U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : W.f. Hermans - Au Pair.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7791 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3934 woorden.

Willem Frederik Hermans - Au Pair

Beoordeling Ornée & Vermeer Tekstbureau



Samenvatting:

De 19-jarige Paulina, dochter van de gemeentesecretaris van Vlissingen, wil na haar

eindexamen gymnasium, in Parijs Frans en kunstgeschiedenis gaan studeren. Voor haar vader is studeren altijd een onvervulde jeugddroom gebleven. Daarom krijgt Paulina van hem vrij

gemakkelijk toestemming. Natuurlijk is het wel wat duurder dan studeren in Nederland.

Daarom zal ze als ‘au pair’ gaan werken bij een Franse familie. In Parijs wordt ze door bemiddeling van een bureau dat adressen verstrekt aan buitenlandse studenten geplaatst, bij het advocatenechtpaar Pauchard in de rue Verniquet. Ze krijgt een piepklein bediendenkamertje op de zevende etage van het appartement. Met haar lengte-ze meet 1,92 meter-kan ze daar nauwelijks haar benen strekken als ze op bed ligt. Ze wordt uit haar slaap gehouden door muziek van de Arabieren aan wie de andere bediendenkamertjes zijn verhuurd. En dan huist er nog een zwarte huurder die haar lastig valt. Bovendien gedraagt mevrouw Pauchard zich zo onbeschaamd en arrogant tegenover haar, dat ze het er maar een paar dagen uithoudt. Ze vraagt het bureau om een ander adres. De gedistingeerde dame die haar te woord staat, toont begrip voor haar moeilijkheden. Ze zal haar onderbrengen bij echte aristocraten, die haar niet als voetveeg zullen behandelen. Zo krijt ze het adres van de gepensioneerde generaal de Lune, die in een luxueus flatgebouw woont op de hoek van de rue Vaugirard, tegenover het Parc de Luxembourg. Daar is ze van harte welkom, laat de butler haar door de telefoon weten. Op weg er naartoe raakt ze in gesprek met een oudere, Nederlands sprekende heer, die haar voorspelt dat van af nu aan alles beter zal gaan met haar.



Generaal de Lune woont op de tweede etage van het flatgebouw. Zijn butler brengt Paulina

naar een luxueus ingerichte zit- slaapkamer, met een badkamer waarvan de muren bestaan uit

in smalle gouden lijsten omvatte spiegels. Er is een uiterst hoffelijk gestelde welkomstbrief van de generaal. Hij hoopt dat ze tijd zal vinden kennis met hem te maken. Over haar taak als ‘au pair’ geen woord. De huishoudster, mevrouw Le Dantec, maakt haar attent op de tekeningen aan de wand van een zekere Constantin Guys. Ze veronderstelt dat Paulina hem wel zal kennen omdat hij uit Vlissingen komt. De generaal is een hartstochtelijke bewonderaar en verzamelaar van zijn werk. Paulina heeft echter nog nooit van hem gehoord. Zij raadpleegt later de encyclopedie. Hij blijkt een Franse tekenaar te zijn die inderdaad in 1805 in Vlissingen geboren is. Voor kranten en tijdschriften reisde hij door Europa om actuele gebeurtenissen in schetsen vast te leggen. Zo maakte hij voor ‘Illustrated Londen News’ situatieschetsen van de Krimoorlog. Die schetsen gaven een beter beeld van de oorlog dan de foto’s die toen gemaakt konden worden. Paulina vraagt zich nu af of haar taak als ‘au pair’ is de generaal te helpen bij het catalogiseren van zijn verzameling. Maar als ze kennis maakt met de generaal, merkt ze, dat alles al keurig geordend is. is het dan de bedoeling dat zij als gewillig oor fungeert bij de eindeloze monologen van de generaal over Guys?



Intussen maakt Paulina ook kennis met de twee zoons van de generaal die ook in het

flatgebouw wonen. Armand, de oudste, een opmerkelijk lange man, is een mislukte dichter en

poëziecriticus. Hij woont met zijn vrouw Jacqueline op de vijfde etage. Ze zijn alle twee aan de drank geraakt en willen graag dat iedereen altijd de volle waarheid spreekt. Ze hebben een

zoon, Edouard, die zich haast nooit laat zien. Paulina krijgt de indruk, dat Armand en zijn

vrouw in haar een geschikte huwelijkspartner voor Edouard zien, omdat ze bijna evenlang zijn. Op de tweede etage woont de andere zoon van de generaal, Michel, die ook al opvalt door zijn lengte. hij is een mislukte pianist, groot bewonderaar van componist Alkan (1818-1888), die zeer moeilijke pianomuziek heeft geschreven. Ondanks jarenlang oefenen slaagt Michel er niet in deze muziek foutloos te spelen. Met Edouard maakt Paulina kennis tijdens een feestje, gegeven door zijn ouders. Edouard is de enige in de familie die zich niet schaamt voor zijn rijkdom en er rond voor uitkomt, dat geld verdienen zijn hoogste levensdoel is. hij is dan ook een hoogst bekwaam beursspeculant. Als hij hoort, dat zijn grootvader tot nu toe met Paulina alleen maar over Guys heeft gepraat, voorspelt hij haar dat dit gauw zal gaan veranderen. Hij vertelt haar dan, dat de generaal het beheer heeft over een kapitaal waarvan de eigenaars al lang dood zijn. Ze hadden geen kinderen. Er zijn wel erfgenamen, familieleden in het buitenland, die misschien van het bestaan van het kapitaal op de hoogte zijn. De generaal heeft hen nooit ingelicht en het geld nooit overgedragen. Daar had hij goede redenen voor. Maar intussen is het oorspronkelijke kapitaal met zoveel succes belegd, dat het vertwaalfvoudigd is. In de laatste twaalf jaren heeft Edouard die beleggingen voor zijn grootvader geregeld. Het geld is nooit opgegeven aan de belasting en er is dus geen vermogensbelastig over betaald. Als de erfgenaam in het buitenland nu het geld zou opeisen, zou dat grote moeilijkheden geven.



Wanneer Paulina twee dagen later de generaal weer bezoekt in zijn studeerkamer, begint hij

inderdaad over die zaak. Het kapitaal was eigendom van een Joods echtpaar Crémieux, zijn

buren aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Bij hun vlucht voor de Duitsers naar Spanje, in 1942, hebben zij hem een koffer met geld en waardepapieren toevertrouwd. Na een

briefkaart uit Biarritz heeft hij nooit meer wat van hen gehoord. Na de oorlog heeft hij

informaties ingewonnen bij het Rode Kruis. Daaruit bleek dat mevrouw Crémieux in het

ziekenhuis van een vrouwengevangenis is gestorven en van het lot van meneer Crémieux is

nooit iets bekend geworden. Men kan wel aannemen dat hij al lang gestorven is omdat als hij nu nog had geleefd 114 jaar oud zou zijn geweest. De generaal bekent Paulina in bedekte termen dat hij al jaren in gewetensnood verkeert, omdat hij niet weet wat hij met het geld moet doen. Als hij het aan de nog levende erfgenamen zou geven zou dat in zijn ogen moreel even verwerpelijk zijn als het geld te behouden. Terwijl hij over de erfgenaam spreekt, windt hij zich zo op dat hij bijna stikt in een hartaanval. Wekenlang moet de generaal nu het bed houden, zodat Paulina hem niet meer te spreken krijgt. Ze belt Edouard op, maar die is vrijwel nooit thuis. Maar op een avond komt ze hem tegen in de stad en dan neemt hij haar mee uit eten. Hij vertelt haar, dat de wettige erfgenaam, Müller, de niet-joodse halfbroer van mevrouw

Crémieux is. Tijdens de oorlog is hij betrokken geweest bij de jodenvervolging en na de oorlog heeft hij daarvoor vier jaar in de gevangenis gezeten. Daarom wil de generaal hem het geld niet geven. Daardoor maakt hij zich schuldig aan wetsovertreding. Bovendien heeft hij het geld nooit opgegeven aan de belasting. Edouard acht het niet uitgesloten dat Müller er

onderhand achter is gekomen dat het geld er nog is en waar het zich bevindt. Hij vertelt haar,

dat ze nu het plan hebben opgevat om het geld te geven aan de joodse organisatie voor

kinderbescherming in Israël. Daartoe zou het geld naar Zwitserland gesmokkeld moeten

worden. Paulina biedt zich dan aan om dit op zich te nemen. Ze heeft hierdoor de gelegenheid

iets terug te doen voor de weldaden waarmee de generaal haar heeft overladen. Edouard

accepteert haar aanbod en stelt haar voor naar notaris Corde te gaan om de zaak te regelen. De

notaris noteert haar antecedenten en vraagt haar daarna nog even naar de wachtkamer te gaan,

omdat hij iets met Edouard te bespreken heeft. Daar ontmoet Paulina madame Pauchard. Ze

vraagt zich af, of het bezoek van deze dame iets te maken heeft met haar eigen aanwezigheid.



Ruim een week ziet of hoort ze niets meer van Edouard. Dan maakt hij een afspraak en vertelt

haar, hoe alles in zijn werk zal gaan. Ze moet het geld naar een adres in Zwitserland brengen.

Op de dag van vertrek moet ze een koffer met geld afhalen op het kantoor van notaris Corde.

Ze zal dan met de trein naar Basel gaan, daar de koffer afleveren en de volgende dag

terugkeren in Parijs. Ze moet haar missie voor iedereen geheimhouden. Mevrouw Le Dantec

moet ze wijs maken dat ze voor een paar dagen naar Nederland gaat. De avond voor de dag

dat ze naar Basel zal vertrekken, nodigt Michel haar uit voor een voorstelling van de opera

‘Orphée et Euridyce’ van C.W. von Gluck. Na de voorstelling drinken ze nog wat in de bar

van het Ritzhotel. Michel blijkt te weten wat er de volgende dag gebeuren gaat. Hij vertelt haar ook, dat er al twee Duitse ‘au pairs’ met de koffer op stap zijn geweest. Omdat Edouard hen niet vertrouwde had hij, buiten medeweten van de generaal, de koffer vol krantenpapier

laten stoppen. Het eerste meisje voerde netjes de opdracht uit en keerde de volgende dag

terug. Edouard stuurde haar met een leuke fooi naar huis en maakte zijn grootvader wijs dat ze op het laatste moment niet had gedurfd. Het tweede meisje keerde nooit terug. Aan de

generaal werd verteld dat ze met de noorderzon vertrokken was, zonder koffer. Michel vraagt

haar mee te gaan naar zijn flat. Hij laat haar twee bandopnames beluisteren die hij, met een

maand tussenpauze, heeft gemaakt van zijn pianospel om vast te kunnen stellen of hij in die tijd vooruit is gegaan. Paulina heeft medelijden met hem, maar ook met zichzelf, omdat ze niet in staat is verliefd op hem te worden. Op Edouard zou ze verliefd kunnen worden, denkt ze bij zichzelf. Maar die geeft niets om kunst, denkt allen aan geld.



De volgende dag staat ze om zes uur op. Edouard brengt haar naar het kantoor van notaris

Corde, maar zegt geen tijd te hebben om haar naar het station te brengen. Dat stelt Paulina wel

teleur. Ze laat hem merken, dat ze weet dat er al twee au pairs met een koffer vol oude kranten

op pad zijn gestuurd. Edouard spreekt dit niet tegen; die twee vorigen vertrouwden ze niet,

haar wel. Paulina neemt zich in stilte voor de inhoud van de koffer te inspecteren voordat ze

weggaat. Bij het kantoor van notaris Corde wordt ze ontvangen door de secretaresse van

notaris Corde, een kleine vrouw met een sterk Duits accent. Ze geeft Paulina een enveloppe

met vijftig reischeques van elk honderd dollar. Ze tekent het ontvangstbewijs van de koffer en

de notaris komt binnen. Hij geeft haar het sleuteltje, maar ook een stelletje Belgische

bankbiljetten en een treinkaartje naar Luxemburg. Paulina is zo verbouwereerd dat ze nu ineens naar Luxemburg moet, dat ze vergeet de koffer te inspecteren. Ook de secretaresse is er

verbaasd over. Maar intussen is er haast geboden. De taxi’s staken die dag en daarom wordt

Paulina door de chauffeur van de generaal naar het station gebracht. Voordat ze instapt wordt

ze door een kleine man aangesproken die vraagt of dit de trein naar Basel is. Later merkt ze,

dat hij toch is ingestapt. Bij de Frans-Luxemburgse grens staat ze doodsangsten uit, als de

douane haar bagage -gelukkig alleen haar koffer met kleren-inspecteert. In Luxemburg is er een hotel voor haar besproken. Ze wordt daar afgehaald door een employé van de bank waar ze de koffer af moet leveren. In het bankgebouw wordt ze alleen gelaten in een sombere wachtkamer.

Het enige raam in dit vertrek toont in glas-in-lood de voorstelling van een roofvogel die een

wimpeltje in zijn bek draagt met de Latijnse tekst: ABSTULIT QUI DEDIT. Het wachten

duurt lang. Het lijkt Paulina, of ze hier zit te wachten op de uitslag van haar eindexamen en dat ze zal zakken, als ze die tekst niet kan vertalen. Na veel gepuzzel komt ze eruit: ‘Wie gegeven heeft, heeft genomen’. Na meer dan een uur wordt ze binnengelaten in een ander vertrek. Daar wordt de koffer in ontvangst genomen door een oude, invalide man, die door de andere met ‘Herr Doctor’ wordt aangesproken. Als de inhoud van het koffertje voor de overdracht wordt gecontroleerd , blijkt het sleuteltje dat Paulina van de notaris kreeg, niet te

passen. Een aanwezige dame heeft een sleuteltje dat wél past. Maar bij het openen blijkt de

koffer toch geen krantenpapier te bevatten, maar wel degelijk stapels bankbiljetten en effecten. Na het ontvangen van de voor accoord getekende inventarislijst, kan Paulina

vertrekken, haar missie is volbracht.



Terug in haar hotel, wil ze op het terras nog een ansichtkaart aan haar ouders schrijven. Van

een naburig tafeltje reikt het mannetje, dat haar op het perron in Parijs ook al aangesproken had, haar zijn ballpoint aan. Er ontstaat een gesprek, waarin het mannetje zich bekend maakt als de broer van notaris Corde. Hij blijkt te weten dat haar oorspronkelijke reisdoel Basel was en verklaart, dat hij op het perron in Parijs haar duidelijk had proberen te maken dat ze op de

verkeerde trein stapte. Dan stapt hij op en laat Paulina in grote verwarring achter. Plotseling

ziet ze aan de overkant Michel op haar af komen. Hij vertelt haar, dat pas op het allerlaatste

moment de beslissing genomen is, dat ze naar Luxemburg moest in plaats van Basel. De kleine man met het Duitse accent is met haar mee gestuurd om in te grijpen als er iets gebeurde. Michel heeft een kamer in het hotel naast het hare. ‘s Avonds gaan ze samen eten. De volgende morgen belt Paulina Edouard op om hem te vertellen dat haar missie geslaagd is. Als ze hem laat merken dat ze verliefd op hem is, wordt hij beledigend.



Als Michel haar voorstelt om naar Boulonge te rijden en daar de blaasboot naar Engeland te

nemen voor een bezoek van een paar dagen aan Londen, stemt ze toe. In Boulonge belt hij met Parijs; daarna is hij opvallend stil. In Londen nemen ze één kamer in het Dorchesterhotel aan Park Lane. Paulina maakt zich op voor haar eerste liefdesnacht, hoewel ze had gehoopt dat ze die met een andere man zou doorbrengen. Maar Michel blijkt niet in de stemming te zijn. Hij vertelt haar, wat hem door de telefoon is meegedeeld. Het gaat erg slecht met zijn vader en ook zijn moeder is in het ziekenhuis opgenomen. Hij onthult bovendien, dat ze de koffer niet aan een vertegenwoordiger van de joodse vereniging Bethabara, maar aan Müller, de zwager van Crémieux en voormalige officier bij de S.S. heeft gegeven. Notaris Corde was van mening, dat wat de generaal wilde, hem in grote moeilijkheden zou brengen. Daarom heeft hij, buiten medeweten van de generaal en waarschijnlijk in overleg met Edouard, een andere beslissing genomen.



Paulina voelt zich beetgenomen en misbruikt. Ze wil niets meer van de hele familie weten, ook niet van Michel, die haar toch te goeder trouw is. Midden in de nacht vertrekt Michel naar

Parijs, met achterlating van een brief waarin hij zich excuseert. Hij hoopt zijn moeder nog bij

bewustzijn aan te treffen. De betaling van het hotel is door Michel geregeld. Paulina blijft nog

een paar dagen in Londen. Op de terugweg ontmoet ze een schoolvriendin. Die vertelt haar het verhaal van een Duitse au pair, door een schatrijke oude man is overladen met weldaden, maar later tot de ontdekking kwam dat ze door hem was bespied door de half-doorzichtige spiegels van haar luxueuze badkamer.



In Parijs huurt Paulina nu een kleine, maar peperdure studio en zet haar studie voort. Op de

televisie ziet ze beelden van de begrafenis van de oude generaal. Op een dag ontmoet ze

Armand, die haar vraagt nog eens op bezoek te komen. Van Armand en Jacqueline, die altijd

de volle waarheid spreken, hoort ze dat Edouard degene is geweest die heeft besloten dat het

geld aan Müller overgemaakt moest worden. Die was immers in bezit van een holografisch

testament, waarin stond dat het geld aan hem toekwam, als beloning voor het feit, dat hij de

familie Crémieux had geholpen bij hun vlucht. De vereniging in Israël was door Edouard

verzonnen als een zoethoudertje voor de generaal, die het geld niet aan Müller wilde afstaan en het evenmin zelf wilde houden. Edouard heeft er overigens zelf ook een leuke duit aan verdiend die nu ook voor de belasting in veiligheid is gebracht.



Enkele dagen later worden Paulina’s bezittingen, die ze in het huis van de generaal had

achtergelaten, aan haar adres bezorgd, met een brief erbij van Armand. Ze besluit zich nu

helemaal op haar studie te richten. Dat het haar ernst is, blijkt uit het gesprek met de

geheimzinnige, Nederlands-sprekende heer in het laatste hoofdstuk.





Analyse:



Titelverklaring:

Paulina gaat als ‘au pair’ naar Parijs om daar te studeren.

Thema: De tegenstelling tussen de schone schijn en de minder mooie werkelijkheid die

daardoor gemaskeerd wordt.

Motieven:

-De angstdromen van Paulina.

-Het egoïsme en de geldzucht van mevrouw Pauchard.

Structuur:

Het verhaal wordt chronologisch verteld.

Personages:

-Paulina: Een Zeeuws meisje dat als een onbedorven meisje, die niet weet

wat voor grote gevaren de grote stad herbergt, naar Parijs gaat. Ze studeert Franse letteren

en Kunstgeschiedenis.

-Generaal de Lune: Type van een ouderwetse Franse officier: formeel en

hoffelijk, een man van eer. Hij heeft hoge morele opvattingen.

-Armand de Lune: Armand had een ideaal dichter willen worden. Dat is

nooit gelukt, daarom heeft hij een zeer negatief beeld van zichzelf en is,

samen met zijn vrouw, aan de drank geraakt.

-Michel de Lune: Michel is een verwoed pianist en perfectionist. Evenals

zijn broer Armand is hij erg onzeker en twijfelt voortdurend aan zichzelf.

-Edouard: Edouard heeft succes in de geldhandel en schaamt zich niet

voor zijn rijkdom, ook geeft hij toe dat hij nog steeds meer geld wil

verdienen.

Perspectief:

Auctoriële vertelwijze.

Vertelde tijd:

27 Augustus 1983-29 Januari 1989.

Verteltijd:

415 Pagina’s





W.F Hermans:



Willem Frederik Hermans werd op 1 September 1921 geboren in Amsterdam. Hij was het

tweede en laatste kind van hoofdonderwijzer Johannes Hermans (geb. 1879) en Hendrika

Hillegonda Eggelte (geb. 1884). Het eerste kind, Cornelia Geertruda Hermans, was op 4

December 1918 geboren. Beide kinderen bezochten het Barlaeusgymnasium, Willem Frederik

vanaf 1933. In 1938 werd hij lid van de letterkundige vereniging D.V.S. en kreeg de eerste

prijs in een opstellenwedstrijd. In deze periode las hij Multatuli, Slauerhoff, Nietsche, Kafka,

Freud en Céline. In 1940 ging hij, op aandrang van zijn vader, maar tegen zijn zin, sociografie

studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Een jaar later koos hij Fysische geografie, een

studie die meer overeenstemde met zijn belangstelling voor exacte wetenschapsbeoefening. In

1943 deed hij kandidaatsexamen.



Vanaf 1944 slaagde hij er in om regelmatig boeken te publiceren. Vanaf 1946 was hij redacteur van het tijdschrift Criterium, in 1950 van Podium. In dat jaar legde hij doctoraal examen af.

Naar aanleiding van de voorpublikatie van een fragment van zijn roman ‘Ik heb altijd gelijk’ in Podium, jrg. 7, no. 3, juni 1951, werd er dat jaar daarop een proces tegen hem aangespannen: één passage uit deze roman zou de strekking hebben gehad het rooms-katholieke volksdeel te beledigen. In dat proces werd hij vrijgesproken. In 1955 promoveerde hij cum laude op de resultaten van een bodemonderzoek in Luxemburg. Daarna werkte hij als fysisch geograaf o.a. in Scandinavië ( zie: ‘Nooit meer slapen’) en in 1957 volgde zijn benoeming tot lector aan de Groningse Universiteit. In datzelfde jaar verscheen de eerst druk van ‘De donkere kamer van Damokles’. Deze roman, waaraan hij vanaf 1952 had gewerkt, werd door vele critici een literair meesterwerk genoemd, al lieten sommigen hun literaire waardering van morele bedenkingen vergezeld gaan. In 1959 verschenen van dit boek al twee door Hermans herziene drukken. De vierde druk, in 1962, bracht Hermans in confict met zijn uitgever, omdat deze, in strijd met de waarheid, deze druk-spoedig gevolgd door een andere-als ‘herzien’ liet verschijnen. Dit conflict werd in 1970 in het voordeel van Hermans opgelost. In 1966 werd de roman ‘Nooit meer slapen’ uitgebracht. Hiervoor kreeg Hermans de Vijverbergprijs. Het geldbedrag liet hij overmaken aan de actie ‘Eten voor India’. Andere romans van Hermans zijn bijvoorbeeld: ‘Onder professoren’ (1975) en ‘Uit talloos veel miljoenen’ (1981).



Leeservaring:

Het onderwerp komt wel duidelijk naar voren, maar het ligt buiten mijn belevingswereld,

omdat ik nog nooit in Parijs ben geweest. Het onderwerp heeft mij niet aan het denken gezet,

maar ik heb wel onderhand een mening gevormd. Het onderwerp wordt niet zozeer behandeld, maar het wordt besproken in de verhaallijn. Het boek heeft een verhaallijn die echt altijd bij Paulina is, er wordt constant over haar verteld. De gebeurtenissen vloeien logisch uit elkaar voort. De gebeurtenissen zij boeiend en herkenbaar. De gebeurtenissen hebben wel bepaalde gevoelens opgeroepen bv. : als je zit te lezen en je legt het boek weg, dan vraag je jezelf af wat er zal gaan gebeuren. De afloop, is niet zoals je zou verwachten en daarom is het denk ik juist zo boeiend. De sfeer in het verhaal is constant anders naar mate de gebeurtenissen veranderen. Het boek beschrijft ook onaangename gebeurtenissen, zoals de dood van de oude generaal. Het boek blijft niet echt van begin tot eind boeien, maar als je het heel even aan de kant legt kan het je wel weer boeien.



Het verhaal komt niet meteen op gang, er wordt eerst uitleg gegeven over Paulina, wat ze wil

en hoe ze dat gaat doen. Alles heeft met elkaar te maken in dit verhaal, er zitten geen van de

hoofdlijn afwijkende stukken in. De bouw is niet erg ingewikkeld, omdat het verhaal

chronologisch is opgebouwd. Ik vind het niet moeilijk verschillende stukken met elkaar in

verband te brengen, omdat alles met elkaar te maken heeft. Er zitten geen terugblikken in het

verhaal.



De personages gaan als ik een leuk boek lees zoals dit, altijd voor mij leven. Ik raakte wel

betrokken bij de personages, omdat ik me heel erg goed in kan leven in een boek. De

personages gedragen zich niet echt zoals het hoort, omdat er rare dingen gebeuren die in het

dagelijks leven niet gebeuren. Ik ben niet echt beïnvloed door het gedrag of de ideeën van de

personages. Ik vind de beslissing van Pauline, als ze geld van de oude generaal krijgt en het

aanneemt, onaanvaardbaar. De personages reageren soms voorspelbaar, maar soms ook heel

erg onvoorspelbaar. Ik vind Pauline en Michel de sympathiekste personages in het boek. Je

komt van Paulina het meest te weten omdat ze een hoofdfiguur is.

Ik vond het verhaal soms moeilijk te begrijpen, dat komt omdat het erg gecompliceerd in

elkaar zit. Het verhaal is zo geschreven zodat je het echt voor je ziet. Ik vind de verhouding

tussen beschrijving, dialoog en weergave plezierig, omdat de schrijver tussendoor ook

commentaar geeft. De manier van schrijven vind ik erg uitgebreid. Het boek bevat opvallend

weinig beeldspraak en symbolische verwijzingen.



Evaluatie:

Het belangrijkste van het lezen van het boek vind ik dat ik er lol in heb om te lezen, zodat ik

ook blijf lezen. Ook vind ik het belangrijk dat je jezelf kan inleven in het boek. Het

belangrijkste van het maken van het leesdossier vind ik dat ik het boek uitgebreid en goed

bespreek zoals ik in dit leesdossier ook heb geprobeerd. Ook vind ik het belangrijk dat ik er lol in heb om een leesdossier te maken.



Bronvermelding: -Het Boek ‘au pair’.

-Memoreeks over ‘au pair’, door Jef van de Sande. (biografie, samenvatting,

analyse)

-Literama, door K.J. v.d. Kerk en H.A. Poolland.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen