U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Renate Dorrestein - Buitenstaanders.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1165 en is laatst upgedate op 14/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4606 woorden.

Wolters-Noordhoff, Groningen: 1997, z.d.



Vertelinstantie

In dit verhaal is sprake van de auctoriale vertelinstantie.

Het verhaal is geschreven in de derde persoon enkelvoud: bladzijde 5: Hun twee jongetjes achterin gaven geen enkel geluid. Ze deden net een wedstrijd wie het langst zijn adem kon inhouden. Ze zouden allebei liever stikken dan verliezen.

De verteller kent de gedachten van al zijn personages: bladzijde 7: Max was iemand die meende dat iedereen hem opmerkte, terwijl Laurie doorgaans hoopte dat ze onopgemerkt zou blijven. Max vulde zijn dagen met het maken van carrière. Lauries carrière was het verzorgen van Max en hun twee jongetjes. Max vond zichzelf heel goed in zijn carrière en zijn vrouw tamelijk matig in de hare. Sinds ze wist dat hij een vriendin had, besefte Laurie zelf ook dat ze gefaald had in haar opdracht in het leven, in de legitimatie van haar bestaan: nodig zijn in dat van anderen.

De verteller weet meer dan de personages zelf: bladzijde 24: Onkundig van het feit dat haar wens bezig was in vervulling te gaan, bakte Agrippina een taart.

Op bladzijde 51 staat: Zo was het destijds verdergegaan: …

Bij dit voorbeeld is Ebbe Max aan het uitleggen wie Wibbe is en hoe hij bij hen verzeild is geraakt. Halverwege het vertellen wordt ze onderbroken en ze maakt het verhaal niet af. De schrijver schrijft dan: Zo was het destijds verder gegaan: …

Hij maakt dan Ebbe's verhaal af. Hij weet meer dan de personages en hij weet ook meer dan de lezers. Het komt een aantal keer voor in het verhaal dat de schrijver schrijft hoe het destijds verder was gegaan.



De functie van de auctoriale verteller is dat de verteller ons van alles over de personages en over het leven van de personages kan vertellen. Zo komen we veel meer over iedereen te weten en snappen we beter waarom personages iets wel of niet doen. Doordat de verteller een alleswetende verteller is, kan hij de verhalen afmaken die de personages niet helemaal afvertellen. Dan weten wij toch wat de personages wilden vertellen.



Personages

Max:

Max is de man van Laurie. Hoe oud hij is weet ik niet, maar ik denk dat hij ongeveer vijfendertig jaar zal zijn, want hij heeft nog jonge kinderen, dus veel ouder zal hij niet zijn. Samen met Laurie en hun kinderen belanden zij met de auto in het water. Max wil alleen maar carrière maken en vindt zichzelf heel goed, ten opzichte van anderen.



Bladzijde 7: Max was iemand die meende dat iedereen hem opmerkte, terwijl Laurie doorgaans hoopte dat ze onopgemerkt zou blijven. Max vulde zijn dagen met het maken van carrière. Lauries carrière was het verzorgen van Max en hun twee jongetjes. Max vond zichzelf heel goed in zijn carrière en zijn vrouw tamelijk matig in de hare.



Max hield zich alleen bezig met de kinderen als hij daar tijd voor had, voor de rest moest Laurie voor de kinderen zorgen. Bladzijde 7: Gelukkig hadden de jongetjes haar nog nodig. Max bemoeide zich alleen met hen als zijn maîtresse, zijn werk of zijn cricketclub hem niet opeiste.

Max ziet er fantastisch uit. Bladzijde 7: Max zag er fantastisch uit in zijn zijden pyjama, zijn grey flannel sluit en zijn hagelwitte sporttenue.

Max vindt zijn gezin een gewoon gelukkig gezin. Bladzijde 7: Max vatte de zijnen altijd samen onder de volgende noemer: een gewoon gelukkig gezin.

Max is niet trouw aan Laurie. Hij heeft een vriendin. Daardoor voelt Laurie zich ongelukkig. Bladzijde 56: 'Ik geloof dat ik heel ongelukkig ben. Mijn man heeft een vriendin. Hij heeft het me drie weken geleden verteld. Hij blijft alleen bij mij vanwege het schandaal en de kinderen, zegt hij. Hij zegt dat ik nog blij mag zijn dat hij zo fatsoenlijk is, want dat hij anders allang weg was geweest. Hij kent zijn verplichtingen, zegt hij. Ik mag er dus niet over zeuren.'

Ook gaat Max vreemd met Ebbe. Bladzijde 62: Lupo zag nog steeds wat hij zo-even gezien had: zijn naakte Ebbe op de rand van het bed, een mannenarm om haar middel geslagen.

Max is een character. Hij is meer flatcharacter dan roundcharacter. Zijn karaktertrekken worden door het hele boek door beschreven. We kennen heel veel karaktertrekken van Max. Er zit geen verandering in zijn karakter. In het begin al keurt hij alles af. Hij vindt Laurie maar zielig en vindt dat ze niet zo moet klagen. Hij moet altijd zijn gelijk hebben. Hij vindt dat een keertje plat gaan niets met je huwelijk te maken heeft, maar als Laurie met Lupo vreemd gaat, raakt hij toch behoorlijk geïrriteerd.



Laurie:

Laurie is de vrouw van Max en de moeder van twee zoons. Ze is denk ik ongeveer even oud als Max, ze zal dus ongeveer vijfendertig jaar zijn. Laurie kan goed wassen en strijken. Bladzijde 7: Wassen en strijken kon Laurie tenminste als de beste. Laurie eet een pond kersenbonbons per dag. Bladzijde 7: Hij wist niet dat Laurie een pond kersenbonbons per dag at.

Laurie voelt zich ongelukkig omdat Max een vriendin heeft. Bladzijde 56: 'Ik geloof dat ik heel ongelukkig ben. Mijn man heeft een vriendin. Hij heeft het me drie weken geleden verteld.'

Laurie heeft al rimpels bij haar mondhoeken en ze heeft een loodrechte lijn tussen haar wenkbrauwen. Bladzijde 68: Ze had trouwens al rimpels bij haar mondhoeken en een loodrechte lijn tussen haar wenkbrauwen, alsof ze te vaak haar voorhoofd fronste als de klok sloeg.

Laurie heeft een verhouding met Lupo gekregen. Bladzijde 102: Ze barstte uit: 'Ik heb een verhouding met Lupo.'

Laurie is ook een character. Maar Laurie is een roundcharacter. In het begin vindt Laurie de familie en het huis ook allemaal wel vreemd, maar later begint ze hun situatie toch wel te begrijpen en kan ze zich wel een beetje inleven in het leven van Agrippina en haar 'familie'.

In het begin is Laurie ook meer een echt huisvrouw-type dan later in het verhaal. Ze wil het beste van haar vakantie proberen te maken, alhoewel ze weet dat drie weken met Max niet mee zal vallen. Ze voelt zich erg ongelukkig sinds ze weet dat Max een ander heeft, maar later begint ze zelf te verlangen naar Lupo. Ze wordt wat vrijer van Max en krijgt meer zelfvertrouwen. Ze stelt Max zelfs voor te gaan scheiden. In het begin van het verhaal zou ik me echt niet voor kunnen stellen dat Laurie dat zou zeggen, in het begin was ze veel afhankelijker van Max.



De oudste en de jongste:

De oudste is de oudste zoon van Max en Laurie. Zijn naam weten we niet. Hij heeft krullen en draagt een spijkerbroek. Bladzijde 6: Hij stond wijdbeens in het gras met zijn handen in de zakken van zijn spijkerbroek, zijn hoofd achterover, zijn krullen vochtig in zijn nek. Onlogisch dacht Laurie: Ik heb heel mooie kinderen. Hoe oud hij is weten we niet, maar ik denk ongeveer tien jaar. Samen met zijn broertje pest hij Marrie heel erg.

De jongste is de jongste zoon van Max en Laurie. Over hem weten we eigenlijk niets. Hij doet alles wat de oudste doet. Hoe oud hij is weten we ook niet. Hij zal iets jonger zijn dan de oudste. Ik denk dat hij ongeveer acht jaar is.



Agrippina:

Agrippina is een vrouw van in de zeventig. Bladzijde 10: 'Ik ben geen achttien meer,' gaf ze sinds haar achtenzestigste verjaardag toe. Het was al weer een tijdje geleden dat ze achtenzestig was geworden. Ze is de moeder van Lupo. Bladzijde 9: Alleen Lupo was haar eigen zoon. Agrippina gaat veel met Evertje Polder om en houdt van vers bloed, dat ze drinkt om jong te blijven. Bladzijde 9: Gelukkig dat Agrippina ook Evertje Polder nog had. Haar naam was nog niet eens het opmerkelijkste aan Agrippina; ze hield bovendien van vers bloed. Velen vermoedden het, maar niemand wilde echt zekerheid. Alleen Evertje Polder was op de hoogte van de feiten. Dat was een van de redenen van hun bovenmenselijke verbondenheid.

Bladzijde 12: Een aangename huiver doorvoer haar. Ze wist wat ze wilde en ze wilde het nu. O, Agrippina hield van vers bloed! Ze had het natuurlijk nodig om jong en mooi te blijven, maar ze genoot ook van haar medicijn.

Agrippina heeft blauwe ogen. Bladzijde 10: Agrippina's ogen waren helderblauw.

Agrippina houdt alleen van feesten als ze zelf het middelpunt was. Bladzijde 13: Agrippina had alleen iets tegen feesten waarop een ander dan zijzelf het middelpunt was.

Agrippina heeft maar één keer iemand ontmoet van wie ze meer heeft gehouden dan van Evertje Polder. Ze noemde hem de Allesplakker, omdat ze hem niet bij zijn naam wilde noemen. Dat deed zijn vrouw al. Bladzijde 69: Ze was achttien. Ze had bronchitis, honger en de helderblauwste ogen die de Allesplakker ooit gezien had. Hij ging naast haar op het bankje zitten. Hij was zestig. Hij had een hartvervetting, een eigen kleermaker en een voorkeur voor jonge meisjes.

Agrippina heeft een hersentumor waardoor ze vaak dingen ziet die er niet zijn. Zo praat ze ook met Evertje Polder, terwijl dat een hond is.



Lupo:

Lupo is de zoon van Agrippina. Zijn leeftijd weten we niet, maar ik denk dat hij niet zo heel oud is, ik denk dat hij rond de veertig is. Hij woont in een caravan achter in de tuin. Bladzijde 17: Lupo werd die ochtend pas laat wakker. Hij kon de zon op het dak van zijn caravan horen beuken. Lupo woonde uit kiesheid in een caravan achter in Agrippina's tuin: Zo hadden de vrouwen het hele huis voor zichzelf.

Lupo is een dichter, hij schrijft liefdesbrieven voor andere mensen. Bladzijde 18: Hij opende de deur waarop Ebbe in hanepoten geschreven had LUPO'S LIEFDESBRIEVENFABRIEK.

Lupo houdt van zijn werk. Bladzijde 18: Lupo hield van zijn werk. Hij was zich ervan bewust dat hij een vrij opmerkelijk beroep had. Lupo heeft last van astma. Bladzijde 20: Hij zag zijn moeder pas toen hij haar stem hoorde. 'Lupo! Heb je weer last van je astma? Ik kan je hier helemaal horen snuiven.' Zijn hoofd is bijna helemaal kaal. Bladzijde 30: Hij (Lupo) zag er aardig uit en was vast niet veel ouder dan zijzelf, ondanks zijn al bijna kale hoofd.



Marrie:

Marrie is het meisje die Max en zijn gezin vindt, vlak nadat de auto in het water beland is. Marrie neemt Max en zijn gezin mee, naar het huis. Marrie is een vondeling. Bladzijde 9: Wibbe was een soort aangenomen kind, de meisjes min of meer opgedrongen kleinkinderen en Marrie een vondeling. Ik denk dat Marrie ongeveer zeven jaar is, maar dat weet ik niet zeker. Marrie is een mongool. Bladzijde 44: 'Mar is een mongool,' verklaarde Biba. Marrie heeft blonde haren. Bladzijde 6: Over het jaagpad langs de dijk naderde een wezentje. De glansde op het witblonde haar. Er waren bloemen ingestoken. Wiegend met haar hoofd en druk gebarend met haar handen was het kind kennelijk diep in gesprek met zichzelf.

Marrie draagt gele laarzen en een ouderwetse schort. Ze heeft een lage, kelige stem. Bladzijde 6: Het kleine meisje kwam dichterbij. Haar mongoloïde trekken waren nu goed zichtbaar. Haar blote benen waren bemodderd. Ze droeg veel te grote gele laarzen en een ouderwetse schort. Rakelings passeerde ze hen, in zichzelf zoemend en brommend met een lage, kelige stem.



Evertje Polder:

Evertje Polder is de hond van Agrippina. In het begin krijg je de indruk dat Evertje Polder een mens is, maar later blijkt dat ze een hond is. Bladzijde 9-10: Alleen Evertje Polder was op de hoogte van de feiten. Bladzijde 11: 'Juist,' zei Agrippina. 'Wat stom van me. Een wolkje melk, alsjeblieft. En geen suiker voor Evertje Polder, want die is al een wandelende pudding. Geen commentaar, Evertje Polder.' Hier krijgen we de indruk dat ze een mens is. Later blijkt dus dat ze een hond is.

Hoe oud Evertje Polder is, weet niemand. Bladzijde 10: En wat Evertje Polder betrof, iedereen die probeerde uit te rekenen hoe oud zij ondertussen niet moest zijn, werd zonder meer duizelig.

Evertje Polder wordt door Lupo doodgeschoten. Lupo wilde Evertje Polder uit haar lijden verlossen omdat ze al zo oud en versleten was. Bladzijde 80: 'Jawel,' zei Lupo, het geweer van zijn schouder nemend. Feilloos trof hij Evertje Polder tussen haar ogen.



Biba:

Biba is één van de drieling. Ebbe en Sterre zijn haar zusjes. Biba en Ebbe zijn ééneiige zusjes. Bladzijde 14: Dat kwam, verklaarden Biba en Ebbe in koor, doordat er verwarring ontstond ten gevolge van het feit dat zij zo identiek waren als ééneiige zusters maar konden zijn. Sterre is al overleden.

Biba heeft groene ogen en lang blond haar. Bladzijde 14: Ondertussen openden Biba en Ebbe gelijktijdig hun ogen. Die waren groen. Er hoorden lange blonde haren bij.

Biba heeft erg veel geduld en iedereen houdt van haar. Bladzijde 16: Biba bezat engelengeduld. Bijna niemand vond het moeilijk om van haar te houden.

Biba en Ebbe zijn denk ik ongeveer zestien jaar. We weten het niet precies, maar ze zitten in de puberteit. Ze zijn even oud als Sterre. Sterre had een hekel aan zichzelf, vooral als ze ongesteld was. Daarom pleegde ze zelfmoord.

Biba, Ebbe en Sterre vormden een eenheid, ze hoorden bij elkaar. Bladzijde 91: 'We horen echt bij elkaar,' bezwoer Biba. … Met pijn en moeite zocht ze afwerende woorden bij elkaar: 'Biba was altijd de oudste en de liefste en de handigste. ebbe kon denken en Biba kon doen.



Ebbe:

Ebbe is één van de drieling. Ze is het zusje van Biba en Sterre. Ze is dus ook even oud, ik denk ongeveer zestien jaar oud. Ebbe krijgt een soort kleine verhouding met Max.

Bladzijde 91: Ebbe was altijd de jongste en de slimste en de grappigste. Ebbe kon denken en Biba kon doen.

Sterre:

Sterre is het drielingzusje van Biba en Ebbe. Sterre is dood. Bladzijde 105: 'Want zie je,' zei Max, 'die Sterre is dood.' Ze heeft zelfmoord gepleegd.

Sterre had een hekel aan zichzelf. Vooral wanneer ze ongesteld was. Dan voelde ze zichzelf vies. Bladzijde 47: 'Wat zie je bleek,' zei hij tenslotte. 'Ik ben ongesteld,' zei Sterre somber. 'O,' zei Lupo. 'Dan zie ik altijd bleek,' zei Sterre. Er viel een stilte. 'Het is walgelijk,' ze Sterre. 'Al dat bloed.' … 'Je hebt er geen idee van hoe het voelt. Het is te smerig voor woorden. Het druipt tussen je benen. Het stinkt. Het komt en het gaat. Het gaat z'n eigen gang. Je hebt je er maar aan te onderwerpen. Het neemt totaal bezit van je. Ik walg ervan. Ik walg van mezelf.

Sterre was de middelste van de drieling. Sterre was heel anders dan Biba en Ebbe. Sterre kan het beste voelen. Bladzijde 91: 'Maar jij kan het beste voelen,' zei Ebbe. 'Daarom passen we zo goed bij elkaar. Met z'n drieën hebben we alles in huis wat een mens maar nodig heeft.



Wibbe:

Wibbe is een soort aangenomen kind. Bladzijde 9: Wibbe was een soort aangenomen kind, de meisjes… Hoe oud Wibbe is zou ik echt niet weten. Wibbe werd als klusjesman beschouwd. Bladzijde 16: 'Dag Ebbe,' riep Wibbe omhoog. hij droeg een stapel hout over zijn schouder. Hij werd als de klusjesman beschouwd.

Wibbe was gelukkig als hij werkte. Bladzijde 21: Wibbe was altijd gelukkig als hij aan het werk was. Wibbe is een volwassen man. Bladzijde 21: Waarschijnlijk, besloot Lupo zoals gebruikelijk, kwam dat doordat Wibbe een volwassen man was. Een reusachtige klont mensenvlees.

Wibbe is handig, heeft verstand van auto's en is wat mensenschuw. Bladzijde 31: 'Wibbe,' zei Agrippina zonder Laurie aan te kijken, 'lijkt misschien een beetje vreemd.' 'Maar hij is heel handig,' zei Lupo snel. 'Hij heeft verstand van auto's,' gaf Agrippina toe. 'Hij is alleen wat mensenschuw,' zei Lupo.

Wibbe komt uit een gesticht. Bladzijde 58: 'We weten heus wel dat je uit het gesticht komt,' zei Sterre wreed. 'O,' zei Wibbe geschrokken. 'Ja toch?' 'Ja. Ja.'

Later blijkt dat Wibbe een psychiater is die deed alsof hij ook 'gek' was, zodat hij de familie in de gaten kon houden zonder dat ze dat wisten. Bladzijde 163: 'Hij is psychiater, hij heeft het me zelf verteld,' zei Max zelfvoldaan. 'Ja hoor, Max,' zei ebbe. Hij bewaakt en controleert jullie en jullie zijn nog te stom om dat door te hebben!' riep Max uit.



Deze personages zijn allemaal characters. We kennen veel karaktereigenschappen, maar er zit geen verandering in. De eigenschappen worden niet geconcentreerd weergegeven, maar omdat er geen karaktereigenschappen zijn, zijn deze personages meer flatcharacters dan rouncharacters.



Onderlinge relaties

Max en Laurie zijn getrouwd. Ze hebben twee zoons, warvan de namen onbekend zijn.

Max en Laurie hebben veel problemen. Bladzijde 7: Tot de vele problemen van Max en Laurie behoorde, dat ze een verschillende perceptie van de werkelijkheid hadden. Zoiets kan enorme gevolgen hebben.



Alleen Lupo is echt een zoon van Agrippina. Wibbe is een soort aangenomen kind, de meisjes zijn min of meer opgedrongen kleinkinderen en Marrie is een vondeling.

Agrippina trekt veel op met Evertje Polder.



Agrippina vindt Laurie een stompzinnig wezen, blind voor de werkelijke waarden van het bestaan. Bladzijde 68: Agrippina besloot dat ze Laurie een stompzinnig wezen vond, blind voor de werkelijke waarden van het bestaan.



Lupo krijgt een verhouding met Laurie. Max krijgt een verhouding met Ebbe.



Wibbe wordt door iedereen vreemd gevonden, maar toch houdt iedereen van hem.



Marrie is een mongooltje maar ondanks dat houdt iedereen van haar.



Tijdsaspect

Het verhaal is niet-chronologisch opgebouwd. Het verhaal zit boordevol flash-backs. Als de schrijver schrijft 'zo was het destijds verdergegaan' worden we in tijd en ruimte verplaatst. De schrijver vertelt het verhaal van de personage verder in de vorm van een flash-back. Hij neemt ons mee naar een andere tijd en ruimte. Zo vertelt hij op bladzijde 51 en verder wie Wibbe is en hoe hij bij Agrippina verzeild is geraakt.

Het is ook niet chronologisch want voordat de auto in het water belandt zijn er al verschillende dingen gebeurd. We lezen in het begin twee verhalen door elkaar. We lezen hoe Max en Laurie in het water belandden en hoe ze het kleine meisje volgen naar het huis en tegelijkertijd lezen we hoe in het huis iedereen wakker wordt en zich voorbereidt op het feest van Sterre. We lezen handelingen van voor het ongeluk die zich afspelen in het huis, tegelijk met het gebeuren van het ongeluk en het volgen van het kleine meisje door Max en Laurie.



Dit verhaal begint in medias res. Het begint midden in een gebeurtenis. De auto van Max, Laurie en de kinderen is al uit de bocht gevlogen als het verhaal begint. Daar wordt namelijk in de eerste zin van het verhaal al naar verwezen. De eerste zin luidt: Al voordat hun auto op de dijk uit de bocht vloog en in het water belandde, voelden Max en Laurie zich bedrukt. Later wordt verteld waarom ze in de auto zaten en hoe het kwam dat Max en Laurie zich bedrukt voelden.



Het verhaal speelt zich waarschijnlijk in de jaren tachtig/negentig af. Het is in ieder geval nog niet zo heel lang geleden, want er bestaan al auto's, zenders en ovens. Er wordt in het verhaal geen jaartal genoemd.



Het speelt zich af in de zomer. Het is heet en zonnig. Bladzijde 97: Lupo begroef Evertje Polder. Haar kadaver was door de hitte al van maden doorkropen en er heerste in en om haar een bedrijvigheid die ze zeker afgekeurd zou hebben.



Bladzijde 98:De middaghitte was er doorgedrongen en het rook er benauwend naar papier.



Het verhaal is verteld in 169 bladzijden, opgedeeld in vier hoofdstukken. De eerste drie hoofdstukken bestaan ieder uit ongeveer vijftig bladzijden. Het laatste hoofdstuk bestaat uit vier bladzijden.



Het verhaal speelt zich binnen ongeveer vierentwintig uur af. Het duurt een dag en een nacht. De auto vliegt 's ochtends uit de bocht en wordt de volgende ochtend bij de garage opgehaald.



In het verhaal zitten veel prospecties. Bijvoorbeeld op bladzijde 11: Hoe zou een dag die zo begon ooit rustig kunnen eindigen. Dat is een vooruitwijzing, een gedachte van Agrippina. Haar dag begint onrustig en eindigt dan toch rustig, alles komt goed.

Nog een vooruitwijzing vindt je op bladzijde 40:Er konden allerlei ongelukken gebeuren, dacht Lupo. Had hij er wel aan gedacht om de kinderen een blik mee te geven om te hozen?

Lupo is bang dat er iets zal gebeuren en er gebeurt ook iets. De jongetjes klieren Marrie heel erg, zo erg dat ze helemaal onder de striemen zit.



Er is niet echt sprake van tijdsvertragingen. Er is wel een tijdsversnelling. De avond wordt afgesloten, iedereen gaat slapen. Het volgende (het laatste) hoofdstuk begint gelijk met een dagdroom van Laurie op het terras als ze al bij het huis weg zijn. Er wordt helemaal niet verteld hoe de nacht en het afscheid precies zijn verlopen, terwijl de rest van het verhaal wel heel nauwkeurig is beschreven.



Ruimte

De belangrijkste ruimt in dit verhaal is het huis en de omgeving. Het huis is een fasehuis. Het is eigenlijk een soort inrichting, maar de bewoners denken zelf dat ze heel zelfstandig leven. Ze leven echter wel onder bewaking. Lupo is namelijk de bewaker, maar dat weten de bewoners niet.

Het is een fysische ruimte met een psychische betekenis. Een psychische ruimte dus.

Het huis waarin Agrippina met haar 'familie' woont ziet er eng uit. Het huis is donkerrood en heeft geblindeerde ramen. Bladzijde 9: De oprijlaan was zo dicht begroeid dat hij haast onzichtbaar was. Zonder het kind waren ze er zeker voorbijgelopen. Aan het einde ervan rees een donkerrood huis met geblindeerde ramen op. 'Wat eng, hè mam? Het lijkt wel een spookhuis,' fluisterde de oudste. De tuin bij het huis ziet er erg verwaarloosd uit. Bladzijde 9: Als een dwaallichtje ging ze hen voor over de met donkere elzen overhuifde oprit. Het grindpad liep langs het huis een grote verwaarloosde tuin in. Er waren molshopen in het gazon. Op een afgebrokkeld muurtje zat een rode kater iets te eten dat alleen maar een muis kon zijn. In de tuin staan veel bijgebouwen. Bladzijde 9: Daarachter werden verspreid liggende bijgebouwen zichtbaar. Een loods van gegolfd plaatijzer. Een elegante, maar verveloze theekoepel. Een botenhuis dat over een zijstroompje van de rivier was gebouwd. Een woonwagen waarvan de deur openstond. Hier en daar stonden bakken met uitgegroeide geraniums, alsof iemand zonder doel of plan getracht had de tuin te verfraaien. Aan een boom hing een schommel. In een ouderwetse badkuip midden in het hoge gras lag een berg kinderspeelgoed.

Het huis is een gesticht. Bladzijde 105: (Max vertelt dit aan Laurie) Die Lupo van je, die Agrippina, die meiden, het hele stel is stapelgek. Je logeert hier in een gesticht. … 'Een gesticht? O Max, doe niet zo idioot. Waar zijn de hekken dan? En de bewakers? En de dokters?'

Al deze beschrijvingen geven aan dat het er verwaarloosd uitziet. Het ziet er niet uit als een normaal huis met een normale tuin. Daar kun je uit opmaken dat de mensen die in het huis wonen ook niet echt normaal zullen zijn. Want als het gewone, normale mensen zouden zijn, zou het huis er vast niet zo verwaarloosd uitzien en dan zou de tuin er ook beter uitzien.

Het huis is anders dan gewone huizen omdat het huis geblindeerde ramen heeft en het ziet er spookachtig en eng uit. Het huis ligt erg verscholen achter bomen en zonder Marrie zouden Max en Laurie er zo voorbijgelopen zijn. Het huis ligt ook ver van de bewoonde wereld af. Max en Laurie en de kinderen krijgen hierdoor al de indruk dat ze ergens beland zijn waar het niet normaal is. Als ze dan ook nog eens de vreemde 'familie' leren kennen vragen ze zich al helemaal af waar ze in hemelsnaam beland zijn.



Motieven

Twee motieven zijn:

1) Buitenstaan. Dit is een verhaalmotief. Je kunt het buitenstaan op verschillende manieren opvatten. Je kunt zeggen dat Max, Laurie en hun zoons buitenstaanders zijn. Ze staan buiten de 'familie' in het oude huis. Je kunt ook zeggen dat de 'familieleden' buitenstaanders zijn. Zij staan buiten de rest van de wereld. Ze leven afgezonderd van de rest van het land. Het is in ieder geval duidelijk dat er buitenstaanders zijn. Dat kun je ook al zien aan de titel. Wibbe voelt zich ook buitengesloten. Hij voelt zich buitengesloten van Agrippina en de rest. Bladzijde 132: Wat doe ik toch verkeerd, dacht de arme Wibbe, waarom hoor ik er niet echt bij? Hij deed toch zo zijn best, maar ondankbaarheid was zijn deel. Wibbe vindt Max een buitenstaander. Bladzijde 158: Hij had Max nooit in vertrouwen moeten nemen. Hij had niet mogen bezwijken aan de verleiding, een buitenstaander in te lichten over de wonderen die hij hier verrichtte.

Je kunt buitenstaanders dus op verschillende manieren opvatten. Het is in ieder geval duidelijk dat er buitenstaanders zijn, waardoor er veel verwarring ontstaat tussen de 'gewone mensen' en de 'buitenstaanders'.



2) Liefde. Dit is ook een verhaalmotief. Lupo heeft een liefdesbrievenfabriek, Agrippina heeft maar één liefde gehad, en vindt nu liefde bij Evertje Polder. Lupo wil met zijn liefdesbrievenfabriek mensen gelukkig maken, hij wil ook Laurie en Max gelukkig maken door een liefdesbrief te schrijven namens Max en die stiekem in Lauries zak te stoppen.

Lupo heeft ook uit liefde Evertje Polder doodgeschoten. Hij wilde haar uit haar lijden door haar dood te schieten. Dit deed hij omdat hij van haar hield. Agrippina en de rest van de 'familie' houden allemaal van elkaar, ondanks het feit dat ze allemaal verschillend zijn. Ondanks dat ze psychisch gestoord zijn. Sterre heeft zelfmoord gepleegd uit liefde. Ze walgde van zichzelf en wilde anderen daar niet mee opschepen. Ze hield te veel van de anderen om hen op te schepen met haar walgelijkheid. Daarom besloot ze zelfmoord te plegen. Ze wilde daarbij geholpen worden door Biba en Ebbe. Zij hebben dat uit liefde voor Sterre dan ook gedaan.



De samenhang tussen deze twee motieven is dat ondanks dat er een groep wordt buitengesloten, men toch wel van elkaar houdt. Als je aanneemt dat Max, Laurie en de kinderen buitenstaanders zijn, is er toch liefde tussen Max en het gezin en Agrippina en de familie, want Max krijgt een 'relatie' met Ebbe en Laurie krijgt een 'relatie' met Lupo.

Als je aanneemt dat Agrippina en de familie buitenstaanders zijn, is er ook liefde tussen hen en de gewone wereld. Ze ontvangen Max en het gezin vriendelijk en Ebbe en Lupo krijgen een 'relatie' met Max en Laurie.

Er is ook liefde binnen de buitenstaanders, als je Agrippina en de 'familie' buitenstaanders vindt. Doordat deze buitenstaanders zoveel liefde van elkaar krijgen, hebben ze geen liefde nodig van buitenaf. Ze vormen een echte groep zo.



Thema

Het thema is hoe buitenstaanders in aanraking komen met normale mensen. Omdat niet bekend is wie nou eigenlijk normaal zijn en wie buitenstaanders zijn, moet je dat zelf bepalen. Je moet jezelf afvragen wie je nou de buitenstaanders vindt. Doordat de buitenstaanders plotseling geconfronteerd worden met de normale mensen, wordt het leven van allebei de groepen tijdelijk in de war gegooid. De confrontatie heeft grote gevolgen voor allebei de groepen. En door die gevolgen kom je er misschien wel achter wat je nou echt wil, je ziet in dat het leven van die buitenstaanders je wel aantrekkelijk lijkt.



Geraadpleegde secundaire literatuur

Prisma Uittrekselboek, bladzijde 133-147.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen