U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Karel Glastra Van Loon - De Passievrucht.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=8870 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3787 woorden.

De Passievrucht

A Zakelijke gegevens:

Titel: De passievrucht

Auteur: Karel Glastra van Loon

Uitgever: L.J. Veen

Gelezen druk: zeventiende

Uitgiftejaar: 2000

Uitgiftejaar eerste druk: 1999



B Inhoud:



Samenvatting:

Armin Minderhout heeft een dertienjarige zoon, genaamd Bo, van zijn inmiddels overleden vriendin, Monika Paradies. Samen met hem en zijn tweede vriendin Ellen woont Armin in Amsterdam.



Ellen en Armin willen graag samen een kind, maar dat wil niet echt lukken. Daarom doen ze een vruchtbaarheidsonderzoek, waaruit blijkt dat Armin het syndroom van Klinefelter heeft en daardoor zijn hele leven al onvruchtbaar is. Armin kan dus niet de biologische vader van Bo zijn en omdat Monika al een paar jaar dood is, kan hij niet aan haar vragen wie dat wel is. Allerlei vragen spoken door zijn hoofd.



Armin probeert via herinneringen, foto’s en vermoedens de biologische vader van Bo te vinden. Na een tijdje heeft hij bedacht wie het zou kunnen zijn, namelijk Robbert Hubeek, de ex-vriend van Monika. Robbert en Armin hebben elkaar nooit echt aardig gevonden en hun gesprek is niet echt goed. Robbert zegt dat hij en Monika nog één keer seks hebben gehad nadat ze uit elkaar waren gegaan, maar toen was Monika al zwanger en dus kan Robbert niet de vader van Bo zijn.



De huisarts van Monika en Armin is de volgende man waar Armin naar toegaat. Midden in een gesprek vraagt Armin of de huisarts de vader is van Bo, maar die zegt, geschrokken, dat dat niet zo is en Armin gelooft hem.

Armin vraagt aan Ellen of het niet iemand van het reisbureau waar Monika werkte kan zijn. Ellen noemt een paar mannen op en komt uiteindelijk bij Niko Neerinckx uit.



Hij heeft, zo vertelt Ellen, al menig huwelijk op de klippen doen lopen, omdat hij op vrouwen van anderen viel.

Armin gaat naar een café, waar hij regelmatig met zijn vriend Dees praat. Hij vertelt Dees dat hij met Niko gaat praten. Dees waarschuwt Armin ervoor dat Niko misschien de voogdij wil en Armin besluit om dan maar bij Niko’s vrouw, Anke, langs te gaan.



Als hij op een avond bij Anke aanbelt, komt hij met een andere naam, Erik Aldenbos, en een smoes bij haar binnen. Hij vertelt aan Anke dat hij vroeger in haar huis gewoond heeft en eens een brief heeft geschreven aan zijn moeder en die heeft verstopt op zolder tussen de planken. Anke gelooft Armin, vertelt hem over haar drie kinderen van wie de oudste Bo heet en laat hem foto’s zien van de verbouwing van het huis, zodat Armin zich misschien herinnert waar de brief precies ligt. Als er een foto uit het fotoboek valt, schrikt Armin, want op de foto staat Monika. Zo wijzen veel dingen erop dat Niko de biologische vader van Bo zou kunnen zijn.



In de tijd van zijn zoektocht denkt Armin de hele tijd aan Monika, haar ziekte en haar dood. In deze tijd overlijdt ook zijn vader en Armin besluit om er eens even tussenuit te gaan met Bo. Ze gaan samen naar Hollum, op Ameland, en hebben daar een gezellige tijd, totdat Bo verliefd wordt op een meisje dat daar ook op vakantie is en samen met haar uitgaat. Armin gaat zich op die avond bezatten en als hij ’s ochtends wakker wordt, met een enorme kater, gaat Armin op Bo’s bed liggen en hij wordt pas weer wakker als hij geschreeuw hoort. Het is Bo. Hij is heel boos, omdat Armin in zijn bed heeft liggen kotsen. Armin wordt ook heel boos en schreeuwt tegen Bo dat hij zijn vader niet is.



Wanneer Armin en Bo weer thuis zijn, gaat Armin met Dees naar het huis van Armins vader om op te ruimen. Als ze bijna klaar zijn, loopt Armin nog één keer het hele huis door. Hij kijkt hier en daar en ziet zo nog een kistje met brieven en kaarten van zijn ouders staan. Hij leest wat brieven en ziet plotseling een briefje waarop staat: ‘Ik ben zwanger. M.’



Armins wereld stort in elkaar. Hij beseft dat dit niet een gewoon briefje was van Monika naar zijn vader. Zijn vader is ook Bo’s vader.



Nadat Armin Dees heeft afgezet bij zijn huis en hij even een stukje heeft gelopen, rijdt hij terug naar huis. Daar zitten Ellen en Bo op de bank. Op de tafel voor hen ligt een brief van Monika voor Bo waarin staat wie zijn vader is. Ellen heeft al die jaren deze brief bewaard en heeft vanaf het begin al geweten wie de biologische vader van Bo was.



De hoofdpersoon:

De hoofdpersoon is Armin Minderhoud, die zich in één situatie voordoet als Erik Aldenbos. Hij is ongeveer 36 jaar en werkt als corrector bij een wetenschappelijke uitgeverij.



Zijn kin steekt iets naar voren en zijn linkervoet is een halve maat kleiner dan zijn rechter, maar meer wordt er niet over zijn uiterlijk verteld. Hij weet veel, wil altijd de waarheid weten, maar is vooral wantrouwend.



Armin heeft een vriendin gehad, Monika. Ongeveer drie jaar na de geboorte van hun kind Bo, is ze overleden. In het begin van het boek wordt het echter duidelijk dat Armin niet de biologische vader is van Bo.



In de tegenwoordige tijd heeft Armin een andere vriendin, namelijk Ellen.



Het probleem van de hoofdpersoon en hoe het wordt opgelost:

Armin heeft een zoon van dertien, maar uit een onderzoek naar zijn vruchtbaarheid blijkt dat hij altijd al onvruchtbaar is geweest (hij lijdt aan het syndroom van Klinefelter, een afwijking van de geslachtschromosomen). Hij wil weten wie de biologische vader van Bo is en gaat op onderzoek uit.



Het probleem wordt niet echt opgelost, maar aan het eind van het boek weten Bo en Armin beiden wie de biologische vader van Bo is.



De bijpersonen:

Bo: Bo is de (vermeende) zoon van Monika en Armin. Al snel blijkt dat Armin echter niet de biologische vader van Bo is. Dit komt Bo pas laat in het boek te weten.

Bo is in de tegenwoordige tijd ongeveer dertien jaar. Hij heeft net als Armin een kin die iets naar voren steekt en een linkervoet die een halve maat kleiner is dan zijn rechter.



In de verleden tijd wordt er geschreven over Bo op verschillende leeftijden.

‘Voor het eerst is Bo niet blij met de vliegkunst van de meeuwen. ‘Weg!’ roept hij.‘Weg!’ Maar de meeuwen laten zich niet verjagen door een peuter.’ (blz.50)

‘De deur gaat open. Het is Bo. ‘Ik kan niet slapen,’ zegt hij. ‘Wil je een glaasje

wijn?’ vraagt Ellen. ( Wat is het snel gegaan, denk ik. Bo drinkt wijn!)’ (blz.60)



Monika: Monika was de eerste vriendin van Armin en de moeder van Bo. Ze is, toen Bo ongeveer drie of vier was, gestorven aan een hersenvliesontsteking. Ze komt alleen voor in de gedachten en herinneringen van Armin.

Monika had een witte huid en rode haren. Ze vond ongewone dingen leuk en ze werkte bij het reisbureau “De Kleine Wereld”.



Ellen: Ellen is in de tegenwoordige tijd de vriendin van Armin en ze was de beste vriendin van Monika. Daardoor heeft ze Armin leren kennen.



Toen Monika net dood was, dronk Armin heel veel en zwierf hij ook veel over straat met Bo. Ellen heeft Armin uit dat dal gehaald en ervoor gezorgd dat hij weer een normaal leven ging leiden.



Ze is een steun voor Armin en voedt samen met hem Bo op.

Aan het eind van het boek wordt duidelijk dat ze altijd geweten heeft wie de biologische vader van Bo was.



Dees: Dees is de beste vriend van Armin. Hij is wetenschappelijk redacteur en werkt voor dezelfde uitgever als Armin. Dees werkt al jaren aan een boek dat gaat bewijzen dat Darwins evolutietheorie niet klopt. Hij heeft het dan ook vaak over Darwin.



Armin vertelt veel aan Dees en vindt discussiëren met hem het beste ‘medicijn’ voor depressie, wanhoop, neerslachtigheid en een gevoel van hulpeloosheid.



Ouders van Monika: Armin en Monika vinden hen allebei niet echt aardig. Andersom is dit ook zo. Het zijn de lievelingsgrootouders van Bo.



Ouders van Armin: De moeder van Armin bestaat alleen nog in de gedachten en herinneringen van Armin. Ze is na Monika’s dood gestorven, maar wanneer precies staat niet in het boek. De vader van Armin gaat pas laat in het boek dood. Hij is in Armins ogen een alleskunner en is de biologische vader van Bo.



Armins ouders willen allebei dat Armin gelukkig is, op welke manier dan ook.



Huisarts van Armin en Monika: De huisarts is één van de mannen van wie Armin denkt dat hij de vader van Bo is. Hij verzekert Armin echter dat hij nooit iets met Monika heeft gehad en dus ook niet de vader van Bo kan zijn.

‘Dertien. Lastige leeftijd. Maar hij maakt het goed?’

‘Ja, hij maakt het goed.’

‘En u?’

‘Bent u Bo’s vader?’

‘Wat zegt u?’

‘Of u Bo’s vader bent.’

Hij kijkt me niet-begrijpend aan. Zegt dan, heel langzaam, me geen moment loslatend met zijn ogen: ‘U vraagt…of ik…de vader ben…van Bo.’

‘Ja, dat vraag ik.’ Is hij geschrokken? Nee, ik geloof van niet –of hij is een meester in het verbergen van zijn emoties. Artsen zijn daar vast geoefend in. (blz. 94-95)



Robbert Hubeek: Robbert is de ex-vriend van Monika en tevens één van de mannen van wie Armin denkt dat hij de vader van Bo is. Hij woont in Amsterdam-Zuid.



Robbert vertelt aan Armin dat Monika en hij, nadat ze uit elkaar waren gegaan, nog één keer seks hebben gehad, maar Armin ontdekt dat dat was gebeurd toen Monika al zwanger was en dus kan Robbert niet de biologische vader van Bo zijn.



Niko Neerinckx: Niko werkte vroeger als reisleider bij het reisbureau “De Kleine Wereld” en was een collega van Monika. Armin verdenkt ook hem ervan de vader te zijn van Bo, maar hij is het niet.



Niko werkt in de tegenwoordige tijd bij een videoproductiebedrijf, hij is cameraman en regisseur. Hij woont in Haarlem, is getrouwd en heeft drie kinderen. Hij heeft een bleek gezicht, sluik en donker haar en donkere, een beetje verlopen ogen.



Anke Neerinckx: Anke is de vrouw van Niko. Ze is aardig, mooi en netjes opgevoed, maar ook een beetje raar, omdat ze zomaar een wildvreemde man, Armin, binnenlaat en hem het hele huis laat zien.



Door Anke krijgt Armin steeds meer het gevoel dat Niko de vader van Bo is, maar uiteindelijk merkt Armin dat dat niet zo is.



De verhoudingen tussen de personen:

Monika en Armin: In de verleden tijd van het boek, hebben ze een relatie totdat Monika sterft. Ze houden veel van elkaar.



Monika en Bo: Ze zijn moeder en zoon en houden ook veel van elkaar, ook al is Bo nog heel jong als zijn moeder sterft.

‘Waar is mama?’vroeg Bo af en toe.

‘Mama is dood,’zei ik dan.

‘O ja. Mama is dood.’ (blz.80)



Monika en Ellen: In de verleden tijd waren ze vriendinnen en vertelden ze elkaar alles, maar daar hoor je verder niet veel over.



Monika en Robbert: Ze hebben een relatie gehad.



Armin en Bo: Ze hebben een hele goede band met elkaar, ook nog als Armin en Bo weten dat Armins vader ook de vader van Bo is.



Ellen en Armin: In de tegenwoordige tijd hebben ze een relatie en voeden ze samen Bo op. Ellen wil met Armin trouwen, maar over deze gebeurtenis wordt niks gezegd in het boek.



Ellen en Bo: Je hoort niet veel over deze verhouding, alleen aan het eind van het verhaal komt Bo bij Ellen om met haar over zijn echte vader te praten.



Armin en Dees: Ze zijn goede vrienden en ontmoeten elkaar regelmatig in een café om te praten over Armins zoektocht naar de biologische vader van Bo en over Darwin.



Monika en haar ouders: Ze geven elkaar weinig liefde en zo hebben ze geen goede relatie.



Armin en Monika’s ouders: Ze vinden elkaar niet echt aardig, omdat Armin vindt dat ze te weinig liefde geven aan Monika en omdat de ouders van Monika vinden dat hij Bo van hen vandaan houdt. Ze ontmoeten elkaar zelden.



Bo en Monika’s ouders: In het begin van de herinneringen van Armin hebben ze een goede band, maar die verdwijnt omdat Bo maar zelden naar Monika’s ouders toegaat.



Armin en zijn ouders: Deze mensen kunnen het goed met elkaar vinden. Armins ouders willen dat Armin gelukkig is. Als Armin uiteindelijk ontdekt dat zijn vader ook Bo’s vader is, zijn zijn ouders al dood en is er helaas geen gesprek meer tussen hen mogelijk.



Monika en Armins ouders: In Armins herinnering hebben ze een goede band, al hoor je er niet veel over. Later blijkt dat Monika zich tot Armins vader aangetrokken voelde en ook een kind, Bo, van hem kreeg.



Bo en Armins ouders: Over deze verhouding wordt bijna niks verteld, maar ik kreeg de indruk dat het wel een goede verhouding was. Als Bo te weten komt dat Armins vader ook zijn vader is, is die man al dood.



Hoe leer je de personen kennen:

Armin is de ikpersoon in het boek. Je leest zijn gedachten, herinneringen en gevoelens en daardoor geeft hij zichzelf aardig bloot. Omdat hij de ikpersoon is, leer je de personen door zijn ogen kennen; als hij iemand niet aardig vindt, wordt die persoon onaardig beschreven.

Je leert Armin ook kennen door hoe hij nu handelt en hoe hij vroeger handelde.



Monika leer je niet echt goed kennen, vind ik, mede omdat Armin bijna alleen maar goede dingen over haar zegt en denkt. Ze wordt niet uitvoerig beschreven en ze is naar mijn gevoel een beetje raadselachtig.



Bo is eigenlijk een belangrijk persoon, maar je hoort niet zoveel over hem in de tegenwoordige tijd. Je weet niet precies hoe hij zich voelt en dat is best jammer vind ik. Alleen aan het eind van het boek lees je dat hij het rot vindt dat zijn beide echte ouders zijn overleden.



Ellen komt veel voor in de tegenwoordige tijd. Ze komt naar voren als een vrouw die mensen wil helpen en steunen. Dat komt ook omdat Armin steun bij haar zoekt.



‘Ik ben op de grond gaan zitten, op het vochtige asfalt. En ik dacht: Ik sta nooit meer op. Ik kan het niet meer. Het is mooi geweest. Het is op. Maar Ellen hurkte naast me neer en omhelsde me en streelde me en trok me tegen zich aan. Zo hebben we daar gezeten, terwijl de schemering inzette en de merels begonnen te zingen en de kilte langzaam optrok in mijn botten. En als Ellen me niet overeind had geholpen, als Ellen niet had gezegd dat we terug moesten naar huis, naar Bo, naar het heden, dan zat ik daar nu nog.’ (blz. 230)



Dees is de beste vriend van Armin en komt naar voren als een aardige man waarmee je goed kan praten en die helder nadenkt.



Monika’s ouders vindt Armin niet zo aardig. Ze komen dan ook naar voren als onaardige mensen die weinig liefde aan hun kind geven.



Armins ouders zijn in Armins ogen geweldig, vooral zijn vader, en zo komen ze ook naar voren. Als Armin ontdekt dat zijn vader ook de vader van Bo is, is hij boos op hem en begrijpt hij zijn vader niet.



De huisarts leer je niet echt kennen, omdat hij maar een paar keer kort in het boek voorkomt. Hij is eerlijk en vriendelijk tegenover Armin.



Robbert Hubeek komt naar voren als een arrogante man die leuk probeert te doen. Armin vindt hem, naar eigen woorden, een klootzak en zo komt hij ook duidelijk over.



Niko Neerinckx leer je niet kennen door Armin, maar door Monika. Zij vertelde dat Niko al enkele relaties kapot had gemaakt door te sjansen met de vrouwen. Verder hoor je niet veel over hem.



Anke Neerinckx komt naar voren als een vreemde vrouw, want als Armin, voor haar dan nog onbekend, bij haar aanbelt, is ze eerst terughoudend, maar al snel loopt ze een beetje met Armin te flirten. Dat merk je aan haar kleding en gedrag.



Waar en in welke tijd speelt het verhaal:

Het verhaal in de tegenwoordige tijd speelt zich bijna helemaal in Amsterdam af. Daar staat het huis van Armin, Ellen en Bo. Andere plaatsen zijn bijvoorbeeld Ameland en Abcoude.



De herinneringen van Armin spelen zich op verschillende plaatsen af, waaronder plekken in Amsterdam, op Ameland en in Haarlem.



Hoeveel tijd verloopt er ongeveer tussen het begin en het eind van het verhaal:

In de tegenwoordige tijd verlopen er een paar maanden, maar het is niet duidelijk hoeveel dat er zijn.



In de verleden tijd verlopen er een paar jaar, vanaf Armins ontmoeting met Monika tot een tijdje na Monika’s dood.



De volgorde van de gebeurtenissen:

Het boek is geschreven in twee tijden, de tegenwoordige tijd en de verleden tijd.



De tegenwoordige tijd is het verhaal waarin Armin de biologische vader van Bo zoekt en de verleden tijd zijn de herinneringen van Armin aan zijn relatie met Monika.



Het gevolg van de twee tijden is, dat je uit de verleden tijd dingen over Monika en de relatie van Armin met Monika te weten komt die misschien kunnen helpen bij de zoektocht van Armin naar de biologische vader van Bo in de tegenwoordige tijd.



De mogelijke bedoelingen van de schrijver:

Ik denk dat de schrijver een situatie wilde beschrijven die bijzonder en verrassend is, maar die wel echt kan gebeuren.

Misschien wilde hij ook laten zien hoe hij in zo’n situatie zou handelen of vond hij het een uitdaging om een verhaal te schrijven met een onderwerp waar je veel dingen voor moet opzoeken en uitpluizen of het wel allemaal echt zou kunnen.



De verhaalsoort:

De passievrucht is een psychologische roman.



C Mijn mening:

Ik vind het boek mooi en apart. Het is een ongewone situatie, die echter wel voor kan komen, maar waar ik nog nooit over gehoord en nagedacht had. Ik vind het verhaal mooi omdat ik me in de ikpersoon kan inleven, omdat zijn gevoelens, gedachten en handelingen duidelijk beschreven zijn.



Ik heb me voorgesteld hoe Armin zich voelt, maar omdat het mij als meisje niet snel zal overkomen, vond ik dat moeilijk. Toen heb ik eens nagedacht over de gevoelens van Bo en hoe het zou zijn als ik hoorde dat mijn vader niet mijn biologische vader zou zijn. Ik denk dat ik zou willen weten wie dat dan wel is, maar omdat mijn vader me al zo lang heeft opgevoed, zou ik hem misschien toch meer als een vader beschouwen.



Het duidelijke gebruik van twee verschillende tijden heb ik nog nooit gezien in de boeken die ik tot nu toe heb gelezen. Ik vind deze manier van schrijven leuk, omdat je eigenlijk twee verhalen hebt die samen weer één verhaal vormen en ik heb hiermee geen moeite gehad.



In het boek stonden soms wel lastige stukken over bijvoorbeeld Pythagoras en Darwin, maar ik had een veel moeilijker boek verwacht, omdat ik de titel erg volwassen vond klinken.



Het eind van het verhaal vond ik verrassend, omdat ik niet verwacht had dat Armins vader de biologische vader van Bo zou zijn. Ik dacht dat Niko Neerinckx de vader van Bo was en dat komt, denk ik, omdat Armin ervan overtuigd was dat Niko het was.



Al met al vond ik ‘De passievrucht’ een heel mooi boek en zal ik het je zeker aanraden.



Ellen en Armin zijn in het ziekenhuis en krijgen de uitslag van het onderzoek naar hun vruchtbaarheid te horen:

‘Gaat u zitten,’ zegt de arts. En als we zitten: ‘Ik heb niet zulk prettig nieuws voor u.’

Ik zie Ellen verstijven. Ze duwt haar kin tegen haar borst, kijkt strak naar de grond.

‘En dan met name niet voor u, meneer.’

Haar rug recht zich, haar kin schiet omhoog. Ik zie het vanuit mijn ooghoeken. Heel even draait ze haar hoofd mijn kant op. Ik ben me er plotseling van bewust dat ik hevig heb gezweet, mijn kleren kleven nat en koud aan mijn lijf.

‘U bent onvruchtbaar. En daar is niet alleen niets aan te doen, het is bovendien, en ik besef dat dit een grote schok zal zijn, altijd zo geweest.’



Het eerste wat ik voel, althans het eerste gevoel waarvan ik me bewust word als hij is uitgesproken, is opluchting. Hier is sprake van een groteske vergissing. Er zijn dossiers verwisseld, onderzoeksresultaten verkeerd ingeschreven, er is iemand met dezelfde naam, iemand die op ditzelfde moment, in een andere dokterskamer, de resultaten te horen krijgt van mijn onderzoek: ‘U mankeert helemaal niets, meneer. Uw zaad is kerngezond.’

‘Maar dat is onmogelijk,’zeg ik. ‘Ik heb een kind, een zoon van dertien!’ (blz. 7-8)



Ik vind dit een grappig stuk in het verhaal. Armin heeft een zoon, terwijl hij onvruchtbaar is. Het is een rare situatie die ik nooit had kunnen bedenken.



Dit stuk is een belangrijk stuk voor het verhaal, want omdat Armin weet dat hij onvruchtbaar is, gaat hij de biologische vader van zijn zoon zoeken, waardoor het verhaal ontstaat.



D Informatie over de auteur:



Karel Glastra van Loon is in 1962 geboren. Hij woont in Amsterdam met zijn vrouw en kind.

Hij was als freelance journalist op bijvoorbeeld het Plein van de Hemelse Vrede toen dat door het Chinese leger werd bestormd, reisde door Armenië in de tijd van de oorlog met Azerbeidzjan, was in Koeweit na de bevrijding en reisde door Borneo om de racistische denkbeelden van zijn opa te doorgronden.



Naast schrijver en freelance journalist is hij televisiemaker van het actualiteitenprogramma Lopende Zaken en werkt hij voor de Socialistische Partij.



Samen met Karin Kuiper, zijn vrouw, schreef hij een biografie over een genetisch gemanipuleerde stier, genaamd Herman. Verder schreef hij in 1997 de verhalenbundel ‘Vannacht is de wereld gek geworden’, waarin hij verslag doet van zijn ontdekkingen tijdens zijn reizen. Dit boek werd genomineerd voor de ‘ECI-prijs voor schrijvers van nu’ en voor één van zijn verhalen kreeg hij de ‘Rabobank Lenteprijs voor Literatuur 1998’.



De passievrucht is gepubliceerd in 1999. Het won de ‘Generale Bank Literatuurprijs 1999’ en was een tijdje geleden genomineerd voor de ‘Trouw Publieksprijs 2000’, die hij overigens niet gewonnen heeft.



In het algemeen heb ik positief commentaar gevonden op het boek.



Rogi Wieg: ‘Het boek leest als een trein, is onderhoudend en spannend. Een uniek debuut.



De Volkskrant: ‘Een spannende, zeer ontroerende roman.’



HP/De Tijd: ‘Een klein meesterwerk. Een meeslepend boek, van het begin tot het eind. Het is spannend, geestig en het gaat over een opmerkelijk geval dat waar gebeurd kan zijn en vermoedelijk ook waar gebeurd is. Een bijzonder opwekkend boek.’



Knack, Johanna Blommaert: ‘Zo spannend en aangrijpend dat je tijdens het lezen veronderstelt dat de auteur het probleem zelf heeft meegemaakt.’



Bronnen:

‘Vannacht is de wereld gek geworden’ (Karel Glastra van Loon)

Literom (bibliotheek Zevenaar)

www.scholieren.com

www.uittreksels.nl

www.boekverslagen.com
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen