U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten 't Hart - Stenen Voor Een Ransuil.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=12722 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1270 woorden.

De Arbeidspers, Amsterdam (1980)



Deel I: De hoge zwaluwen

De twaalfjarige Ammer Stol komt uit een streng gereformeerd gezin. Zijn vader is dominee en zijn moeder en zijn zusje zijn ook druk bezig met de kerk. Ammer haat zijn moeder die hem in de naam van het geloof veel dingen verbiedt, onder andere het luisteren naar muziek die niet religieus is.

Ammer speelt bij een klasgenoot van hem (Jan-Bent Beukom) af en toe piano, Jan zit op les bij ene meneer Brikke, die organist is in de Hervormde Kerk. Op een keer gaan ze naar die kerk, en speelt meneer Brikke wat. Ammer is erg onder de indruk, hij vergeet echter de melodie en wil aan meneer Brikke vragen hoe het stuk heette.

Als hij bij Jan op de piano speelt, staat er opeens een gedrongen, schele man achter hem. Deze man heeft Ammer al eerder achtervolgd, Ammer rent weg. Als Ammer op een keer alleen thuis is, belt de man aan. Het blijkt meneer Brikke te zijn. Hij wil Ammer stiekem gratis les geven. Brikke heeft bij de gereformeerde kerk gespeeld, maar hij kreeg ruzie met zijn vader, de dominee en dus is hij bij een andere kerk gaan spelen. Onder de dekmantel van bijles voor het lyceum krijgt Ammer wekelijks pianoles van meneer Brikke aan de Reegkade.

Als Ammer in september 13 wordt, mag hij als cadeau op het orgel spelen, van emotie moet Ammer huilen. Voortaan krijgt hij orgelles. Op een avond gaan Brikke en Ammer heimelijk naar een opera in Rotterdam. Na afloop zegt Brikke dat de liefde tussen twee vrouwen heel normaal is en dat Ammer het nog erg moeilijk zal krijgen, omdat hij net is zoals Brikke. Ammer begrijpt er niets van.

De Gereformeerde Kerk heeft een nieuwe organist nodig. Samen met een ander wordt Ammer aangenomen. Hij krijgt nu officieel les van Brikke, al waarschuwt Ammers vader hem dat hij niet naar de ideeën van Brikke moet luisteren. Nu het geheimzinnige eraf is, lijken de lessen anders te worden. Brikke streelt soms quasi toevallig langs Ammers benen. Hij praat ook met Ammer over masturberen en naar de meisjes kijken. Ammer bevestigt dit allemaal, maar hij kijkt helemaal niet naar meisjes.

Op een avond geeft Brikke een orgelconcert. Er komen maar weinig mensen, Brikke speelt echter ook zo goed niet meer. Na afloop vraagt hij of Ammer zijn broek naar beneden wil doen. Als de koster komt, gaat Ammer weg. Pas na drie weken gaat hij weer naar Brikke toe. De zomer verloopt goed. Voor het laatst loopt hij met Brikke langs de Reegkade, Ammer zal nooit meer naar hem toegaan, de zwaluwen vliegen hoog, de zomer is ten einde.

Deel II: Vluchten

Jakob Valler is met Ammer Stol op vakantie in Engeland. Jakob studeert biologie, Ammer studeert Engels, beiden in Leiden. Ammer leerde Jakob kennen toen Jakob uit wraak een fiets van een heel mooi meisje in de gracht had gegooid. Ammer doorstond Jakobs beproevingen (plassende pad, bijtende meerval) en werd zijn vriend.

Jakob wil op zij vakantie een paar meiden versieren, maar Ammer heeft meer succes bij het andere geslacht. Toch lijkt Ammer alleen met meisjes te wandelen en te praten over literatuur. Jakob vraagt zich af of Ammer homo is. Hij heeft een voorliefde voor koorknapen, maar Ammer ging in Oostende met een hoer naar een café. Op een nacht in een jeugdherberg roept Ammer Jakobs naam. Tijdens een wandeling door de Theemsvallei praten Jakob en Ammer over homofiele ridders en lansen als fallussymbolen. Ammer zegt dat hij daar goed bij zou passen, dit is voor Jakob de zekerheid dat Ammer homo is. Hij schrijft een afscheidsbriefje en lift alleen verder.

Deel III: De zomerslaap

Tijdens de kerstvakantie gaat Ammer naar zij ouders. Hij schrijft een paar preken voor zijn vader, die in deze drukke tijd veel last van zijn maagzweer en van zijn vrouw heeft. Ammer gelooft niet meer in God, maar verlangt nog wel naar het water des levens, al weet hij dat dat nooit meer zal stromen.

Ammer gaat Brikke opzoeken, hij heeft hem in zeven jaar niet gezien. Brikke is erg blij met Ammers bezoek. Ze praten over homoseksualiteit en pedofilie. Brikke vindt zijn geaardheid niet zondig, maar vreest toch voor de hel. Ammer vertelt dat hij ook homo is. Hij heeft dit op pijnlijke wijze op een klassenfeest bemerkt, toen Hugo Wildervanck, een jongen op wie Ammer verliefd was, hem uitschold voor vieze homo.

Ammer wandelt in zijn vakantie veel door het mistige winterlandschap. Hij heeft leren accepteren dat hij homo is en voelt zich gelukkig. Toch koestert hij angst voor een leven als dat van meneer Brikke, eenzaam en verbitterd. Ammer verjaagt een ransuil, die echter weer terugkomt. Ammer schaamt zich. De ransuil kan heel goed alleen zijn, iets dat Ammer niet zo goed kan.

Op nieuwjaarsdag vindt Ammer meneer Brikke dood op zijn bed. Het ene oog is op Ammer gericht. Om die blik is Ammer bang voor hem geweest en heeft hij van hem gehouden.



Tijd en volgorde:

De roman wordt chronologisch verteld. Er zijn wel veel flashbacks en er is veel tijdverdichting. De vertelde tijd is ongeveer tien jaar, maar alleen de eerste drie jaar en gedeelten van het laatste jaar worden beschreven. Deel 1 is in de verleden tijd geschreven. In deel 2 beschrijft Jacob Valler enkele augustusdagen in Engeland, wat hij in de tegenwoordige tijd vertelt. Het is niet duidelijk in welk jaar zich deze dagen afspelen. Deel 3 heeft de vorm van een dagboek. De tijdsaanduiding is hier dus exact weergegeven.



Ruimte

Deel 1 en 3 spelen zich af in Maassluis. Ammer is hier erg aangehecht, hij voelt zich gelukkig in de mist (eenzaamheid), de Reegkade is ook erg belangrijk, omdat Brikke daar woont. De Reegkade is tevens de meest verlaten kade van de stad (!).



Personen:

Ammer Stol, van 12 tot 22 jaar. Hij is schuchter en zachtaardig, hij ontwikkelt zich in het boek van kind tot man. Hij is erg gevoelig voor en houdt erg veel van muziek. Hij neemt belangrijke beslissingen, o.a. het accepteren van zijn homofilie en de daarbij horende eenzaamheid.

Mijnheer Brikke leeft eenzaam en verbitterd, is pedofiel en homofiel. Hij kijkt scheel, is gedrongen gebouwd. Ammer is bang voor hem, maar hij heeft ook van hem gehouden: "de angst die je omzet in liefde om het te kunnen ervaren". Brikke is voor Ammer een soort tweede vader, die hem muzikaal opvoedt en hem voorbereidt op zijn homoseksuele leven. Brikke is ook van plan om Ammer anders te laten leven dan hij gedaan heeft.

Ammers Moeder is dom vroom, Ammer haat haar. Ammers vader is voor Ammer een beetje zielig, hij kijkt er zo tegenaan. Ammer haat het geloof dat zijn vaders hele leven beheerst.

Hugo Wildervanck is de eerste jongen op wie Ammer verliefd raakt. Hij is sterk en lenig en heeft ook nog een goed stel hersens, zodat Ammer concurrentie krijgt. Hugo gelooft niet, voor Ammer is de gedachte dat Hugo naar de hel gaat ondraaglijk. Hij is wraakzuchtig en sadistisch (Meerval, pad). Hij verwoordt ook de toen heersende opvatting over homofilie: niks tegen, maar ze moeten wel wegblijven.



Thema:

Eenzaamheid ten gevolge van homofiele geaardheid.



Motieven:

Geloof, Muziek.



Titel:

zie einde deel 3

Deel I: De hoge zwaluwen.

De zwaluwen vliegen voor de laatste keer hoog, de zomer (Ammers jeugd zonder zorgen over zijn geaardheid) is voorbij, nu komt de periode van zorgen.

Deel II: Vluchten.

Slaat op het gedrag van Jakob Valler, heeft ook betrekking op de houding van Ammer (zie de titel van deel 3)

Deel III: De zomerslaap

Ammer wil door zijn geïsoleerde positie rust en vrede. Hij wil sluimeren in een altijd durende zomer, af en toe de ogen openend om naar het water des levens te kijken, dit zal hij echter niet kunnen realiseren.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen