U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten 't Hart - Een Vlucht Regenwulpen.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7817 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1874 woorden.

Maarten 't Hart - Een vlucht regenwulpen

Beoordeling door Ornée & Vermeer Tekstbureau



Technische gegevens

Eerste druk september 1978

Aantal pagina's: 197 pagina's

Structuur: er zijn 23 hoofdstukken. Elk hoofdstuk heeft een titel. De hoofdstukken beginnen niet op een nieuwe bladzijde.

Vormgeving: Het boek heeft geen een plaatje. De voorkant is groen met witte letters ( titel van het boek en de schrijver ).

De titel 'Een vlucht regenwulpen' houdt verband met het sterven van zijn moeder. De regenwulpen symboliseren de vlucht van de ziel uit het lichaam.

Motto: Zondag 10 (uit Heidelberger Catechismus): Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods? Antwoord: 'De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met zijn hand nog onderhoudt, en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn vaderlijke hand ons toekomen'.



Samenvatting

Maarten (de 30-jarige ikfiguur) plukt in zijn kas druiven als geschenk voor het huwelijk van zijn vriend Jakob. In het kort vertelt hij zijn levensgeschiedenis. Hij werd streng-gereformeerd opgevoed. Tijdens zijn HBS-tijd woonde hij bij oom en tante. Oom hield zich bezig met de eeuwigdurende beweging. Hij had gevonden wat hij zocht en toen was zijn leven zinloos. Hij overleed vlak daarna. Tante overleed enkele dagen na zijn kandidaatsexamen. Daarna overleed vader en Maarten gaat bij moeder wonen.

Meester Cordia was kapitein in het leger. Hij haalde Maartens vader over en daarom hoefde Maarten geen tuinder te worden.

HBS-tijd, biologiestudie in Leiden, dood van zijn moeder (keelkanker) en hoogleraar in celbiologie

Maarten gaat naar het huwelijksfeest. Jakob gaat met Jacqueline trouwen. Onderweg daarnaar toe, pikt hij de vijf jaar jongere zus van Martha, zijn jeudliefde op. Maarten maakt een afspraak (zijn eerste afspraak) met haar voor een concert op 15 oktober. Plotseling wordt hij overvallen door een dwanggedachte dat hij binnen veertien dagen een vrouw zal moeten vinden of anders zal sterven. Wanneer hij 's avonds ternauwernood aan een auto-ongeluk ontsnapt, ziet hij dit als een eerste vingerwijzing van de dood. Een tweede 'teken' is het ongelukje met de lamp in het laboratorium, waardoor hij bijna geëlektrocuteerd wordt.

Maarten denkt terug aan zijn vroege jeugd, de relatie met zijn moeder. Voor zijn schooltijd speelde hij altijd alleen. Vader praat niet veel en moeder heeft rituelen en is rustig.

Pleinvrees: Hij gaat voor het eerst met zijn ouders naar het dorp om zijn amandelen te laten pellen. De reis, die per schuit door de rietlanden voert, maakt op hem een diepe indruk; de kennismaking met de bewoonde wereld staat daarmee in een schril contrast. Op het veilingplein, waar ze aanleggen, is het een en al drukte en beweging en wanneer ze na een korte wandeling plotseling op een groot, leeg plein staan, schroeft de angst zijn keel dicht. De vurige streep rondom de zwarte schaduw van de kerktoren lijkt een voorbode te zijn van wat hem te wachten staat. Bij de dokter kan hij zich goed houden, maar toen hij in de behandelstoel zat en de dokter een gloeiende tang in zijn mond bracht, brak zijn weerstand Als hij weer in de armen van zijn moeder ligt en met haar naar buiten gaat, kan hij alleen maar denken: waarom heeft zij dit toegelaten?

Zijn lagere schooltijd: De eerste dag op school was hij de enige waarop niet hoefde te huilen. Tijdens het speelkwartier staat hij altijd alleen. Niemand bemoeit met hem. Zo raakt hij steeds verder geïsoleerd van zijn klasgenoten. In klas vijf, de klas van de bovenmeester, wordt de kloof tussen Maarten en zijn klasgenoten nog groter. Er komt ook een vechtpartij wanneer vier jongens hem een flink eind over het tegelpad gevolgd zijn. Het vechten draait echter uit op een overtuigende overwinning van Maarten. Meester Cordia ziet dat Maarten snel vordert tijdens de bijlessen en daarom besluit hij dat het beter is voor Maarten als hij zich voortaan helemaal afzondert van de klas. Hij brengt zijn dagen door in het hoofdenkamertje. Dit maakt zijn eenzaamheid echter compleet.

Maarten zegt een vergadering af en gaat roeien, omdat hij toch nog maar 13 dagen te leven heeft. Hij woont in het oude huis. Hij maakt een testament en geeft alles aan Jakob. Daarna denkt hij terug aan zijn zieke moeder. Ze heeft keelkanker. Op vrijdag komen ouderlingen op bezoek bij zijn moeder. Machteloos moet Maarten dan toezien hoe de beide mannen proberen hun 'zuster' op haar verplichtingen aangaande de geloofspraktijk te wijzen. Even later krijgt hij zelf ook een beurt, maar de ouderlingen staan al gauw met hun mond vol tanden. Tenslotte stellen ze voor, de avond met gebed te besluiten. Tijdens dat gebed wordt het Maarten te machtig en hij schopt ze de deur uit. Hij slaat een ouderling recht in het gezicht en gooit er even later een in het water. De ander maakt dat hij weg komt. De volgende dag sterft zijn moeder, juist als er een vlucht (zeldzame) regenwulpen voorbijtrekt. Dat troost hem.

Tijdens de reünie van zijn oude HBS ontmoet Maarten Martha; ze is inmiddels getrouwd en heeft twee kinderen. Hij probeert die avond zo vaak mogelijk in haar nabijheid te zijn.

Maartens gedachten gaan terug naar de middelbare schoolperiode en zijn verliefdheid op Martha. Theo, een medeleerling, maakt hem op haar attent en hij is gelijk verkocht. Ze mochten allebei bij de redactie van de schoolkrant komen, maar Martha hield dat niet lang vol. Iedere pauze staat hij achter de ramen om haar bewegingen te observeren. De klas krijgt het door en ze pesten hem daarmee. Dit draait tenslotte op een vechtpartij, waarbij Johan Koster de weer buiten zinnen geraakte Maarten tot bedaren brengt en zo erger voorkomt. Hij wordt Maartens eerste echte vriend. Op een schoolavond speelt Martha piano. Daar maakt hij kennis met de muziek van Schubert.

Het kerkbezoek. Hij gaat naar Martha's kerk. Zij schrikt als zij hem ziet. Zij heeft een vriend Hij vertrekt weer snel en denkt aan zelfmoord, omdat zij schrok van hem. Na de eerste gedachte aan zelfmoord, verloor hij ook het geloof, daarom ging hij naar een kerk om zich af te vragen wat het geloof nou was. Hij ontmoette daar buiten de kerk een meisje dat precies liep als Martha. De dienst was niks en na de dienst was het meisje verdwenen. Hij was nog vaak teruggekeerd, maar had dat meisje nooit teruggezien. Daarna liep hij vaak gewoon over straat om nog een keer zo een ontmoeting te hebben.

Maarten rijdt met de auto naar Bern, waar hij op een congres van celbiologen moet spreken. Hij ontmoet daar Adrienne Ponchard (Frans-Zwitserse celbiologe). Hij eet elke avond met haar, maar op de laatste congresdag voelt hij zich weer eenzaam. Zijn lezing heeft veel succes. Hij gaat de stad in, spreekt een prostituée aan. Ernst Bitzius nodigt hem uit voor een bergtocht Het is op de Schynige Platte en Adrienne gaat ook mee. Maarten denkt dat er iets tussen hen bloeit. De terugweg komen ze bij een nauwe kloof en Maarten maakt een ernstige val, daardoor verdwijnt zijn dwanggedachte. Hij zag namelijk de dood steeds dichterbij komen. Het was hem niet aangekondigd dat hij zou sterven, maar realiseren wat doodgaan inhoudt.

De afspraak met Marha's zus schrijft hij af. Hij wilt niet iemand met zijn abnormaliteit opschepen. 's Nachts heeft Maarten een angstdroom waarin Martha verschijnt. Hij ziet een duidelijk beeld van het gezicht van Martha. Hij ontwaakt met een vredig gevoel.

Personages

Hoofdpersoon is Maarten (ikfiguur), hij is 30 jaar oud, hoogleraar weefselkweek (heeft een bliksemcarrière gemaakt). Hij leidt een solitair bestaan; kiest bewust voor de eenzaamheid. De eenzelvigheid komt voornamelijk doordat hij alleen is opgegroeid. Broers en zusjes had hij niet. Hij was in zijn jeugd verliefd op Martha, zijn ideaalbeeld. Hij maakt moeilijk contact met anderen (is geremd).

Zijn vriend Jakob (tevens zijn tegenpool) is getrouwd met Jacqueline.

Zijn vader is zwijgzaam en streng en zijn moeder is rustig.

Thema en motieven

Centraal staan de eenzaamheid en een ongelukkige jeugdliefde.

Motieven:

moeizame verhoudingen met meisjes

carrièremotief

drift en woede

de natuur en de muziek

pleinvrees

Maarten is vaak te vinden achter de ramen.

Beschrijving van plaats en tijd

De gebeurtenissen spelen zich af rond het ouderlijk huis(Delft), de rietlanden, het tegelpad en de bergen (Bern). Zijn hele jeugd brengt hij bij het ouderlijk huis door. Naarmate de kloof tussen Maarten en de wereld groter wordt, gaan de rietlanden een rol spelen. Het tegelpad wordt de verbinding tussen het ouderlijk huis en 'de wereld'. Op dit pad leert hij alles wat belangrijk voor hem is. Het berglandschap heeft een krachtige ruimtelijke werking op hem. Hij heeft nu het idee dat hij vrij kan ademhalen. Hier komt hij in harmonie met zichzelf.

Er zijn veel flashbacks. Er zijn vier tijdlagen:

-vroegste jeugd;

-middelbareschooltijd (de ik is 18 jaar);

-recent verleden (de ik is 24 jaar);

-het heden (1 tot en met11 oktober, de ik is30 jaar).

Het eigenlijke verhaal beslaat dus elf dagen.

Verteltechnische gegevens:

Het is een ikroman. De hoofdpersoon is tevens de verteller van het verhaal, dat hij in de eerste persoon enkelvoud vertelt. Er is dus een vertellende personage.

Het taalgebruik is erg makkelijk. Er worden geen moeilijke woorden gebruikt en ook niet al te lange zinnen.

Eigen mening:

Ik vind het boek leuk. Er zijn aardig wat gebeurtenissen en dat vind ik het leukst om te lezen. Verder vind ik ook dat je de eenzaamheid van de hoofdpersonage goed kunt voelen. Ik snap alleen niet hoe een persoon zichzelf zo van de buitenwereld kan afsluiten. Dit is voor mij wel onbegrijpelijk.

Vanuit de literaire kritiek heeft men een aantal meningen over het boek:

Aad Nuis schrijft in Haagse Post dat hij dit het beste vindt wat Maarten 't Hart ooit heeft geschreven en ook Carel Peeters spreekt in Vrij Nederland van 'een schitterend roman'. Vooral de compositie, evenals de spanning en het helder taalgebruik van de auteur worden geprezen. Robert Anker vindt dat 't Hart nog teveel naar clichés heeft gegrepen.

Achtergronden van de schrijver

Maarten 't Hart is geboren op 25 november 1944 te Maassluis; afkomstig uit een streng gereformeerd milieu; hij studeerde na de HBS biologie; promoveerde in 1978 en werd etholoog aan de Universiteit van Leiden; zijn passies zijn: literatuur, biologie en muziek. In 1971 debuteerde hij als schrijver onder het pseudoniem Martin Hart met de roman 'Stenen voor een ransuil'.

Andere werken van hem zijn: 'Ik had een wapenbroeder' (1973), 'Mammoet op zondag' (1977) 'De aansprekers '(1979), 'De huismeester' (1985), 'De steile helling' (1988), 'Onder de korenmaat' (1991). Hij heeft ook een paar essays en wetenschappelijke proza geschreven.

In veel werken zet 't Hart zich af tegen het gereformeerde milieu. Zijn werk bevat veel autobiografische elementen. Schrijven beschouwt hij als een soort psychotherapeutisch middel om van zijn obsessies af te komen. In 1992 trad hij voor het eerst in de openbaarheid als Maartje Hart (in travestie).

Achtergronden van het boek

De hoofdpersoon uit 'Een vlucht regenwulpen' heet, net als de schrijver, Maarten en hij is eveneens afkomstig uit een streng gereformeerd milieu. Ook hij heeft de HBS doorlopen, waarna ook hij biologie is gaan studeren. De beide vaders zijn werkzaam in de tuinderij.

De hele Martha-geschiedenis heeft werkelijk zo plaatsgevonden. Alleen ze heette Marijke

Reedijk. Toch is het onjuist dit boek als een stuk autobiografie van de schrijver te zien.

Het genre is een sterk autobiografische psychologische roman, in 1981 verfilmd door Ate de Jong.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen