ook behandelt Max haar als oud vuil. Dan vind ik het niet vreemd dat ze een minderwaardigheidscomplex heeft.

Max is het type van de bazige, arrogante echtgenoot. Hij blijft alleen bij Laurie voor de kinderen. Dat zijn zoontjes een stel etterbakjes zijn lijkt hij niet door te hebben. Hij is doordrenkt van vooroordelen. Vindt bijvoorbeeld dat Marrie uit de buurt van zijn zoontjes moet blijven. Hij wil niet dat zijn kinderen blootstaan aan de onvloek van die kwijlende mongool. Hij geeft niets om zijn huwelijk met Laurie, en hij ergert zich aan Laurie's zielige gedrag. Hij gaat vreemd en begrijpt niet dat Laurie daar een probleem van maakt. Hij vindt dat ze blij moet zijn dat hij zijn verplichting als echtgenoot na komt.

Ik mag Max absoluut niet. Hij heeft zo ongeveer alle eigenschappen waar ik me aan kan ergeren in een persoon. Volgens mij lijdt hij aan grootheidswaan. Hij is in ieder geval erg blind voor de wereld om hem heen. Absoluut niet in staat om verder te denken dan zijn neus lang is.

De zoontjes van Laurie en Max zijn een stel irritante etterbakjes. Ze voelen zich heel machtig tegenover Marrie, en maken misbruik van die macht door haar te mishandelen. Marrie denkt dat ze een spelletje met haar doen. Wat ze uiteindelijk met haar doen mag de lezer zelf bedenken, maar er wordt gesuggereerd dat ze haar met een mes hebben bewerkt.

Ik vind dat deze twee jongetjes heel duidelijk verpest zijn. Dat ligt grotendeels aan hun opvoeding, en ik schuif de schuld hier volledig op Max af. Het enige wat ik van deze jongetjes kan vinden, is ontzettend zielig en ontzettend zonde.

Agrippina is de oudste bewoner van het fasehuis, en waarschijnlijk al in de zeventig. Vroeger is zij misbruikt door haar man, 'de Allesplakker'. Toen ze een zoon kreeg, Lupo, wilde hij haar niet meer. Toen heeft ze het kind afgestaan en mocht ze weer terugkomen. Na de dood van de Allesplakker is ze in een bordeel gaan werken. Ze draait helemaal door, dan herinnert ze zich haar zoon. ze zoekt hem op, en hij zorgt voor haar. Gaat ook met haar mee in het fasehuis wonen. Agrippina heeft een obsessie, ze wil koste wat het kost jong blijven. Ze denkt dat dit alleen dan d.m.v. het drinken van kinderbloed. Wegens het ontbreken van kleine kinderen in het fasehuis, doet ze zich meestal tegoed aan muizen. Ze heeft bovendien een hersentumor, waardoor ze waanideeën krijgt.

Agrippina is echt een typisch voorbeeld van iemand die echt heel erg psychisch gestoord is. Iemand die teveel meegemaakt heeft in haar leven, en dat niet goed kan verwerken. Ik kan ondanks haar vreemde eigenschappen heel veel sympathie voor haar opbrengen. Ik heb medelijden met haar om wat ze allemaal heeft meegemaakt.

Evertje Polder is de hond van Agrippina. Ze is ontzettend aan het beest gehecht, het is de enige die haar begrijpt. Ze behandelt het beest als een mens. Dat is grappig, in het begin heb je als lezer ook werkelijk niet door dat het hier over een hond gaat.

Lupo is de zoon van Agrippina. Hij vindt medelijden de mooiste vorm van liefde. Hij is dichter en schrijft liefdesbrieven op bestelling. Ik vind Lupo een ontzettend mooi persoon, omdat hij zo puur is. Hij heeft afstand gedaan van alle normen en waarden van deze maatschappij, en wordt daarom niet geaccepteerd. Dat hij medelijden de mooiste vorm van liefde vindt, vind ik aan de ene kant het mafste wat ik ooit heb gehoord, maar aan de andere kant ook weer heel mooi.

Ebbe, Biba en Sterre zijn een drieling. Zijn samen eigenlijk één persoon: Ebbe dacht, Biba deed en Sterre voelde. Zijn alledrie psychisch niet helemaal in orde. Sterre pleegde zelfmoord vanwege haar ongesteldheid: ze was bang dat ze haar zusjes zou besmetten met de walging, het monster in haar.

Het idee dat drie mensen zo hecht met elkaar verbonden kunnen zijn vind ik mooi. In de praktijk, zo heb ik gemerkt na het lezen van dit boek, is het eigenlijk vrij ziek.

Marrie is een mongooltje. Ze is altijd vrolijk, en ziet alles positief. Marrie vind ik lief. Ze is een typisch mongooltje, blij met alle kleine dingetjes, en dat is ook precies het mooie aan die mensen.

Wibbe is eigenlijk een psychiater, maar de anderen denken dat hij ontsnapt is uit de inrichting. Ik vind hem ook een beetje ziek in zijn hoofd eigenlijk. Hij denkt niet aan zijn patiënten, enkel aan zichzelf en zijn carriere. Hij vindt het bijvoorbeeld niet erg dat Sterre van het dak af springt, hij vindt het een interessant gegeven. Het bevestigt namelijk zijn theorie over gevangenschap en handelsbekwaamheid.

Wibbe vind ik eigenlijk nog het meest ziek in zijn hoofd van allemaal. Dat is grappig, want als psychiater zou hij juist de enige moeten zijn die echt normaal is. Zo ga je heel erg nadenken over wat nou eigenlijk gek is en wat nou eigenlijk normaal is. En dat is ook precies de bedoeling van dit verhaal.



De titel van dit boek, 'Buitenstaanders' kan op verschillende manieren worden uitgelegd. Wibbe, de psychiater, ziet niet-patienten (hier dus het gezin) als buitenstaanders. De samenleving ziet juist psychiatrische patienten als buitenstaanders .



Thema

Als een gezin dat op weg is naar hun vakantiebestemming een ongeluk krijgt, worden ze opgevangen in een huis wat later een dependance van een psychriatische inrichting blijkt te zijn.



Visie

Misschien kun je beter gek zijn dan normaal.



Een belangrijk motief van dit verhaal is dat iedereen een andere perceptie heeft van de realiteit. Door de perspectiefwisseling in dit verhaal zie je dat de denkwijze van een gestoorde net zo logisch is als de denkwijze van een 'normaal' mens. Het is alleen een ander soort logica.

Een tweede motief is liefde voor de medemens. Die een persoon als Max helemaal niet heeft, en iemand als Lupo juist overdreven. Dit motief dient ter versterking van de visie van het verhaal. Ik vind dit een heel duidelijk gegeven wat duidelijk maakt dat de normalen vaak gestoorder zijn dan de gekken.

Een ander motief in dit verhaal is het sprookje. Het verhaal speelt zich af in een sprookjes omgeving en heeft sprookjesfiguren met sprookjesnamen. Dit motief is gebruikt omdat in sprookjes vaak dingen gebeuren die in het echte leven nooit zouden kunnen. Dat die dingen in een sprookje wel kunnen, daar staat niemand van te kijken en heeft ook niemand commentaar op, want het is nou eenmaal een sprookje. Sprookjes zijn vaak geschreven om levenswijsheden te verkondigen. En zo is het ook met dit verhaal alias sprookje. Het zet je aan het denken: wat is nou eigenlijk normaal? Ik vind het leuk dat het verhaal zo sprookjes achtig is. Ik hou wel van sprookjes. Het leven kan ook een sprookje zijn als je wil, het is maar net hoe je het bekijkt.



De connectie tussen dit verhaal en mijn thema, psychische gestoordheid, is overduidelijk. Het gaat over een dependance van een psychriatische inrichting, daar zitten dus alleen maar psychisch gestoorde mensen. Het speciale aan dit boek vind ik dat het een hele nieuwe kijk heeft op het begrip psychische gestoordheid. In veel andere boeken met dit thema is het zo duidelijk wie er gestoord is en wie normaal. Hier is die grens juist totaal verdwenen. Dat vind ik heel apart, en ook heel goed omdat het mensen aan het denken zet. Niet alleen over de vooroordelen die ze hebben, maar ook over zichzelf en wie ze zijn.



Van dit verhaal heb ik ontzettend veel geleerd. Ik ben na gaan denken over de grenzen van de psychische gestoordheid, en heb ontdekt dat die er niet zijn. In principe is iedereen zo gek als een deur. Wanneer ben je gek en wanneer ben je normaal? Ik denk dat je normaal 'bent' als je voldoet aan de normen van de samenleving. Maar daar voldoet nooit iemand helemaal aan. En dan nog, misschien hebben we ons met ons allen wel gruwelijk vergist met onze normen. Misschien moeten we die normen maar eens veranderen, en met zijn allen 'gek' gaan doen. Zouden we dan niet allemaal veel gelukkiger zijn?
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen