U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tweedewereldoorlog - Het Bittere Kruid Ingezonden Door: Miriam Vd Ploeg .
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=322 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1604 woorden.

Dit verslag is de vijfde druk, uit 1995. De eerste druk was in 1957. De uitgeverij van het boek is Bert Bakker, te Amsterdam. De genre van het boek is een oorlogs roman.





Marga Minco werd geboren op 31 maart 1920 in het Brabantse Ginneken. Zij was de jongste in een orthodox-joods gezin dat al twee kinderen telde, de vijfjarige Dave en de een jaar oude Bettie. De voornaam Marga dateert uit haar onderduiktijd - haar geboortenaam is Sara, al snel veranderde in Selma. Vijf jaar oud verhuisde Minco met haar familie naar het naburige Breda, waar haar vader een belangrijke positie in de joodse gemeente kreeg. Onder invloed van zijn vrouw, een meer liberaal-joodse onderwijzeres, stond hij op den duur een minder streng-orthodoxe opvoeding voor zijn kinderen toe. Dat nam niet weg dat de Minco's, niet als andere joods families, in het katholieke Breda als 'anders' werden beschouwd - iets waar vooral kinderen niet van houden: 'Wij wilden zijn zoals iedereen', herinnerde Minco zich later. Na de lagere school bezocht Minco de Nutsschool voor Meisjes, waar haar liefde voor lezen en schrijven tot bloei kwam. Op basis van een reeks verhalen werd zij in 1938 aangenomen als leerling-journaliste bij de Bredasche Courant. Behalve journalistiek werk schreef ze voor deze krant cursiefjes onder de naam Hus. Het Algemeen Handelsblad publiceerde haar kinderverhaal 'Het gouden knikkertje' en ze voltooide een kinderboek, dat echter nooit werd gepubliceerd. Meteen na de capitulatie in mei 1940 werd Minco bij de krant ontslagen, op aandringen van een vooraanstaan NSB'er. Nog dat najaar verhuisde ze naar Amersterdam, waar ze enige tijd in de huishouding werkte. Vanwege een lichte vorm van tbc werd zij voorjaar 1941 opgenomen in een ziekenhuis in Utrecht en kwam hierna in een sanatorium in Amersfoort terecht.





Inhoud





De hoofdpersoon:


Ik-persoon: in het begin van Het bittere kruid is de Ik-persoon een gewoon jong meisje. Door de oorlog en de jodenvervolging echter groeit zij uit tot iemand die weet te overleven. Een combinatie van slimheid en de juiste contacten zorgen ervoor dat de Ik-persoon op de juiste plaats terechtkomt en dat ze de oorlog overleeft.





Bijpersonen:


Vader: de vader van de Ik-persoon is een optimistische man die denkt, of misschien doet hij het zo voorkomen, dat het allemaal wel mee zal vallen met de Duitsers.


Moeder: de moeder van de Ik-persoon ziet de toekomst somber in. Zij stelt voor om mooie portretfoto’s te laten maken als “aandenken voor later”.


Bettie: Bettie is de zus van de Ikpersoon. Zij wordt het eerste van de familie op een razzia opgepakt.


Dave en Lotte: Dave is de Broer van de Ikpersoon, hij is getrouwd met Lotte. Als Lotte tijdens een reis naar Utrecht opgepakt wordt, besluit Dave zich vrijwillig bij de Duitsers aan te sluiten.


Het speelt zich in de Tweede wereld oorlog af, in ongeveer een periode van 5 jaar. Eerst in Breda. Daarna moeten ze vluchten en komen ze in de Joden-Getto van Amsterdam terecht. Later vlucht ze nog met haar broer en zijn vriendin naar Utrecht. Maar als haar de vriendin word gepakt moet ze alleen en gaat ze naar heemstede daar blijft ze totdat de oorlog was afgelopen.





De gebeurtenissen in dit verhaal worden op een chronologische wijze verteld. De gebeurtenissen volgen elkaar mooi op. De tekst is niet-continue verteld. Er worden wel veel gebeurtenissen verteld, maar lang niet allemaal. De ene gebeurtenis wordt weer wat uitgebreider verteld dan de andere, maar dat maakt het juist boeiend. In de tekst komen niet zoveel flashbacks, terugverwijzingen of vooruitwijzingen voor. Voorbeeld van een terugwijzing: “De hele stad had moeten evacueren”. De terugverwijzingen, flashbacks of vooruitwijzingen hadden weinig effect op mij. Het creëert wel meer spanning. De vertelde tijd is ongeveer vijf jaar. Het speelt zich af van 1940 tot 1945(TweedeWereldoorlog).





Perspectief


Het is geschreven vanuit de Ik persoon. Die Ik persoon is Marga Minco geweest.





Het thema is de tweede wereld oorlog en de continue vlucht voor de Duitsers. Enkele motieven daarbij zijn: angst om opgepakt te worden, onbegrip van waarom dit hun moet overkomen, maar ook een beetje spannend want het is wel een avontuur om ervoor te zorgen dat je uit de handen van de Duitsers blijft. En er is nog een thema "vrijheid". Vrijheid is iets wat je door de onduidelijkste redenen afgenomen kan worden. Op deze manier kun je veel dingen verliezen, zoals de mensen waarvan je houdt. Zoals in het verhaal je familie.





Als de Duitsers de stad Breda binnentrekken, wordt iedereen geëvacueerd. Grote troepen mensen trekken zuidwaarts in de richting van de Belgische grens. Onder hen bevinden zich vader en moeder Minco en hun dochter, Dat is waarschijnlijk Marga Minco zelf geweest. Hun twee andere kinderen, Dave en Bettie, zijn in Amsterdam. Na een paar dagen is alles rustig en gaan ze terug naar huis. Het leven hervat zijn normale loop, alsof er niets gebeurd is. Vader Minco is een aartsoptimist en meent dat de Duitsers de Joden in Nederland netjes behandelen. Het ogenblik komt waarop ze de gele jodenster op hun kleren moeten gaan naaien. De Familie doet dat zonder er drukte over te maken. Kort daarop worden vader en Dave opgeroepen om voor arbeidsdienst gekeurd te worden. Beiden worden afgekeurd, de vader op grond van huiduitslag, de zoon doordat hij een drankje had ingenomen dat hem ziek maakte. In deze tijd laat de familie, net als veel andere Joden, een gezinsfoto maken. In Amsterdam wordt Bettie tijdens een razzia opgepakt. Na een paar dagen ontvangen ze van haar een kaart, waarin ze schrijft dat ze het goed maakt. Weer later vertelt Wout, een kennis in Amsterdam, dat ze is doorgestuurd naar een concentratiekamp. Ze zien haar niet meer terug. In tegenstelling tot veel andere Joden besluiten de Minco s niet onder te duiken, voornamelijk als gevolg van het optimisme van de vader. Ze ontvangen een beroep zich te melden, maar een kennis zorgt ervoor dat ze niet hoeven te gaan. Wel moeten de ouders verhuizen naar het "Judenviertel" in Amsterdam, waar Duitsers een getto aan het inrichten zijn. Marga Minco een Dave krijgen een doktersattest dat ze ziek zijn. Daarom lopen ze de hele dag in pyjama, zodat ze in bed kunnen springen zodra er gebeld wordt. Op een dag gaat Marga haar ouder in Amsterdam opzoeken. Ze hebben daar kamers in een groot huis aan de Sarphatistraat. Met z n drieën wonen ze er enige tijd. Ze merken dat er af en toe Joodse families verdwijnen: die duiken onder of worden gepakt. Als er weer eens een razzia in de straat plaatsvindt, verbergen de Minco s zich in het souterrain. Een keer wordt Marga Minco op straat voor een ander aangezien en bijna meegenomen. Bij een andere gelegenheid weet zij tijdens een razzia nog net te ontsnappen. Een Joods bejaardentehuis, waarin haar tante Katja woont, wordt door de Duitsers leeggehaald. Intussen gaat het godsdienstige leven in de Joodse gemeenschap gewoon door. Dan komt het ogenblik waarop vader en moeder Minco worden opgepakt om gedeporteerd te worden. De vertelster weet te ontsnappen. Zij ziet haar ouders nooit meer terug en voelt zich schuldig dat zij zelf op vrije voeten is. Zij gaat naar het huis aan de Weteringschans waar haar broer Dave is ondergedoken. Lotte, de vrouw van Dave, bleekt haar haar en bezorgt haar een nieuw persoonsbewijs. Maar de hospita krijgt argwaan en ze moet een ander onderkomen zoeken. Dave, Lotte en de vertelster gaan naar Utrecht om onderdak te zoeken. Om zo min mogelijk risico te lopen, kopen ze afzonderlijk een kaartje. Als de vertelster in de trein zit, komt Dave aangelopen en zet zonder iets te zeggen een tas bij haar neer en verdwijnt dan weer. In Utrecht aangekomen hoort zij dat Dave en Lotte zijn opgepakt. Nu wil ze niet meer in Utrecht blijven. Ze gaat terug naar Amsterdam, waar Wout ervoor zorgt dat ze kan onderduiken bij een arm daglonersgezin op het platteland. Daar moet ze met de vrouw des huizes een bed delen. Het geld dat Dave bij haar heeft achtergelaten raakt op. Ze kan niet blijven bij het arme gezin. Wout bezorgt haar een nieuw persoonsbewijs en een adres in Heemstede. Daar begint ze een nieuw leven onder een andere naam. In de epiloog brengt de vertelster, enkele weken na de bevrijding, een bezoek aan haar oom in Zeist. Hoewel hij bericht heeft gekregen van het Rode Kruis dat zijn broer ( de vader van Marga Minco vertelster) dood is, blijft hij hopen op zijn terugkomst. Daarom loopt hij iedere dag naar de tramlijn om te kijken wie er uitstappen. Maar de vertelster weet dat haar familie nooit meer terug zal komen. Haar ouders niet, Bettie niet, Dave niet en Lotte niet. Later sterft de oom.





Het is een open eind je weet niet wat ze gaat doen hij staat bij de tram op familie te wachten maar er komt niemand.





Verklaring van de Titel: Het bittere kruid.


Als Dave, Lotte en Marga uit de Weteringsschans moeten vluchten (waar ze woonden) Moet Marga die nacht denken aan het verhaal over de uittocht uit Egypte, aan het eten van het ongezuurde brood en het bittere kruid. Het boek is ontleend aan Exodus 12:8. Daar wordt verteld over de viering van het. paasfeest, luidt: "het vlees zullen zij dezelfde nacht eten; zij zullen het eten op het vuur gebraden, met ongezuurde broden, benevens bittere kruiden.





Ik vond het een Realistisch boek. Want het werd goed duidelijk hoe zwaar de Joden het hadden en in wat voor angstige tijden ze zaten.


Ik vind dat het taalgebruik makkelijk is. Het enige moeilijke, de joodse termen, staan achter in het boek uitgelegd. Hierdoor en mede door het feit dat het boekje zo dun is, is het boek erg makkelijk te lezen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen