U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : W.f. Hermans - De Donkere Kamer Van Damokles.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=6430 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1767 woorden.

De donkere kamer van Damokles

Beoordeeld door Ornée & Vermeer.



Samenvatting van de inhoud:



De schrijver:



Willem Frederik Hermans leefde van 1921 tot 1995. Hij was van 1958 tot 1973 lector fysische geografie in Groningen. Hij is een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse schrijvers. Zijn werk gaat vaak over Tweede Wereld Oorlog. Hij beschrijft dan een wereld waarin geen mens te vertrouwen is. Een aantal van zijn bekendste romans zijn:



-De tranen der acacia's (1949)

-De donkere kamer van Damokles

-Nooit meer slapen (1966)

-Onder professoren (1975)

-Uit talloos veel miljoenen (1981)

-Zijn laatste boek 'Ruisend Gruis' schreef hij in 1995. Hij weigerde in 1971 de P.C. Hooftprijs, maar aanvaardde in 1977 de Grote Prijs der Nederlandse Letteren.





Titelbeschrijving:



W. F. Hermans: De donkere kamer van Damokles. Amsterdam, 1958



Perspectief:



Het personale perspectief ligt bij Henri Osewoudt.

Je kunt als het ware meekijken door de ogen van Osewoudt. Het verhaal wordt in de hijvorm verteld.



Thema en motieven:



Het thema is scepticisme (dit is altijd het thema bij W. F. Hermans)

In het kort gaat het scepticisme erover dat de mens nooit iets met zekerheid kan kennen.



Het scepticisme is een oude Griekse filosofie die er vanuit gaat dat het verstand van de mens geheel stuk is. De werkelijkheid die wij gewend zijn (de dingen waar wij waarde aan hechten), zijn volgens het scepticisme niet waar. Alle vaste waarden in het leven zijn niet vast en alles is anders dan het lijkt. Ons leven en onze kennis zijn volgens deze theorie complete chaos. Dat blijkt vooral in tijden van oorlog



Motieven zijn de foto's die Osewoudt met zijn Leica heeft gemaakt, deze keren steeds terug.



Titelverklaring:



Damokles komt van een legende over een hoveling aan het hof van Damokles, die een dag koning mocht zijn, maar wel met een zwaard dat boven zijn hoofd hing. Een steeds aanwezige dreiging dus. Hiervan komt ook het gezegde "het zwaard van Damokles hangt hem boven het hoofd".



Hier in dit boek wordt een foto ontwikkeld die de onschuld van Osewoudt moet bewijzen. Het ontwikkelen van deze foto gebeurt in een donkere kamer. De donkere kamer van Damokles in dit geval, waarvan het lot van Osewoudt afhangt.



Hermans bedoelde dit ook nog symbolisch, het zegt volgens hem iets over de situatie waarin alle mensen leven: in hun eigen donkere kamer.



Tijd:



-Het verhaal is chronologisch

-Het verhaal is "ab ovo". Het loopt vanaf het begin van het leven van Osewoudt tot het einde ervan. Er is dus duidelijk een begin en een einde. Zodra de hoofdpersoon dood gaat, is het verhaal dat je door zijn ogen zag ook afgelopen.

-De vertelde tijd is ongeveer 14 jaar (van 1932 tot 1945)

-Het verhaal speelt zich voor het overgrote deel af in de Tweede Wereldoorlog.



Ruimte:



Het verhaal speelt onder andere in Voorschoten, Leiden, Breda en Amsterdam. Ook speelt een deel in een donkere kamer in een verzetshuis. Dit staat ook weer in verband met de titel. De foto's die in dedonkere kamer ontwikkeld worden, spelen een grote rol in het verhaal.

Het weer is de hele tijd verschillend, het speelt namelijk in veertien jaar tijd, dan verandert het weer dus steeds. Het weer heeft niet echt een heel belangrijke functie, behalve dat het af en toe goed duidelijk maakt dat het verhaal in Nederland speelt.



Verhaalfiguren:



De hoofdfiguur is Henri Osewoudt. Hij is duidelijk een round-character. Hij is te omschrijven als een persoon die een slecht zelfbeeld heeft en die, om zijn ego voor zichzelf wat op te krikken, zomaar bevelen van een wildvreemde uitvoert. Hij is opgegroeid in de familie van zijn oom, nadat zijn moeder zijn vader vermoord heeft.

Osewoudt verandert nadat er aan het begin van de oorlog een soldaat in zijn winkel is geweest die hem vraagt zijn uniform voor hem te verstoppen. Osewoudt verandert op dat moment van een rustig persoon, die zijn alledaagse leventje heeft en voor de rest weinig opwindends beleeft, in een persoon die vaak ondoordacht drastische acties onderneemt.



Bijfiguren zijn:



-Oom Bart Nauta: Hij voedt Henri op nadat de moeder van Henri zijn vader heeft gedood.

-Dorbeck: Hij is een geheimzinnig figuur. Van hem krijgt Osewoudt opdrachten die hij blindelings opvolgt. Osewoudt ontmoet Dorbeck een paar keer. Hij lijkt als twee druppels water op hem. Alleen heeft Dorbeck donker haar en wel baardgroei. Osewoudt ziet Dorbeck als een betere versie van zichzelf, de geslaagde versie.

-Marianne Sondaar: Zij is een echte vriendin van Henri, ze is een joods meisje en haar echte naam is Mirjam Zettenbaum. Ze heeft haar naam veranderd omdat het oorlog is.

Alledrie deze bijfiguren zijn flat characters.



Indeling:



Het verhaal is verdeeld in 46 episoden.

De eerste 30 episodes gaan tot april 1945 en de laatste 16 zijn van april 1945 tot december van datzelfde jaar.



Een nieuwe episode begint vaak na een tijdsprong, maar is er ook soms gewoon zonder echte duidelijke reden.



Stijl:



Er wordt geen moeilijke taal gebruikt en vaak wordt er veel gezegd in weinig woorden als het om gebeurtenissen gaat, maar aan het beschrijven van personen met wie Osewoudt in aanraking komt wordt veel aandacht besteed, zodat je je deze personen goed kunt voorstellen.



Korte samenvatting:



Henri Osewoudt, de hoofdpersoon, woont in Voorschoten, waar zijn ouders een tabakszaak hebben. Als Henri nog op de lagere school zit, vermoordt zijn moeder zijn vader. Hierna wordt Henri ondergebracht bij zijn oom, Bart Nauta, die in Amsterdam woont. Daar brengt Henri zijn verdere jeugd door. Al op jonge leeftijd wordt Henri door zijn volle nicht Ria, ingewijd in de liefde, met wie later ook zal trouwen.

Op de middelbare school maakt Henri geen vrienden, en is eigenlijk alleen bezig met zichzelf. Als Henri 18 jaar oud is, trouwt hij z'n nicht en zet de tabakszaak van zijn vader voort, om zijn moeder, die weer vrij is, zo ook te kunnen blijven verzorgen.

Wanneer de oorlog begint en Henri afgekeurd wordt voor militaire dienst, dient zich opeens ene luitenant Dorbeck aan. Hij lijkt sprekend op Osewoudt. En hij vraagt hem of hij een paar fotorolletjes kan ontwikkelen. Osewoudt doet dit, en na een tijdje komt Dorbeck weer terug met nieuwe rolletjes die ontwikkeld en naar ene E. Jagtman gestuurd moeten worden. Verder krijgt hij kleren van Osewoudt en het uniform dat Dorbeck bij binnenkomst aanhad, begraaft Osewoudt in de tuin.

Als Henri de foto's ontwikkelt en ze mislukken, koopt hij van al zijn spaargeld een Leica fototoestel en gaat zelf maar wat militaire objecten fotograferen, om het goed te maken. Als Dorbeck weer van zich laat horen, vraagt hij Osewoudt naar Haarlem te komen. In Haarlem, ontmoet hij Dorbeck en Zewuster (een ander persoon uit het verzet), met wie hij twee mannen vermoordt op een adres in Kleine Houtstraat. Dan ontwikkelt Henri de foto's die hij in eerste instantie van Dorbeck had gekregen. Het gebouw waar hij de mislukte foto's naartoe had moeten sturen, wordt gebombardeerd en de hele familie Jagtman komt hier bij om.

Pas in 1944 laat Dorbeck weer van zich horen, schriftelijk wel te verstaan. Hij schrijft Osewoudt de foto's naar een bepaalde postbus te sturen. Een paar dagen later ontmoet hij Elly Sprenkelbach Meijer, die uit Engeland is overgekomen, zij identificeert zich met van de foto's die Henri had opgestuurd naar de familie Jagtman. Henri moet een slaapplaats voor haar vinden en brengt haar naar z'n oom Bart in Amsterdam.

Als hij in Den Haag de student Moorlag tegenkomt, die al een tijdje een kamer huurt in het huis van Henri in Voorschoten, vertelt Moorlag hem dat zijn vrouw en moeder gevangen zijn genomen en dat ook hij wordt opgewacht. Dan gaat hij met Moorlag naar Leiden, waar een vriend van Moorlag valse persoonsbewijzen maakt voor Osewoudt en Elly Sprenkelbach Meijer. Henri laat in Leiden ook zijn haar zwart verven door Marianne Sondaar (die haar naam heeft veranderd, omdat ze een joodse is). Nadat hij een tijdje is blijven plakken in Leiden, gaat hij terug naar Amsterdam, naar oom Bart.

Henri krijgt van Dorbeck de opdracht om naar de stationswachtkamer in Amersfoort te gaan, alwaar hij een vrouw zal ontmoeten. Samen met haar gaat hij naar Lunteren, waar hij een aanslag op Lagendaal, een Gestapolid, moet plegen. In Amsterdam ontmoet hij opnieuw Marianne, met wie hij naar de bioscoop gaat. Hier ziet hij zijn hoofd in beeld verschijnen, met daaronder een oproep om hem aan te geven wegens straatroof. Henri probeert te vluchten, maar wordt toch gepakt. Hij wordt verhoord en geslagen, maar hij heeft het idee dat ze hem voor iemand anders aanzien.

Hij wordt naar het ziekenhuis gebracht, vanwege zijn verwondingen, en hij wordt door een paar gemaskerde mannen uit het ziekenhuis bevrijd. Hij gaat naar Leiden, waar meerdere verzetsleden zich ophouden in het huis van Labare. In het huis van Labare krijgt hij de gelegenheid foto's te ontwikkelen en heeft hij ook een slaapplaats. 's Nachts worden ze overvallen door de Duitsers en iedereen wordt opgepakt. Wanneer hij in de gevangenis zit, komt hij in aanraking met Ebernuss, die zich manifesteert alsof hij het goed voor heeft met Osewoudt. Osewoudt sluit een deal met Ebernuss, en brengt Eberbnuss in contact met Dorbeck. Henri vermoordt, op verzoek van Dorbeck, Ebernuss, en krijgt een schuiladres van Dorbeck. Dorbeck had gezegd hem binnen twee dagen op te halen, maar laat nooit meer iets van zich horen, behalve een brief waarin hij schrijft dat Marianne, Henri's vrouw, moet bevallen. Uiteindelijk weet Henri te ontsnappen naar Breda, dat al bevrijd is, in de auto van Ebernuss, maar wordt hier direct opgepakt, en geraakt in Nederlandse gevangenschap. Henri wordt van ontzettend veel dingen beschuldigd. Men ziet hem als een groot oorlogsmisdadiger. Henri probeert zijn onschuld op alle manieren te bewijzen. Uiteindelijk, wanneer ook een foto waarop Henri samen met Dorbeck, die spoorloos verdwenen is, zou moeten staan, ook niet gevonden wordt, probeert Osewoudt te ontsnappen en wordt hij doodgeschoten.



De Code:



Het is een oorlogsroman, die is geschreven volgens het scepticisme dat eerder in het verslag verklaard is.



Eigen Mening:



Ik vond het een heel aardig boek, niet alleen omdat het verhaal op zich heel spannend is en je je de hele tijd afvraagt wat er nu gaat gebeuren, maar ook omdat je heel erg over het boek gaat nadenken. Osewoudt, die toch een beetje vreemd persoon is, is de persoon door wiens ogen je het verhaal ziet. Maar je weet niet wat echt is, en wat hij verzonnen heeft. Heeft Dorbeck ooit bestaan? Of is hij gewoon een verzonnen beeld door Henri, een betere versie van zichzelf. Iemand zoals hij zou willen zijn?

Deze vraag heeft me zeker bezig gehouden. Een duidelijk antwoord komt er echter niet op. En het leuke is dus dat je er lang over kan fantaseren.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen