U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Frederik Hermans - Nooit Meer Slapen.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=301 en is laatst upgedate op 05/04/2005.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3385 woorden.

SAMENVATTING:

Alfred Issendorf is een afgestudeerde student Geologie. Om te promoveren wil hij in Finmark, een gebied in Noorwegen van een aantal meertjes gaan bewijzen dat het meteorietkrakers zijn.

Dit is een hypothese van zijn professor Sibbelee. Tot nu toe denkt iedereen dat de meertjes gewoon smeltpunten zijn, een hypothese van de Noorse professor Numendal.

Alfred’s vader is tijdens zo’n zoektocht als onbekend wetenschapper overleden en Alfred is heel bang zelf tijdens zo’n tocht te sterven. Alles wat Alfred doet en denkt heeft indirect met zijn vader te maken. Zo is hij ook geologie gaan studeren en aan deze tocht begonnen. Hij wil zijn moeder een substituut voor zijn vader geven.

Op de tocht zelf zit alles tegen wat tegen kan zitten. Dat begint al in Oslo als Alfred de luchtfoto’s van professor Numendal komt halen. Professor Sibbelee zou hem daarom vragen maar Numendal weet van niets en door zijn rondleiding houdt hij hem ook nog een dag op.

De volgende dag probeert hij de luchtfoto’s in Trondheim te bemachtigen, maar ook dat mislukt. Als Alfred later op de tocht zijn reisgenoot Mikkelsen betrapt op het bezit van de foto’s denkt hij dat het een complot tegen hem en zijn hypothese is.

Alfred is slecht voorbereid op de tocht en tussen de drie Noren voelt hij zich meer een logé dan een reisgenoot. Hij denkt ook steeds dat de andere drie hem niet mogen.

Na een tijdje splitsen ze zich op. Qvigstad en Mikkelsen gaan naar de berg Vourje en Arne en Alfred naar Ravnastua, een lappendorpje. Alfred vindt maar geen bewijzen voor zijn hypothese en de spullen van Arne zijn zo oud dat Alfred er slecht mee om kan gaan. Bovendien wordt hij voortdurend belaagd door muggen en kan hij niet slapen.

Als Arne en Alfred een gletsjerkloof over zijn gedoken is Alfred zeiknat en vindt hij dat Arne hem nu maar eens achterna moet lopen.

Alfred’s kompas wijst echter de verkeerde richting aan door het water wat erin zit (symbool dat Alfred verkeerd kiest dus altijd verkeert zal lopen)en Arne loopt niet achter hem aan. Na een aantal uur wil Alfred toch terug lopen naar Arne maar als hij de richting wil bepalen verliest hij zijn kompas. Omdat zijn horloge niet waterdicht was is nu zijn enige manier om de richting te bepalen de berg Vourje. Na een hele omweg komt Alfred bij Arne’s tent en vindt daar zijn lijk. Arne is van de rotswand afgestort en is dood.

Alfred gaat terug naar de bewoonde wereld en komt zo in Oslo bij Professor Numendal. Deze vertelt hem dat hij ook zonder bewijzen voor de hypothese een resultaat kan bereiken. In Trondheim hoort hij dat hij de dubbele afdrukken van de luchtfoto’s kan krijgen en zo lijkt alles weer goed te komen.

Terug in het vliegtuig leest hij dat er in Finmark waarschijnlijk een meteoriet is neergestort.

Als hij thuis is krijgt hij van zijn moeder meteoriet manchetknopen, nu heeft hij wel een meteoriet maar geen bewijzen voor zijn hypothese.

Hij heeft zijn moeder geen substituut voor haar man kunnen geven. Hij heeft zijn vader niet geëvenaard en komt tot de conclusie dat hij dat ook nooit gedurfd zou hebben.





LEESVERSLAG:

Willem Frederik Hermans,

Nooit meer slapen,

Uitgeverij Wolters Noordhof,

15e druk Groningen 1999,



1e druk 1966,

uitgeverij de bezige bij Amsterdam,

geschreven in Groningen tussen sept ‘62-sept ’65,

285 pagina’s

47 hoofdstukken,

wisselend van lengte,

doorlopend verhaal,



TITEL:

Nooit meer slapen,

Als Alfred nadat hij verkeerd is gelopen het lijk van Arne ontdekt, bekijkt hij Arne’s gezicht en vindt hij dat het er net zo uit ziet als in zijn slaap.

Alfred zegt dan: “Maar dit is geen slapen, dit is nooit meer slapen”

Alfred heeft tijdens de tocht ook moeite met slappen door de middernacht zon, de regen, de muggen, het gesnurk van Arne enz.

Ook heeft hij geen rust voordat hij zijn vader voorbij gestreven is.

Je zou denken dat Alfred ook nooit meer zal slapen na al zijn tegenslagen maar dat is niet zo want een dag nadat Alfred Arne’s lijk heeft gevonden slaapt hij in het lappendorpje Ravnastua al 24 uur aan een stuk.



PLAATS:

Finmark,

Dit is het gebied waar Arne, Mikkelsen, Alfred en Qvigstad onderzoek willen doen. Het is een bar moerassig landschap in Noorwegen bij de grens met letland.

Alfred is ook nog een dag in Oslo, Trondheim en Ravnatua maar het grootste deel van het boek speelt in Finmark.



TIJD:

+/- een maand.

Alfred is een maand van huis geweest zegt hij als hij zijn moeder op het vliegveld ziet huilen. Het boek begint als Alfred de 1e dag in Noorwegen bij Professor Numendal op bezoek gaat en het eindigt als hij weer veilig thuis is. In het totaal is hij 3 weken in Finmark geweest.



MOTTO:

“I do not know what I may appear to the world, but to myself I

seem to have been only like a boy playing on the sea-shore, and

diverting myself in now and then finding a smoother pebble or a

prettier shell than ordinary, whilst the great ocean of truth lay all

undiscoverd before me.

SIR ISAAC NEWTON.



Het is een stukje wat Newton heeft geschreven. Alfred wil een beroemd wetenschapper worden net als Newton, maar hij weet eigenlijk dat hij dat nooit wordt.

Newton zegt in dit stuk dat hij niet weet wat hij voor de wereld betekent, omdat het lijkt dat hij geen groot wetenschapper is. Dit komt dus +/- overeen met wat Alfred denkt te worden.



PERSPECTIEF:

De hoofdpersoon vertelt.

Je beleeft Alfreds reis, je leest wat hij denkt en ziet en als anderen wat doen of zeggen vertelt hij wat dat was en meestal krijg je Alfreds visie daar dan gelijk achteraan.

Dit geeft het effect dat Alfreds visie het belangrijkste is van alle reisgenoten.

Hermans probeert dit wel een beetje af te zwakken door je als lezer om de tuin te leiden. Er is een stukje: “Als ik een meteoriet zal vinden –de vondst, de grote vondst-“, dit stukje tussen haakjes is een stukje van de schrijver, niet van Alfred.

Ook de krant is niet door de ogen van de ik persoon en de vertaling van het dagboek van Arne ook niet hoewel dat niet helemaal zeker is.

Maar als Alfred op een keer alleen is weet je zeker dat hij boek door de ogen van de ik-persoon komt.



OPBOUW:

In lagen.

Het boek is heel fijn opgebouwd en chronologisch, behalve misschien de keren dat Alfred aan zijn vader of de luchtfoto’s denkt.

Maar er zitten veel lagen in:

1. Psychologische laag; De dwangneurose, wat sterker is dan Alfred zelf, zit hem dwars. Deze dwangneurose is ontstaan door de controle drift die hij heeft hij wil namelijk grip hebben op de wereld. Bovendien houdt zijn moeder hem zo stevig vast na de dood van zijn vader toen hij 7 was dat hij niet volwassen kan worden en hij hem moet vervangen voor zijn moeder. Zijn moeder neemt hem als spiegeltje voor zijn vader.

2. Mythologische laag; Dido, noemt hij het vriendinnetje van zijn zusje Eva waar hij verliefd op is. Dit doet hij omdat hij zich zelf vergelijkt met Aeneas, een Trojaanse held die het brandende Troje ontvlucht en met veel omzwervingen Rome sticht. Hij was verliefd op koningin Dido die hij nooit zal krijgen omdat ze uit wanhoop om zijn vertrek zelfmoord pleegt.

3. Fysiologisch leeg; het boek gaat over de wetenschap, al is dat niet het belangrijkste. Deze thematische laag zit wel over alle lagen heen.

Het opmerkelijkste in de opbouw is de scène uit het restaurant. Deze scène is in feite het hele boek.

-Man wil ergens aan beginnen: Afspraak

-Gaat opzoek naar iets: Eten.

-maar het lukt niet: Pudding valt.



THEMA:

De machteloze mens.

Het is de mensen niet gegeven om de werkelijkheid te leren kennen. We blijven maar zoeken naar de zin in het leven, de niet kenbare werkelijkheid (daarom is het boek in de ik-persoon).

We blijven ons leven lang kijken en proberen een systeem te vinden.

Arne wil wel, zijn moeder een substituut voor zijn vader geven en Zelf overleven in Finmark zodat als hij zijn reisgenoten terug vindt hij zich niet als een logé voelt, maar het lukt hem niet.







LEIDMOTIEVEN:

Zelfrespect. (= vrede met jezelf) Alfred heeft dit te weinig, want er is hem altijd verteld dat hij beter dan zijn vader moet zijn. Alfred wil zijn moeder dan ook schenken wat zijn vader niet kon doen(roem, eer enz.) Hierdoor leeft hij in een isolement want iedereen kan alles volgens hem beter. Hij is onzeker en wil ook steeds proberen er achter te komen wat iedereen van hem vindt. In het boek stelt hij soms wel wat voor. Zo kreeg de dame uit de VS het warm van hem, hij kreeg een beurs voor de tocht, Arne schreef vleiend over hem in zijn dagboek en de zeeman naast hem prijst hem om zijn Engels.



Behoefte om te vallen. Soms heeft hij hier behoefte aan, het staat voor het overgeven aan de dwangneurose. Hij heeft ook behoefte om grip te krijgen op de wereld en alles te controleren, dat heeft hier mee te maken.



Wetenschap. Dat heeft in het boek maar een geringe waarde. Er wordt gevraagd of het zoeken naar een vraag wetenschappelijk is of niet. Hermans had een hekel aan de wetenschap en dat zie je terug in het boek.



Meteoriet. Vroeger wou Alfred er altijd een hebben en zonder dat hij het wist heeft zijn vader er een voor hem gekocht. Nu zoekt hij hem zelf, hij wil de steen der wijzen vinden maar dat lukt hem niet en tot overmaat van ramp krijgt hij van zijn moeder manchetknopen met die meteoriet die zijn vader heeft gekocht.



Alfreds vader. Stierf voor de wetenschap, voordat hij beroemd was toen Alfred 7 was. Hij hield van Alfred, op een andere manier dan zijn moeder doet. Zij ziet hem namelijk als spiegeltje van zijn vader.



Het kompas. Het kompas dat hij van Eva heeft gehad bevat een spiegeltje, maar het geeft de verkeerde richting aan en Alfred verliest het. Het kompas laat zien dat Alfred altijd verkeerd zal lopen omdat hij verkeerd kiest. Hij kiest namelijk voor wat er van hem verlangd wordt ipv zijn hart te volgen.



De luchtfoto’s. Hier heeft hij veel moeite voor gedaan maar hij kreeg ze niet te pakken, Mikkelsen zijn reisgenoot kreeg ze wel en Alfred denkt daardoor dat er een complot tegen hem is gesmeed.



Het geloof van Eva. Eva is de enige gelovige in de familie en heeft op elk probleem een oplossing van God en geen reële oplossing.



Filosoferen. De reizigers filosoferen de hele reis, vooral Qvigstad doet dat graag. In het boek lees je bijna overal Alfreds visie achter aan wat aangeeft dat deze het belangrijkste is.



Sherpa’s. Deze doen alles voor hun baas, Arne leest erover in de krant en hij loopt ook een moeilijke tocht en hij heeft ze niet. Dit heeft te maken met zijn minderwaardigheidscomplex.



Tellen van de voetstappen. Dit deed Newton vroeger ook en door de dwangneurose is hij het ook gaan doen.





MOTIEVEN:

Angst. Hij is verschrikkelijk bang dat hij zijn vader niet overtreft, hij vond misschien een beetje dat zijn vader sukkelig was en is ook bang ook een dodelijk ongeluk te krijgen of dat zijn expeditie ook mislukt.



Ambitie. Alfred is verschrikkelijk ambitieus. Hij wil zijn vader voorbij streven en zo zijn moeder een substituut voor haar man geven en hij wil onder de invloed van zijn familie uit, cum laude promoveren, met de vriendin van Eva trouwen en professor worden. Zijn dromen zijn echter geen stap dichter bij de vervulling gekomen.



Dood. Hij is bang net als zijn vader tijdens de tocht te sterven en hij denkt bij ieder rots enz. “Nu kan ik sterven”. Arne sterft wel en soms wil Alfred ook dood om aan de invloed van zijn moeder te ontsnappen.



Dwangneurose. Zie “behoefte te vallen”



Tegenslagen. De reis zit vol tegenslagen.



Het Odipeus motief. Liefde van een jongen voor zijn moeder; Alfred houdt van zijn moeder en hij wil haar graag een substituut voor zijn vaders dood geven maar dat lukt hem niet, maar aan de andere kant wil hij toch ook wel graag dat zij hem loslaat.



GENRE:

Novelle of ideeën roman.

Het is een novelle omdat er maar een ding gebeurt (dood van Arne), er is maar een verhaallijn (de tocht in Finmark) en het speelt maar een korte tijd. (1 maand).

Het is ook een ideeën roman omdat er veel valse interpretaties (over geloof, wetenschap, communicaties, noodlot, kunst en de zinloosheid van het zoeken naar de waarheid) worden gegeven.



STIJL:

Het boek geeft Hermans’ levensbeschouwing weer en het is ook deels autobiografisch.

Hermans vindt de wetenschap maar niets en hij vindt ook dat het niet mogelijk is de waarheid te ontdekken en waar te nemen dat komt hier naar voren.



PERSONEN:

Alfred Issendorf, Een 25-jarige student Geologie van professor Sibbelee. Hij gaat naar Finmark, in Noorwegen, om een hypothese van zijn professor te onderzoeken waar hij zelf eigenlijk niet in gelooft. Hij gaat onderzoeken of de ronde meren daar meteoriet inslagen zijn. Hij loopt met 3 andere mannen maar ze zijn niet gelijkwaardig. De andere drie zijn Noors en goed getraind en zo komt het dat Alfred zich soms meer een Logé voelt en in een isolement raakt. Hij is wel erg ambitieus. Hij wil trouwen met de vriendin van zijn zusje Eva waarvan hij de naam niet weet maar hij noemt haar Dido omdat hij zichzelf met Aeneas vergelijkt.

Hij is erg bang om te sterven net als zijn vader deed op zo’n tocht hij wil namelijk zijn vader overtreffen.

Hij is erg onzeker, draait overal omheen en heeft last van dwangneurose, dit is ontstaan uit de onzekerheid. Hierdoor wil hij grip krijgen op de wereld en telt hij zijn voetstappen ook.

Zijn vader ging dood toen hij 7 jaar was, zijn moeder ziet hem als een spiegel van zijn vader maar ze houdt wel van hem. (dit zie je door de brief en de manchetknopen)

Zijn moeder is ook een leugenaar, ze schrijft haar recensies niet echt, want ze leest de boeken nooit en zo leert ze Alfred dat je eigenlijk niets hoeft te doen voor geld. Wetenschap is doen alsof, is leegte en legt de drang op hem dat hij beroemd moet worden.

Hij kiest een studie die hij niet echt leuk vindt, hij wil namelijk liever fluitist worden maar hij wil zijn vader voorbij streven om zijn moeder gelukkig te maken. Hij durft haar ook niet te vertellen dat zijn expeditie gefaald is.



Arne Livingstone, Een Noor die Alfred ooit eens in Nederland ontmoette. Tijdens de tocht is hij Alfreds beste vriend en ze delen ook alles. Zijn vader is erg rijk maar Arne gunt zichzelf niets omdat hij het zonde zou vinden om een tocht te maken met nieuwe spullen en vervolgens niets te ontdekken.





In gekorte biografie van Willem Frederik Hermans.

Willem Frederik Hermans wordt op 1 september 1921 in Amsterdam geboren. Hij heeft een 21/2 jaar oudere zus Corrie. Zijn ouders zijn allebei onderwijzers en stellen Corrie altijd als voorbeeld voor Willem. Later zal Willem daarover zeggen dat hij zijn jeugd een droevige periode van een en al deceptie vindt.

Hij gaat naar het gymnasium en is daar al snel een goede lezer. Hij wordt de hoofdredacteur van de schoolkrant en wint in1938 een opstellenwedstrijd en hij is daar zo trots op dat hij het opstel naar verschillende kranten stuurt en op 6 april 1940 wordt het ook echt gepubliceerd in het Algemeen handelsblad. anderhalve maand later is het oorlog en pleegd zijn zus zelfmoord.

Onderdruk van zijn vader begint hij een paar maanden later aan de studie sociale geografie maar een jaar later ruilt hij dat toch in voor zijn eigen voorkeur fysische geografie. dan eisen de duitsers dat alle studenten een loyaliteitsverklaring tekenen en omdat Hermans dat weigert moet hij onderduiken. Hij brengt die tijd lezend en schrijvend door en na de oorlog komt dan ook zijn poezie debuut Kussen door een rag van woorden. Zijn proza debuut in 1947 is de tweede roman die hij schreef Conserve. De eerste roman wordt in 1993 alsnog gedeeltelijk uitgegeven als boekenweek geschenk.

Ondertussen is hij ookal redacteur van het tijdschrift Criterium maar ondertussen publiceert hij ook bij anderen tijdschriften en dat vindt criterium niet zo leuk. In 1948 vertrekt hij daar met ruzie en gaat hij als assistent van een houtcontroleur een reis door Canada maken. Op deze reis baseert hij enkele romans.

De Tweede Wereldoorlog is voor Hermans de belangrijkste inspiratie bron. Hij vindt namelijk dat de werkelijkheid te druk en te chaotisch om te begrijpen, in oorlogstijd wordt deze chaos echter alleen maar groter maar de mensen worden anders.

Zijn eerste oorlogsroman De Tranen der Acasias uit 1949 kreeg erg veel kritiek en wordt zelfs door de katholieke censuurdienst op de zwarte lijst gezet.

De tweede oorlogsroman Ikheb altijd gelijk uit 1951 kreeg ook weer erg veel kritiek. Hermans die in 1948 was afgestudeerd trouwde met de Surinaamse Emmy Meurs en ze kregen een zoon. In 1955 promoveert hij op Limburgs bodem onderzoek. Sinds 1952 was hij hoofdassistent fysische geografie aan de Groningse universteit en in 1956 werd hij zelfs gepromoveert tot lector.

Ondertussen is hij ook nog steeds romanschrijver, criticus en essayist en door de roman De donkere kamer van damocles uit 1956 wordt hij nog erg bekend ook. Hij gaat steeds meer publiceren maar krijgt een grote ruzie met zijn uitgever. Tijdens die ruzie kan hij niets publiceren maar hij blijft wel schrijven en in 1966 komt zijn belangrijkste roman Nooit meer slapen uit. Deze roman is net als vele anderen op een gebeurtenis uit Hermans leven gebaseert want Hermans had zelf in Noorwegen ook een paar studie reizen gemaakt. zelf zei hij ooit eens:” Als mijn verhalen al autobiografisch zijn dan op de manier waarop een koeienhuid een schoen is, een schoen is iets heel anders dan een koeienhuid maar hij stamt er wel van af. Zo stammen mijn verhalen ook van mijn leven af.”

Een jaar na het verschijnen van Nooit Meer Slapen werd het bekroond met de Vijverbergprijs. In het Juryrapport is vol lof en er staat dan onder andere in: “In Nooit meer slapen verkeren we opnieuw in de voor deze auteur zo kenmerkende sfeer van misverstand, isolament en vooral mislukking van elk streven, de principiele zinloosheid van de menselijke inspanning. de schrijver bereikt een hoogtepunt in zijn bekroonde roman in de hoogst persoonlijke, duidelijk Hermansiaanse beschrijving van de tocht naar het uiterste noorden van Noorwegen. De situering van de ik figuur in een vijandig, vreemd landschap, een onmogelijke wereld, is Hermans nog nooit beter gelukt dan in nooit meer slapen.” Ondanks deze lovende woorden weigerde hermans de prijs en het daaraan verbonden geldbedrag liet hij overmaken voor de actie “eten in India”. (zie Qvigstad in het boek die vind dat je van je reisgeld in India vierduizend hongerlijders kunt voeden voor een dag.)

De productiviteit en de goede faam van Hermans doen kwade tongen beweren dat hij zijn werk op de universiteit verwaarloost. Hij wordt de roddels zat en neemt in 1973 ontslag en verhuist naar Parijs. Door vragen in de Tweede Kamer komt er alsnog een onderzoek naar Hermans’ functioneren op de universiteit. Het onderzoek spreekt Hermans helemaal vrij van plichtsverzuim maar het krijgt nauwelijks aandacht van de pers. Hermans neemt wel wraak op Groningen door een paar boeken te schrijven waarin hij de universiteit op de hak nemen, het eerste boek hier over is Onder professoren uit 1970.

Kort voordat hij naar Parijs vertrekt krijgt hij de P.C. Hooftprijs toegekend maar omdat het bijbehorende geldbedrag tienduizend gulden lager is dan in de ministriele brief is aan gekondigd (door een tikfout) weigert hij hem. Onder het pseudoniem Age Bijkaart gaat hij van af dan tot eind 1976 wekelijks tekeer in het Parool.

In 1976 schrijft hij de biografie van Multatuli en vanaf dan krijgt hij weer enorm veel kritiek en wordt zelfs door de gemeente Amsterdam tot “ongewenst persoon” gebomberdeerd.

Op 5 december 1989 ook het jaar waarin zijn laatste grote roman Au pair verschijnt, wordt er een moord aanslag op hem gepleegd door een man die met een bijl zijn huis binnen dringt, maar de familie Hermans komt met een paar lichte verwondingen vrij. Het is wel de reden waarom de familie naar Brussel verhuist.

In 1993 schrijft hij het boekenweekgeschenk en presenteerd dat in Amsterdam na een excuusbrief van de burgemeester.

Op 27/04/95 sterft Hermans aan longkanker in het ziekenhuis van Utrecht op 73 jarige leeftijd. Hij wou perse sterven in Nederland en liet een vriend zeggen dat hij dat wou omdat hij de zon zocht. Na zijn dood verschijnt nog de roman Ruisend geluid die hij net voor zijn dood had voltooid. Nu wordt hij gezien als een van de grote drie nl. Mulisch, Reve en hij.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen