U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten 't Hart - Het Woeden Der Gehele Wereld.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7830 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4199 woorden.

Maarten 't Hart - Het woeden der gehele wereld

Beoordeling door Ornée & Vermeer Tekstbureau



De titel

Het woeden der gehele wereld

Verklaring: Omdat Alex overal mensen tegenkwam die op de een of andere manier iets te maken had met de moord op Vroombout, leek het alsof de hele wereld ermee te maken had.

Woeden betekent volgens het woordenboek "razen en tieren", wat waarschijnlijk in Alexanders hoofd gebeurt. Maarten 't Hart heeft de titel ontleend aan een lied van Gabriel Faure; 'querelles du monde'.



Motto

En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de Heere hem tegenkwam, en zocht hem te dooden. (Exodus 4, vers 24)

Deze zin komt meerdere keren terug in het boek. Alex is bang dat God hem ook zoekt te doden.



Thema

Moord

Motief

Geloof: geloof speelt een belangrijke rol in 't Hoofd. Als je niet gelooft en naar de kerk gaat hoor je er niet bij. Ook staat er veel kritiek op de Bijbel in dit boek en Alex' vrees dat God hem misschien 'zocht te dooden' komt ook steeds terug.

Klassieke muziek: bijna alle personen uit het boek hebben iets te maken met klassieke muziek, ze zingen, componeren, dirigeren, of zijn gewoon gek op klassieke muziek.

Compositie

Climax

De climax is de moord op Arend Vroombout.

Het einde

Er is sprake van een gesloten einde, de moord wordt duidelijk voor de lezer, Alex negeert een opmerking van Aäron, waardoor hij nog steeds niet alles begrijpt. Een aantal details blijft echter onopgelost.



Indeling

Het boek is verdeeld in 3 delen. Het eerste deel bestaat alleen uit het hoofdstuk Proloog. Dit deel speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog op de Majuba 2.

Deel twee bestaat uit 35 hoofdstukken die gaan over Alexanders jeugd, de moord op Vroombout en de zoektocht naar de moordenaar.

Deel drie bestaat alleen uit het hoofdstuk Sirius waarin de moord duidelijk wordt.



Vertelvorm

Ikvertelvorm vanuit Alexander Goudveyl.



Dialoog

Er zijn veel dialogen in deze roman.

Monologen komen soms voor ,maar alleen bij Alex.

Plaats van handeling

Het verhaal speelt zich af op 't Hoofd, op Alex' kamer in Leiden en op de haringlogger de Majuba 2.

Tijd van handeling.

Vanaf 14 mei 1940 tot eind jaren '70.



Hoofdpersonen

Alexander Goudveyl is een jongen die opgroeit op 't Hoofd, waar hij de moord op agent Vroombout ziet en de dader probeert te ontmaskeren.

Alice Keenids wilde in de oorlog terug naar Engeland met de Majuba 2.

Simon Minderhout regelde dat een aantal mensen naar Engeland konden met de Majuba.

Professor Edersheim was leraar van Alex in Leiden.

Arend Vroombout is een homoseksuele, pedofiele agent die vermoord wordt tijdens een evangelisatiecampagne.

Aäron Oberstein vertelt Alex alles wat hij nodig heeft om de moord op Arend Vroombout op te lossen.

Het eind

Aan het einde van de roman heeft Alex heeft een verhelderend gesprek met Aäron Oberstein.



Samenvatting.

Deel 1

Simon Minderhout regelt dat drie joodse paren (onder anderen Aäron Oberstein en zijn vrouw Ruth, twee mensen uit de Boonestraat, die later zelfmoord gepleegd hebben en de Edersheims) en een Engelse kennis van hem (Alice Keenids) met de Majuba 2 naar Engeland konden vluchten. Op dinsdag 14 mei 1940 om half vijf vertrekt de Majuba 2 vanuit de Nieuwe Waterweg naar Harwich.

Behalve de drie paren en de Engelse vrouw zijn er ook een prikkenbijter (Hakkie Quack) en zeven bemanningsleden aan boord (schipper Willem Vroombout, matroos Arend Vroombout, matroos Leen Varekamp, stuurman Pleijsier, Koos Hordijk, Van Klinge, matroos Robbemond).

Onderweg worden ze aangehouden door een Duitse U-boot, die iedereen van boord haalt en de Majuba opblaast. Met een roeiboot roeien ze terug.



Deel 2

Alexander Goudveyl vertelt over zijn jeugd. Hij groeit op in 't Hoofd, waar men leeft in een wereld van spannetjes met een dozijn wurmen, juten, kopstoten, mokkels, jodenbedden en jankarretjes. Hij vertelt dat hij altijd gepest wordt en over de zomer van '55 die hij vissend bij de kwekerij doorbrengt. Als hij zat te vissen kwam juut Vroombout nog al eens langs. Die bood Alex geld om zijn broek te laten zakken. Alex wilde dit niet, maar deed het toch, zodat hij wat geld op kon sparen voor pianolessen, waarvoor zijn ouders geen geld uit wilden geven, daar waren ze te zuinig voor.

In het hoofdstuk Varekamp beschrijft Alex, hoe hij altijd de krant ging halen bij de familie Varekamp die om de hoek woonde. Dit is belangerijk voor het verhaal, omdat Leen Varekamp op de Majuba meevoer en vertelt wat er in de oorlog gebeurd is.

Op 22 december 1956 werd op initiatief van het gereformeerde evangelisatiecomité Eben-Haëzer, samen met het comité van de hervormde kerk Maranatha en het Leger des Heils, een evangelisatiecampagne op 't Hoofd gehouden, de Kruishoopcampagne, met als doel alle ongelovigen te laten geloven.

Op verschillende plaatsen zou gesproken worden door iemand van de kerk, onder andere voor het pakhuis van de Goudveyls. Er zou ook gezongen worden en Alex, die zichzelf had leren spelen op een oude Blüthner die in het pakhuis stond, moest begeleiden. Omdat het regende moest hij dat vanuit het pakhuis doen.

Toen hij zat te spelen kwam juut Vroombout binnen. Toen hoorde hij iemand anders binnenkomen. Hij hoorde Vroombout verbaasd zeggen: 'wat doet u hier?' en zette toen een lied in. Plotseling klonk er een harde knal. Alex speelde door, omdat hij dacht dat het zijn vader was, die het altijd leuk vond hem te laten schrikken door een zak op te blazen en te laten ontploffen. Toen bedacht hij dat zijn vader meewerkte aan de Kruishoopcampagne en dacht dat iemand een rotje naar binnen gegooid had. Hij keek achterom en zag een man met een gleufhoed en een sjaal voor zijn mond, met donkere ogen en wenkbrauwen. De man wees naar Alex en die dacht dat de man een pistool op hem richtte. Toen het lied afgelopen was liep Alex naar buiten, de man was al weg, en Varekamp vertelde dat Vroombout in het pakhuis doodgeschoten was.

De tijd daarna komt regelmatig agent Graswinckel die Alex buiten ondervraagt. Graswinckel denkt dat de moordenaar één van de drie homofiele vriendjes van Vroombout was. Hij vertelt de namen aan Alex, zodat hij kan kijken of hij één van hen herkent. Dit is niet het geval. Dit gebeurt in het hoofdstuk Wesley. Belangrijk in dit hoofdstuk is dat iemand tegen Alex zegt dat hij niet op z'n vader lijkt.

Op een dag gaat Alex met Herman Keenids mee naar huis vanuit de kerk (eerst zat William bij de gereformeerden en Herman bij de hervormden, maar omdat ze het niet zo naar hun zin hadden hebben ze maar geruild). Bij hem thuis staat een hele mooie piano en Alex kan het niet laten om erop te spelen. Hermans moeder, Alice, zegt dat hij eens les moet nemen, omdat hij niet kan spelen. Omdat Alex dat niet kan betalen, biedt ze hem lessen aan die hij mag betalen wanneer hij wil. Via Herman komt hij erachter dat Alice iets weet van de moord op Vroombout.

In de winter gaat Alex met de trein naar het lyceum. In de trein zag hij apotheker Minderhout met iemand praten die hij herkende, maar hij wist niet waarvan.

Op een dag wordt de Blüthner verkocht. Alex is woedend op z'n vader. Minderhout biedt hem aan op bij hem op de Bösendorfer te komen spelen. Eerst wil hij niet, maar uiteindelijk doet hij dat toch maar, ook omdat Minderhout had verteld dat hij het fijn vond als hij op het huis en de apotheek kon passen als ze weg waren, omdat er al meerdere malen ingebroken was. Als Alex bij hem op zolder rondsnuffelt vindt hij kleren die sterk lijken op die van de man in het pakhuis en als hij ze aantrekt vindt hij dat hij veel op de dader lijkt.

Op een gegeven moment komt agent Douvetrap bij Alex aan de deur met zijn zoontje, een mongool, om hem te ondervragen. Hij heeft foto's bij zich, waarmee hij naar Alice Keenids gaat. Alex heeft pianoles, dus hij loopt gelijk mee. Zo hoort hij wie er op de foto staan: Alice zelf, Simon Minderhout en een vriend van hem, Bram Edersheim.

Als Alex eindexamen heeft gedaan, wil hij nog niet in dienst, de enige manier om dat uit te stellen is studeren. Van zijn vader mag hij alleen dokter worden en Alex gaat een opleiding voor apotheker volgen.

Als William in dienst is, vraagt zijn vriendin Janny Alex mee naar het strand. Ook al gebeurt er niks, Janny voelt zich toch schuldig tegenover William als die terug is en beschuldigt Alex ervan dat hij misbruik gemaakt heeft van de situatie.

Op een avond gaat Alex naar de familie Varekamp, waar hij al zes jaar niet is geweest en vraagt hem wie er nog meer op de logger waren. Die weet alle namen, behalve die van de joodse stelletjes. Volgens hem weet Alice die namen wel.

William zegt dat Alex graag wil weten wie er nog meer op de logger zaten. Alice wordt kwaad en zegt uiteindelijk dat Simon het wel weet, dat had ze duidelijk niet willen zeggen en ze zegt dan dat hij er niks mee te maken had.

Als Alex gaat studeren in Leiden kan hij piano's gaan stemmen voor het bedrijf van de vader van een medestudent. Hij vindt ook een onverwarmde zolderkamer bij iemand waar hij de piano gestemd had.

Tijdens het titreerpracticum kwam Bram Edersheim ,de vriend van Minderhout, naar hem toe om te vragen of hij wilde invallen voor een collega, met wie hij samen met zijn vrouw een trio vormde. De pianospelende collega had namelijk een contract in Berkeley aangeboden gekregen. Ook blijkt de assistente een oogje op hem te hebben.

Altijd als hij er gaat spelen is de assistente Yvonne Kogeldans er ook en de dochter van Edersheim, Hester, denkt dat ze zijn vriendin is.

Als de Edersheims een keer weg zijn, is Alex alleen met Hester. Hij vindt haar leuk, maar ze heeft al een vriend. Toen Yvonne langskwam, zei Hester dat ze niet binnen mocht komen.

Yvonne werd daarom kwaad op Alex, die zich schuldig begon te voelen en zich mee uit eten liet nemen. Uiteindelijk belandden ze in bed.

Op een dag moet hij stemmen bij een oude vrouw, waar niemand meer wil stemmen. Het blijkt de moeder van Vroombout te zijn. Alex komt er zo achter dat Arend Vroombout de vluchtelingen ieder jaar een brief stuurde met het verzoek voor de overtocht en het schip te betalen, maar dat hij nooit geld kreeg.

Alex' ouders komen langs. Ze vertelden dat ze aan het eind van de oorlog vanuit Rotterdam verhuisd waren naar 't Hoofd, met een dubbele hit en dat Vroombout in de oorlog niet fout geweest was, zoals iedereen zei, maar dat hij gewoon z'n werk deed. Ze wilden nog meer zeggen, maar omdat William langskwam, ging dat niet. Twee dagen later zijn ze doodgegaan aan koolmonoxidevergiftiging, omdat ze te zuinig waren de schoorsteen te laten vegen.

Alex erfde aardig wat geld. Zijn vader bleek geld geleend te hebben aan Vroombout.

Alex ging zijn schuld aan Alice afbetalen. Hij begint weer over de moord en legt Alice uit, waarom hij het zo graag wil oplossen. Alice vertelt dat zij, de Edersheims en Minderhout met Vroombout wilden praten over de brieven die ze ieder jaar kregen, meer wil ze niet zeggen, behalve dat Alex niet bang hoeft te zijn voor de moordenaar.

Na drie weken in dienst te zijn geweest (ze hebben hem teruggestuurd, omdat hij te lang ziek was, in werkelijkheid had hij medicijnen geslikt, om niks te kunnen doen) gaat Alex naar het conservatorium. Als Simon een plaat koopt, herkent hij een man op een foto, maar hij weet niet waar van. Het is dirigent Oberstein. Hij denkt dat het de moordenaar zou kunnen zijn.

Als Alex weer gaat spelen bij de Edersheims, ziet meneer Edersheim hem door zijn bontmuts aan voor Aäron Oberstein. De dochters van Aäron zijn er ook. De oudste dochter vindt hij wel leuk, op een gegeven moment besluiten ze te trouwen. Aäron komt niet op de bruiloft, hij kan niet komen.

Deel 3

Eind september komt Aäron zijn dochter en schoonzoon opzoeken, de moord op Vroombout is inmiddels verjaard. Alex heeft Alice, Simon en de Edersheims ook uitgenodigd. Bij het eten wordt hij kwaad op Alex, omdat hij een bewerking gemaakt heeft op een stuk van Mozart. Alex wordt kwaad en gooit al zijn verdenkingen op tafel.

Alex en Aäron gaan een eindje wandelen om te praten. Aäron vertelt dat hij de moord niet gepleegd heeft, dat hij niet gewapend was en gewoon naar Alex wees, omdat hij verbaasd was dat hij gewoon doorspeelde. Er moest vanuit een gangetje uit het huis van de Goudveyls geschoten zijn, dit kon alleen Alex' vader of moeder zijn geweest.

Aäron vertelde dat hij zijn eerste vrouw, Ruth, tijdens een razzia verloren was. Ze was zwanger en zat in '44 ondergedoken in Rotterdam bij een echtpaar dat geen kinderen kon krijgen. Toen het kind geboren was, hebben ze Ruth meegegeven aan Vroombout en zijn ze er met het kind vandoor gegaan met een dubbele hit.

Aäron heeft Alice, Simon en de Edersheims maar laten denken dat hij het gedaan had, omdat de moordenaar dan ongestraft zou blijven, die had tenslotte Ruth gewroken.

Simon begrijpt wat er gebeurd is, maar ontkent het voor zichzelf. Aäron zegt dat Alex een opera moet componeren, hij zou hem dan dirigeren en zijn oudste dochter, Joanna, moest de hoofdrol krijgen.



Wat er dus eigenlijk gebeurd is: na de mislukte vlucht naar Engeland is Ruth bij een kinderloos echtpaar ondergebracht, wat dus Alex' ouders blijken te zijn. Zijn vader had Vroombout geld gegeven om Ruth op te komen halen en z'n mond dicht te houden. De moordenaar was Alex' vader of moeder. Die heeft Vroombout neergeschoten om te zorgen dat Vroombout z'n mond niet voorbij zou praten als Oberstein hem geld zou geven.



Biografie

Maarten 't Hart wordt op 25 november 1944 geboren als oudste zoon in een gereformeerd milieu in Maassluis. Vader 't Hart werkt aanvankelijk in de tuinderij, maar wordt later grafmaker van de gemeente en beheerder van het plaatselijke kerkhof. Na Maarten worden nog een dochter en een zoon geboren. Het gezin woont in een piepklein arbeidershuisje.

Al op de lagere school geeft 't Hart blijk van een onverzadigbare leeshonger, een behoeft die wordt gestild bij de Gereformeerde Evangelisatiebibliotheek. In schoolvakanties gaan er dagelijks maar liefst vijf boeken doorheen. Met het eerste boek dat hij leest, ontstaat de vurige wens zelf schrijver te worden. Na de lagere school mag 't Hart, op aandringen van het hoofd van de lagere school 'doorleren' op de HBS van het Groen van Prinstererlyceum in Vlaardingen; in zijn milieu was dat in die tijd allesbehalve gebruikelijk. Contacten met meisjes zijn er in deze jaren op de jongens-HBS nauwelijks, verliefdheden-op-afstand des te meer.

Behalve naar boeken gaat 't Harts warme belangstelling uit naar muziek. Terwijl hij zijn leeshonger tamelijk ongestoord kon bevredigen, ontwikkelde de passie voor klassieke muziek zich tegen de verdrukking in.

Om voorlopig even aan de militaire dienstplicht te ontkomen gaat 't Hart direct na de middelbare school in 1962 studeren in Leiden. Van jongs af aan is hij geïnteresseerd in de natuur, dus lijkt biologie logisch, maar later noemt hij die studiekeuze 'betrekkelijk willekeurig'. Voor een aanstaand schrijver blijkt het echter een heel nuttige studie om te leren observeren.

Zes jaar na aanvang en inmiddels getrouwd studeert 't Hart in 1986 af. Hij heeft zich gespecialiseerd in de ethologie, een wetenschap die het gedrag van dieren bestudeert. Tijdens zijn studie heeft hij twee jaar gewerkt als leraar biologie op zijn oude middelbare school, wat hij niet zo geslaagd vond. De militaire dienstplicht, die nu niet langer uit te stellen valt, vervult 't Hart grotendeels als onderzoeker bij TNO in Rijswijk. Na afloop, in 1970, wordt hij wetenschappelijk medewerker op het zoölogisch Laboratorium van de universiteit van Leiden.

Tijdens de vele vrije uren in zijn diensttijd heeft 't Hart zijn eerste roman geschreven, die hij vervolgens instuurt voor de Reina Prinsen Geerligsprijs. Al blijft het bij een eervolle vermelding, maar liefst twee uitgevers raken in hem geïnteresseerd. Zo debuteert hij in 1971 onder het doorzichtige pseudoniem Martin Hart bij de Arbeiderspers met de roman Stenen voor een ransuil.

De romans verkopen zo matig dat zijn uitgever 't Harts volgende roman op de lange baan schuift. Aangespoord door het succes van vriend en collega-schrijver Maarten Biesheuvel met autobiografische verhalen, legt 't Hart zich toe op dat genre.

't Hart wil promoveren op het doorkruipgedrag van de driedoornige stekelbaars. Als afleiding voor het eindeloze gesleutel aan zijn dissertatie, schrijft hij in de tweede helft van de jaren zeventig een stroom van artikelen, essays en recensies. Deze publicaties, waarin hij vooral met veel kennis van zaken van zijn passie voor literatuur en muziek getuigt, bezorgen hem grote naamsbekendheid. Ronduit berucht wordt hij in die jaren - de hoogtijdagen van het feminisme - door zijn essayistisch werk over een ander stokpaardje: zijn visie op de verschillen tussen mannen en vrouwen, die volgens 't Hart niet cultureel maar biologisch bepaald zijn.

Vanaf 1977 gebruikt 't Hart ook voor zijn literaire werk zijn eigen naam. In het jaar van zijn literaire doorbraak met 'Een vlucht regenwulpen' komt ook zijn dissertatie gereed en promoveert 't Hart tot doctor in de biologie.

Inmiddels uitgegroeid tot een bestsellerschrijver krijgt 't Hart de opdracht het Boekenweekgeschenk te schrijven: de novelle 'De ortolaan', die in 1984 in een oplage van bijna vierhonderdduizend exemplaren verschijnt.

Er is veel kritiek op 't Hart, op de thematiek en de stijl. De critici vinden zijn thematiek te weinig vernieuwend en de stijl wordt vlak en onbeholpen gevonden. Zijn boeken zouden ook te gemakkelijk zijn. Op aandrang van collega's geeft 't Hart in 1987 zijn baan aan de door bezuinigingen geplaagde universiteit op en wordt fulltime schrijver/huisman.

Bij het boekenbal van 1991 is 't Hart gekleed als vrouw, voor hem een manier om ellende te vergeten. Hij is altijd gefascineerd geweest door vrouwenkleding en vindt het jammer dat hij geen vrouw is.

Najaar 1993 maakt 't Hart zijn debuut als televisiepresentator van de literaire talkshow Tussen dag en nacht, waarin hij telkens drie schrijvers rondom een wekelijks wisselend thema interviewt. In 1994 krijgt 't Hart hartritmestoornissen en daarom moet hij het rustiger aan doen.

Recensies



Theodor Holman, Het Parool, 17-09-93



Maarten 't Hart heeft ondertussen een schitterende techniek ontwikkeld,'Het woeden der gehele wereld´ is een meesterproef. Het boek zou in de negentiende eeuw geschreven kunnen zijn. Het heeft een verhaal met een begin, een midden en een eind. Het heeft een plot. Het heeft beschrijvingen die je voor je kunt zien. Het heeft dialogen waardoor elke persoon apart getypeerd wordt. De roman heeft humor. In de roman wordt een visie uitgedragen. De roman is typisch Nederlands. Alle thema's van 't Hart komen in dit boek bij elkaar.

De tragiek van de hoofdpersoon Alex Goudveyl valt in drie delen uiteen. Goudveyl is na de oorlog geboren. Zijn hele leven wordt bepaald door een gebeurtenis die in de oorlog heeft plaatsgevonden - het is onontkoombaar. Had die gebeurtenis niet plaatsgevonden - waar Goudveyl part noch deel aan had - dan was zijn leven anders gelopen. Nu geldt dat voor iedereen (als de Tweede Wereldoorlog niet had plaatsgevonden, dan zag ons leven er anders uit), maar bij Goudveyl zijn de consequenties zo groot. Aan het eind van het boek weet de hoofdpersoon iets, maar hij kan dat niet melden aan de anderen. Hij beseft pas aan het eind van het boek dat hij een slachtoffer is, zonder dat hij er iets aan kon doen: hij had geen andere keuzes kunnen maken.

Dit thema spiegelt zich in wat ook het motto van het boek is: God zocht Mozes om te doden, zoals het in Exodus staat: En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de Heere hem tegenkwam, en zocht hem te dooden. Als God, die liefde is, Mozes zoekt om te doden, dan kan hij jou ook zoeken om te doden. Ook die uitspraak - die angst eigenlijk -is er mede oorzaak van dat Goudveyl handelt zoals hij handelt. Weer onontkoombaar: Goudveyl is de enige wie die passage in de bijbel is opgevallen: de anderen vinden dat maar onzin. Het derde punt van Goudveyls tragiek is zijn middelmatigheid. Het enige waardoor hij zich kon onderscheiden van zijn omgeving was zijn pianospel dat hij zich zelf aanleerde.

Maar een groot componist is hij niet en zal hij nooit worden. En juist door dat pianospel wordt zijn leven zoals het is. Terwijl hij wel talentvol is op andere gebieden. (…)

Maarten zou Maarten niet zijn als hij ook zijn lust tot polemiseren niet zou kunnen botvieren. Aan het eind van het boek lijkt hij zijn critici voor te willen zijn, die hem te weinig diepgang verwijten.

'Het leven is banaal', laat hij een bekende dirigent dan zeggen. 'Het leven is een Dreigroschenoper, een driestuiverroman, al die verheven literaire verhalen proberen alleen maar de pil te vergulden, draaien je alleen maar een rad voor ogen, verdoezelen en verkrachten de alledaagse werkelijkheid alleen maar, verblinden je alleen maar met esthetiek. Hannah Arendt spreekt indrukwekkend over de banaliteit van het kwaad, maar ook het goede is banaal, zelfs het verhevene is banaal. Het leven is zo plat, schijnt een dichter gezegd te hebben, dat je aan het eind je grafsteen al kunt zien staan. 'Het woeden der gehele wereld' is allesbehalve een plat boek geworden.



Jaap Goedgebuure HP/De Tijd, okt. 1993



Kleren maken de man



(…) Zonder dat het met zoveel woorden wordt gezegd, heeft het zoeken naar de dader alles te maken met Goudveyls identiteitsproblemen. Net als andere personages uit het werk van 't Hart is hij de dupe van de sociale mobiliteit ten tijde van de jaren vijftig. Hij mocht doorleren, en vervreemdde dus van het kleinburgerlijke milieu waaruit hij afkomstig was. Hoe zo iemand daarop reageert, valt na te gaan in de episode die verhaalt hoe Goudveyls ouders hun zoon bezoeken nadat die een studentenkamer in het Leidse heeft betrokken.

'Waarom riepen ze, zoals ze daar voortschuifelden, zulke tegenstrijdige, pijnlijke gevoelens op: deernis én ontzetting, medelijden én wrok? Het was of de genegenheid die zij opriepen terstond vergezeld diende te gaan van aandoeningen die die genegenheid weer ongedaan maakten. Liefde transformeerde tot wrevel, verknochtheid tot misnoegen.' (…)

Alles bij elkaar is 'Het woeden der gehele wereld' een intrigerende roman, al duurt het vanwege de lange aanloop wel een tijd voordat de spanning er een beetje inkomt.

Ook zal de lezer het voor lief moeten nemen dat de zeer op Maarten 't Hart gelijkende verteller allerlei zaken te berde brengt die met de intrige niets te maken hebben, en niet zouden misstaan in een opsomming van bezwaren tegen de geest der eeuw. Maar wie ook daarvan houdt, zal een paar kostelijke uren beleven.



Arnold Heumakers, de Volkskrant, september 1993



Moord en melodrama in Maassluis



(…) Maar het ergst van al is 't Harts kennelijk onbedwingbbare behoefte om alles uit te leggen. Dat begint al meteen na de proloog, wanneer hij zijn hoofdpersoon en verteller laat verzuchten: 'Het was zo'n vreemde wereld, die wereld van mijn jeugd', om vervolgens uit te weiden over gassies, juten, hittepetitjes en aandere merkwaardige uitdrukkingen en gezegden die in zijn 'wereld' werden gebezigd. Door het al bij voorbaat te hebben aangekondigd, verhindert hij dat de lezer zelf op het idee zou kunnen komen dat dit inderdaad een vreemde wereld moet zijn geweest.

Weliswaar krijgt deze vreemdheid door de ontknoping nog een andere dimensie, maar het kwaad is dan al geschied. Op dezelfde manier verpest hij elders een op zichzelf komische passage waarin een gedreven evangelist orakelt over 'Het Gruis, het Gruis, en nog eens het Gruis', door daar nodeloos aan toe te voegen: 'Het verbaasde en hinderde mij toen overigens dat hij het woord Kruis uitsprak als Gruis; nu, na al die jaren verbaast het mij minder'. 't Hart slaagt er maar niet in iets voor zichzelf te laten spreken. Geen moment mogen we vergeten dat hij het is die het woord voert. Alexander Goudveyl is dan ook ondanks zijn in de ontknoping onthulde afkomst het zoveelste alter ego van de schrijver, behept met diens oubollige verteltrant en diens uit vroegere publicaties en interviews overbekende voorkeuren en afkeuren. Wil zoveel eenvormigheid op den duur geen irritatie wekken, dan moet je wel van heel goeden huize komen. Een eenvoudig misdaadverhaal is dan niet voldoende, vooral niet als dit in weerwil van het geleende oorlogsleed en het betoonde ontzag voor de mateloosheid van het heelal nauwelijks weet te verbergen dat het eigenlijk een ouderwetse draak is.



Janet Luis, NRC Handelsblad, 27 augustus 1993



In Nederland regent het bijna nooit



(…) Het is een merkwaardige, maar interessante mengeling van pychologische roman, dorpsverhaal met universele pretentie en detective.

De moord op een wijkagent spookt mooi onheilspellend door het hele boek en krijgt een verrassende ontknoping. Ook stilistisch valt er deze keer meer te genieten. De wat mokkerige ondertoon van 'Onder de korenmaat' heeft plaats gemaakt voor een levendiger geluid, (…)

Hem is wel eens 'eentaligheid' verweten, maar ik ken geloof ik geen schrijver die tweetaliger is dan Maarten 't Hart. Zijn romans en verhalen zijn evenzeer van de straat als van de cultuur. Ze willen van het volk zijn, maar geven evenzeer blijk van een hyperindividuele instelling. Ze gaan over het leven van alledag, maar evenzeer over de liefde voor het hogere, voor alles wat zich juist onttrekt aan dat banale, alledaagse leven. Je zou het tragisch kunnen noemen dat 't Hart, net zo min als zijn personages, in staat is om te kiezen tussen die twee werelden, maar het maakt natuurlijk ook precies de bizarre charme uit van zijn werk dat ze meer of minder vreedzaam coëxisteren. (…)
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen